Abonneer Log in

Probeer als cliënt maar eens een hulpverlener aan te klagen

Ik sta voor drie gezinnen in contact met negen advocaten en dit in dertien rechtszaken. De slaagkans van de meeste van dat soort zaken is echter beperkt. Het stoot me tegen de borst dat aanklachten te gemakkelijk worden tegengehouden op basis van bewijsonzekerheid.

Ik volg als mantelzorger drie gezinnen. Ik sta voor hen in contact met negen advocaten en dit in dertien rechtszaken. Zeven daarvan zijn gericht tegen instanties: OCMW's, een sociaal verhuurkantoor, een hulpverleningsorganisatie en een ziekenhuis. Geen van de zaken kwam er op mijn initiatief. Ik ondersteun de gezinnen wel in het formuleren van hun argumenten.

Het aantal rechtszaken per gezin staat hoog in de orde der 'triestheid'. Van een nog hogere orde is de beperkte slaagkans van de meeste van de zaken. Dit niet omdat ze zonder voorwerp zijn. Wel omwille van de bewijsonzekerheid waarmee de cliënten kampen.

Ik geef een hypothetisch voorbeeld. Een cliënt uit klachten over een hulpverlener bij diens collega's. De klachten betreffen onbereikbaarheid en onbetrokkenheid van de hulpverlener. De cliënt voelt zich aan zijn lot overgelaten en vraagt om hulp. De collega's nemen de klachten niet ernstig en vertrouwen de cliënt blijvend toe aan de hulpverlener. Een jaar later wordt de hulpverlener ontslagen omwille van druggebruik tijdens de werkuren. De cliënt klaagt niet de hulpverlener, maar de instantie aan. Hij beweert dat hij geen vooruitgang kon maken op vlak van inkomen en huisvesting omdat de instantie niet ingreep.

Het bewijsrisico ligt bij de cliënt. Hij moet bewijzen dat hij de collega's contacteerde, dat zij niet ingrepen en dat er een oorzakelijk verband is tussen dat niet ingrijpen en zijn persoonlijke evolutie. Vermits dit uitzonderlijk moeilijk is, kan een rechter erkennen dat de cliënt in bewijsnood verkeert. Bewijsnood betekent dat het voor de cliënt onmogelijk is om zijn claims rechtstreeks te bewijzen. Ik pikte de term op in een artikel van docent en advocaat Wannes Vandenbussche.1 Ik ben geen jurist, dus elke foutieve interpretatie van zijn redeneringen is voor mijn rekening.

Bewijsnood kan ontstaan als een benadeelde te weinig kennis heeft, bijvoorbeeld over wat correcte hulpverlening is. Hij kan de eigen begeleiding niet afzetten tegen wat had kunnen of moeten gebeuren. Het kan ook zijn dat niet hij maar de tegenpartij over de nodige bewijzen beschikt, bijvoorbeeld in verslagen van de gevoerde gesprekken. Een andere mogelijkheid is dat de bewijzen er niet zijn (geen opnames, getuigen of verslagen), maar dat ze er wel hadden kunnen zijn, bijvoorbeeld als een derde de cliënt vergezeld had. Een laatste type bewijsnood is inherente bewijsonzekerheid. Het is voor de cliënt inherent onmogelijk om te bewijzen dat zijn leven anders zou gelopen zijn wanneer men zijn klachten ernstig had genomen.

De persoon die met 'bewijsnood' kampt, is onvrijwillig slachtoffer. Hij wil wel bewijzen aanleveren, maar is er niet toe in staat.

Vandenbussche stelt dat bewijsnood een juridisch probleem is. De persoon die met bewijsnood kampt, is immers onvrijwillig slachtoffer. Hij wil wel bewijzen aanleveren, maar is er niet toe in staat. In plaats van het gebrek aan direct bewijs te aanvaarden en de rechtszaak af te wijzen, kan de rechter de bewijsnood erkennen. Als h/zij dat doet en de zaak toch behandelt, verklaart h/zij zich mede verantwoordelijk om de bewijsnood te lenigen.

Het is mijn overtuiging dat bewijsnood ook een maatschappelijk probleem is. Hulpverleners kennen de verhalen van misgelopen begeleidingen. Ze bevestigen in gesprek met de cliënt de ongeoorloofdheid van de praktijk, bemiddelen eventueel en helpen uiteindelijk de cliënt om de blik op de toekomst te richten, weg van het nadelige verleden.

Er is echter geen traditie om de besproken praktijken ook juridisch aan te klagen. Zonder de term te kennen, roepen hulpverleners en advocaten bewijsonzekerheid als argument in. Dit betekent dat zij aanvaarden dat de onmogelijkheid om een directe oorzakelijke band te leggen ook betekent dat een instantie niet ter verantwoording dient geroepen te worden.

Hierdoor zijn beleidsaanbevelingen, lobbying, interne klachtenprocedures en bemiddeling de enige middelen om wanpraktijken aan te klagen en verandering teweeg te brengen. Dat zijn krachtige maar ook uiterst beperkte technieken. Als we de effecten van begeleidingstekorten ernstig nemen, dienen we ten minste onafhankelijke juridische procedures als aanvulling te overwegen.

Goede hulpverleners besteden uitzonderlijk veel tijd aan het winnen van vertrouwen van cliënten. Het vertrouwen dat geschonden is in eerdere begeleidingen, leidt tot een moeilijk te verantwoorden persoonlijke én maatschappelijke kost. Het is mijn overtuiging dat een deel van dit trage herwinnen van vertrouwen, versneld kan worden als wanpraktijken officieel aangeklaagd en berecht worden.

Een mogelijkheid voor de rechter om aan bewijsnood te verhelpen, is het oproepen van deskundigen. Bij mijn weten zijn deskundigen sociaal werk echter nog nooit in deze context opgeroepen.

Vandenbussche beschrijft een aantal mogelijkheden voor de rechter om aan bewijsnood te verhelpen. Eén daarvan is het oproepen van deskundigen. Bij mijn weten zijn deskundigen sociaal werk nog nooit in deze context opgeroepen. Toch hebben zij ervaring met het evalueren van begeleidingen aan de hand van theoretische modellen en empirische bevindingen. Het zou voor een rechter een hulp kunnen zijn wanneer deskundigen een impressie geven van het mogelijke verloop en de verwachte effecten van een begeleiding.

Ik besef dat pleiten voor rechtszaken kan leiden tot een wildgroei en, uiteindelijk, meer leed voor de mensen betrokken bij onterecht opgestarte rechtszaken. Toch stoot het mij op dit moment meer tegen de borst dat aanklachten te gemakkelijk worden tegengehouden op basis van bewijsonzekerheid. Ik kijk daarbij verder dan de gezinnen die ik volg en waaraan ik telkens weer moet uitleggen dat hun advocaten vrezen dat een claim niet hard te maken is. Ik lees ook de vaststelling van Vandenbussche dat bewijsnood in zijn ruime zin amper erkend wordt in de Belgische rechtsspraak. Dit in tegenstelling tot in het buitenland. Van een juridisch en maatschappelijk probleem gesproken.

VOETNOOT

  1. Vandenbussche, W. (2018). Omgaan met bewijsnood bij aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Rechtskundig Weekblad, 9: 323-345.

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL STEUN

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

40€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL KORTING

30€/jaar (-25j en +65j)

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL ONLINE

30€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

*Ontdek onze SamPol draagtas.