Abonneer Log in

De 'Andere' fundamenteel leren begrijpen

In elke straat, dorp en stad moeten we de moed opbrengen om niet langer geborgenheid en onderdak te zoeken bij gelijkgezinden, maar moeten we werk maken van het samen zitten en samen werken met mensen die er soms fundamenteel andere ideeën en opvattingen op nahouden.

Het fundamenteel oneens zijn met elkaar mag in deze behaagzieke samenleving niet langer een taboe zijn.

Breng mensen samen, start met te luisteren maar eindig met een inventaris van wat we samen met elkaar willen delen.

Het is een opvallend en terugkerend fenomeen. Telkens wanneer onze democratie onder druk staat verschijnt er een lange sliert opinies over het belang van dialoog. Moraalfilosofen op kop, maar ook politieke opiniemakers en de vele brave lieden uit het maatschappelijke middenveld benadrukken het wezenlijke belang van het in dialoog treden. Telkens blijf ik op mijn honger zitten en stel ik mij de vraag: 'tot wat dient deze dialoog, wat is de inzet van deze oproep tot dialoog?'

Het ongemakkelijke gevoel dat opborrelt, komt omdat ik de oproep tot dialoog te gemakkelijk en vrijblijvend vind. Het roept het beeld op van de grote groep mensen die na een terreuraanslag of de exponentiële groei van de extreemrechtse partijen hard van hun stoel vallen. Plots breekt er een soort morele paniek uit: 'help, dit hebben we niet zien aankomen' of 'help, het gaat de verkeerde richting uit'. In de sliptstream van deze morele paniek volgt dan de oproep tot dialoog. Is dit niet een wat te luie houding?

Het probleem aan het in dialoog treden is dat de motieven om dit te doen misschien te sterk verbonden zijn met een ongezonde nieuwsgierigheid en ook een vorm van verexotisering van de 'Andere' (de daders van aanslagen, de aanhangers van extreemrechts, de volgelingen van complottheorieën,...). De startpositie is vaak ongelijk. Wij die uitgaan van ons morele gelijk, of Wij die vinden dat we aan de juiste kant van de geschiedenis staan. En Zij die het helaas nog niet hebben begrepen, of Zij die tegen hun eigen klassenbelangen in stemmen. In dialoog treden heeft vanuit deze positie weinig te maken met de 'Andere' fundamenteel leren begrijpen. Want in deze zogenaamde dialoog luisteren wij vooral naar wat er binnen onze referentiekaders past en niet past.

Als we onze democratie willen verdedigen en versterken – iets wat in deze tijden geen overbodige luxe is – stel ik de volgende benadering voor. In elke straat, dorp en stad moeten we de moed opbrengen om niet langer geborgenheid en onderdak te zoeken bij gelijkgezinden, maar moeten we werk maken van het samen zitten en samen werken met mensen die er soms fundamenteel andere ideeën en opvattingen op nahouden. Als opstap kunnen we kiezen om in dialoog te treden. Dit betekent het vermogen ontwikkelen om de 'Andere' onbevooroordeeld te leren begrijpen, maar ook kiezen om je eigen waarden en ideeën te delen en te leren verdedigen ten aanzien van elkaar. Het fundamenteel oneens zijn met elkaar mag in deze behaagzieke samenleving niet langer een taboe zijn. Democratisch burgerschap betekent in die zin: ons vermogen aanscherpen om mensen die totaal anders in het leven staan radicaal te leren verdragen.

Het fundamenteel oneens zijn met elkaar mag in deze behaagzieke samenleving niet langer een taboe zijn.

Het stopt echter niet bij het elkaar leren verdragen en te respecteren. Dan begint het pas. In de volgende stap komt het erop aan dat we leren onderhandelen met elkaar. Niet zozeer over onze waarden, maar wel over de heel concrete perspectieven en voorstellen over hoe we met elkaar willen samenleven. De economische globalisering, de sterk toegenomen mobiliteit maakt dat we op elkaar aangewezen zijn en we veel meer maatschappelijke winst realiseren wanneer we ons niet langer blindstaren op de verschillen, maar wel stilstaan bij en onderhandelen over wat we delen.

Als samenleving zijn we hiertoe in staat, wat de ideologische roeptoeters uit elk politiek kamp ook moge beweren. We kunnen de harde focus op onze verschillen inruilen voor het samen zoeken naar wat we in onze straat en wijk, in ons dorp of stad, op de werkvloer en in de klas met elkaar willen delen. Dit betekent kiezen om de persoonlijke ideeën en opvattingen en keuzes radicaal te leren verdragen zolang deze niet haaks komen te staan op de universele mensenrechten en democratische grondprincipes. Mensen mogen er binnen hun private leven er de zotste gedachten en gewoontes op nahouden. Laat ons ook deemoedig erkennen dat de zotte ideeën en zeden zich niet enkel aan de rechterzijde maar ook aan de linkerzijde bevinden.

De grote uitdaging ligt in het samen leren oefenen en onderhandelen in hoe we de beschikbare mentale en fysieke ruimtes met elkaar willen delen. Het geeft ieder van ons verse energie wanneer we opmerken en erkennen in hoe jonge, maar ook minder jonge mensen via hun vrijwilligerswerk, maar ook in hun professioneel en persoonlijk leven oplossingsgericht te werk gaan. Zagen en klagen levert in onze cultuur veel aandacht op, maar zij die dikwijls met weinig woorden erin slagen om mensen bij elkaar te krijgen, aan het werk te zetten om het samen leven in de straat, op de werkvloer, in de klas te verbeteren verdienen duizend bloemen op hun hoed.

Breng mensen samen, start met te luisteren maar eindig met een inventaris van wat we samen met elkaar willen delen.

Door de hyperfocus op de verschillen tussen mensen, iets waar onze politieke leiders en mediacoryfeeën in excelleren, verspillen we niet alleen veel tijd. We doen onszelf veel oneer aan. Bij wijze van proeve, laat het ons elk in onze straat of wijk eens proberen. Breng mensen samen, start met te luisteren maar eindig met een inventaris van wat we samen met elkaar willen delen. Het zal wat knarsen en schuren, maar op het einde van de rit zullen we veel minder snel van onze stoel vallen. Geloof me vrij, oefening baart kunst!