Abonneer Log in

Bedenkingen bij een nieuw Europees Bauhaus

Een kritische lezing van de periode waarin de Bauhaus bestond (1919-1933), kan niet anders dan ons dwingen om te erkennen dat de European Green Deal een pleister is op de diepe wonde die het modern industrieel kapitalisme heeft toegebracht aan de wereld.

Een Green Deal zonder sociale rechtvaardigheid binnen en buiten de Europese grenzen is veel van het oude, weinig van het beoogde nieuwe.

"Ik wil dat NextGenerationEU een Europese renovatiegolf op gang brengt en van onze Unie een voortrekker maakt op het gebied van de circulaire economie. Maar dit is niet alleen een ecologisch of economisch project: het moet een nieuw cultureel project voor Europa worden." (visietekst Ursula von der Leyen, 21 januari 2021)

Ursula von der Leyen kondigde in deze visietekst de lancering van een nieuw Europees Bauhaus aan. Ze verwees daarbij naar de vrouwen Anni Albers en Iwao Yamawaki. Politiek zeer correct, gezien de Bauhaus vooral bekend staat om de werken van Josef Albers, Marcel Breuer, Wassily Kandinsky en Paul Klee. Mannen dus. Alhoewel Walter Gropius, toen hij de Bauhaus Design School oprichtte in het Weimar van 1919, er prat op ging dat de school toegankelijk zou zijn voor 'iedereen van goede reputatie, ongeacht leeftijd of geslacht'. Meer nog, er mochten 'geen verschillen tussen het schone geslacht en het sterkere geslacht' zijn.

Interdisciplinaire innovatie waar ambacht en design samengaan, was het centrale doel van de Bauhausschool. Integratie van vrouwelijke kunstenaars was hiervan een onderdeel. In theorie alleszins. Gropius geloofde immers dat de hersenen van mannen en vrouwen zo verschillend waren dat denken in drie dimensies enkel weggelegd was voor mannen. Textiel en weven, daar moesten vrouwen zich mee bezig houden (waaronder Albers en Yamawaki, beste Ursula). De mannen daarentegen, die waren voorbestemd om architecten, schilders en beeldhouwers te worden. En toch werd de Bauhausbeweging grotendeels bevolkt door vrouwen. Het is frappant hoe in verhalen over deze invloedrijke beweging, de Bauhausvrouwen met bijna chirurgicale precisie worden weggeschreven. Hoe behoeden we ons in een nieuw Europees Bauhaus voor een herhaling van zo'n discrepantie tussen opzet en output?

Ongelijkheid lag dus aan de basis van alle Bauhausproducties en beïnvloedt zo al meer dan een eeuw de inrichting van steden wereldwijd, de design van meubelen en het creatieve denken tout court. Meer nog, de sociale en economische transitie naar de industriële samenleving van de 20e eeuw draagt een onmiskenbare Bauhausstempel. We kunnen zonder al te veel tegenspraak stellen dat ongelijkheid inherent is aan de industriële samenleving. Een kritische lezing van onze geschiedenis, en vooral de periode waarin de Bauhaus bestond (1919-1933), kan niet anders dan ons dwingen om te erkennen dat de European Green Deal een pleister is op de diepe wonde die het modern industrieel kapitalisme heeft toegebracht aan de wereld.

In de visietekst van Ursula von der Leyen lezen we verder: 'De Bauhausprojecten moeten de discussie over nieuwe bouwmethoden en ontwerpen stimuleren. Hierbij moet worden geëxperimenteerd en moet een concreet antwoord worden gegeven op de maatschappelijke vraag hoe de moderne levensstijl van Europeanen in harmonie kan worden gebracht met de natuur.' Zeer vlot wordt voorbijgegaan aan het feit dat de Europese moderne levensstijl ontstond dankzij de verwezenlijking van onrechtmatige winsten. Hetzij ten koste van economisch achtergebleven regio's, hetzij ten koste van kolonies, hetzij dankzij technologische vernieuwing. En nog steeds proberen we een destructieve levensstijl – die we te danken hebben aan ongelijkheid elders – 'in harmonie te brengen met de natuur' zonder eerst die ongelijkheid weg te werken.

Europa als eerste klimaatneutrale continent tegen 2050. Wanneer de hele wereld zich stapsgewijs opmaakt om van Covid-19 te herstellen en lessen te trekken, grijpt Europa het momentum aan om het economisch herstel klimaatvriendelijk te maken en leider te worden in circulaire economie. De ambities zijn nobel, de ambities zijn juist. Uitgewerkt in een plan, vergt het echter moed. Want verandering kan niet anders dan systemisch zijn. Een geslaagde transitie kan pas plaatsvinden wanneer de geschiedenis correct wordt gelezen. Wanneer bestaande ongelijkheden worden erkend voor wat ze zijn, namelijk het resultaat van beleidskeuzes. Beleidskeuzes die een belichaming zijn van een bijzonder scheefgetrokken wereldbeeld.

Een Green Deal zonder sociale rechtvaardigheid binnen en buiten de Europese grenzen is veel van het oude, weinig van het beoogde nieuwe.

Een Green Deal zonder sociale rechtvaardigheid binnen en buiten de Europese grenzen is veel van het oude, weinig van het beoogde nieuwe. De klimaatzaak kent immers geen grenzen. Hoe kunnen we dan een transitie nastreven vanuit een eurocentrisch standpunt? Met de nodige pretentie zou men durven denken dat de ambities verpakt in de Green Deal, Europa de normatieve macht en legitimiteit kunnen geven om hogere standaarden te zetten voor de rest van de wereld – met een nieuw Europees Bauhaus als soft diplomacy tool. Maar de normatieve macht die Europa zou kunnen winnen, ligt – contradictorisch – in het eerst erkennen dat de Green Deal enkel kan slagen bij het achterwege laten van eurocentristische reflexen.

Dit schreeuwt om een culturele omslag – de kern van een nieuw Europees Bauhaus – en permanente invraagstelling van hoe nieuw het nieuwe nieuw is. Het initiatief zit momenteel in de ontwerpfase. Nadien volgen de fases waarin realisatie en disseminatie centraal staan. Zoals uit de bedenkingen hierboven blijkt, ontbreekt er een fase: die van zelfreflectie en -kritiek. Het is dus nog niet te laat om vertrouwde paden te verlaten en met aandrang plaats te maken voor stemmen van zij aan wie Europa alles te danken heeft. Van onderuit, net zoals Gropius het bedacht had.