Abonneer Log in

Adieu August Vermeylen

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 4 (april), pagina 68 tot 69

Europa doet het Vlaams-nationalistisch hart niet langer sneller slaan

Vroeger zagen regionalisten Europa als een warm bad waarin nationale grenzen oplossen en regio's autonoom zouden bewegen. Vandaag ziet men Europa als een knellend bureaucratisch en elitair project. Eén dat democratische legitimiteit mist en lidstaten dwarsboomt in het soeverein vertalen van de volkswil. Het Europa van de regio's moet plaatsmaken voor een confederaal Europa van nationale lidstaten.

Waar N-VA in 2009 nog pleitte voor meer beslissingen via gekwalificeerde meerderheid – en dus minder blokkering via nationale veto's – willen de Eurorealisten vandaag bevoegdheden terughalen naar de lidstaten. Men wil meer (unaniem) laten beslissen aan de Europese Raadstafel van staatshoofden en regeringsleiders, en minder (bij meerderheid) in de Europese regelfabriek van Europees Parlement en Raad van ministers. Ook het pleidooi voor de vervanging van nationale dotaties aan de EU door Europese belastingen werd ondertussen bij het huisvuil gezet. Plannen voor een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor vennootschapsbelasting wordt afgebrand als een 'Junckertaks' die de 'gunstige fiscale concurrentie' tussen lidstaten fnuikt.

Voor regionalisten heeft dat confederaal Europa pijnlijke consequenties. Rechtstreeks verkozen Europese parlementsleden uit pakweg Catalonië, Schotland of Wales die vandaag als Europese medewetgever optreden en met gelijkgezinden elders in Europa meerderheden zoeken, moeten plaatsmaken voor de dictaten uit Madrid of Londen. Het zijn de nationale regeringen uit de nationale hoofdsteden die nog gaan beslissen wat ze samen doen, niet een meerderheid van Europarlementariërs die voor de Europese demos spreken.

Net zoals in een confederaal België (waar steeds meer beslist moet worden via door parlementen niet amendeerbare samenwerkingsakkoorden), verschuift ook in een confederaal Europa de macht van het parlement naar de regeringen. Dat leidt tot autoritarisme, meer particratie, blokkeringsfederalisme en 'laagste-gemene-deler' beleid. Bovendien is het een illusie dat daarmee soevereiniteit wordt hersteld. Neem nu dat Marrakesh pact. In welke mate zijn lidstaten via eigen beleid op vlak van migratie, asiel en gezinshereniging écht de poortwachters die aan de voordeur beslissen wie binnen mag, als via de gezamenlijke binnentuin iedereen langs de openstaande achterdeur bij elkaar binnenloopt?

Voor de aanpak van nieuwe maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatopwarming, migratie, terrorismedreiging, belastingontwijking, artificiële intelligentie… zijn de armpjes van de natiestaat te kort. Alleen het 'samenleggen' van soevereiniteit en gezamenlijk optreden kan hier het verschil maken. Want alleen zijn we te klein en te bang. Enkel een federaal Europa, waarbij naast een vertegenwoordiging van lidstaten via de Raad ook de Europese burgers zijn vertegenwoordigd via een rechtstreeks verkozen Europees Parlement, kan het hoofd bieden aan Dani Rodriks trilemma. Dat dilemma stelt dat in het streven naar een ééngemaakte markt, politieke democratie en nationale soevereiniteit, steeds één van deze drie afvalt. Het Europees Parlement en de Europese Commissie zijn ook veel beter in staat om de 'powers that be' (grote buitenlandse mogendheden en dominante multinationals) het hoofd te bieden. Kijk maar naar de wijze waarop het Europees Parlement het ambitieniveau in de Europese klimaatwetgeving wist op te krikken, tegen de positie in van door nationale kampioenen of buitenlandse investeerders gegijzelde lidstaten.

Naar analogie met de 'eendimensionale mens' van Herbert Marcuse – die van actieve burger degenereert tot gesedeerde consument en de werkelijkheid slaafs ondergaat zonder ze te willen veranderen – reduceren de confederalisten Europa tot een los samenwerkingsverband van ééndimensionale natiestaten. Wat koopkracht is voor de ééndimensionale mens, is concurrentiekracht voor de eendimensionale natiestaat. De eendimensionale mens wordt ongelukkig door statusangst en geestelijke verarming. De natiestaat door de collectieve verarming van een 'beggar they neighbour' politiek. Dezelfde Vlaams-nationalisten die steeds meer bevoegdheden en autonomie opeisten om beter gehoor te geven aan de noden en voorkeuren van de eigen gemeenschap, huldigen nu het principe van de 'no goldplating'. Dit in regeerakkoorden ingeschreven beleidsprincipe komt erop neer dat men in het beleid ter bescherming van het leefmilieu of de consument, geen millimeter verder wil gaan dan de strikte Europese minimumnormen. Vervlakking is troef. Eigenheid en eigen beleid taboe. Wat we zelf kunnen doen, doen we liever niet.

De door economisch nationalisten afgewezen Europese fiscaliteit is broodnodig om ook inkomsten uit kapitaal eerlijk te belasten, om de megawinsten van de multinationale digitale reuzen af te romen en om milieukosten te kunnen doorrekenen. Enkel op die manier kan een echte taxshift ontstaan ten voordele van de inkomens van loontrekkenden en krijgen we de broodnodige middelen bijeen om te investeren in ons sociaal, ecologisch en cultureel kapitaal.

In zijn essay Vlaamse en Europese beweging uit 1900 had toenmalig flamingant August Vermeylen het over "het besef onder de mensen van gewichtiger verhouding dan de 'nationale'. Door de snelheid der verbindingen en ruime verspreiding van 't gedrukte woord, de gestadige betrekkingen tussen de verschillende landen, wordt het ons altijd duidelijker, dat er een algemeen Europese beschaving bestaat. Klasse richt zich in tegen klasse, veel meer dan volk tegen volk". Vlaanderen, zo stelt Vermeylen nog, moet geen Chinese muur rond zich willen optrekken. "Wij willen Vlamingen zijn, om Europeërs te worden". De Vlaams-nationalisten van vandaag doen er alles aan om elke vorm van Europese identiteit te loochenen. De Europese Unie is volgens hun voorzitter 'niet meer dan een verdrag'. Dit terwijl alsmaar duidelijker wordt dat om mee te kunnen in de vaart der volkeren we meer 'Europeeër' moeten worden om nog Vlaming te kunnen zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 4 (april), pagina 68 tot 69