Log in

Zonder nieuwe spelregels steeds dezelfde winnaars

Politieke partijen kunnen zoveel veranderingen beloven als ze willen. Als het economisch systeem zelf niet in vraag wordt gesteld, zullen de ‘veranderingen’ steeds meer in het voordeel zijn van een kleiner wordende elite.

Er is mij gevraagd om een column te schrijven over het verkiezingsresultaat. Mijn eerste gedachten waren ‘Wat kan ik nu toevoegen aan de reacties en analyses van de experts? Ik ben maar een ex-vakbondsman die zijn brood verdient door op een podium te spotten met heel het systeem. Waarom zou iemand mijn stukje willen lezen of ernstig nemen?’ Toch doe ik het, omdat we onze stem, hoe klein die ook is, kunnen laten horen.

Tenminste als we mogen. Want ik heb mijn stem niet volledig uitgebracht. Niet dat ik niet wou, ik mocht niet. Als Brits onderdaan in België heb ik enkel het recht om te stemmen op de Europese lijsten, en om de zoveel jaren voor de gemeenteraad. Ik ben onbevoegd verklaard wegens afkomst. Ik draag bij aan de maatschappij door het betalen van belastingen, maar mijn mening doet er niet toe. Sociale verkiezingen in bedrijven voor vakbondsafgevaardigden zijn op dat vlak een stuk democratischer. Iedereen die in het bedrijf werkt, mag stemmen, ongeacht de nationaliteit. ‘Eat that’, neoliberalen.

KRONIEK VAN EEN AANGEKONDIGD ‘V’-TEKEN

Sinds ik hier woon, merk ik dat ‘de Vlaming’ nogal trendgevoelig stemt. Zelfs ‘Zwarte Zondag’ was geen échte verrassing. Al wie zich onder de mensen begeeft, weet dat we een probleem hebben met racisme in Vlaanderen. Het erkennen is de eerste stap naar genezing. Het 30%+-resultaat van de N-VA was niet echt een verrassing te noemen. De meeste interviews, tv-optredens, artikels, enzovoort gingen over ‘Bartje’. Het was vooraf geweten dat zijn partij afgetekend zou winnen. Blijkbaar leidden foutieve tussenkomsten in debatten, en zelfs foeteren met cijfers, niet tot kritiek bij de mediageile ‘The Voice’-generatie. Perceptie is wat telt. En een derde van de Vlamingen was van oordeel dat het grootste gevaar in Vlaanderen de PS is. Buit binnen. N-VA is er in geslaagd om een heel blok Vlaams Belang-kiezers af te snoepen. De Walen, en meer bepaald de PS, zijn de nieuwe allochtonen van dienst.

De fantastische overwinning van de N-VA legt ook onmiddellijk haar beperkingen bloot. Tijdens deze campagne was de Vlaamse Leeuw blijkbaar op vakantie; hij/het nam geen deel aan de promo noch aan het overwinningsfeest. Als buitenstaander zou je haast niet geweten hebben dat N-VA een separatistische partij is. Daar zit haar achillespees. Bartje zegt premier te willen zijn van een land dat hij liefst van al zou ontmantelen. Peiling na peiling wijst uit dat de meerderheid van ‘de Vlamingen’ tegen zo’n eventuele splitsing is, dus ‘zwijgt hij daar effe over’. Op socio-economisch vlak is N-VA een partij die doet denken aan de beginjaren van Margareth Thatcher. Voor Bartje is het zaak de twee vleugels van conservatieven en separatisten te verzoenen. Het is een spreidstand die makkelijker zit in de oppositie, dan wanneer verantwoordelijkheden moeten worden genomen.

Voor de Vlaamse regering lijkt een coalitie met de Open VLD voor de hand te liggen. Maar die Liberalen (de échte dan) zijn zo verdomd belgicistisch en ook iets te klein. Het zal dus moeten gebeuren met de ‘windhanen’ van de CD&V, al dan niet met Open VLD als bijkomstigheid. Met CD&V aan boord zal de N-VA evenwel uit een ander sociaal vaatje moeten tappen. De christendemocraten kunnen zich geen flaters meer veroorloven naar de ACW-achterban toe. Ze kunnen het zich niet permitteren om door het leven te gaan als slippendragers van de N-VA, een rol die destijds mooi was neergepend door een zekere Yves Leterme. Vraag is ook of Kris Peeters wil buigen voor minister-president Homans/Bourgeois/Weyts. Na deze ‘moeder aller verkiezingen’ duurt het een hele tijd vooraleer we opnieuw mogen gaan stemmen. Oppositie is dus geen oplossing voor de N-VA. Het gevaar bestaat immers dat er tegen dan, en misschien onder druk van de volgende economische crisis die sommigen voorspellen, een andere ‘hype’ is waar de Vlaming zich massaal achter schaart. Het is een kwestie van nu of nooit. Bartje beseft stilaan dat het waarschijnlijk nooit zal zijn; de weg van de Volksunie lijkt een optie te zijn.

EUROPA OP EEN KRUISPUNT ZONDER LINKSE AFSLAG?

Ik heb wél mijn stem mogen uitbrengen voor de de Europese verkiezingen. Die zijn op veel vlakken belangrijker dan de nationale verkiezingen. De Europese Unie bepaalt steeds meer wat de interne spelregels zijn voor nationale regeringen; ze zet de bakens uit waarbinnen ze mogen ‘spelen’. De overwinning van het Front National (FN) in Frankrijk baart me zorgen. Het FN is extreemrechts, al probeert Le Pen junior iets minder duidelijk te zijn dan haar papa destijds.

De sociaaldemocraten (centrumlinks) worden door grote delen van de werkende bevolking niet meer gezien als ‘bolwerk’ tegen allerlei kwalen van een losgeslagen economisch systeem, en dit niet alleen in Frankrijk. Rechts slaagt erin om die leemte op te vullen met goedkope argumenten tegen de nieuwe schuldigen: de allochtonen, de Europese bureaucratie, de werklozen, enzovoort. De sociaaldemocratie is de weg kwijt. In Engeland verliest ze terrein ten voordele van de anti- Europese UKIP, in Frankrijk lijkt alle geloof weg en bij ons schopten zowel Bruno Tobback (sp.a) als Caroline Copers (ABVV) even hard naar links als naar rechts. In sociaaldemocratische middens zie je enkel nog carrièrepolitici. Haast niemand die nog ‘volksfiguur’ kan worden genoemd. In het beste geval zie je kaviaargauche of goedbedoelende middenklassers. Toen Patrick Janssens in 2012 de duimen moest leggen in de strijd voor het Antwerpse burgemeesterschap was het toepasselijk dat hij huilde op de schouder van een acteur in De Roma en niet op de schouder van een havenarbeider in één van de Antwerpse volkshuizen. Weeral die perceptie. De perceptie dat je als arbeider niet echt thuishoort bij de sp.a. Toch was de sp.a niet echt ontevreden met de behaalde resultaten. Blij zijn met historische dieptepunten is blijkbaar de nieuwe overwinning.

DE ECONOMIE: EEN SYSTEEM MET ‘ONHOUDBAARHEIDSDATUM’

De uitslagen zullen nog lange tijd geanalyseerd worden, de coalities zullen er uiteindelijk ook wel komen. Maar om wat te doen? Om meer te produceren waardoor we meer mensen aan het werk zetten en daardoor meer producten en inkomsten genereren om het leven nog beter te maken? Maar voor wie? Als we allemaal langer moeten werken om deze groei mogelijk te maken, wat is dan het nut? We leven in functie van ‘de economie’ in plaats van omgekeerd. Zou de economie niet eerder in dienst moeten staan van de maatschappij? Dan zouden we kunnen praten over minder werken, meer nuttige vrije tijd voor iedereen, en vrijheid van armoede en dakloosheid voor iedereen.

Als we enkel over ‘groei’ praten, is dat de ijdele hoop troosten dat het ‘systeem’ waarin we leven plots toch ten voordele van de meerderheid zal werken en niet voor de ‘lucky few’. Terwijl zelfs in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk stemmen opgaan om meer controle uit te oefenen op de financiële markten. Elke ingreep vanwege de overheid wordt als taboe beschouwd, maar kunnen wij het ons veroorloven om ‘de markt’ haar chaotische weg te laten gaan? ‘De markt’ investeert niet per se in economische sectoren die het leven beter maken voor de meerderheid. ‘De markt’ investeert in eerste instantie daar waar winst kan worden gemaakt. Punt.

Onlangs las ik een interessant artikel over de ‘economische groei’ waarin ‘investment banker’ Jeremy Grantham het volgende berekende. Stel dat in 3030 BC de totaalbezittingen van alle Egyptenaren één vierkante meter was, en stel dat deze bezittingen groeiden naar rato van 4,5% per jaar, hoe groot zouden dan hun bezittingen zijn tegen 30 BC? Het antwoord is 2,5 miljard zonnestelsels. Het is een leuke berekening om onder vrienden mee uit te pakken. Maar het geeft ook aan hoe idioot het is om enkel over ‘groei’ te praten als je niet praat over het systeem en in dienst van wie dat systeem - onze economie - moet werken. We kunnen onze planeet plunderen en verder (letterlijk) uithollen op zoek naar grondstoffen om onze ‘groei’ te stimuleren, maar ooit geraakt het op, en wat dan.

Op dat vlak waren alle partijen bijna gelijk. We praten over de punten en de komma’s en niet over ‘de olifant in de kamer’, namelijk of we het ons als als mensheid kunnen permitteren om een economisch systeem te aanbidden dat zich blijkbaar weinig laat sturen? De economie lijkt soms zo dominant dat politiek verbleekt tot bijzaak, een niet ter zake doende afleiding. Politici doen om de zoveel jaren mee aan een populariteitspoll om achteraf te mogen spelen met de marges die gegeven worden door een soort onzichtbare ‘Matrix’, zijnde ‘de economie’. Who’s in charge? Ondanks de tijdelijke revolutionaire houding van enkele Europese Liberalen op de barricades van Maidan hebben de inwoners van Oekraïne ondervonden dat ‘money talks and bullshit walks’. Sorry Oekraïne, we willen helpen maar dat gas van Rusland ruikt zo lekker.

Europa worstelt om één blok te vormen tegenover het economische geweld van China, de Verenigde Staten en anderen. Het is een wedstrijd waar er nooit een winnaar is; een eeuwigdurende marathon waar de prijzen niet aan de meet worden uitgedeeld. Want die is er niet. We lopen, en wie loopt denkt ooit te kunnen winnen; wie niet loopt valt af en dient als voeding voor de overblijvers. Een systeem dat in dienst staat van het systeem, en niet van de meerderheid der mensen, loopt ooit heel slecht af. Dat weten we (of zouden we moeten weten uit historisch besef). Maar niemand durft het blijkbaar uit te spreken. Zolang wij in het Westen ons speelgoed blijven krijgen zonder te hoeven denken aan de gevolgen elders, zolang we steeds meer in een geïsoleerd eigen wereldje kunnen leven waar onze enige dagelijkse beslissing is waar we onze volgende ‘selfie’ trekken, dan kunnen wij het ‘feest’ nog een beetje rekken. De stijgende vluchtelingencijfers geven nochtans aan dat er aan de deur wordt geklopt, dat de meerderheid mee wil feesten en het niet meer neemt om als goedkope grondstof te dienen wanneer het de markten uitkomt. Er moet dringend over ‘dat systeem’ gepraat worden. Het zou leuk zijn als de volgende verkiezingsoverwinning wordt gevierd op de trappen van de beurs en niet in één of ander grijs lokaal. Kwestie van effe te laten zien wie de baas is.

Allez, dat is mijn gedacht. Maar zoals de vele N-VA-twittertrollen hebben getweet toen ik kritiek gaf op hun leider: ‘Who the fuck is Nigel Williams’? En inderdaad, wie ben ik? Gewoon iemand met een opinie en geen opgelegde hype.

Nigel Williams
Vlaams-Britse cabaretier en voormalig vakbondsafgevaardigde bij Opel Antwerpen

verkiezingen - links - N-VA

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 6 (juni), pagina 45 tot 48