Abonneer Log in

Centrale banken kunnen het klimaat redden

Waarom centrale banken het over kredietsturing moeten hebben als ze klimaatverandering ernstig nemen.

Geld is nooit neutraal, maar 'productief' en 'functioneel'.

Een belangrijk deel van de klimaatuitdaging is financieel.

Nu Covid19 in grote delen van Europa stilaan naar de achtergrond verdwijnt, kondigt de volgende grote uitdaging voor beleidsmakers zich (opnieuw) aan. Klimaatverandering belooft dé strategische en existentiële uitdaging van de komende jaren te worden. Verschillende regeringsleiders verzamelen daarom binnenkort in Glasgow om in kader van COP26 nieuwe klimaatafspraken te maken.

Ook onafhankelijke centrale bankiers worden zich in toenemende mate bewust dat ze klimaatverandering niet langer kunnen negeren. De meeste monetaire beleidsmakers zijn het er vandaag over eens dat ze iets moeten doen. Toch bestaat er nog grote onenigheid over de concrete rol die centrale banken te spelen hebben inzake klimaatactie. De kernvraag daarbij is of centrale banken louter de financiële sector moeten beschermen tegen een overmatige blootstelling aan klimaat-gerelateerde financiële risico's – denk maar aan de vernietiging van fysiek kapitaal als gevolg van bosbranden en overstromingen – of dat ze daarentegen ook een pro-actieve rol te spelen hebben in het indijken van deze risico's en in het promoten van de transitie naar een klimaatneutrale economie. Kort en provocatief gesteld komt het hier op neer: moeten ze banken redden of het klimaat redden?

BESCHOUWT MEN GELD ALS 'NEUTRAAL MEDIUM'?

Die twee tegengestelde visies hangen deels ook samen met de discussie over de aard en de rol van geld in de economie: beschouwt men geld als een 'neutraal medium' of als een 'sociale technologie'? De eerste visie, die de nadruk legt op risico-beheersing, gaat uit van de neutraliteit van geld. Geld heeft hier weinig tot geen reële impact op macro-economische variabelen, althans niet op lange termijn. Het functioneert als een neutraal instrument of ruilmiddel dat productie en handel faciliteert en niets verandert aan de reële, onderliggende productiefactoren (grondstoffen, arbeid, technologie, energie, enzovoort). Bijgevolg benadrukt deze visie voornamelijk de rol van de centrale bank als toezichthouder; de voornaamste taak bestaat er hier in om de risico-inschatting van private actoren te optimaliseren door investeerders, banken en verzekeringsmaatschappijen meer bewust te maken van de klimaatrisico's die gelinkt zijn aan hun investeringen en die momenteel onvoldoende worden 'ingeprijst' door het marktmechanisme.

In een volgende stap zouden centrale banken die klimaatrisico's vervolgens ook beter moeten integreren in het eigen operationele kader en toepassen op de eigen monetaire balans. Centrale banken zouden hierbij zowel de activa die ze aankopen in kader van de lopende aankoopprogramma's als de activa die ze aanvaarden binnen het onderpandkader (en waarmee commerciële banken liquiditeiten kunnen verkrijgen) moeten herwaarderen in functie van de klimaatrisico's die ze bevatten. Kortom: de consensus hier is dat centrale banken vooral hun prudentieel beleid moeten vergroenen door het inperken van de klimaatrisico's op de balans centrale banken, commerciële banken en verzekeraars. Omgekeerd blijft de impact van de financiële sector – en meer specifiek het monetaire beleid van centrale banken zelf – op het aanvuren of indammen van klimaatverandering hierbij geheel buiten beschouwing.

OF BESCHOUWT MEN GELD ALS 'SOCIALE TECHNOLOGIE'

Het plaatje verandert echter grondig als we er vanuit gaan dat banken handelen in kredieten. Dan wordt duidelijk dat, in de woorden van J.W. Mason, professor economie aan de City University van New York, "het idee van een neutraal kredietbeleid even onzinnig is als het idee van een neutraal transportbeleid; leningen en kredieten gaan, net als wegen, altijd ergens naartoe". Geld is in die zin nooit neutraal maar 'productief' en 'functioneel': kredieten zorgen immers dat bepaalde transacties plaatsvinden en anderen net niet. In die zin vormt geld een 'sociale technologie': het is bepalend in wat exact geproduceerd wordt en in welke mate.

Geld is nooit neutraal, maar 'productief' en 'functioneel'.

Dit leidt bijgevolg ook tot een andere kijk op de rol van centrale banken in de strijd tegen klimaatverandering; eerder dan zich te beperken tot het passief analyseren en beter integreren van klimaatrisico's kunnen centrale banken ook een actieve bijdrage leveren aan het versnellen van de transitie naar een groene economie. Hun voornaamste taak bestaat er dan in om de bestaande krediet-allocatie te optimaliseren door nieuwe kredieten prioritair af te leiden naar de meest groene bedrijven in de economie. Als 'bank der banken' hebben centrale banken hier een belangrijke signaalfunctie naar de rest van de financiële sector en kunnen zij door hun ingrepen een crowding-in effect bewerkstelligen en groei en innovatie aanvuren.

Het bovenstaande klinkt bovendien radicaler dan het is: gelijkaardige ingrepen kennen een lange geschiedenis en komen ook vandaag nog voor in grote delen van de wereld. Verder weg, maar ook heel erg dichtbij: zowel de Bank Of England met haar 'Funding for Lending' (FFL) als de ECB met haar 'Targeted Long-term Refinancing Operations' (TLTRO's) hebben reeds programma's waarbij kredieten expliciet gestuurd worden naar kleine en middelgrote niet-financiële bedrijven en huishoudens. In kader van de strijd tegen klimaatverandering zouden die vlot omgevormd kunnen worden tot programma's die voorrang geven aan groene leningen.

WAAROM NOG AARZELEN?

In aanloop naar de COP lijkt het Internationaal Energie Agentschap (IEA) de voorstanders van die tweede visie alvast gelijk te geven: de omslag naar een net zero economie gaat veel te traag. Het agentschap berekende dat als we op koers willen blijven voor een wereld die slechts 1,5°C opwarmt, de investeringen in hernieuwbare energie en de benodigde infrastructuur maar liefst moeten verdrievoudigen tegen 2030. Een belangrijk deel van de klimaatuitdaging is, met andere woorden, financieel waardoor nadenken over hoe we geld of krediet efficiënter kunnen sturen naar daar waar het expliciet nodig is, essentieel lijkt.

Een belangrijk deel van de klimaatuitdaging is financieel.

Bovendien kunnen centrale banken hier mogelijks twee vliegen in één klap slaan: een belangrijk aandeel van de prijsstijgingen die we vandaag voelen zijn het gevolg van de snel stijgende prijzen voor fossiele brandstoffen. Het actief sturen van kredieten richting de verdere ontwikkeling van alternatieve energiebronnen en activiteiten die ons minder koolstof-afhankelijk maken zou dus niet alleen zinnig zijn voor het klimaat maar ook voor hun huidige inflatie-mandaat. Waarom nog aarzelen?