Abonneer Log in

De ingebeelde gemeenschap van Mark Elchardus

Een links politiek project doet niet aan gemeenschapsafbakening, maar aan samenlevingsopbouw.


©ID/Wouter Van Vooren

Het spook dat doorheen Reset waart, is Samuel Huntingtons analyse van botsende beschavingen.

Alleen voor de buitenstaander wiens opgemaakte kosten-baten analyse positief uitdraait, wordt een uitzondering gemaakt.

Sinds Zwarte Zondag zitten we in een situatie waarbij de ene onderdrukte groep de andere aanvalt langs etnische breuklijnen.

Een links verhaal schopt naar boven toe.

De centrale thema's en ideeën in Reset – het boek van Mark Elchardus dat veel aandacht krijgt in Vlaanderen – zijn een hedendaagse en soms haast letterlijke vertaling van de sleutelargumenten in de politieke theorie van de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt. Dit betekent niet dat Elchardus sympathie toont voor het politieke traject van Schmitt als zelfverklaarde ideoloog van het nazisme. Maar de bakens die Elchardus uitzet in zijn gemeenschapsconcept, sluiten sterk aan bij de ideeën van Schmitt: de tegenstelling tussen liberalisme en democratie, waarbij Elchardus het project van 'het primaat van de politiek' contra de liberale rechtstaat in ere wil herstellen.

Het lijkt ons essentieel – zeker gezien de partijpolitieke reacties op het verhaal van Elchardus – om het politieke belang en de inzet van deze thema's door te denken. En vanuit een links perspectief te problematiseren, om het onderscheid tussen gemeenschapsafbakening en samenlevingsopbouw op scherp te stellen.

LIBERALISME, UNIVERSALITEIT EN (DE)POLITISERING

Net als Schmitt is ook Elchardus bezorgd over het onderwerpen van het politieke handelen aan een universeel kader van normen en waarden, dat belichaamd worden door een verheven juridische klasse. En net als Schmitt is het voor Elchardus duidelijk dat de liberale idealen van openheid en pluraliteit geen politieke gemeenschap kunnen bestendigen. Deze idealen zullen dan ook moeten wijken wanneer de democratie zijn ware gelaat toont in de expressie van een homogene 'volkswil'. De fundamentele drijfveer van 'het politieke' is het antagonistische vriend-vijand-principe, aldus Schmitt.

Schmitts levensloop leert ons echter ook hoe snel de democratie gestut door een homogene volkswil ons de historische afgrond kan inleiden. En hoe makkelijk het individu in die vergeetput verdwijnt. Elchardus volgt in die zin Schmitt kritiekloos in zijn eigen denken, waar hij het heeft over de collectieve expressie van 'het politieke' als voorwaarde voor het herleven van een westerse democratie in verval. Dat deze argumenten intuïtief aanvoelen als het terrein van (extreem)rechts populisme, is historisch te bewijzen. Maar het toont vandaag ook vooral het falen van links aan om de problemen, die Elchardus in de aanloop van het boek aankaart, politiek te vertalen.

Nochtans zijn die problemen reëel en urgent. Het neoliberalisme, zoals Elchardus aanhaalt, is gekenmerkt door het depolitiseren van ideologische en socio-economische conflicten. Het is een materieel historisch proces, waarbij 'management' de plek inneemt van politieke representatie en sociaal antagonisme, en waarbij een alternatief progressief beleid als inherent irrationeel wordt weggezet. Dit maakt dat het neoliberalisme de democratie reduceert tot een optimale institutionele formule opgesteld door experten van het IMF, de OESO, de Wereldbank of de Europese Commissie. In dit proces is de demos niet meer dan een publiek voor spektakelpolitiek zoals Thomas Decreus dat noemt; een consumentenmarkt voor beloftes zonder inhoud en inzet.

De tragedie van het democratische Griekse verzet tegen het besparingsbeleid van de Europese troika, om één voorbeeld aan te halen, toont aan hoe deze logica van neoliberale depolitisering ook juridisch is ingeworteld. Terwijl kritiek op de rechterlijke macht een succesvol thema is voor reactionair rechts, lijken links-progressieve projecten terughoudend te zijn om de neutraliteit van constitutionele instanties en instrumenten in vraag te stellen – ook wanneer die, in het geval van de EU, een autoritair liberalisme verankeren. In de mate dat Elchardus déze uitholling van de politieke ruimte problematiseert – en aandacht toont voor de perverse gevolgen van steeds toenemende internationalisering en juridisering voor de democratische cultuur – is Reset inderdaad een belangrijk en potentieel progressief werk.

DE GEWELDDADIGE GEMEENSCHAP VAN BLOED EN BODEM

Helaas wordt deze progressieve opening al snel weer gesloten. De analyse vervalt onmiddellijk in de klassieke communautaire reflex van conservatief (extreem)rechts. Wat we in deze tijden moeten aanwakkeren, aldus Elchardus, is geen politieke gemeenschap over oude grenzen heen en al zeker geen klassenstrijd meer (die wordt doodverklaard), maar een concreet cultureel identiteitsbesef dat reeds latent leeft in de Vlaamse volkswil. Deze ingebeelde gemeenschap – vormgegeven door het vieren van een gedeeld verleden, het cultiveren van collectieve identiteit of het verbinden van solidariteit aan territorialiteit – moet vervolgens worden beschermd en bestendigd als de plaats van waaruit de populaire democratie kan herrijzen. Het spook dat doorheen Reset waart, is Samuel Huntingtons analyse van botsende beschavingen.

Het spook dat doorheen Reset waart, is Samuel Huntingtons analyse van botsende beschavingen.

Deze politieke fictie van Elchardus – zijn verhaal over oorsprong en symbolische verbondenheid – vereist uiteraard een specifieke socio-economische analyse en een 'hineininterpretierung' van de geschiedenis, vanuit een letterlijke ideologische begrenzing ervan: het verhaal van Elchardus wordt verteld vanuit een zichzelf legitimerende natiestaat, die losstaat van het kapitalistisch Wereldsysteem. Op die manier veronderstelt het een ontkoppeling tussen de welvaart van het Westen en de materiële ellende aan de keerzijde van zijn koloniale verleden (en neokoloniale heden) – bij hen die 'willen genieten van het verleden van een gemeenschap die niet de hunne is'. Alsook zijn onze sociale rechten niet tot stand gekomen door een mythisch akkoord tussen alle gemeenschapsleden, maar is het een historisch resultaat van decennia bittere sociale strijd binnen en buiten de veronderstelde gemeenschap langs klassenbreuklijnen.

Elchardus gaat te midden populistische tijden tegen de breuklijnen van reële sociale tegenstellingen in, om een verhaal van exclusiviteit te creëren waarbij culturele oorsprong dus de motor van politiek handelen wordt. Het is een update van zijn voorgaande verklaringen dat we in een post-materieel tijdperk leven. Elchardus rationaliseert en legitimeert daarmee een institutioneel regime waarin de existentiële buitenstaander van rechten en politiek bestaan is gestript – een naakte 'homo sacer'.

Dat de analyse sterk aansluit bij N-VA, geeft Elchardus zelf toe. Elchardus' kritiek op de rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en dito mensenrechtenconventies – smalend refererend naar de 'gouvernement des juges' en 'het Duizendjarige rijk van de Mensenrechten' – sluit naadloos aan bij de uitspraak van De Wever over het aanpassen van de conventie van Genève, met de boodschap dat universele mensenrechten en internationale wetgeving hinderlijk zijn voor democratie: 'een keurslijf'. Elchardus positioneert zich ook duidelijk bij de boekpresentatie van Theo Francken en Joren Vermeersch: 'Er zijn twee modellen mogelijk. Bij het eerste gaat het hoofdzakelijk om arbeidsmigranten met bepaalde competenties in een land met een zwakke welvaartsstaat en een flexibele arbeidsmarkt, wat mijns inziens een economisch en budgettair positief effect heeft. Dat wordt negatief als mensen, die om andere dan puur economische redenen migreren, naar een sterke welvaartsstaat trekken met een weinig flexibele arbeidsmarkt. België heeft voor de duidelijkheid dat laatste model.'

De vraag is hoever Elchardus de analyse van Bart De Wever volgt in de keuze tussen sociale zekerheid of 'open grenzen', ook als het over vluchtelingen gaat? Mensenrechten en burgerrechten worden door N-VA ontkoppeld, niet in het minst om nieuwkomers toegang te ontzeggen tot de sociale zekerheid en sociale bijstand. Dat is ook het spoor waarop de Vlaamse regering zit, met het beperken van de toegang tot de Vlaamse sociale bescherming voor nieuwkomers. Rechteloosheid wordt op die manier de grondslag van de democratie gestut op een bruut soevereinisme. Burgerschap dient niet als bescherming, als een status om deelachtig te worden, maar als barrière en uitsluitingsinstrument om 'De Ander' tot de naaktheid te veroordelen.

Alleen voor de buitenstaander wiens opgemaakte kosten-baten analyse positief uitdraait, wordt een uitzondering gemaakt.

Wat wel zeker is, is dat enkele van de meer concrete voorstellen in het denken van Elchardus, zoals het idee om triagecentra te bouwen om migranten buiten het Europese gebied en de Europese rechtsorde te houden, ons in elk geval snel op het meer duistere terrein van Schmitts nalatenschap brengen. Het buitensluiten van de vluchteling, die de belichaming is van kwetsbaarheid in extreme situaties als oorlog of conflict, wordt een na te streven goed om 'ons' te beschermen. Alleen voor de buitenstaander wiens opgemaakte kosten-baten analyse positief uitdraait – lees: de Indische IT'er en hooggeschoolde arbeidsmigranten waaraan 'wij' kunnen verdienen – wordt een uitzondering gemaakt. Die voorstellen komen haast rechtstreeks uit het boek The Origins of Totalitarianism (1951) van Hannah Arendt, die net deze voorbeelden aanhaalde als processen van dehumanisering. Zoals Arendt stelt: 'The first essential step on the road to the total domination is to kill the juridical person in man. This was done … by putting certain categories of people outside the protection of the law. Hundreds of thousands of human beings [were made] homeless, stateless, outlawed and unwanted.'

EEN LINKS VERHAAL ROND SOLIDARITEIT

De vraag die links moet stellen, en waar Elchardus ons mee confronteert, is met wie 'wij' solidair willen zijn? Wie behoort er tot onze politieke gemeenschap? Net op dit punt moeten linkse mensen zich gaan onderscheiden. Een flinks verhaal stapt bewust – of onbewust – mee in het schoppen naar onder toe: naar 'De Ander' die als vreemde buitenstaander 'de gemeenschap' en 'volkswil' bedreigt. Dat is waar we in Vlaanderen sinds de eerste Zwarte Zondag terechtgekomen zijn: in een situatie waarbij de ene onderdrukte groep de andere aanvalt langs etnische breuklijnen.

Sinds Zwarte Zondag zitten we in een situatie waarbij de ene onderdrukte groep de andere aanvalt langs etnische breuklijnen.

Het is niet zinvol te opperen, zoals Egbert Lachaert doet, dat de volkswil die Elchardus naturaliseert 'niet bestaat'. Uiteraard is de volkswil een vorm van politieke verbeelding – net als Lachaerts eigen 'samenleving van individuen'. Het zijn beide ideologische constructies die bepaalde vormen van socialiteit privilegiëren, bepaalde vormen van geweld legitimeren en bepaalde vormen van solidariteit onmogelijk maken. Het is precies de fictie van het atomische individu, en het verlies aan gemeenschapsgevoel en collectiviteit, die reactionair rechts voedt en progressieve politiek in de weg staat.

Wat zijn dan de contouren voor een links (tegen)verhaal rond solidariteit? Een links politiek project doet niet aan gemeenschapsafbakening, maar aan samenlevingsopbouw.

Dit brengt ons, ten eerste, bij het belang van agonistisch pluralisme, een begrip van de Belgische filosofe Chantal Mouffe. Ook Mouffe grijpt terug naar Carl Schmitt, maar buigt zijn denken om in een radicaaldemocratische versie. In tegenstelling tot Schmitt's antagonisme, waarbij de (volksvreemde) vijand letterlijk wordt uitgeschakeld, kijkt Mouffe doorheen de lens van het 'agonistisch pluralisme'. Het agonistisch pluralisme gaat uit van niet ophefbare botsende meningen tussen democratische tegenstanders over 'vrijheid en gelijkheid'. Die onenigheid over de invulling van 'vrijheid en gelijkheid' van sociale groepen is constitutief voor de democratie. Mouffe reageert daarmee niet alleen op liberale filosofen als John Rawls en Jürgen Habermas die het idee van een consensusdemocratie onderstutten, maar ook op concrete politiek-economische projecten als 'De Derde Weg', die het conflict tussen arbeid en kapitaal naar de annalen van de geschiedenis verwijst. Voor Mouffe is het net cruciaal dat maatschappijprojecten kunnen en mogen botsen. Al was het maar om de ideologie rond het einde van de geschiedenis, gearticuleerd in de liberale democratie met haar vrije markt en het compromis van de rechtstaat, in vraag te stellen. Kortom, vanuit progressief standpunt klopt het dat de democratie niet de facto samenvalt met de liberale democratie. Er bestaat een onophefbare spanning tussen 'democratie' als de weg waarlangs groepen macht opbouwen rond ideologische maatschappijbeelden en de liberale rechtstaat. Dit spanningsveld creëert net een open democratische samenleving.

Een links verhaal schopt naar boven toe.

Ten tweede. Een links verhaal schopt naar boven toe. Links bouwt niet aan een lotsgemeenschap gestut door een gedeelde identiteit, maar aan lotsgemeenschap waar we samen strijden en zorgen voor elkaar om alle vormen van onderdrukking tegen te gaan. Waarbij we macht emancipatorisch inzetten om mensen de hefbomen in handen te geven om mee vorm te geven aan hun eigen leven en de samenleving. In een links verhaal bouwt men macht op van onderuit met en overheen 'gemeenschappen' of collectieven die onderdrukt worden. Links moet bouwen aan een gedeelde lotsgemeenschap op diverse breuklijnen van onderdrukking; zowel klasse als cultuur, gender als kleur. Ook een linkse lotsgemeenschap is afgebakend. Tegen 'zij', de onderdrukkers die ongelijkheid in stand houden.

Ten derde. Een strijdvaardig links project stopt niet aan de grenzen van ons land, maar gaat de strijd aan op meerdere niveaus. Een links verhaal in tijden van globalisering is een meerschalig verhaal. Als we dan toch spreken over migratie, dan kan de neoliberale politieke economie die wordt doorgedrukt in menig land niet ontbreken, of de landbouwpolitiek vanuit de Europese Unie die Bart Staes en Judith Sargentini bespreken in hun publicatie Migratie, het eerlijke verhaal of het militair-industrieel complex in de oorzaken van migratie en in het beperken ervan met grensmuren en dito bewaking. Die globale actoren vormen mee de pushfactoren van migratie.

IDENTITAIRE DROMEN

Elchardus dient te worden beantwoord met een verhaal dat veel verder gaat dan het liberale discours over atomaire individuen in een liberale democratie, waarbij de rechtstaat het begin en het einde vormt van wat denkbaar is. Een links project richt zich op rechtsuitbreiding en niet alleen op de status quo vanuit het beheer van de bestaande rechtstaat. En die strijd zal in de open geest van het internationalisme een meerschalige strijd zijn voorbij de grenzen van de nationale staat alleen, om zich te laten uitdagen door die groepen van 'verworpenen' die het tekort aan universele gelijkheid belichamen.

Deze open visie op collectiviteit en gemeenschap is cruciaal als we willen vermijden dat (her)politisering zich vertaalt in identitaire dromen van politieke homogeniteit – dromen die Elchardus en Schmitt delen.