Log in

Meer dan ooit democratische globalisering

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 2

Het is zover. Dag en nacht worden bommen boven Afghanistan gedropt. Ook al lukt het niet altijd, men doet zijn best om burgers te ontzien. Ja, men laat zelfs voedselpakketten vallen. Men weet wel niet waar ze terecht komen en het voedsel is natuurlijk onvoldoende in een situatie waar miljoenen mensen met de hongerdood bedreigd worden, maar de intentie is humanitair. De bende van Bin Laden moet militair verzwakt worden, om toe te laten ze later onder de voet te lopen. De Taliban zijn de fundamentalisten die de symbolen van de democratie vernietigd hebben. In een klap verloren vijfduizend burgers het leven. Dat schreeuwt om een antwoord. De president van de VS heeft het op de avond toen het begon mooi uitgelegd. Hij vertelde over een brief van een meisje uit het vierde leerjaar. Haar vader is soldaat. Zij schreef dat zij haar pa wel niet graag zag vertrekken, maar ze was bereid om hem af te staan. De president prees haar patriottisme. Zij - en met haar alle jonge Amerikanen - beseffen de waarde van de vrijheid. En voor de vrijheid moet gevochten worden, moeten offers gebracht worden. Vandaag worden journalisten die kritische of zelfs maar ironiserende kanttekeningen durven uiten prompt aan de deur gezet.

Enkele weken terug zou de publieke opinie moeilijker te overtuigen geweest zijn van het patriottisme van de Amerikaanse jeugd. Die leek eerder mee te zwemmen in de stroom van de antiglobaliseringsbeweging. Hoewel men het graag voorstelt alsof die beweging de globalisering verwerpt, is zij juist niet zo gebonden aan een natie. De solidariteitsgevoelens met het Zuiden hebben integendeel de bovenhand. De wereld zou best globaal mogen, maar dan niet zoals zij vandaag georganiseerd is. Die organisatie laat toe dat de meerderheid van de mensheid in armoe blijft. Voor grondstoffen wordt absoluut geen eerlijke prijs betaald. De schulden zijn een voorwendsel om de landen in het Zuiden in een wurggreep te houden. Het milieu geraakt maar niet uit de economische logica. Het zal natuurlijk wel ingewikkelder zijn dan dat, maar zo voelt de beweging het in elk geval aan. En die problemen kunnen niet opgelost worden door terug te vallen op de natie. Er moet integendeel een wereldregering komen, die regels kan opleggen in een situatie van totale economische en vooral financiële anarchie.

Op zondag 7 oktober heeft de president van de Verenigde Staten die beweging voor een democratische wereldordening een flinke opdoffer gegeven. Misschien beseft zij het zelf nog heel weinig. Die zondag is een gevoel hersteld dat de leiding van de wereld terecht in handen is van de VS. We hoeven niet te streven naar een rechtvaardige wereldordening, de VS moet daar gewoon voor zorgen. En nu wil ik zeker niet zo maar een tirade openen tegen de Verenigde Staten. Ook al valt het me moeilijk om al hun misdaden tegen de vrijheid tussen haakjes te plaatsen, ik begrijp volkomen dat de gebeurtenissen van 11 september traumatiserend werken. Ik begrijp dat men probeert een antwoord te geven aan het onrecht. Alleen is pijnlijk duidelijk geworden dat de Amerikanen het alleen voor het zeggen hebben. Zij hebben zich alleen verwaardigd de Britten een eindje mee te nemen. De rest stond gewoon aan de kant. Alle diplomatieke inspanningen ten spijt, voorlopig beslist Europa in deze oorlog niet mee. Het voorzitterschap werd niet eens rechtstreeks op de hoogte gebracht. Toen beroep gedaan werd op zijn solidariteit, werd nauwelijks aanvaard dat enige uitleg over de draagwijdte van het engagement gevraagd werd. Gelukkig hielden socialisten en groenen het hoofd koel. Misschien zullen zij het uiteindelijk niet kunnen waarmaken, maar hun pleidooi voor een gerichte en dus beperkte aanval was correct. Dat was veel belangrijker dan de humanitaire pakketten op de hoofden van onschuldige burgers. Zo was het ondanks alles hoopgevend dat de inwoners van New York niet vervallen zijn in blinde haat.

Hoe moet het nu verder? Het is vandaag allerminst duidelijk of men er effectief zal in slagen de oorlog binnen de perken te houden. Komen er nieuwe terreurdaden, dit keer met biologische wapens? Men kan alleen maar hopen dat de angst het Westen niet zelf in fundamentalisme verstikt. Fundamentalisme - het krampachtig terugplooien op het eigen gelijk - heeft nu eenmaal zijn voedingsbodem in angst. Men moet hopen dat de antiglobaliseringsbeweging haar adem terugvindt. Een echte globale wereld is het enige antwoord. Dat kan evenwel niet de wereld zijn van premier Verhofstadt, zoals geschetst in zijn brief ’De paradox van het antiglobalisme’. Hij pleit voor een totale vrijhandel, weliswaar door humanitaire of morele beperkingen in aanvaardbare banen geleid. Dat is niet voldoende. De wereldeconomie moet gewoon humaan functioneren en dat kan niet zonder beperkingen aan de handel. Die kunnen alleen opgelegd worden door wereldinstanties. Een wereldregering is natuurlijk een heel verre droom, maar men zou kunnen beginnen met het hervormen van een aantal instellingen. En het zou al een goed begin zijn indien een uitbreiding van de militaire acties alleen via de VN zou gebeuren, die moet oordelen op basis van betrokkenheid van andere staten of groeperingen. Er moet in elk geval gewerkt worden aan een sociaal-politieke tegenmacht. De versnippering die de beweging vandaag zo kenmerkt mag niet verhinderen dat die tot stand komt. De gemeenschappelijke verontwaardiging heeft ondertussen aan het wereldbewustzijn een grote impuls gegeven. Het zou verschrikkelijk zijn als de oorlogsgebeurtenissen voor een terugslag zouden zorgen.

Bin Laden is kennelijk in staat tot monsterachtige daden. Kennelijk, want tot op vandaag zijn de bewijzen tegen zijn persoon geheim gehouden. Niemand ontkent echter dat hij een product is van de Amerikanen, die hem ooit succesvol opgevoerd hebben in hun strijd tegen de communisten. Het meisje uit het vierde jaar zou ook dit moeten weten. Men kan niet ongestraft monsters in het leven roepen. Voor de vrijheid moeten offers gebracht worden, maar men kan de vrijheid niet alleen voor zichzelf opeisen. Vandaag sterven honderden, zoniet duizenden onschuldige slachtoffers. Wie zal over hen wenen? Waar is hun vrijheid?

Samenleving & Politiek, Jaargang 8, 2001, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 2