Abonneer Log in

Mijn opa is bang voor woke

Mijn grootvader is mijn intellectueel voorbeeld, maar recent nam hij retoriek over uit extreemrechtse hoek.

Het zijn heren als Donald Trump en Tom Van Grieken die woke op de troon hesen van het publieke debat.

In tijden waar virologen met de dood worden bedreigd door extreemrechtse pseudosoldaten, vind ik woke eigenlijk heel mild klinken.

Gemarginaliseerde groepen klagen hun onderdrukking consequent aan en wijken daarin niet voor wat door menig grootvader geaccepteerd wordt als normaal.

Ik denk dat mijn grootvader eigenlijk ook veel plezier zou hebben aan een hysterische wokie zijn.

Deze column is eigenlijk een brief aan mijn grootvader. Een man die ik enorm apprecieer en intellectueel als een voorbeeld zie. Iemand die ik zou beschrijven als progressief, open en links. Iemand die zich al meer dan tachtig jaar traint in kritisch naar de wereld kijken. Maar vreemd genoeg ook iemand die recentelijk een retoriek overnam afkomstig uit extreemrechtse hoek, en daarmee zijn pijlen richt op een nieuwe generatie progressieve, kritische, en noem het linkse burgers. Mijn opa is bang voor woke!

Vele opa's, mama's, nonkels en neven zijn bang voor woke. Misschien bent u zelf ook een beetje bang voor woke. Want u leest ook de kranten en luistert naar de radio; en daar wordt het gedachtegoed beschreven als een dreigend extremisme, een gevaarlijke stroming die niets of niemand spaart. 'Woko haram' noemde iemand me onlangs. Ik vond dat ik met die grap ook wel moest proberen lachen, maar dat lukte nog niet zo snel.

BIJNA NIEMAND NOEMT ZICHZELF WOKE

Wàt 'woke' precies is, blijft gissen. Het woord kent zijn 'oorsprong' in de antiracismebeweging van de VS waar het werd gebruikt om een groeiend persoonlijk en collectief bewustzijn rond de racismeproblematiek te beschrijven. Vandaag zou ik het nog steeds definiëren als een kritisch bewustzijn over dominante discours en systemen, een denken dat samenhangt met identiteitspolitiek en dat antipatriarchaal, -imperialistisch, -koloniaal, -kapitalistisch, -xenofoob en -racistisch is. (Als het opsommen van al die woorden u ongemakkelijk doet voelen, lieve lezer, bent u misschien ook wel wat bang voor woke)

Maar bijna niemand noemt zichzelf woke. De term kennen we vooral als smalend grapje in het beste geval, als diepgiftige belediging in het kwalijkste. Zoals wel vaker gebeurt, won het woord pas echt in populariteit toen het pejoratief werd gebruikt door rechtse en extreemrechtse opiniemakers. Veel meer dan een reële stroming is het vandaag een instrument waarmee je mensen en hun ideeën makkelijk in diskrediet kunt brengen en waarmee kritische stemmen kunnen worden weggewuifd. Niet op de inhoud van de kritiek maar op de vorm ervan. Wie 'woke' doet, wordt afgeschilderd als naïef zowel als gevaarlijk, als ridicuul zowel als extremistisch. Een bekend trucje dat eerder ook tegen hippies, geitenwollen sokken of tegen de cultuur van politieke correctheid werd gebruikt.

Het zijn heren als Donald Trump en Tom Van Grieken die woke op de troon hesen van het publieke debat.

Het zijn heren als Donald Trump en Tom Van Grieken die woke op de troon hesen van het publieke debat, met de duidelijke bedoeling een maatschappij aan te vallen die ze te soft en te open vonden. Ze schiepen een 'ondergang van het avondland' discours waarin niet enkel migranten, moslims, homo's of eender welke minderheidsgroep de schuld van alle kwaad zouden zijn, maar waarmee ze elke progressieve kritische stem oppervlakkig, onnozel en/of bedreigend konden doen lijken. "Het zijn die politiek correcte knuffelintellectuelen met hun genderneutrale wc's, hun havermoutmelk en roetpietnonsens die er binnenkort voor zullen zorgen dat we allemaal een hoofddoek moeten dragen, tofu kauwen en een geslachtsoperatie ondergaan". Door iets woke te noemen, konden die conservatieve heren alles waarmee ze het niet eens zijn af doen als hysterisch en extreem.

Van deze lieden is dat natuurlijk te verwachten. Waar het bijzonder wordt, is hoe die retoriek langzaam maar zeker overal werd overgenomen. Tot zelfs mijn lieve, slimme grootvader – die het werkelijk in niets met Trump en Van Grieken eens is – plots dezelfde vijand koos.

'MAG DAT NU OOK AL NIET?'

'Mag dat nu ook al niet?', dat is het breed gedragen motto van de strijd tegen woke. Het voelt blijkbaar alsof mensen iets wordt afgepakt, iets waar ze recht op hebben: een stukje vrijheid, onwetendheid of hun gezellige normaal? Ook de populaire, en al even vage, term 'cancel culture' wijst hierop. Wie toch doet wat 'niet meer mag', wordt zogezegd gecanceld. Meestal wil dat gewoon zeggen dat hun daden weerwoord krijgen, dat ze in vraag worden gesteld, ja zelfs dat ze kritiek moeten verduren. Af en toe wil dat zeggen dat er niet meer met deze persoon of dat instituut wordt samengewerkt, dat ze niet meer serieus worden genomen.

In tijden waar virologen met de dood worden bedreigd door extreemrechtse pseudosoldaten, vind ik woke eigenlijk heel mild klinken.

In tijden waar virologen met de dood worden bedreigd door extreemrechtse pseudosoldaten, vind ik dat eigenlijk heel mild klinken. Hoezo is het de rechtmatige vrijheid van de één om iets bijvoorbeeld racistisch of seksistisch te zeggen, en niet de vrijheid van de ander om daar tegenin te gaan. Ik kan evengoed antwoorden op het rood aangelopen 'mag ik dat nu ook al niet meer zeggen?!' met 'oh, en mag ìk dat nu ook al niet meer zeggen?'. Immers, ook met het opblazen van het idee 'cancel culture' wordt ingezet op het bewust creëren van een vijandsbeeld. Omdat vijanden nu eenmaal handig zijn in het politiek oorlogje spelen. Ik was er niet bij, maar vochten die patriottische Amerikanen niet op een gegeven moment tegen de hippiebeweging om een andere oorlog te rechtvaardigen? Mijn opa stond toen aan de kant van het langharig werkschuw tuig, weet ik van de verhalen.

PRAKTISEREN WAARIN JE GELOOFT

Natuurlijk wil ik mijn grootvader ook begrijpen. Ik kies niet zomaar voor zo'n knuffelbaar hoofdpersonage. Ik kan mij voorstellen dat het schrikken is wanneer op je rustige 83ste veel zaken die jij als vanzelfsprekend ervaart in twijfel worden getrokken. Dat zaken die je door bepaalde privileges – door de tijd waarin je bent opgevoed of door het ontbreken van enige kritiek erop – als doodnormaal zag plots worden gezien als gewelddadig of problematisch. Waardoor jijzelf bij uitbreiding ook lijkt te worden gezien als gewelddadig of problematisch. Ik begrijp het als een man die al een lang leven probeert om aan de juiste kant van de geschiedenis te staan, defensief of onzeker wordt wanneer hij het gevoel krijgt als vijand te worden bekeken en de oorlog te worden verklaard. En dan nog door zijn eigen kleindochter.

Gemarginaliseerde groepen klagen hun onderdrukking consequent aan en wijken daarin niet voor wat door menig grootvader geaccepteerd wordt als normaal.

Wat 'woke' eigenlijk doet, is bepaalde kritische theorie in praktijk omzetten. Het wil kritiek niet zien als iets dat in de marges van een samenleving, op zolderkamers van universiteiten en in weinig gelezen politieke blaadjes gebeurt, maar wat ook echt de woonkamers, de aula's, de media, de werkvloeren moet worden binnengetrokken. Het gaat over het praktiseren van waarin je gelooft. Ook als dat ongemakkelijk is, ook als dat onrealistisch lijkt, ook als je daarmee iemand aanvalt. Stemmen, vaak uit gemarginaliseerde groepen, klagen hun onderdrukking consequent aan en wijken daarin niet voor wat door menig grootvader geaccepteerd wordt als normaal. Daar mag misschien aanvallend voelen, oneerlijk is het niet.

Ik denk dat mijn opa, en met hem vele anderen het in theorie wel eens zijn met wat hun zogenaamde vijanden vertellen, maar dat ze in de praktijk niet voorbij 'de aanval' geraken. Dat ze het in theorie eens zijn dat we allemaal ecologischer, anti-racistischer en inclusiever moeten zijn, maar er in de praktijk van verschieten als ze horen dat ze beter geen vlees meer eten, dat hun kinderfeest kwetsend is of hun organisatie indirect mensen uitsluit. In praktijk is een ecologische, anti-racistische en inclusieve wereld er één die ze niet kennen en waar ze zich dus nog niet thuis in kunnen voelen.

HET IS NIET ERG JE EENS NIET THUIS TE VOELEN

Ik zou liegen mocht ik zeggen dat ik dat gevoel niet ken. Dat ook ik mij nooit defensief of onzeker voel worden wanneer iemand ingaat tegen mijn normaal. Het zijn gevoelens waar iedereen zich door moet wroeten. Daarom is het belangrijk te begrijpen dat die gevoelens niet helemaal van jou zijn, dat precies die defensieve houding en dat vreemde vijandsbeeld gevoed en later geïnstrumentaliseerd wordt door behoudsgezind rechts. Maar nog belangrijker is het om te begrijpen dat het niet erg is je eens niet thuis te voelen in de wereld. Dat daar, zeker voor mensen die dat wegens hun privileges nooit ervaren, veel van te leren valt. Dat je daar, als van een koude douche, nog eens helemaal fris en wakker van wordt.

Ik denk dat mijn grootvader eigenlijk ook veel plezier zou hebben aan een hysterische wokie zijn.

Ik wil mijn grootvader graag vertellen hoe interessant dat doorwroeten kan worden. Dat wanneer je de kritiek niet als aanval ziet, het net heel genereus aanvoelt. Dat het een oefening is in flexibiliteit, een ode aan de ander, een manier om scherp en aanwezig te zijn. Maar ik denk dat mijn grootvader, een doorwinterd intellectueel en een geoefend scepticus, dat eigenlijk wel weet. Dat hij plezier zou kunnen hebben aan, en ook zeer goed zou blijken in, een hysterische wokie zijn. Omdat hij ook weet dat bijleren een levenswerk is, dat het werk nooit klaar is en dat we er nog lang niet zijn. Dat hij weet dat de weg naar een nieuw meer inclusief en rechtvaardig normaal een modderige weg is, maar dat we hem best samen lopen.