Abonneer Log in

Het welzijnsdividend van elektrische voertuigen

TOT SLOT

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 7 (september), pagina 88

De nakende snelle overstap op elektrische voertuigen gaat ons een enorm welzijnsdividend bieden: niet alleen veel zuiverdere lucht en een significante besparing aan broeikasgasemissies, maar ook een veel lager niveau aan omgevingsgeluid.

We zijn dat normaal gaan vinden, stellen ons er geen vragen bij, ondergaan de continue teringherrie gelaten.

Op 5 augustus stond er een vreemd artikel van Tom Heremans in De Standaard, getiteld 'Batterijstress en benzinegemis'. Het onderwerp was elektrische voertuigen. Het eerste deel van de titel werd op een verfrissende manier aangesneden: in plaats van de van de pot gerukte 'experimenten' zoals onlangs door Test Aankoop, die mensen nog meer 'range anxiety' aanpraten, werd duidelijk geargumenteerd dat de grootste psychologische barrière die mensen weerhoudt elektrisch te gaan rijden – de angst om met een lege batterij te vallen – in realiteit geen probleem vormt. So far so good. Daarna ging het verhaal over elektrische mobiliteit helaas snel uit de bocht (pun intended). Elektrische auto's roepen geen emoties op, ze zijn kil en klinisch. Waarom? Ze stinken (sic) niet naar benzine/diesel (choose your favourite poison) en ze produceren geen 'geruststellend geronk'. Zelf ben ik al in vier jaar niet meer gaan tanken en heb ik dat ritueel ook nog geen seconde gemist. Maar vooral dat tweede argument vind ik ronduit verbijsterend. Het begint me namelijk steeds sterker op te vallen wat voor absurd hoge tolerantie we hebben ontwikkeld voor de pokkenherrie waar onze ICE (Internal Combution Engine) aangedreven mobiliteit ons zo goed als continu mee opzadelt.

We zijn dat normaal gaan vinden, stellen ons er geen vragen bij, ondergaan de continue teringherrie gelaten.

Het gerammel van diesels, het gesnerp van scooters, het gebrul/gebral van pick-ups, de pruttelende dreun van Harleys, het gehuil van snelle motoren aan hoog toerental, … ICE-aangedreven voertuigen zijn quasi altijd hoorbaar waar je ook gaat of staat in onze met autostrades, steenwegen en straten dichtgeslibde regio. We zijn dat normaal gaan vinden, stellen ons er geen vragen bij, ondergaan de continue teringherrie gelaten. Als we de weemoedigen zoals Heremans geloven zullen we het nog missen ook. Want de nakende snelle overstap op elektrische voertuigen gaat ons dus een enorm welzijnsdividend bieden: niet alleen veel zuiverdere lucht en een significante besparing aan broeikasgasemissies, maar ook een veel lager niveau aan omgevingsgeluid. Dat welzijnverhogend effect gaan we heel snel ondervinden eens de elektrische voertuigen in belangrijke mate in het straatbeeld gaan opduiken. In China – dat veel sneller elektrificeert – zie je dat effect nu al. Zeker omdat het gepaard gaat met een andere verheugende trend: het beperken van het ruimtebeslag dat zowel rijdende als geparkeerde voertuigen veroorzaken. Ook daarvoor hebben we een al even absurd hoge tolerantie gekweekt en het is pas nadat moedige ingrepen – zoals fietsstraten, knippen in de doorstroming en voetgangerszones – ingeburgerd geraken dat we inzien wat we al die tijd hebben opgegeven: letterlijk onze leef- en ademruimte.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 7 (september), pagina 88