Abonneer Log in

Kernenergie, een geloof met veel belangen

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 52 tot 57

België is in zijn elektriciteitsbevoorrading zeer kwetsbaar geworden door te veel kernenergie in te veel vrije markt. Een vroegere sluiting van de vijf probleemreactoren in België kan de verlenging van de twee veiligste reactoren tijdelijk verantwoorden, mits strikte voorwaarden. Maar au fond heeft kernenergie weinig toekomstkansen in België.

De vrees voor schaarste aan elektriciteit, de politieke druk van Engie om de uitstapwet te wijzigen en de klimaatdiscussie hebben kernenergie weer in de kijker gezet. De verlenging van de levensduur van onze oudste kerncentrales hapert. Het toont hoe technologisch kwetsbaar onze nationale elektriciteitsbevoorrading is door een gebrek aan diversiteit van productiemiddelen. Desondanks draait de lobbymachine van het Nucleair Forum op volle toeren, mee ondersteund door nucleaire onderzoeksinstellingen. Klimaatstudies leren dat de impact onomkeerbaar is wanneer we de nu gekende olie-en kolenreserves zouden ontginnen voor gebruik. Het gezondheidsprobleem van fijn stof noch de CO₂-output staan er goed voor, ondanks ons groot aandeel aan kernenergie.

Elektriciteitsverbruik werd bij ons aangemoedigd, terwijl Denemarken besloot het zonder kernenergie te doen en een rationeel energieverbruik dertig jaar geleden al vormgaf.[1] Hier werd vervuilende energie en intensieve industrie aangetrokken naar de omgeving van de nucleaire sites, zowel in Antwerpen als Duinkerke. Vandaag bengelt België aan de staart van het Europese peloton inzake hernieuwbare energie. Tegelijk is ons land zijn nucleaire industrie kwijtgespeeld aan Frankrijk en zijn windmolens aan Denemarken. De Duitse industrie stapte ondertussen resoluut in een Energiewende.

Duurzaamheid is veel meer dan CO₂-uitstoot. Het zet aan diverse aspecten te integreren en op lange termijn te denken. Dit met meer betrokkenheid van de burger om het globale en het lokale te verzoenen, en toe te zien op de verdeling van lusten en lasten. Het vereist ook voorzorg. Een duurzaamheidsbeleid komt er niet met een vaag ecorealisme. Het vergt een herziening van onze manier van productie, consumptie, energiegebruik, wegwerpcultuur, mobiliteit, reizen en bankieren. Duurzaamheid overstijgt ook het geloof in nucleaire innovatie. Kernenergie heeft ongetwijfeld klimaatvoordelen, maar kan het klimaatprobleem niet oplossen. Elektriciteit is maar één aspect van energieverbruik. Twee derde van de warmteproductie wordt bij kernenergie verspild in koeltorens, rivier en zee. Vandaag hebben we niet nog meer kerncentrales nodig, maar vooral een drastische reductie van de CO2-uitstoot van de grote vervuilers zoals de energie-intensieve industrie, de transportsector, de verwarming van gebouwen en de landbouw.

TECHNISCH-ECONOMISCHE PROBLEMEN

Kernenergie was de laatste jaren weinig beschikbaar in België. De kost van de afgeschreven centrales loopt op door pannes, sabotage, betonrot en kwaliteitsbeheersysteemproblemen. Oude opgelapte centrales zijn als oude mensen: sommige cruciale organen kan men vervangen, maar de gezondheid hapert steeds meer. De oudste productiereactor ter wereld, Oyster Creek in de Verenigde Staten, kreeg een vergunning voor 60 jaar maar moest onlangs na 49 jaar om technisch-economisch redenen vervroegd sluiten. Levensduurverlenging gaat in de Verenigde Staten, maar ook Nederland, gepaard met een nieuwe roep om subsidiëring, die met CO₂-argumenten kracht wordt bijgezet.

Voor de oudste reactoren, die van de zogenaamde Generatie II, blijft een levensduur van 40 jaar zoals oorspronkelijk gepland realistisch. Electrabel deed, na de stresstests op de zeven reactoren, investeringen. Het promoot om ze tot 50 jaar of meer te kunnen inzetten, ondanks of dankzij een clausule in de uitstapwet die de nucleaire sector zelf uitwerkte. Voor het risico op een ongeval zijn de recentste reactoren Doel 4 en Tihange 3 het veiligst. De verlenging van hun vergunning is door N-VA op tafel gelegd, op vraag van de industrie. Electrabel was niet bereid de centrales aan te passen aan de veiligheidscriteria van de nieuwe generatie. Het Franse Agentschap voor Nucleaire Controle (ASN) overweegt nu, in tegenstelling tot België, om de nieuwe actuele veiligheidsstandaarden op te leggen. ASN maakte in september van vorig jaar aan Electricité de France (EdF) bekend[2] dat bij levensduurherziening na 40 jaar onder meer een core catcher[3] aangewezen is. Frankrijk wil zijn nucleaire productie van 80% tot 50% reduceren, en wil 60% van zijn 58 reactoren verlengen vanaf 2020. Geplande nieuwe reactoren blijven immers uit.

De inherent veilige reactor, oorspronkelijk een Duits concept (EPR), was bedoeld als grootschalige Europese reactor van de derde generatie (Generatie III, 1700 MWe). Het Franse industrieconcern Areva scheurde er zijn broek aan, nadat de nucleaire samenwerking met Siemens spaak liep. Grote technisch-economische problemen vertraagden het eerste project in Finland met tien jaar. Door de grote schaal, de bouwduur en de driemaal duurder geworden kost (11 miljard euro) is dit geen economische optie meer in de versnelde evolutie van het net naar een smart grid. Ook de EPR-constructie in Flamanville, Normandië, is vertraagd mede door een probleem van kwaliteitscontrole op de metalen onderdelen. Alleen China is er onlangs in geslaagd om een Generatie III-reactor van Franse makelij aan het net te koppelen. De Fransen werken nu nog aan een EPR in het Verenigd Koninkrijk, met Chinese inbreng, en plannen in eigen land nog zes eenheden. Nederland schrapte zijn project in Zeeland.

De inplanting van kleinere Generatie III-reactoren van het Amerikaanse Westinghouse Electric Company in het Verenigd Koninkrijk is, na het financieel debacle van het bedrijf, door Toshiba geschrapt. Ook Hitachi haakte af in Wales. Donald Trump liet ondertussen, ondanks het handelsconflict, deze Amerikaanse Generatie III-reactoren bouwen in China. De eerste twee werden er vorige zomer met succes opgestart.

De innovatie van kernreactoren volgt echter geen klassiek patroon. Ze wordt niet goedkoper in een meer gevorderde fase van ontwikkeling en verspreiding. Integendeel.[4] Ongevallen en stresstests hebben de kost verder opgedreven en de competitiviteit verzwakt. Een recente Oxford-studie[5] legde de vinger op de grote kostenonderschatting van nagenoeg alle nucleaire projecten, het nucleair afval in het bijzonder. Daarnaast blijft het ongevalsrisico sterk onderverzekerd.

Door al deze economische problemen en door de technologische kwetsbaarheid van te veel nucleaire technologie van dezelfde soort[6], is onze Frans-Belgische elektrische bevoorrading dus kwetsbaar geworden. Kernenergie biedt nu geen nucleair alternatief. Het zal eerst kleinschaliger moeten, gericht op het slimme digitale net van de toekomst. Ondertussen slaagde het energiebeleid er niet in om de voor Europa unieke situatie van gasdistributie van België uit te spelen. Omwille van de grillen van de markt liet men degelijke centrales, met stadsverwarming zoals in Gent, sluiten. Gasturbines hebben een hogere efficiëntie voor elektriciteit en zijn de meest klimaatvriendelijke fossiele middelen.

NAUWELIJKS NUCLEAIRE KLIMAATPERSPECTIEVEN

Kan nieuwe nucleaire technologie de komende decennia nog een beperkte bijdrage leveren in Europa voor het klimaatprobleem en de energievoorziening?

Kernenenergie heeft, naast een CO₂-voordeel, tal van nadelen in de context van billijke verdeling (dure kWh, verzekeringen, transgenerationeel afval). Kernenergie is verre van duurzaam. Het loste haar problemen niet op en haar beloftes niet in. Er ontstond een perceptieprobleem dat, meer dan door milieurisico, bepaald wordt door de vele onzekerheden over afval, prijs, paraatheid bij ongevallen maar ook over proliferatie en terrorisme. De uitdagingen verscherpten en de transparantie verminderde. Onze afhankelijkheid van Frankrijk nam toe, door het vertrek van onze knowhow inzake splijtstof. Franse bedrijven namen onze elektriciteitsproductie over. Ze namen ons kWh-geld voor nucleair afval in bewaring maar Frankrijk sloot zijn grenzen om ons nucleair afval in diepe klei te bergen.

België blijft wel de grootste nucleaire concentratie ter wereld in een zeer dichtbevolkt gebied. Aan onze grenzen staan nog eens dubbel zoveel kerncentrales. Hoe valt te verklaren dat juist België, in het hart van de Europese interconnectie van elektriciteitsnetten, problemen heeft met (nucleaire) bevoorrading van elektriciteit en dat de kWh er zo duur is gebleven?

Uit onze duurzaamheidsstudievan VUB, Nuclear Energy Governance³, bleek dat op termijn enkel kleine modulaire reactoren (SMR) nog een opportuniteit bieden voor een bescheiden rol van kernenergie; bij voorkeur met een totaal energieconcept dat ook de warmte gebruikt. Kleine reactoren waren al ontwikkeld in Rusland, en zitten ondertussen in de lift in China en de Verenigde Staten. Onlangs is ook Frankrijk op de trein gestapt met een reactorconcept uit atoomduikboten. De commerciële beschikbaarheid en de vergunningsbasis van westerse concepten kan ten vroegste tegen 2030-2035 een feit zijn. De inherent veiliger Generatie III-technologie kan het ongevalsrisico beperken en de schaal[7] kan het koelwaterprobleem in toom houden. Het grote waterverbruik van alle grootschalige elektriciteitsproductie moet immers worden beperkt omwille van de klimaatverandering. Het waterdebiet treft al rivieren zoals de Rijn, de Loire en de Maas, waar in 2018 een reactor in Chooz moest worden afgeschakeld. De kleine reactorontwikkeling kan dus pas binnen tien jaar, op basis van industriële projecten uit het buitenland, een optie zijn.

Voor de concepten van de vierde generatie, zoals hogetemperatuurreactoren (HTR) of voor splijtstof op basis van thorium, is het evenwel nog veel te vroeg. De keuzes zullen uit tal van projecten en concepten in de Verenigde Staten, Rusland en vooral China gebeuren. Totale energieconcepten laten het gebruik van proceswarmte toe, maar zijn industrieel niet te verwachten voor 2045. Voor fusie (de vijfde generatie) duurt het nog tot 2070, en dan alleen voor sites aan zee.

HET BELGISCH NUCLEAIR SURREALISME

Begin jaren 1990 stopte België de financiering van onderzoek naar kweekreactoren. Deze vergde recyclage van MOx-splijtstof[8] en opwerking[9] in meerdere cycli over 100 jaar gespreid. Deze tijdsdimensie was door de proponenten nauwelijks geduid. Opwerking blijft ook nu nog vereist voor projecten van de vierde generatie en de zogenaamde afbraak van langlevend nucleair afval. België is ondertussen een zeer duur alternatief project voor een kweekreactor opgestart, Myrrha genaamd. Dit Myrrha-project, met snelle neutronen via een versneller, voorziet om MOx-splijtstof te gebruiken. Daarnaast startte het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) ook een tweede ambitieus project, dat de naam Recumo draagt, naar de opwerking van hoog verrijkt uranium, nu met een duur privaat publiek partnership tot 2045. Het financieel risico na 2045 wordt weer bij de Belgische Staat gelegd zonder voorafgaand politiek debat. Frankrijk lonkt ondertussen naar het surrealistische Myrrha-project in Mol, voorlopig zonder financieel engagement. De Franse parlementaire commissie OPECST[10] raamt de kost ervan al op 2 miljard euro. Frankrijk onderzoekt wel nieuwe lasertechnologie, die als industriële innovatie vorm krijgt rond de Nobelprijswinnaar Fysica 2018, Gérard Mourou. Het biedt perspectief om langlevend nucleair afval, plutonium en uraniumopslag (ook militair) af te breken.

België combineert aldus de nucleaire uitstap met grote nucleaire toekomstambities. Uit ons boek ‘Kernenergie (on)besproken’[11] bleek reeds hoe groot de nucleaire ambities waren bij de opstart van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in de jaren 1950. En hoe budgetinperking en -controle de zwakheden blootlegde, met een groot sociaal en technisch nucleair passief als gevolg.

De verwarring van de burger blijkt ondertussen groot. De hoop op de afbraak van langlevend afval ging een eigen leven leiden. Het gaat in Mol echter niet om de afbraak van de opgestapelde splijtstof en de afval van de kernenergie sinds de jaren 1950, maar enkel om de beperking van het afval dat binnen 40 jaar zou worden geproduceerd bij een grote revival van kernenergie. De mythevorming die het afvalprobleem zou oplossen, moet uit de marketingsfeer worden gehaald. Splijtstofcycli, zoals thorium, gaan ook de industriële mogelijkheden van België ver te boven. Ze moeten nog een heel proces doormaken met haalbaarheidsstudies, veiligheidsdossiers, vergunningscriteria, en vooral de wil en mogelijkheid van splijtstoffabricatie en bewerking (een proces dat minstens 40 jaar duurt). Technologische innovatie blijkt een incarnatie van dromen te zijn die vorser en burger bekoren. Technologie is geloof geworden.

CONCLUSIE

Diversificatie van het elektriciteitspark moet kwetsbaarheid beperken, bevoorrading verzekeren en absolute voorrang geven aan hernieuwbare energie. Het maatschappelijk draagvlak voor duurzame ontwikkeling moet echter boven geloof staan. Een nucleaire inbreng ligt veel moeilijker in het dichtbevolkte België dan op afgelegen kustlocaties in Europa. Door de vertraging in beleid en de achterstand in Europese interconnectie van elektriciteit, zal er voor de verzekering van elektriciteit mogelijks nog enige soepelheid in de bevoorrading noodzakelijk zijn tot 2025-2050. Er bestaat vandaag geen enkele nieuwe nucleaire oplossing die economisch verantwoord of gewenst is.

De twee veiligste kerncentrales zouden na upgrading tot 2035 in bedrijf kunnen blijven. De vervroegde sluiting van een equivalent vermogen van de vijf oudere probleem reactoren is echter aangewezen. Tevens kan worden aangedrongen op sluiting van de oudste, minder veilige reactoren in Gravelines in 2020. In de toekomst zal de rol van kernenergie in een slim kleinschalig net van vraag en aanbod eerder beperkt zijn. Vanaf 2030 zijn enkele nog op punt te stellen Generatie III, modulaire kleine reactoren op bestaande nucleaire sites in België mogelijk. De nucleaire sector moet vooraf een duurzame aanvaardbare oplossing geven aan de problemen.

Het openlaten van een bescheiden plaats voor kernenergie dient in elk geval aan volgende voorwaarden gekoppeld:

  • Bijdragen tot het oplossen van het proliferatierisico door de ondertekening van het VN-pact voor nucleaire ontwapening.
  • Beter voorbereid zijn op het ongevalsrisico van kerncentrales met nieuwe criteria. Een ongeval kan ook bij ons gebeuren, stelde de Hoge Gezondheidsraad na Fukushima. En het zal grensoverschrijdend zijn. De noodplanning moet nog veel worden verbeterd en, vooral, Europees gecoördineerd. Extreme gevolgen, hoe klein de kans ook, moeten adequaat financieel worden gedekt door verzekeringen.
  • Het probleem van hoogactief nucleair afval moet een definitieve, geologische bergingsoplossing krijgen. Het geld voor de berging, die de burger al grotendeels heeft betaald in de dure kWh, moet de komende jaren van Parijs naar de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS) in Brussel komen. Het alternatief bestaat erin dat Engie in Frankrijk een wetswijziging afdwingt om het Belgisch afval daar in diepe klei te bergen.
  • Om de activiteiten van openbaar nut van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) voor nucleaire veiligheid, stralingsbescherming en nucleair afval veilig te stellen, is een herstructurering aangewezen van het Studiecentrum, met afsplitsing van grootschalige technologieprojecten. Transparantie over de MOx-splijtstof en opwerkingsprojecten is nodig.
  • Striktere spelregels voor beheersing van belangenconflicten, ook in het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC).

Dergelijke benadering is alleszins een minder vaag en vrijblijvend uitgangspunt dan het discours van ecorealisme van de grootste partij in ons land.

Voetnoten

  1. https://blogs.mediapart.fr/thierry-de-larochelambert/blog/160216/la-transition-energetique-du-danemark-un-exemple-de-planification-democratique.
  2. ASN, Réacteurs électronucléaires − EDF Note de réponse aux objectifs du quatrième réexamen périodique des réacteurs de 900 MWe , Paris, 28/9/2018.
  3. Franse innovatie, ontsproten uit ongevalsresearch van de EU, moet bij ernstig ongeval een doorsmelt van een reactorkern opvangen en vermijden dat die naar het grondwater doorzakt. Dit scenario, hoe klein de kans ook, is relevant nabij de Schelde. Het zou een andere vorm van verspreiding van radioactiviteit geven, naast de atmosferische pollutie.
  4. Eggermont G. and Hugé J., ’Nuclear Energy Governance, Deliv.4.1, SEPIA project’, Brussels: Belgian Science Policy 2011- 102p (Research Progr. Science for a Sustainable Development).
  5. Budzier A. et al, ‘Quantitative Cost and Schedule Risk Analysis of Nuclear Waste Storage’, Oxford Global Projects, Univ. Oxford, 2018.
  6. PWR drukwaterreactor, oorspronkelijk door Westinghouse geconcipieerd.
  7. Modulaire opbouw vanaf 60 MW thermisch.
  8. Mengoxide van uranium en plutonium in nucleaire splijtstof.
  9. Opwerking is de chemische scheiding van bruikbare splijtstof en afval, een technologie die industrieel volledig in Franse handen is of militair verder gaat in de Verenigde Staten.
  10. OPECST, 14/2/2019, Hearing Nobelprijswinnaar Gérard Mourou over laserinnovatie versus nucleaire en ruimteproblemen, Paris, http://videos.senat.fr/video.1042351_5c643a8d04c2b.audition-du-professeur-gerard-mourou-prix-nobel-de-physique-2018.
  11. Laes E., Chayapathi L., Meskens G., Eggermont G., ‘Kernenergie (on)besproken’, Acco, 2008.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 52 tot 57