Abonneer Log in

Gebrek aan politiek fatsoen

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 7 (september), pagina 1 tot 2

Het is u wellicht niet onmiddellijk opgevallen in het gewoel van de eerste vakantiedagen, maar op 5 juli vond in het Vlaams Parlement een belangrijk, wat zeg ik, historisch debat plaats: het vinkendebat. Het achtuurjournaal opende die dag weliswaar niet met een verslag van dat debat, wel met de vondst van een weggelopen uk die een nacht alleen had doorgebracht in de Provençaalse woestenij. Luttele minuten later verscheen VLD-kamerfractieleider André Denys op het scherm, hevig geëmotioneerd en volledig opgaand in zijn pleidooi als betrof het een halszaak.

Later las ik in het Beknopt Verslag van die vergadering dat het een bespreking betrof over een ,,voorstel van resolutie tot het sluiten van een protocol over de bevoorrading van vinkeniers’’. Het debat werd door de liberale fractieleider historisch genoemd omdat er in deze toch wel heikele materie zonder partij-oekaze kon worden gestemd. Dat was, zo voegde hij er aan toe, voordien nog maar eenmaal in zijn lange parlementaire carrière (sedert 1981 lees ik in zijn curriculum vitae) gebeurd. Die eerste maal was de abortuskwestie. Nu de vinkenkwestie dus.

Ergernis

Toen ik dit oorspronkelijk schreef, had niemand zich openlijk druk gemaakt over de teneur van dat debat. In het tijdschrift Knack ergerde Jozef Deleu zich er wel behoorlijk aan. Ik doe dat ook en wel om drie redenen. De eerste is dat iedere vergelijking, zelfs maar halfuitgesproken, tussen het abortusdebat en het vinkendebat ongehoord, wansmakelijk en wanstaltig is. Verder maakt Denys’ ,,historische gebeurtenis’’ duidelijk dat het parlement in feite wordt bevolkt door een bende ja-zeggende automaten.
Tweemaal in zijn lange parlementaire loopbaan heeft die man zonder last gestemd. In alle andere gevallen heeft de partijleiding dus in zijn plaats beslist. Daarmee vertelt hij uiteraard niets nieuws. Iedereen weet (lees bijvoorbeeld de kritiek op het parlementaire bestel zoals verwoord in het rapport van de Groep Coudenberg uit 1987) dat het parlement enkel nog het forum biedt waar de meerderheid ja knikt en de oppositie met alle middelen media-aandacht tracht te trekken. Wat mij echter stoort is het mateloze gebrek aan zelfrespect van een parlementslid dat en plein public verklaart overbodig te zijn.
De laatste reden waarom ik me erger, is dat de kwaliteit van het debat deze overbodigheid helaas bevestigt. Of wat denkt u hiervan: ,,mensen hebben het recht om een hond, kat of vis in huis te houden. Zo ook heeft de vinkenier het recht een vink te houden om zijn hobby te beoefenen.’’ Misschien moet dat maar in de grondwet, dat recht van Denys om huisdieren te houden en ze zelf te vangen indien de kweek niet slaagt, want over de (on)mogelijkheid tot vinkenvangst ging dat debatje eigenlijk. Dát zou pas een historische gebeurtenis zijn. In deze postmoderne tijden kan werkelijk alles. Zelfs de VLD hanteert nu blijkbaar het motto: haalt wat u hebben wilt, waar het zit. In de natuur! Bij de rijken?

Tegenspraak

Nog een kleine overweging. Het optreden van Denys en consorten is radicaal in tegenspraak met de Europese regelgeving die sedert 1979 de vinkenvangst verbiedt. Sedert 1979! Eigenlijk roepen de voorstanders van de vinkenvangst hier op tot insubordinatie tegen een Europese richtlijn. En ik die dacht dat in een democratische rechtsstaat wetten moesten worden nageleefd zolang ze niet, bij meerderheid, op het daartoe bevoegde niveau zijn gewijzigd.
Wanneer ik het Beknopt Verslag lees, vraag ik me af waarom niet in één moeite is gelobbyd om de vinkensport te subsidiëren. Het gaat immers volgens de geachte CVP-afgevaardigde Carl Decaluwe ,,om een volkssport die verbonden is met ons historisch erfgoed’’. Zo ken ik nog volkssporten. Ganzenrijden in Berendrecht, paardenrennen in Sint-Eloois-Winkel. Allemaal erfgoed. Opmerkelijk is dat volgens Decaluwe het aantal vinken in de vrije natuur daalt, terwijl er volgens Denys vandaag meer vinken te bespeuren zijn dan twintig jaar geleden. Ook dat zegt iets over de kwaliteit van het debat. Niet ten onrechte vergelijkt Deleu in Knack het parlement met de gemeenteraad van Zoutenaaie. Mijn excuses trouwens aan de gemeenteraadsleden van Zoutenaaie, maar de vergelijking komt van Deleu.

Pathos

Uiteraard kan de SP in deze discussie die recht naar het hart van de kleine man gaat, niet achterwege blijven. Patrick Hostekint wil de twintigduizend vinkeniers niet laten vallen om ,,sociale redenen die voor een socialist altijd van belang zijn. (…). Als men de vinkensport de doodsteek geeft, dan gaat ook het sociale leven van duizenden Vlaamse gezinnen eraan’’. Hostekint brengt zijn verhaal met pathos en bombarie maar overtuigt mij niet. Ik ken nog wel wat dossiers die voor socialisten van belang kunnen zijn en die gevolgen hebben voor het sociale leven van de kleine man. Misschien moet Hostekint maar eens te rade komen. Ach, we zullen wel de parlementsleden hebben die we verdienen, zeker?

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 7 (september), pagina 1 tot 2