Abonneer Log in

Creëer een culturele en intellectuele ruimte op federaal vlak

Open brief aan links in Vlaanderen

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 61 tot 63

Als we de evolutie van ons land zien, kunnen we ons niet meer neerleggen bij de wederzijdse onwetendheid.

Beste Nederlandstalige vrienden,

Het is triest om te zeggen, maar jullie moeten het toch weten: voor veel linkse Franstaligen bestaan jullie gewoon niet. Voor hen is Vlaanderen, heel Vlaanderen, echt rechts en dat definitief. Het is zo rechts dat zelfs twee concurrerende rechtse stromingen, neoliberaal rechts en identitair rechts, er in één hybride partij samenleven, namelijk in N-VA. In Brussel en Wallonië lijkt het perspectief van een meerderheid N-VA/Vlaams Belang logisch voort te vloeien uit de eeuwige Vlaamse ziel waarmee we niets meer gemeenschappelijk mee hebben.

Toonaangevende Waalse persoonlijkheden begrijpen niets van de taal van de meerderheid van de inwoners van dit land en schamen er zich niet om. Ze lezen De Morgen niet, kennen de namen van de columnisten van De Standaard niet, een krant waar je nochtans invloedrijke, progressieve intellectuelen vindt. Ze weten uiteraard niet dat er in Vlaanderen een alternatieve pers bestaat – DeWereldMorgen, Apache, Lava, SamPol, MO*, … - waarschijnlijk marginaal, maar Franstalig België kent zo een alternatieve pers niet.

Vlaanderen is geen uitzondering, Wallonië en Brussel zijn de uitzondering. In het hart van Europa zijn het de enige twee regio's waar links electoraal nog een meerderheid heeft en waar het identitaire populisme geen enkel succes gekend heeft. Deze uniekheid heeft historische wortels. Dat betekent uiteraard niet dat dit ons toelaat ons moreel superieur te voelen en anderen de les te spellen. Zelfs al is in linkse kringen in Wallonië – in Brussel is de situatie anders – de verleiding groot om akte te nemen van het feit dat 'Noord' en 'Zuid' niets meer gemeenschappelijk hebben. Zelfs al wint door afmatting het voorstel van confederalisme elke dag aanhang, één ding is zeker: het is onmogelijk het socialisme te realiseren in één gewest. Het gaat dan nog om een gewest dat in het hart ligt van een Europa dat, ook al is het politiek verdeeld, economisch geïntegreerd is. Het Belgische politieke kader laat de Franstaligen toe om te interageren met de samenleving waar ze in alle opzichten het dichtste bij staat, Vlaanderen. Zelfs al lijkt dit vreemd, gezien de taalbarrière, die verwantschap is ook 'cultureel'. Wat betreft de manier om een samenleving in te richten, zijn de Franstalige Belgen in tal van opzichten verder verwijderd van de Fransen dan van de Vlamingen, terwijl die dan weer dichter staan bij de Franstalige Belgen dan bij de Nederlanders.

Tussen links in Franstalig en links in Nederlandstalig België gebeurt er niets. Men probeert het zelfs niet. Links is in Noord en Zuid ook zo verschillend. Als we enkel kijken naar traditioneel links, politiek, syndicaal en de grote verenigingen, zien we duidelijk de moeilijkheid. PS heeft een traditioneel sociaaldemocratisch profiel terwijl sp.a – één van de zwakste socialistische partijen in West-Europa – zich op zeker ogenblik bekeerd heeft tot de Derde Weg van Tony Blair, een project dat niet geslaagd is. Tussen de twee partijen is de kloof groot. De vakbonden zijn in Vlaanderen systematisch meer gematigd, zelfs timide, wellicht bij gebrek aan politieke connecties. De civiele samenleving in Vlaanderen is voor haar financiering afhankelijk van een politieke meerderheid en kan het zich niet meer veroorloven die meerderheid frontaal aan te vallen. Welke voordelen zou meer eenheid tussen links in Noord en Zuid Franstalig België opbrengen?

Maar er is in Vlaanderen ook een 'ander links', zowel intellectueel als cultureel. Een links dat onafhankelijk en creatief is, en niet in Franstalig België bestaat. Ik heb het ontdekt in 1992, bij de lancering van Charta 91, iets na de eerste electorale doorbraak van VB op 24 november 1991, de fameuze Zwarte Zondag. Op 8 februari 1992 zat de Antwerpse Stadsschouwburg overvol. Op het podium zaten Hugo Claus en Tom Lanoye. Op hetzelfde moment hadden alle culturele centra, van Oostende tot Maasmechelen, duidelijk gesteld dat de toename van racisme een achteruitgang van onze cultuur betekende. Ik dacht toen bij mezelf: 'Langs Franstalige kant zouden de directies van de cultuurcentra, onze artiesten en de belangrijkste personen van de civiele samenleving nooit zo een initiatief nemen zonder instemming van PS – de partij aan wie de meesten hun inkomen te danken hebben. Maar tezelfdertijd zou zo een initiatief ook niet nodig zijn, want we hebben geen extreemrechts bij ons'. De hegemonie van PS op links in Wallonië, een product van een arbeidersbeweging die nergens anders op het vasteland zo een macht had, mag dan vandaag wel verzwakken, ze heeft de opkomst van een rechtse partij die in volkse kringen scoort verhinderd. Tegelijkertijd heeft ze ook de opkomst van een autonome tegenmacht in de cultuurwereld, zoals die in Vlaanderen bestaat, onmogelijk gemaakt.

Je kan dus stellen dat er twee 'soorten links' in Vlaanderen bestaan. Ze opereren niet op hetzelfde terrein, kennen elkaar niet, lezen elkaars publicaties niet en communiceren niet met elkaar. Het is niet evident om de twee op elkaar af te stemmen: een cultureel en intellectueel links, waarvan de boegbeelden boeken uitgeven en opiniestukken publiceren, en een politiek en sociaal geëngageerd links, dat zeer dicht bij de gewone mensen staat, weinig bezig is met denkwerk, maar dat impact heeft bij verkiezingen.

Als we de evolutie van ons land zien, kunnen we ons niet meer neerleggen bij deze wederzijdse onwetendheid. Franstalig links moet loskomen van een soort monoloog waarbij voorstellen aan het federale niveau gericht worden zonder dat er zelfs moeite gedaan wordt om een Vlaamse bondgenoot te hebben die die voorstellen kan steunen. Links in Vlaanderen zou zijn defensieve houding moeten opgeven: Vlaanderen is geen eiland. De nabijheid van een hoofdstad die zijn kosmopolitisme aanvaardt en van Wallonië dat geen extreemrechts kent, is helemaal geen bedreiging voor Vlaanderen, maar kan een troef worden. Natuurlijk is PS, met haar cliëntelisme en ouderwetse cultuur, in vele opzichten geen aantrekkelijk model. PS wordt trouwens in Vlaanderen nogal makkelijk gebruikt om zich tegen af te zetten. De achteruitgang van PS in de laatste jaren wordt gecompenseerd door de stabilisering van een groene partij die tot de sterkste van Europa behoort en door de opkomst van radicaal-links die je geen enkel buurland ziet. Zou links in Vlaanderen zich over deze bijzonderheid, die niets 'etnisch' heeft, geen vragen moeten stellen? Zou ze er niet enkele lessen kunnen uit leren die nuttig zijn voor zichzelf? Waarom volgt Brussel, dat nog veel kosmopolitischer is dan Antwerpen, een heel andere weg? Is het niet omdat de civiele samenleving er in Brussel in geslaagd is het sociaal weefsel te bewaren, dat verzet biedt, terwijl dat in Vlaanderen systematisch verzwakt wordt?

Het is niet omdat de Vlaamse socialisten in de 19e eeuw de historische fout gemaakt hebben om neer te kijken op de Vlaamse beweging dat ze nu achter haar moeten aanlopen en haar agenda overnemen. Wat ook de institutionele evolutie van het land zal zijn, het is noodzakelijk om op federaal vlak ter linkerzijde een intellectuele en culturele ruimte te creëren. Op dat vlak beschikt links in Vlaanderen over troeven die wij niet hebben. Ondanks zijn zwakte, is het naar mijn mening beter uitgerust om initiatieven in die richting te nemen – onder meer omdat ze meertalig is. Jullie beschikken over minder manschappen dan de leiders van links in Franstalig België, maar jullie hebben de behendigheid van outsiders.

Warme groet,

Henri

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 61 tot 63

OPEN BRIEF AAN LINKS OVER DE TAALGRENS

Nood aan een project België 2.0
Luc Barbé
Creëer een culturele en intellectuele ruimte op federaal vlak
Henri Goldman