Abonneer Log in

De kiezer heeft altijd gelijk

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 7 (september), pagina 1 tot 3

De kiezer heeft de afgelopen weken weer een argument bij gekregen om zich verder van politiek te distantiëren. Drie maanden na de verkiezingen zijn de onderhandelingen afgesprongen en zoekt men een uitweg waarvan niemand weet of die werkelijk nog bestaat. Nochtans heeft de kiezer de kaarten geschud en wel op zo’n manier dat een coalitievorming op zowel communautair als sociaaleconomisch vlak haast onmogelijk is. De kiezer heeft altijd gelijk, zegt het cliché en niemand van de politieke elite zal het openlijk ontkennen, ook Bart De Wever niet.

Het programma van N-VA windt er geen doekjes om. Het einde van België en een onafhankelijk Vlaanderen zijn één van de objectieven waarmee deze partij naar de kiezer is getrokken. ‘Wir haben es nicht gewusst’ kunnen we jammer genoeg niet inroepen. Het was een thema in de verkiezingscampagne. In verschillende debatten op verschillende momenten in de campagne hebben politieke kopstukken van andere partijen expliciet naar dit programmapunt van N-VA verwezen.
De Wever heeft deze klip toen meesterlijk omzeild met een wazig verhaal dat hij ‘wel dacht dat ze hier mee op de proppen zouden komen, maar dat hij geen revolutionair is en dat hij niet pleit voor het onmiddellijke einde van de België; zij die geen hervormingen willen, organiseren het einde van België; als ze de mensen angst willen aanjagen, dan doen ze maar...’
Vlaanderen lag aan zijn voeten. Wondermooie debatpraat, snel, ontwijkend, verdedigend, aanvallend. Alom geprezen om zijn vaardigheden. Een rasechte politicus. Van dat soort slag kunnen we er niet genoeg hebben!
Toch was de vraag naar het standpunt van N-VA inzake een onafhankelijk Vlaanderen terecht en verdiende ze niet om omzeild te worden. Het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen zit in de genen van N-VA. Het vormt dus de harde kern van haar programma. Veel van haar leden en toppolitici maken deel uit van organisaties en fora die openlijk pleiten voor een onafhankelijk Vlaanderen. De samenhang bij het N-VA berust bij de basisidee van een republikeins onafhankelijk Vlaanderen. Jan Jambon, kamerlid en omschreven als één van de belangrijkste steunpilaren van De Wever, is in verschillende verenigingen actief die de Vlaamse onafhankelijkheid propageren. Jan Jambon is ook lid van de zogenaamde strategogroep die alle akkoorden die De Wever met de onderhandelaars maakt, wikt en weegt. Pleiten voor een onafhankelijk Vlaanderen is een legitiem en democratisch standpunt. De Wever begreep zeer goed dat op het moment van de verkiezingen slechts een kleine minderheid van de Vlamingen stond te springen voor een onafhankelijk Vlaanderen. Alle electoraal onderzoek wijst ook in die richting. De strategie van De Wever mag echter geen excuus zijn voor wat iedereen kon weten.

Ongetwijfeld heeft De Wever gepoogd een akkoord te bereiken met de andere zes onderhandelaars. Maar het staat ook als een paal boven water dat De Wever slechts de ruimte krijgt die een onafhankelijk Vlaanderen in de toekomst niet in de weg staat. N-VA zal nooit een akkoord sluiten dat het ultieme doel van de partij zal bemoeilijken. Deze logica is begrijpelijk. Het is zelfs begrijpelijk dat N-VA en Bart De Wever deze zienswijze halsstarrig probeert te verbergen.
Meesterschaker De Wever heeft er zelf voor gewaarschuwd: ‘ze zullen mij proberen de zwarte piet toe te schuiven’. Weer zo’n briljante mediazet om elke kritiek op zijn persoon en zijn partij al bij voorbaat als belachelijk en naast de kwestie terzijde te schuiven. Toch is dit au fond een droevige reactie. Met ongeveer 30 procent van de stemmen en een overdonderend electoraal succes, zou men toch kunnen verwachten dat men de dans wil leiden, dat men het heft in handen wil nemen. Niet zo bij De Wever. De voorzitter van de grootste partij van Vlaanderen én België weet zich telkens opnieuw in een underdog positie te manoeuvreren. Daardoor plaatst hij zichzelf en zijn partij in een afwachtende positie. Reeds op de verkiezingsdag gaf hij het initiatief uit handen, door meteen Di Rupo als kandidaat-premier naar voor te schuiven. Weken leidde Di Rupo het spel en leek men moeilijke klippen te overwinnen. De Wever deed op de avond van het ontslag van Di Rupo in de VRT studio een niet mis te verstane uitspraak. Datgene wat tot dan was onderhandeld was helemaal niet de grote staatshervorming die men langs Franstalige zijde liet uitschijnen. Deze stelling roept meteen de vraag op of De Wever en zijn strategogroep zich op het einde van het onderhandelingsproces niet begonnen te realiseren dat het onderhandelde akkoord niet voldoende zou zijn in het licht van hun ultieme doel. Hun electoraal succes zou moeilijk te herhalen zijn. Nu was hun moment aangebroken, het ijzer moet worden gesmeed als het heet is, want het kan snel weer afkoelen en dus moet tijdens de huidige onderhandeling een grote stap gezet worden richting Vlaamse onafhankelijkheid. Aangezien dit onverzoenlijk bleek met de standpunten van alle andere partijen rond te tafel, moest een uitweg worden gevonden. Het lijkt dat Di Rupo dit moet hebben aangevoeld. Hij moet als geen ander hebben begrepen dat N-VA de aftocht al aan het voorbereiden was. Daarom was hij niet meer bereid in te gaan op de ultieme voorstellen van CD&V.

De volgende verkiezingen worden cruciale verkiezingen, of ze nu binnen vier maanden of vier jaar worden georganiseerd. Als bij de volgende verkiezingen de N-VA opnieuw de grootste van Vlaanderen en het land wordt, dan kunnen we ons inderdaad maar beter voorbereiden op de splitsing van het land. Dat de Franstaligen zich niet aan het voorbereiden zijn op het einde van België zou wel één van de grootste vergissingen van de Vlaamse niet- separatistische partijen kunnen zijn. Guido Fonteyngetuigt in het interview in dit nummer van Samenleving en politiek dat de Franstaligen wel degelijk denken aan ‘la Belgique française’. Dat la Belgique française zou dan Wallonië en Brussel omvatten. Brussel, waar de Vlamingen een zeer kleine minderheid vormen, zou dan de prijs voor een onafhankelijk Vlaanderen zijn. Het is weliswaar een plan B. Verklaringen van Laurette Onkelinx en Rudy Demotte de afgelopen weken illustreren echter dat ook Franstalige politici vrezen dat het niet anders meer kan. Opvallend was de Vlaamse reactie op deze uitspraken: ‘Als ze willen tegemoet komen aan de Vlaamse roep naar een splitsing, dan moet er wel iets grondig fout zijn bij de Franstaligen’. Hoezo fout? De Vlaamse arrogantie begint pijnlijke vormen aan te nemen.
Het zou daarom niet slecht zijn mocht in Vlaanderen het publieke debat over het voortbestaan van België en de creatie van een onafhankelijk Vlaanderen volop en in alle openheid losbarsten. In allerhande publieke fora, zoals weblogs van dagbladen en nieuwszenders, zijn Vlaams nationalistische ‘beroepsbloggers’ erg actief, met een taalgebruik dat vaak weinig aan de verbeelding overlaat. Het wordt tijd dat het debat over het einde van België wordt opengetrokken en publiek wordt gevoerd. Zij die voor het behoud zijn, hoeven uit angst de discussie niet uit te weg te gaan. Daarvoor is het succes van N-VA te groot en is de huidige impasse te belangrijk. Zij die voor de splitsing van het land zijn, hoeven ook niets te vrezen. Naar hun argumenten zal worden geluisterd. Het vage verhaal van de verdamping van België zal moeten worden ingevuld. Het zal uiteindelijk de Vlaamse kiezer zijn die zijn oordeel kan vellen. Zijn partijkeuze bij de volgende verkiezing zal dan de toekomst van Vlaanderen en België bepalen.

Patrick Vander Weyden
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - verkiezingen - N-VA

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 7 (september), pagina 1 tot 3