Log in

Leftism Reinvented

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 77 tot 79

Leftism Reinvented

Stephanie L. Mudge
Harvard University Press, Harvard, 2018

Stephanie L. Mudge stelt dat centrumlinks grofweg drie fasen heeft gekend: socialisme, Keynesianisme en Derde Weg neoliberalisme, terwijl de kern van de electorale achteruitgang van centrumlinks gezocht moet worden in de ideologische leegte van de Derde Weg. Maar hoe is die leegte precies ontstaan? Mudge laat op heldere wijze zien wat het belang was van de economische wetenschappen en enkele vooraanstaande experts voor de ideologische veranderingen van de centrumlinkse partijen. Ze gebruikt hierbij een methode die sterk afwijkt van de meer gebruikelijke methoden, namelijk een grondige analyse van de politiek economische geschiedenis van vier belangrijke centrumlinkse partijen (de Amerikaanse Democraten, het Britse Labour, de Duitse SPD en de SAP in Zweden) met specifieke nadruk op twee historische kantelpunten.

Een cruciale aanname is dat elk van de drie fasen haar eigen experts had die een weerspiegeling zijn van de partijideologie. Een belangrijk inzicht is dan ook dat (de rol van) deze experts sterk verschillen in de drie onderscheiden fasen. Tijdens het socialisme in het begin van de 20e eeuw was de expert een partijtheoreticus met weinig formele opleiding, die meestal via de radicale journalistiek en met marxistische retoriek de partij binnen kwam. Tijdens het Keynesianisme was dit de academisch opgeleide economische theoreticus met een keynesiaanse ethiek, die tijdens het Derde Weg neoliberalisme vervangen werd door de transnationale financiële econoom met een neoliberale ethiek, de beleidsspecialist zonder economische opleiding, en de spindoctor, oftewel de mediastrateeg, wiens taak er in bestond het neoliberale beleid verkocht te krijgen aan een zo breed mogelijk electoraat.

Het eerste kantelpunt van de centrumlinkse partijen was de opvolging van de partijtheoreticus, die een restrictief budgettair beleid nastreefde, door de technocratische keynesianen. Mudge beschrijft overtuigend hoe deze nieuwe economisch geschoolde partijleiders een technocratisch en beleidsgerichte retoriek hanteerden, waarmee centrumlinkse partijen vervolgens hun meest succesvolle periode beleefden. De uitdaging van neoliberale economen leidde uiteindelijk tot een nieuw kantelpunt en Mudge laat op heldere wijze zien hoe een academisch conflict uiteindelijk werd beslecht in het voordeel van de neoliberalen. Zij deden dat door het oprichten van rechtse denktanks, nieuwe allianties met centrumrechtse partijen en door het benutten van bestaande professionele kanalen.

Mudge laat hiermee zien dat niet slechts het falen van het keynesiaanse beleid het neoliberalisme mogelijk heeft gemaakt, maar dat het neoliberalisme zich binnen de economische wetenschappen al tijden als geloofwaardig alternatief presenteerde. De nieuwe economische experts – transnationale financiële economen – ontnamen centrumlinkse partijen van hun economisch gezag ten opzichte van andere politieke partijen, aangezien zij vooral geïnteresseerd bleken in het verdedigen van de marktethos en niet zozeer in beleidsvorming. Bovendien bleken veel centrumlinkse kiezers steeds minder loyaal, waardoor een steeds grotere rol werd weggelegd voor spindoctors die de zwevende kiezer moest zien te overtuigen.

Voor lezers die geïnteresseerd zijn in de electorale achteruitgang van de sociaaldemocratische partijen kan Mudge's werk gelezen worden als een scherpe kritiek op de evolutie van de economische wetenschappen en de huidige teruggetrokken en marktgeoriënteerde positie van economen. Terwijl economen in de naoorlogse periode een belangrijke publieke functie uitoefenden en verantwoordelijkheid namen voor het functioneren van de nationale economie, heeft de nieuwe neoliberale econoom een transnationale focus slechts gericht op financiële markten. Is dat een excuus voor de huidige prestaties van sociaaldemocratische partijen? Volgens Mudge treft sociaaldemocratische partijen ook blaam: onder Clinton en Blair waren centrumlinkse partijen tenslotte niet slechts speelballen van een geglobaliseerde economie maar droegen zij actief bij aan verdere globalisering en neoliberalisering.

Bovendien, zoals Mudge overtuigend laat zien, stond de kiezer niet achter de neoliberalisering. Sterker nog: de Derde Weg speelde de populistische partijen in de kaart. Hiermee sluit Mudge zich aan bij de groep sociologen en politicologen die niet de uitdaging van radicaalrechts, het toenemende belang van culturele vraagstukken, of de transformatie van de arbeidersklasse als hoofdoorzaak van het sociaaldemocratisch verval aanwijzen, maar wel de ideologische leegte na het Keynesianisme. In welke mate dit ook geldt voor de Vlaamse en Nederlandse sociaaldemocratische partijen is een vraag die in dit werk evenwel onbeantwoord blijft, maar de implicatie lijkt duidelijk: de wrijving tussen economische ideologieën die aan de basis lag van de sociaaldemocratische vernieuwingen hadden telkens een onbetwistbaar internationaal karakter.

Mudge verdiept zich bovendien op heldere wijze in de bestaande verklaringen voor de electorale achteruitgang van centrumlinkse partijen, om deze vervolgens stuk voor stuk te ondergraven. Toch blijft haar argument dat haar 'refractieaanpak' alle andere verklaringen voor sociaaldemocratische vernieuwing incorporeert onduidelijk. De arbeidersklasse is als gevolg van modernisering en globalisering fundamenteel veranderd, terwijl de post-materiële nieuwe middenklasse steeds meer electoraal gewicht heeft gekregen. De strategische implicaties hiervan voor centrumlinkse partijen lijken grotendeels los te staan van de wrijving tussen economische ideologieën beschreven door Mudge. Dit doet verder weinig af aan de grondigheid van dit academisch werk en haar wetenschappelijke bijdrage.

Dit werk is alleen al de moeite om haar grondig historisch overzicht van vier van de belangrijkste sociaaldemocratische/centrumlinkse partijen. Mudge geeft daarnaast een zeer leesbaar overzicht van de ontwikkelingen binnen de wetenschappelijke economie – en haar relatie tot linkse en rechtse politiek – voor een niet-economisch onderlegd lezerspubliek. Bovendien is Leftism Reinvented verplichte literatuur voor iedereen geïnteresseerd in de huidige malaise van de sociaaldemocratie. De implicatie is helder: welke ideologie vervangt de Derde Weg?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 77 tot 79