Log in

Een tsunami, genaamd Nieuw-Vlaamse Alliantie

redactioneel

De peilingen, voor wat ze waard zijn, hadden het ons voorspeld. 13 juni 2010 zou de annalen ingaan als de dag waarop N-VA zowat alle Vlaamse partijen achter zich zou laten. Eén Vlaming op vier gaf in de peiling van de VRT/De Standaard aan voor de N-VA te willen stemmen. Finaal koos zelfs één op drie Vlamingen voor de partij van De Wever: een politieke vloedgolf overspoelde CD&V, Open Vld, LDD en Vlaams Belang. Sp.a verloor iets minder uitgesproken dan verwacht, Groen! boekte lichte winst.

Op het moment van schrijven is het stof van deze historische stembusgang, die ondanks de twijfels rond de grondwettelijkheid zonder noemenswaardige problemen kon plaatsvinden, nog niet gaan liggen. Dit is ook de reden waarom u in dit nummer van Samenleving en politiek, behalve het stuk van redactielid Carl Devos, geen verkiezingsanalyses zult terugvinden. Die houdt u van ons te goed voor het september-nummer. Terwijl de partijen de eerste emoties verwerken en hun strategische posities bepalen, Wetstraatjournalisten en -analisten elkaar voor de voeten lopen en de eerste partijvoorzitters hun positie ter beschikking stellen, is bij het ter perse gaan van dit nummer alvast één ding zeker: zowel de Vlaamse als Waalse kiezers hebben de kaarten, in tegenstelling tot vorige federale verkiezingen in 2007, heel duidelijk geschud. Aan beide zijden van de taalgrens is één duidelijke winnaar: in Vlaanderen haalt de N-VA van Bart De Wever een eclatante overwinning, in Wallonië kon de PS zijn favorietenrol waarmaken. De Waalse politieke krachtverhoudingen van voor 2007 lijken grotendeels te zijn hersteld. Maar zijn beiden ook verzoenbaar? Heeft de Vlaamse kiezer genoeg van ‘het aanmodderen’ op het federale niveau, wil de kiezer finaal de splitsing van België, of enkel de regionalisering van enkele beleidsdomeinen, vindt hij De Wever in de eerste plaats een sympathieke recht-voor-de-raap politicus of…?

Wat ook de verschillende beweegredenen kunnen zijn, De Wever moet aan tafel met de incarnatie van ‘het Belgische beleid’, het onderwerp van spot waarmee hij de vorige federale kiescampagne aftrapte (herinner u de door de N-VA geïntroduceerde nieuwe gevarendriehoek die waarschuwde voor de ‘verstrikking’ van Vlaanderen). Beide partijen kregen een duidelijk mandaat van de kiezer, vraag is nu of ze elkaar ook daadwerkelijk zullen vinden. Ze zijn op elkaar aangewezen, zullen ze elkaar ook (willen) begrijpen? Is de lokroep van het premierschap voor Elio Di Rupo, een regering zonder de MR, maar vooral de onderhandelingsbereidheid van De Wever voldoende om tot de noodzakelijke compromissen te komen? Franstalige provocatie werd op de overwinningsbijeenkomst van N-VA alvast zo veel mogelijk vermeden; Di Rupo verklaarde bereid te zijn een stap in de richting van de Vlaamse gekozenen te zetten. De Wever is uiteraard niet dom, kent zijn geschiedenis en heeft bovendien van Leterme geleerd hoe het vooral niet moet. Krijgt hij een realistische houding van geven en nemen ook verkocht aan zijn - meest extreme - achterban?

Het bleef tijdens het binnenlopen van de resultaten op de verkiezingsavond wachten op een televisie-interview met de burgemeester van Antwerpen, Patrick Janssens, tot iemand duidelijk durfde stellen dat van De Wever verwacht kan/moet worden dat hij eenduidig zijn lot aan dat van een nieuwe federale regeringscoalitie moet binden. Zowat alle verliezers waren het erover eens dat het initiatief bij De Wever ligt maar enkel Janssens riep De Wever op het premierschap te claimen, op basis van zijn indrukwekkend aantal voorkeurstemmen. Hoewel tactisch een te begrijpen oproep vanuit de positie van Janssens is de kans zeer gering dat De Wever daar gevolg zal aan geven. Communautaire goodwill afkopen door het premierschap op een schaaltje aan te bieden, lijkt voorlopig de strategie. Nochtans is het duidelijk dat De Wever ook zelf zijn persoonlijk gewicht in de regeringsschaal zal moeten leggen, een eventuele mislukking kan niet worden afgewenteld. Indien N-VA en PS tot een akkoord kunnen komen dan moet De Wever op zijn minst als vice-premier zijn lot aan dat van de coalitie binden. Of dit al of niet in een zogenaamde afspiegelings- of ‘confederale’ coalitie zal zijn, zal nog moeten blijken. Wil de N-VA haar beloftes tot hervorming van de staat waarmaken, dan is er in elk geval een tweederdemeerderheid nodig en zal meer dan één coalitiepartner wenselijk zijn (bv. CD&V en sp.a). De kans dat N-VA echter gesandwicht wordt tussen Vlaamse en Waalse socialisten, eventueel nog bijgestaan door de groene politieke familie is niet onrealistisch.

De eerste hindernis die De Wever hoe dan ook zal moeten nemen, is het overleven van een eerste Vlaamse ‘interne’ onderhandelingsronde. Daar was hij zich op de verkiezingsavond al terdege van bewust. Als hij niet slaagt in het opstellen van een ‘Vlaams programma’ (waarbij naast een staatshervorming ook - en zeker even belangrijk - consensus zal moeten worden gevonden over hoe voor minstens 22 miljard euro zal worden bespaard), dan geeft hij aan niet aan de onderhandelingen met de Franstaligen te willen beginnen. De Wever wil m.a.w. van meet af aan alle Vlaamse partijen mee in bad trekken, zoniet dan moeten zij maar zonder de N-VA ‘op hun Belgisch’ verder doen. Van zodra de andere partijen bereid waren te erkennen dat het initiatief bij De Wever lag (m.a.w. vrijwel onmiddellijk na het binnenlopen van de eerste resultaten) probeerde hij zich reeds in te dekken.

Verkiezingen brengen naast de traditionele winnaars uiteraard ook verliezers met zich mee. De drie traditionele partijen (socialisten, liberalen en christendemocraten) werden aan Vlaamse kant op een hoopje geveegd, om nog maar van LDD en Vlaams Belang te zwijgen. Enkel een coalitie van de drie ‘traditionelen’ met Groen!, de kleinere overwinnaar van deze verkiezingen, kan de N-VA van het stuurwiel afhouden. Het is al vaker gezegd en proefondervindelijk aangetoond dat wie de stekker uit de regering trekt, doorgaans ook in de brokken deelt. Alexander De Croo kreeg een les in geschiedenis en Open Vld mocht dit aan den lijve ondervinden. Een nieuwe generatie wil zichzelf intern consolideren, een oppositiekuur wenkt bijgevolg.
De zware nederlaag voor CD&V kwam niet als een verrassing. Het communautaire brokkenparcours van en (op zijn minst de perceptie van) stilstand onder Leterme, die in 2007 zelf zwaar inzette op de staatshervorming maar over geen plan van aanpak bleek te beschikken om de overwinning in resultaten om te zetten, en het feit dat Thyssen als enige het regeringsbeleid verdedigde, speelde hierin mee.
Ondanks het minder scherpe verlies van sp.a is er ook voor de Vlaamse socialisten geen reden tot juichen. In Hasselt werd onbesuisd omgesprongen met de electorale erfenis van Stevaert (niet Vanvelthoven maar Lieten trok de lijst en verloor een zetel), in het Antwerpse kanton kende de partij een terugval (Rudi Kennes raakte niet verkozen), en ook in Oost-Vlaanderen, Leuven, en B-H-V ging sp.a achteruit. Wanneer je als links-progressieve partij na drie jaar oppositie voeren en in tijden van zware economische crisis met gigantische uitdagingen in de sociale zekerheid voor de deur geen vooruitgang boekt, kan je moeilijk op beide oren slapen. ‘Standhouden in een N-VA tsunami’ kon nooit de enige en/of oorspronkelijke ambitie van de sociaaldemocraten in Vlaanderen zijn. Als er echter één partij is die Bart De Wever kan helpen slagen, dan is dat wel de sp.a, als onderdeel van de grootste Belgische politieke familie. De kans dat een nieuwe federale oppositiekuur wenkt voor de Vlaamse socialisten, lijkt op dit ogenblik dan ook behoorlijk klein.

Tot slot nog een opmerking over de kiezer. De kiezer heeft uiteraard het laatste woord en altijd gelijk maar het feit dat hij het zogenaamde ‘kiezersbedrog’ (bijvoorbeeld van Vlaams minister Bourgeois) beloont en dat ook de veelbesproken jongste witte konijnen ongeschonden uit de electorale strijd kunnen komen, doet ons geloof in dat grote gelijk toch wat wankelen. Of maakt de electorale rehabilitatie van uitgerangeerd Vlaams minister Vandenbroucke veel goed?

Tine Boucké
Redactielid Samenleving en politiek

edito - N-VA - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 3