Abonneer Log in

Links in/en de crisis

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 3

Verkiezingsresultaten analyseren is niet makkelijk. Aan elke realiteit zitten vele en verscheiden dimensies vast. Alle ‘outsiders’ moeten rekening houden met het effect van hun analyses op de lezers, en alle ‘insiders’ zullen proberen het eigen resultaat zo positief als mogelijk voor te stellen.
In dit nummer worden de resultaten van Groen en sp.a voor het licht gehouden. Ik wil even stil staan bij de resultaten van de linkerzijde in het algemeen, met in de marge ook een opmerking over de rechterzijde.

Hoe men het ook draait of keert, de linkerzijde stagneert. Als men de resultaten van diverse partijen optelt (PS en sp.a, Groen en Ecolo, PVDA+ en PTB, plus de vele splinterpartijtjes), dan komt men voor de Kamerverkiezingen in 2014 uit op 33,4%, tegenover 34,1% in 2010. Voor de Europese verkiezingen geeft dit 34,6% in 2014 tegenover 34,3% in 2009.
Dit betekent dat ondanks vijf jaar zware financiële en economische crisis de linkerzijde geen garen spint bij de toenemende of dreigende sociale problemen. Men kan zeker stellen dat België in vergelijking met andere landen de crisis vrij goed heeft doorstaan, maar de bitse discussies in de laatste weken vóór de verkiezingen gaven wel aan dat er nog moeilijke hervormingen in de pijplijn zitten.
En is sociale bescherming - heel breed bekeken - nu niet precies de sterkte van de linkerzijde? Waarom geven mensen de voorkeur aan partijen die een minder sterke sociale balans kunnen voorleggen - om het eufemistisch uit te drukken?

LINKS ZIT ZELF IN EEN CRISIS

Mijn stelling is dat de linkerzijde zelf in een crisis zit. De sociaaldemocratie heeft goede voorstellen geformuleerd maar heeft veel geloofwaardigheid verloren door het lange stuk weg dat ze mee met de neoliberale aanpak heeft afgelegd. Vooral in het Europese beleid werd duidelijk dat wel telkens op een erg efficiënte manier gepoogd werd de scherpe hoekjes af te ronden, maar dat men het nooit heeft gewaagd ook de logica van het systeem aan te pakken. Dat blijft de grote uitdaging voor de toekomst.
Klein links triomfeert omdat het stemmenpercentage verdrievoudigd werd. In totaal blijft men echter onder de 4%. Wie hiervan een succes wil maken, moet zijn rekenkunde herzien. De boodschap slaat duidelijk niet aan, ondanks de media-aandacht en de erg goede campagne die bijvoorbeeld Peter Mertens heeft gevoerd. Het wantrouwen tegenover ‘communisten’ blijft erg groot, de voorgestelde oplossingen worden onhaalbaar geacht en de vervanging van een Vlaams-nationalisme door een Belgisch etatisme dat voorbij gaat aan de vandaag broodnodige meerschaligheid is misschien niet de beste manier om progressieven over de streep te trekken.
Groen heeft een geheel ander probleem en staat voor een groot dilemma. De partij kan op veel sympathie rekenen maar haar boodschap kan niet anders zijn dan: ‘mensen, we moeten het met wat minder doen’, ook al werd dat tijdens deze campagne niet met zo veel woorden gezegd. Maar precies dat willen mensen in deze barre tijden niet doen. Op de vraag hoe je de samenleving ervan kan overtuigen te consuminderen, is nog nooit een afdoend antwoord gekomen. Misschien is het gewoon onmogelijk.

Daarom moet de vraag gesteld worden of de linkerzijde wel toekomstgerichte en geloofwaardige antwoorden heeft? Kan men blijven stellen dat mensen niet begrijpen wie hun ‘echte’ belangen verdedigt? Of dat de media een verkeerde boodschap uitdragen? Het ‘buikgevoel’ speelt zeker een rol bij de keuze die mensen maken, maar meestal is men wel zeer rationeel. Het is duidelijk dat de grote meerderheid van de bevolking niet langer gelooft in de linkse oplossingen.

Men kan daar op twee manieren op reageren. Men kan de linkse, sociale formules laten varen en resoluut de neoliberale kaart trekken. Kiezen voor het centrum en de (nochtans ook bedreigde) middenklassen. Of men probeert de linkse boodschap van solidariteit en emancipatie, die nog steeds relevant is, in een nieuw kleedje te stoppen. Een status quo van verworven rechten verdedigen, zoals klein links doet, is vandaag allesbehalve progressief. De economie en de samenleving zijn veranderd. Mensen hebben andere behoeften dan dertig en vijftig jaar geleden. Mijns inziens heeft de sociaaldemocratie dat goed begrepen, maar het verschil tussen haar vernieuwende aanpak en het neoliberale ‘sociaal beleid’ is flinterdun. En de wil om er afstand van te nemen ontbreekt. Ook Groen innoveert in haar programma en het zal zeker niet het gebrek aan aandacht voor sociale rechtvaardigheid zijn dat de partij verhindert tot boven de 10% te klimmen.

BESCHERMEN MOET

Besluiten dat mensen niet langer geïnteresseerd zijn in sociale bescherming zou fout zijn. Uiteraard willen mensen een degelijk pensioen, goede gezondheidszorg, kinderopvang, voldoende vakantie, bejaardenzorg, inkomenszekerheid bij ziekte of werkloosheid en in laatste instantie een decent leefloon voor wie echt uit de boot valt. Misschien denken we dat het allemaal vanzelfsprekend is en nooit zal verdwijnen. De ervaringen in de derde wereld, maar ook in Griekenland en Spanje, laten een andere realiteit zien.
Het rijke West-Europa kan geen uitzondering blijven in deze gemondialiseerde wereld. Ook hier zullen de verzorgingsstaten voor de bijl gaan. De vraag moet dan zijn of we toegeven aan de druk, dan wel of we haalbare en geloofwaardige alternatieven kunnen ontwikkelen? Of we iets kunnen brengen om de mensen bescherming te bieden, iets anders dan de bescherming van vroeger binnen nationale grenzen?

DE ZWAKKE FLANK VAN N-VA

De Europese verkiezingen hebben laten zien hoe uiterst en populistisch rechts in de Europese Unie doordringt. In Vlaanderen kunnen we ons verheugen op het verlies van het Vlaams Blok, maar het succes van N-VA mag geen zand in de ogen strooien. De partij komt niet noodzakelijk aan de macht, maar zal haar conservatieve, nationalistische utopie blijven verkondigen. De werkgevers zullen er een neoliberaal sausje over gieten. Dat kan de partij, die het wel voor het zeggen heeft in de grootste Vlaamse stad, nog aardig wat problemen opleveren. Want hoe kan je een hechte Vlaamse-nationale ‘gemeenschap’ vormen, als je tegelijk de sociale rechten van de bevolking afbouwt? De conservatieve kern zal de armen willen treffen, terwijl de neoliberalen het arbeidsrecht willen aanpassen. Eerder vroeg dan laat kunnen hun kiezers ervaren dat ‘Vlaanderen’ minder beschermt dan ze hadden verwacht. En dat het niet de potverteerders van de PS zijn die het Vlaamse welzijn bedreigen.

WAT KAN DE LINKERZIJDE VANDAAG DOEN?

Het grote voordeel van klein links is dat men er de goede reflexen heeft en erg veel reële problemen terecht aan de kaak stelt. Hun oplossingen zijn daarom nog niet de beste. Groen heeft wel goede oplossingen, maar stuit op het maatschappelijk verzet tegen elke welvaartsdaling. De sociaaldemocratie heeft beleidservaring en zou haar vaak goede voorstellen moeten kaderen in een duidelijke breuk met het neoliberale model. Voor dat model is er in dit land trouwens geen draagvlak.
De drie partijen zullen elk hun eigen weg voortzetten. Maar ze hebben er alle belang bij om ook naar elkaar te luisteren en de goede punten van elkaar over te nemen. Want de oude waarden kunnen en moeten wel degelijk verdedigd worden, ze moeten een plaats vinden in een nieuw, toekomstgericht verhaal dat rekening houdt met de nieuwe realiteit en dankzij de ervaring van een traditioneel sterke partij ook op Europees vlak kan worden verkocht.
Vlaanderen en België kunnen op hun eentje weinig veranderen. Het beleid wordt grotendeels Europees, zo niet mondiaal gemaakt. Maar het volstaat een paar regeringen te hebben die in de Europese Raad een ander geluid laten horen - laat ons even dromen: de Griek Alexis Tsipras, de Italiaan Matteo Renzi, de Franse François Hollande en de Belg Elio Di Rupo - om het beleid ook een andere wending te laten nemen.
Vandaag staan de Europese landen in het algemeen en de linkerzijde in het bijzonder in het defensief. Ze zijn aan het verliezen. Kunnen we, willen we het roer omgooien? Het gaat uiteindelijk om de toekomst van de democratie.

Francine Mestrum
Redactielid Samenleving en politiek

edito - links - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 3