Abonneer Log in

Hervorm de economieopleidingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 14 tot 15

De diversiteit in het economische denken vindt maar moeilijk een weg naar onze universiteiten.

Het bepleiten van het status quo is even ideologisch als het bepleiten van meer progressieve ideeën zoals een arbeidsduurverkorting.

Meer dan 90% van de onderwezen theorie aan de twee grootste Vlaamse universiteiten is neoklassiek van grondslag.

Heel wat elementen in de basiscursussen economie zijn gestoeld op het neoklassieke denken – economische agenten die zich rationeel en met exclusieve focus op eigenbelang gedragen, een sterk geloof in de vrije markt als motor van de economie, en een primaire focus op efficiëntie en economische groei. Binnen dit denkkader is het gebruikelijk om de economie als een losstaand systeem te zien dat losstaat van de natuurlijke omgeving waarbinnen ze opereert. De weinig realistische assumpties die aan de basis van liggen van het neoklassieke denken, laten toe om eenvoudige modellen te ontwikkelen waarbinnen het gedrag van economische agenten en hun interacties kunnen worden bestudeerd. Dit biedt een zekere houvast aan economen-in-spe en laat hen toe om zich vertrouwd te maken met enkele basistheorieën. Maar tegelijkertijd zijn deze modellen weinig bruikbaar om naar de belangrijkste uitdagingen van de 21e eeuw te kijken – toenemende ongelijkheden en het overschrijden van de ecologische draagkracht van onze planeet. Wanneer deze uitdagingen al een plaats krijgen in een basiscursus economie, worden ze beschouwd als ongewenste bijproducten – marktfalingen – van een systeem dat verder optimaal is. Oplossingen worden dan ex post gezocht waarbij de overheid tussenkomt in de markt om deze falingen te corrigeren, maar verder blijft de marktwerking overeind als basisprincipe in het neoklassieke denkkader.

Verder wordt de economie in vele basiscursussen voorgesteld als een harde wetenschap, vrij van waarden – iets wat uiteraard niet strookt met de realiteit. Er is een fundamenteel verschil tussen de zwaartekracht en bijvoorbeeld het verband tussen outputgroei en tewerkstelling. Het is dan ook belangrijk dat dit voldoende benadrukt wordt door docenten, en dat er voldoende aandacht is voor de verschillende stromingen binnen het economische denken en de pre-analytische visies waarop deze geënt zijn. Indien dit niet of onvoldoende gebeurt, kan de dominantie van de neoklassieke visie in basishandboeken de foutieve perceptie wekken dat de beleidsaanbevelingen die eruit voortvloeien 'evidence-based' en dus neutraal zijn. Zo beschouwen handboeken Macro-economie minimuminkomens, bescherming van werknemers en werkloosheidsuitkeringen vandaag nog vaak als arbeidsmarktrigiditeiten, die nefast zijn voor de tewerkstelling en de output in een economie, en dit zonder bijkomende kadering of aandacht voor verdelingseffecten of de verhouding tussen de verloning van arbeid en kapitaal. Het onvoldoende kaderen van dergelijke beleidsaanbevelingen is intellectueel oneerlijk, en economiestudenten vandaag verdienen beter. Een goed inzicht in de afruil waarmee beleidsmakers geconfronteerd worden, is hierbij cruciaal. Deze afruil is onvermijdelijk normatief, en het is belangrijk dat studenten inzien dat het bepleiten van het (neoklassieke) status quo even ideologisch is als het bepleiten van meer progressieve ideeën zoals een arbeidsduurverkorting.

Het bepleiten van het status quo is even ideologisch als het bepleiten van meer progressieve ideeën zoals een arbeidsduurverkorting.

Tijdens economische crisissen vinden nieuwe inzichten vaak een ingang in beleid. Zo leidde de financiële crisis in 2008 tot het inzicht dat een sterk gedereguleerde financiële sector aangestuurd dient te worden aan de hand van macro-prudentieel beleid, en ook vandaag leidt de Covid-19 crisis tot en hernieuwde kijk op overheidsuitgaven die in schril contrast staat met de pleidooien voor een soberheidsbeleid van enkele jaren geleden. Maar er is beduidend meer nodig om de huidige maatschappelijke uitdagingen rond ongelijkheid en ecologische onduurzaamheid het hoofd te bieden. Inzichten uit andere, zogenaamde heterodoxe, economische stromingen zijn vandaag relevanter dan ooit – denk hierbij aan gedragseconomie, ecologische economie, post-Keynesiaanse economie of politieke economie. Binnen deze stromingen ontwikkelen economen nieuwe theorieën en analytische kaders om de werking van de economie te bestuderen. Samen met andere sociale wetenschappers slagen ze er steeds vaker in om de economische realiteit beter te verklaren dan de modellen die vandaag het economische discours sturen. Deze inzichten sijpelen steeds vaker door in beleidsdocumenten – bijvoorbeeld in het 'Beyond Growth: towards a new Economic Approach'-rapport van de OESO of in het zeer recente 'Growth without Economic Growth'-rapport van het Europese Milieuagentschap – en dat is een goede zaak.

Meer dan 90% van de onderwezen theorie aan de twee grootste Vlaamse universiteiten is neoklassiek van grondslag.

Maar het is zeker zo belangrijk dat de economiestudenten van vandaag hier voldoende mee in contact komen, en dat deze nieuwe inzichten hun weg vinden naar de basiscursussen economie aan onze universiteiten. In die zin verdienen de inspanningen van de studenten die zich over universiteiten heen verenigen via Rethinking Economics (RE) om meer aandacht voor heterodoxe stromingen te vragen in de economie-curricula een welverdiende shout-out. Edgar Billiet, oud-student Algemene Economie aan de UGent en RE Ghent-lid, becijferde dat meer dan 90% van de onderwezen theorie in de economieopleidingen aan de twee grootste Vlaamse universiteiten neoklassiek van grondslag is. We zien dat heterodoxe stromingen vandaag een beperkte opmars kennen in curricula, maar vaak gebeurt dit via keuzevakken aan het einde van opleidingen. Het achterliggende idee is vaak dat eerst de basiskennis moet worden aangereikt alvorens deze te kunnen kaderen of bekritiseren. Dit idee kan echter bijzonder contraproductief zijn als je weet dat de overgrote meerderheid van de economiestudenten niet meer dan een handvol economievakken (Inleiding Economie, en basisvakken Micro- en Macro-economie) volgt tijdens hun opleiding.

Vandaag worden aan onze universiteiten de economen opgeleid die de volgende decennia het hoofd moeten bieden aan duurzaamheids- en verdelingsvraagstukken. We leiden ze maar best voldoende heterodox op!

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 14 tot 15