Abonneer Log in

Crying Over Spilled Greek Milk

Emile Zola Prijs 2020 - Eervol vermeld door de jury

Geen enkele mening is perfect. De meesten zijn zelfs fout, maar zolang dat men ermee omgaat op een wijze dat eerbiedwaardig is ten opzichte van de act van het oordelen zelf, dan wordt er een ruimte gecreëerd waarin er gesproken en gediscussieerd kan worden.

De lege muren van een modern museum. Een groep toeschouwers verzamelt zich rond een standbeeld. Er is een zeker 'geklets' dat weergalmt in de ruimte. Talige wezens in grappige pakken. Ze staan daar, onderling te discussiëren over het kunstding dat hen tegemoet treedt. Plots wordt deze kakofonie doorbroken door een solitair figuur. Een vrouw staat recht en vraagt: 'maar wat vinden jullie hier eigenlijk van?'. Het gepraat sterft uit. De blikken richten zich naar de vrouw en een stilte vult de kamer. De tijd staat eventjes stil, tot een jonge man rechtstaat, gekleed in een coltrui, omwikkeld in een sjaal. Hij loert over de bovengrens van zijn bril, glimlacht en spreekt: 'Ja, goh, nu dat durf ik eigenlijk niet zeggen. Dat is nu eenmaal mijn subjectieve mening'.

Daarmee was het gedaan. Er galmde zelden nog gepraat in deze ruimte. Het kunstwerk viel dood op de grond, vermoord door de inertie van de spreker die niet durft spreken.

De schrik om te spreken – om iets vast te stellen via een vertoog – is een serieus tekort van de moderniteit. We hebben goed geleerd dat waarheid vaak niet éénduidig is – dat verschillende opvattingen parallel aan elkaar kunnen bestaan – maar hiermee is er ook de vrees gewekt van het constateren van waarheid. Een vrees om iets vast te leggen, om te spreken en daarbij ook te kiezen. Men deinst terug van zijn oorspronkelijkste verlangen, namelijk, het oordelen. Zoals Immanuel Kant de esthetiek beschrijft, gaat het hier om het oordelen alsof mens mening over het object universeel en objectief zou zijn. Aan de basis van deze paranoia voor het oordelen, ligt een gebrek aan verantwoordelijkheid.

'VERANTWOORDELIJKHEID'

Résponsabilité in het Frans. Etymologisch gezien komt het van het Latijnse 're-' (van herhalen, vernieuwen, terugkeren) en het Griekse 'spendein' (Σπενδειν). Spendein refereert naar het brengen van een plengoffer, vaak wijn of melk, ter ere van de Goden. In de alledaagse omgang met het woord 'verantwoordelijkheid', lijkt deze etymologische oorsprong echter nietszeggend. Wat men vaak vergeet is dat de geschiedenis van een woord ergens op het lijf geschreven is van de betekenis ervan. Deze essay zal op zoek gaan naar die betekenisom iets te kunnen zeggen over het oordelen. Hiervoor nemen we deze etymologische oorsprong als leidraad.

Het plengoffer was de climax van de Griekse offerrite. Na het oproepen van de goden, het slachten van de dieren en het verbranden van de goddelijke maaltijd, werd er een libatie gebracht door een vloeistof te gieten op de grond. Hiermee werd de rite afgesloten, maar meer belangrijk, werd het goddelijke verbond gelegitimeerd: een hand shake tussen mens en God. Met deze spondaí (plengoffer) werd de wederkerige relatie tussen God en Griek in de verf gezet. Met deze akte werd er iets geconstateerd. Het was niet enkel een getuigenis van een verwachting van gunsten van de goden (een succesvolle oorlog, een rijke oogst, …) maar ook een eed – een constatatie – dat ook de goden iets mochten verwachten van de mens.

Wat stellen we algemeen vast wanneer we deze oorspronkelijke act van ré-sponsabilité onderzoeken? We zien hier een oerdaad, waarin de mens iets constateert (letterlijk het vast-stellen) in de tijd en ruimte en deze inkleedt in een zekere gelofte. Dit wil zeggen dat de mens hier iets (schijnbaar) objectief schept en daartegenover een zeker engagement aangaat. Men bevestigt zijn goden en zijn engagement daar tegenover door een symbolische daad. Dit is analoog aan oordelen in het algemeen. Men constitueert het kunstobject, politiek object of ethisch object als object in een symbolische daad, namelijk, het oordelen.

Ligt het probleem van verantwoordelijkheid dan bij een gebrek aan durf om te spreken? In een zekere zin wel. Dat men oordeelt is universeel en eeuwig. Mensen zijn altijd bereid om te oordelen over een muziekstuk, een politieke partij of een morele handeling. Maar het spreken is slechts één component van de verantwoordelijkheid. De woorden 'het is maar een subjectieve mening' karakteriseren niet een gebrek aan spreken, maar een gebrek aan engagement.

Men durft wel eens fantaseren over datgene wat hij zou willen objectiveren: hij vindt dit schilderij of dat muziekstuk ontroerend, schoon, …. Hij beschouwt het als een object, net als de Griekse goden, die hem iets te bieden heeft op vlak van de genieting. Hij durft het misschien zelfs sluw en ontzettend opgepast meedelen aan een vriend. We krijgen misschien de woorden van het oordeel over onze lippen, maar dat wordt onmiddellijk gevolgd door een ontwaarding. Het is maar subjectief. De toeschouwer wil van twee walletjes eten. Aan de ene kant wil hij uiteraard meedelen wat voor genot, terreur, verdriet of belediging het object hem opbrengt, maar hij vindt ergens een manier om zijn subjectieve ervaring te onteigenen. Hij wil daar niet achter moeten staan, dat moeten onderbouwen of verdedigen. Het engagement is een gewicht die hij weigert te dragen. Wanneer men het heeft over relativisme dan is dat ergens met het begrip dat elk wezen zijn eigen werkelijkheid ervaart en dat daar een bepaalde nederige houding van respect tegenover moet staan. Toch weigert de toeschouwer zijn eigen realiteit te respecteren. Dit merk je in discussies waarbij een subjectieve mening een uitvlucht vormt voor iemand die weigert te argumenteren. Dat hij iets toeschrijft aan een object is allemaal wel en goed, maar waarom? Dat moet je niet vragen.

Maar stel nu eens dat men dit engagement wel zou aangaan, dat men de kruik met beide handen vastneemt en een offer brengt aan het altaar van zijn eigen en eerlijke realiteit. Waar zouden we dan zitten?

VERANTWOORDELIJKHEID EN GEHOORZAAMHEID

'Verantwoordelijkheid' wordt vaak misbruikt in politieke vertogen. In autoritaire vertogen worden verantwoordelijkheid en gehoorzaamheid vaak als synoniemen gebruikt waardoor subjecten en subjectiviteit verdwijnen onder de dwingende wetten van een staat van law and order. Een oproep voor verantwoordelijkheid gaat in de volksmond vaak over in een oproep tot verdraagzaam handelen: het volgen van wat men verwacht wordt te doen, zeggen, willen, proberen, …. Maar is dit verantwoordelijkheid?

De Griekse religie volgde een orthopraxie die in sterk contrast staat met de orthodoxie van het judeo-christelijk geloof. Orthopraxie slaat op de actieve component van de religieuze beleving (de rituelen en praktijken), orthodoxie op de concrete wetten/legenden/waarheidsuitspraken. De Grieken hadden een manier van doen, en dat was universeel, maar de inhoud van dit doen was echter vrij. Er was een bepaalde rituele manier van handelen of men nu een offer bracht ter ere van Dionysos, Poseidon of Zeus. Of men nu een schaap, koe of geit slachtte, of dat nu s 'morgens of s 'avonds was, was vrij in te vullen door de individuele gemeenschappen. Maar men moest telkens de goden oproepen. Ze moesten hun wil klaar en duidelijk uitspreken en, uiteraard, werd er (bijna) altijd geëindigd met een plengoffer om af te sluiten. De (orthodoxe) Christenen anderzijds, bepaalde telkens de inhoud op voorhand. Het gaat er niet om de teksten te interpreteren, eigen invullingen te geven, vrij te kiezen tussen deze of deze regel. Het ging om het volgen van een wet waarin jij als subject niets te zeggen hebt. Deze tweede, christelijke 'verantwoordelijkheid' is analoog aan de 'verantwoordelijkheid' van het autoritair vertoog. Men dient te volgen: of dat nu de wetten zijn van de religie, de staat of de vrije markt en zijn wetten van vraag en aanbod zijn. Dit staat in sterk contrast met de Griekse verantwoordelijkheid van orthopraxie: een strikte handleiding van hoe men verantwoordelijkheid moet opnemen, maar niet waarvoor. Verantwoordelijkheid is dus een 'weten-hoe' (savoir-faire).

PRAKTIJK VAN HET OORDELEN

Stap één is dat men spreekt. De manier van spreken eist dat er verwezen wordt naar het object en dat daar een eigenschap aan gekoppeld wordt alsof het essentieel is en voor iedereen zou gelden. 'Deze plant is mooi'. 'Deze film is eng'. 'Politieke partij 'x' is racistisch'. Hiermee wordt de ceremonie geopend: de goden zijn geëvoceerd en de termen liggen vast.

De tweede stap is minder evident. Hier valt het plengoffer. Je hoeft iets van jezelf op te geven door een engagement aan te gaan ten opzichte van uw mening. Ja, het is een subjectieve mening, maar het is ook de jouwe. Je hebt iets geschapen waartegenover je een inspanning verschuldigd bent. Dit betekent niet gehoorzamen, maar argumenteren. Waarom is deze film nu zo eng? Wat is er wezenlijk aan die politieke partij die zo afschrikwekkend is. Men vindt nooit zomaar iets en we zijn het onszelf verschuldigd om te exploreren waarom we de opvattingen hebben die we hebben. Het gaat niet om een definitief antwoord. Ons oordeel kan fluïde en veranderlijk blijven, maar we moeten wel steeds verantwoorden. Hier zit het belang van de 're-' van 'résponsabilité': het oordelen is niet one-and-done. Zo gemakkelijk kom je daar niet mee weg. We moeten telkens bereid zijn om die inspanning van verantwoording opnieuw en opnieuw te doen. Om voor onszelf en anderen te onderzoeken of we überhaupt deze of deze eigenschappen aan ons object kunnen toeschrijven. Hiermee blijven we ook eerlijk ten opzichte van onszelf, en creëren we de mogelijkheid om in te zien dat ons oordeel inderdaad veranderlijk kan zijn.

Als burger, maar ook als mens, is er een wijze om verantwoordelijkheid op te nemen waarbij je nog openblijft voor nieuwe invullingen. Wat we hier precies leren van de Grieken is de wijze waarop je verantwoordelijkheid kunt opnemen – of je nu 'Guernica' wil prijzen, 'Dos Cervesas' wil afbreken, of de deugden van universele gezondheidszorg wil vastleggen – door tegenover jouw idealen en oordelen een engagement aan te gaan en deze telkens te durven verantwoorden en onderzoeken.

EERLIJKHEID: MOBILITEIT VAN HET DENKEN, SPREKEN EN DOEN

Ten laatste moet dit alles gepaard gaan met een positie van eerlijkheid tegenover anderen. Het brengen van het plengoffer moet een open proces zijn. Wat betekent dit concreet? Dat men in het steeds herhalen van mens engagement ten opzichte van dat wat hij constateert, de ruimte laat voor mobiliteit, voor verplaatsing en verbuiging. Het durven constateren is niet hetzelfde als het blindelings volgen van oude ideeën. Eerlijkheid is een openheid om bewogen te worden – om geraakt te worden door andere mensen, ideeën en omstandigheden. Uiteraard is het belangrijk dat je blijft constateren om zo de mogelijkheid te creëren om weer geraakt te worden en om iets nieuws te creëren. Dat men 'eerlijk is' wil zeggen dat hij eerlijk is over datgene dat hij constateert, en dat hij inderdaad reeds bewust blijft dat hij niet enkel een wezen is die spreekt, maar dat het spreken altijd gericht is op anderen die ook spreken en die – idealiter – ook de moed hebben om zelf dingen in de wereld te gooien.

Vergis je niet, dit is geen ethiek van compromissen. Het gaat hier niet om jouw ideeën verwaarlozen of verzwakken voor pragmatische redenen. Het is een ethiek van eerlijkheid: eerlijk zijn over het feit dat jij spreekt, dat je anderen hoort, dat hun creaties en hun engagementen je ook kunnen raken, en dat het spreken en constateren telkens het vermogen zijn om iets nieuws te constateren. Het is niet omdat je ooit op de christendemocraten stemde dat je dat voor altijd moet blijven doen, maar je moet wel verantwoordelijkheid opnemen voor het offer dat jij hebt gemaakt, dat je ooit daarvoor stemde, en eerlijk zijn in de beweegredenen die je ertoe geleid hebben.

CONCLUSIE

Dit is uiteraard een moraliserende tekst en daarmee geeft het ook iets mee van de subjectieve mening van zijn schrijver. Er zullen alvast problemen zijn met de argumentatie, dat is nu eenmaal de conditie van engagement. Geen enkele mening is perfect. De meesten zijn zelfs fout, maar zolang dat men ermee omgaat op een wijze dat eerbiedwaardig is ten opzichte van de act van het oordelen zelf, dan wordt er een ruimte gecreëerd waarin er gesproken en gediscussieerd kan worden. Dit is niet een oproep tot loutere scepticisme dat vele pseudotheoretici en pop-filosofen wensen, maar een ethiek van eerlijkheid en verantwoordelijkheid die zich grondvest in het besef dat het oordelen ergens nog een sacraal karakter heeft. Het oordeel is niet enkel een creatieve daad van een subject, maar ook een geëist engagement. Dus volgende keer dat iemand je vraagt wat je van David Bowie, Interstellar of pompoensoep vindt, durf het dan te zeggen, maar durf het ook te verantwoorden en dit steeds opnieuw en opnieuw te herhalen zonder in dogmatisch orthodoxie te vervallen. Wees verantwoordelijk, maar hoed je voor gehoorzaamheid.

(Lees alle winnende essays van de Emile Zola Prijs 2020)