Abonneer Log in

Quo Vadis sp.a?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 3

De voorzittersverkiezingen bij sp.a en de manier waarop ze worden gevoerd, worden door velen gezien als onderdeel en orgelpunt van een al langer bestaande malaise in de partij. Toch vormen ze ook een opportuniteit voor een diepgaande, fundamentele en noodzakelijke reflectie over waar de partij staat en naartoe moet.

Voor geen enkele formatie zou de transformatie van decennialange bestuurspartij naar oppositiepartij gemakkelijk zijn. Zeker niet voor een partij die al zoveel - gezien de electorale resultaten mislukte - vernieuwingsoperaties achter de rug heeft. ‘Er is een fundamenteel nieuw verhaal nodig’, aldus ook voormalig campagneleider voor sp.a Fons Van Dyck in Het Nieuwsblad (21/04/2015).

Wie ook voorzitter wordt, er wacht hem een zware taak. En grote verantwoordelijkheid. Te groot voor één man. De sp.a bleek in het verleden geen ploegsport. Een van de cruciale opdrachten is daarom de interne werking verbeteren. Zolang de buitenwereld denkt of voelt dat er binnen de partij een kille wind waait, kan ze niemand overtuigen. De nieuwe voorzitter en zijn equipe moeten de heersende lusteloosheid vervangen door trots.

Het verbeteren van die interne partijwerking lijkt één van de belangrijkste voorwerpen van de voorzittersstrijd, waarbij de uitdager vooral op dat vlak het verschil lijkt te willen maken met zijn voorganger. Het dubbelgesprek verderop in dit blad geeft echter aan dat er ook op inhoudelijk vlak best wat verschillen te noteren zijn.

Dat is een goede zaak want er is een noodzaak om de inhoudelijke lijn van de sociaaldemocratie (of is het socialisme?) te verduidelijken, te verscherpen. En hoe zit dat nu met die gekke ‘a’ en baseline: socialistische partij anders of sociaal-progressief alternatief? Hoe links of centrum moet sp.a worden? Over deze fundamentele, strategische partijlijn verschillen de twee kandidaat-voorzitters van mening. De stelling dat deze kiesstrijd enkel over persoonlijkheid en charisma gaat klopt niet.

Er zijn immers ook andere verschillen tussen beiden. Uiteraard binnen de brede bedding van de sociaaldemocratie. Maar zelfs dan zijn ze niet zonder betekenis. Kort door de bocht: Tobback mikt op centrumlinks, Crombez wil meer naar links van dat centrum. De laatste wint daarmee in scherpte, maar zoals Frank Vandenbroucke onlangs in Veto stelde heeft dat ook gevaren: ‘In Vlaanderen heeft links een helderder en warmer verhaal nodig, maar het mag zich niet opsluiten in het eigen gelijk. (…) Maar moeten we per se linkser worden omdat de anderen rechtser worden? In de jaren 1980 heeft Labour dat in Groot-Brittannië geprobeerd als reactie op Thatcher, die steeds rechtser en nationalistischer werd. Op de duur was het socialisme in Groot-Brittannië dood. Men had het midden moeten invullen.’

Rond veel thema’s heeft de partij veel werk. Denk aan diversiteit en migratie. Voor iedereen moeilijk, maar zeker voor sp.a omdat het publiek waarop de partij zich richt(te) daarover verdeeld is. Grofweg waren er de voorbije decennia drie inhoudelijk-strategische lijnen binnen het Vlaamse socialisme. Er was de lijn Elchardus, die vooral de meer traditionele, lager opgeleide (arbeiders)achterban moest aanspreken: een uitgesproken links discours op socio-economisch vlak gecombineerd met een kritischer verhaal over multiculturaliteit met o.a. nadruk op de plichten van allochtonen. Een andere lijn gaat voor de stedelijke, hoger opgeleide groep alsook de allochtone gemeenschap zelf en omarmt de superdiversiteit en benadrukt vooral discriminatie en antiracisme. En er was de lijn Stevaert: niemand tegen de borst stoten, laat ons er vooral over zwijgen en focussen op thema’s die potentiële kiezers wél verenigen. De voorbije 20 jaar zijn die verschillende strekkingen, deels tegelijk deels achtereenvolgens, gevolgd. Het is tijd voor een duidelijke keuze. Zoals verderop blijkt, verschillen ook de kandidaat-voorzitters daarover subtiel van mening.

Ook rond de corebusiness - werk en sociale zekerheid - is meer debat nodig. De voorbije jaren werd sterker de nadruk gelegd op een ‘rechten en plichten verhaal’, ook bekend als ‘voor wat hoort wat’. Intussen is dat verhaal ook geclaimd door rechts. Hoe moet sp.a zich daartoe verhouden? Hoe hard moet op (on)voorwaardelijke rechten en plichten gewezen worden? Waar ligt het fundamentele verschil met het discours van anderen dat soms gelijkluidend kan zijn? Is de sprong voorwaarts met het ‘basisinkomen’ een optie om de partij te laten verschillen? Vooral Crombez zet dat in de markt, maar de verschillen met Tobback blijken ter zake klein.

Ooit komt het communautaire weer naar boven. Ook daarop was de positie van de sp.a de voorbije jaren nogal dubbelzinnig. De partij hervormt de staat, m.i.v. de splitsing van een deel van de sociale zekerheid, is niet voor een federale kieskring en stelde ook het dominante nationalistische discours niet fundamenteel in vraag. Maar waar staat de sp.a communautair, straks twintig jaar na Het Sienjaal? Neemt ze deel aan het debat over identiteit en wat die betekent? En hoe verhoudt ze zich tot de Franstalige zusterpartij in eigen land? Daar horen we beide kandidaten weinig over.

Over Groen des te meer: meer samenwerking moet, maar na alle eerdere afwijzingen vraagt de sp.a-voorzitter, wie het ook wordt, straks niet meer de hand van Almaci. Maar vooraleer er ‘meer samenwerking’ kan komen, moet de partij haar discours over milieuthema’s op een lijn trekken. Onder Stevaert werd sterk ingezet op het belang van het openbaar vervoer, als onderdeel van het ruimere gratis-verhaal. Ook zijn focus op verkeersveiligheid verbreedde het thematische spectrum van het Vlaamse socialisme. Enkele jaren later zette men ook in op het debat rond kernenergie. Maar de focus was de voorbije jaren minder sterk. Groen werd roder dan rood groener werd. Nog een aandachtspunt.

Zoals ook de relatie met andere progressieve actoren. Beide kandidaten willen open staan en zowat met iedereen van goede progressieve wil samenwerken, maar concreet wordt het nooit. Net nu een krachtig ‘alternatief’ voor het huidige meerderheidsbeleid meer van een aantal burgerinitiatieven (bv. ‘Ringland’, ‘Hart boven Hard’) komt dan van politieke partijen? Wat doet sp.a daarmee? Beide kandidaten blijven daarover te vaag.

En wat met de breuklijn stad-platteland, correcter in de Vlaamse context tussen stad en randstad? In Vlaanderen stond het socialisme traditioneel sterker in de steden, de christendemocratie meer daarbuiten. Nog maar tien jaar geleden haalde sp.a ook een groot deel van haar sterkte uit haar dominante positie in grote steden. In Antwerpen vervelde ze zelfs tot stadspartij. De tegenstelling stad-randstad is meer dan geografisch: deels ook socio-cultureel. Moet sp.a proberen om (nog) meer uitgesproken een stadsbeweging te worden en op dat punt de concurrentie aangaan met Groen en Open VLD? Of moet de partij een apart verhaal ontwikkelen voor al diegenen die buiten de stad wonen en door andere progressieve partijen minder bediend worden? Vlaanderen is dan wel verstedelijkt, maar veel Vlamingen leven in hun hoofd buiten de stad. Laat sp.a die liggen?

En wat met de houding tegenover de EU? Het succes van bv. Syriza en Podemos heeft uiteraard te maken met hun specifieke context, maar tegelijk roept die vragen op over het beleid van de EU waarvan de fundamenten de voorbije jaren ook mee door heel wat socialistische regeringsleiders zijn gelegd. De deregulering en privatisering die sinds de jaren 1990 vorm kreeg, werd ook door de Vlaamse socialisten niet fundamenteel in vraag gesteld. Zo’n tien jaar geleden leek de sp.a even een eurokritischere koers te varen. En nu?

Kortom: de partij staat voor fundamentele inhoudelijke keuzes. Op breuklijnen die cruciaal zijn voor sp.a. Niet op alle hoeft een radicale keuze gemaakt te worden, maar het geheel moet een scherper profiel opleveren. Daar zijn beide kandidaten het over eens. De nieuwe voorzitter moet als groepsleider mee helpen om knopen door te hakken en de gemaakte keuzes charismatisch uitdragen en aan de m/v/x te brengen.

Het gaat om te veel thema’s om in één interview diepgaand uit te spitten, maar het gesprek met de twee kandidaten in dit blad legt iets meer dan verwacht ook enkele verschillen bloot. Of de winnaar een overgangspaus wordt dan wel de partij naar de electorale heropstanding zal leiden, kan enkel de toekomst uitwijzen. In elk geval zal hij het niet alleen kunnen.

Dave Sinardet en Carl Devos
Redactieleden Samenleving en politiek

edito - sp.a- links - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 3