Abonneer Log in

Geld als wapen in de strijd tegen klimaatopwarming

BOUWEN AAN EEN WERELD IN TRANSITIE

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 8 (oktober), pagina 10 tot 14

Wat hebben banken en investeringsfondsen met klimaatopwarming te maken? Stel je voor dat het boorplatform dat olie uit een recent ontdekt olieveld moet opboren een luchtkasteel is. Financiering is de lucht. Zonder lucht zal een luchtkasteel niet opblazen; zonder financiering zullen nieuwe olievelden onaangeroerd blijven. Hetzelfde geldt vanzelfsprekend ook voor windmolens en zonnepanelen. Waar we vandaag in investeren, bepaalt hoe de wereld er morgen zal uitzien. En aangezien de transitie om de klimaatopwarming het hoofd te bieden niets minder dan een economisch haalbare omwenteling betekent, is het maatschappelijk belang van investeringskeuzes nog nooit zo groot geweest als vandaag.

BOUWEN AAN EEN WERELD IN TRANSITIE

Samen in de loop
Sam Deckmyn en Jiska Verhulst
Geld als wapen in de strijd tegen klimaatopwarming
Frank Vanaerschot
Onze infrastructuur in eigen handen houden
Dirk Barrez
Cultuur als motor van een paradigmashift
Johan Penson
De slimme stad van de toekomst
Pieter Ballon

In 2011 ging ik naar de aandeelhoudersvergadering van ING met een rekensommetje. In de duurzaamheidsverslaggeving van de bank stond toen te lezen hoeveel CO₂ de bank uitstootte door hun kantoren te verwarmen, te reizen, enzovoort. Die voetafdruk compenseerde de bank met het aanplanten van het aantal bomen nodig om deze CO₂-uitstoot uit de lucht te halen. Bijgevolg verklaarde ING zich CO₂-neutraal. Onderzoek van Fairfin toonde echter aan dat ING meer dan 1 miljard euro investeerde in bedrijven die elektriciteit produceren op basis van steenkool. Een gemiddelde steenkoolcentrale stootte toen 20 keer meer uit dan wat ING compenseerde.

Enkele maanden later zat ik terug op de trein richting de Zuidas in Amsterdam omdat de toenmalige CEO, Jan Hommen, mijn rekensommetje met een uitnodiging beantwoordde. Een hele rist Nederlandse ngo’s, portefeuillebeheerders van ING, duurzaamheidsverantwoordelijken en de CEO schoof aan tafel. Mijn vraag was eenvoudig: bent u bereid de financiering van steenkool uit te faseren? Dat wil zeggen, niet alle contracten vandaag openbreken maar een geplande uitstap met de klimaatwetenschap als dirigent die het tempo aangeeft. Het antwoord was even simpel: neen.

DOORBRAAK DIVESTMENTBEWEGING

Min of meer op hetzelfde moment werd ook een ander rekensommetje gemaakt. Het Carbon Tracker Initiative lanceerde het concept ‘carbon bubble’. De koolstofbubbel vertrekt van de veronderstelling dat we de nodige maatregelen zullen nemen om onder de grens van 2 graden klimaatopwarming te blijven. Van daaruit kwam een vraag. Hoeveel CO₂ mogen we nog uitstoten als we de 2 graden grens willen respecteren? Het antwoord: een vijfde van de CO₂ die we zullen uitstoten als we de gekende reserves aan steenkool, olie en gas blijven opbranden zoals we dat nu doen. Daaruit kwam een volgende vraag naar voren kwam. De 100 grootste steenkool- en de 100 grootste olie- en gasbedrijven hebben meer dan voldoende fossiele reserves om die limiet te overschrijden; wat gebeurt er met de koers van hun aandelen als we de nodige maatregelen nemen om de grens van 2 graden opwarming te respecteren? In de nasleep van 2008 deed potentiële financiële instabiliteit heel wat andere belletjes rinkelen. De eerste keer dat ik dit concept lanceerde in een meeting met bankiers, was de eerste keer dat ik ze onder elkaar zag discussiëren.

Uit dit rekensommetje bloeide de divestmentbeweging. Eerst in de VS en daarna ook in verschillende Europese landen stapten studenten naar de directies van hun universiteiten en kerkgangers naar de beheerders van het fonds van hun kerkgemeenschap. Burgers staken hun licht op bij de schatbewaarder van hun stad of dorp. In de ene hand hielden ze de koolstofzeepbel en de economische risico’s die eraan vasthangen; in de andere hand hielden ze hun morele verontwaardiging over investeringen in een industrie die de toekomst van hun kleinkinderen in de weg staat. Heel wat instellingen gingen overstag en engageerden zich om in minder of meerdere mate hun investeringen in fossiele brandstoffen terug te schroeven.

2015 was het jaar waarin de divestmentbeweging echt doorbrak. Het totaal beheerde bedrag van fondsen die zich ertoe engageerden om investeringen in steenkool, olie en gasbedrijven terug te schrijven was 50 maal hoger dan het jaar ervoor: 2.600 miljard dollar. En in de aanloop naar de Klimaattop van Parijs (van 30 november tot 12 december 2015) namen ook echt grote spelers engagementen. Verzekeraars als Allianz en Axa, het Noorse pensioenfonds en banken als BNP Paribas en ING namen elk engagementen om striktere criteria te hanteren voor het investeren in steenkool. Daar waar de CEO’s enkele jaren geleden de lippen nog stijf op elkaar hielden, bekenden deze banken eindelijk kleur. Met hun engagementen erkenden ze hun verantwoordelijkheid voor de impact van de bedrijven en de projecten die ze financieren op klimaatopwarming. In de aanloop naar Parijs deed ook KBC-voorzitter Thomas Leysen de opmerkelijke uitspraak ‘persoonlijk niet langer in steenkool te willen investeren’. We hebben ons een jaar afgevraagd wat deze uitspraak voor zijn bank betekende. Vorige maand kregen we het antwoord. Ook KBC legt een aantal beperkingen op voor het financieren van steenkool.

De divestmentbeweging die zich op publieke instellingen richt, kwam hier wat later op gang dan in enkele andere landen. Maar ondertussen zijn er ook op enkele universiteiten campagnes bezig en zijn ook andere organisaties zich aan het afvragen hoe het zit met hun fondsen. Aan de KUL zouden er 50 professoren zijn die van hun universiteit verwachten dat ze investeringen in het zwarte goud terugschroeft.

GAT IN DE MUUR

Het is belangrijk om stil te staan bij wat deze divestmentbeweging betekent. De engagementen die universiteiten, verzekeraars en banken hebben genomen, zijn het zichtbare symptoom van iets waar veel meer muziek in zit. Deze beweging heeft een gat geslagen in de muur tussen de financiële wereld en de rest van de samenleving. Fondsenbeheerders, financieel verantwoordelijken en bankiers zien hun financierings- en investeringskeuzes doorgaans als een technische, moreel neutrale kwestie. Hun voornaamste leidraden zijn rendement en risico. Voor de rest van de samenleving is de financiële wereld dan weer vaak een buitenaards wezen. We besteden doorgaans weinig aandacht aan de vele connecties tussen de financiële wereld, onszelf en de samenleving. Het mooie aan de divestmentbeweging is dat ze financiers op hun maatschappelijke keuzes aanspreken. En vooral dat ze het debat over investeringskeuzes publiek voert. Dat is ongebruikelijk maar wel logisch, aangezien de keuzes over waar vandaag geïnvesteerd wordt, bepalen hoe de samenleving er morgen uitziet.

HET LICHT UIT?

Hoewel de divestmentbeweging een verschuiving heeft teweeggebracht, mogen we het bredere plaatje niet uit het oog verliezen. Het klimaatakkoord in Parijs stelde dat we eigenlijk niet naar 2 graden, maar naar 1,5 graden klimaatopwarming moeten streven. Verschillende studies stellen ook dat het technisch en economisch haalbaar is om tegen 2050 volledig op hernieuwbare energie over te schakelen. Ze stellen hiervoor scenario’s op. In België, in Europa en wereldwijd. Wat ontbreekt, is de startknop om die transitiescenario’s in gang te zetten. Die startknop is financieel en politiek.

Twee andere rekensommetjes tonen aan dat de voet die divestmentbeweging tussen de deur van de financiële wereld heeft gekregen een goed begin is, maar zeker geen overbodige luxe.

Een. Anno 2015 deden we met Bankwijzer en Banktrack onderzoek naar de verhouding tussen financiering van fossiele energie en hernieuwbare bronnen. Voor elke euro die de 25 grootste banken ter wereld hernieuwbare energie toestopten, stromen er 9 naar fossiele brandstoffen. Wanneer we stellen dat het klimaatbeleid van bepaalde banken een stap in de goede richting is, maar er nog een lange weg af te leggen is, krijgen we als antwoord dat als zij de kredietkraan volledig dichtdraaien het licht uitgaat.

Twee. Daartegenover staat het meest recente rekensommetje dat ons terug tot de orde van de dag roept. Als we klimaatopwarming indijken écht serieus nemen, zo stelt kersvers onderzoek van Oil Change International vast, moeten we alle nieuwe steenkoolmijnen en verse oliebronnen laten voor wat ze zijn. Dan zullen we het moeten doen met een georganiseerde vertraging van de productie van de mijnen en olievelden die momenteel ontgonnen worden.

OORLOGSMACHINE VOOR HET KLIMAAT

De ironie is dat, als gevolg van een sterke daling van de olieprijs in de laatste twee jaar, oliebedrijven voor honderden miljarden investeringen in nieuwe olieprojecten teruggeschroefd hebben en OPEC-landen eind september overeenkwamen minder olie te produceren. Het doel hiervan is echter niet om klimaatopwarming in te perken. Wel om de prijs terug hoog genoeg te krijgen om terug winstgevend te worden en daarna terug de productie te kunnen verhogen. Ondertussen liet die prijsdaling al een glimp zien van de koolstofbubbel: in de VS legden enkele banken reserves aan om verliezen in de oliesector te compenseren.

Moet het licht dan maar uit? Neen. Een georganiseerde uitstap betekent niet morgen alles stoppen. Volgens de directeur van Oil Change International, Stephen Kretzman, zullen de bestaande oliebronnen in 17 jaar tijd de helft minder olie produceren als we hun natuurlijke verloop niet tegenhouden. De tijd die ons rest moeten we gebruiken om alle middelen en hefbomen die er ter beschikking zijn in te zetten om die transitiescenario’s aan de praat te krijgen. Iets gelijkaardig gebeurde in de VS toen het haar economie in een rotvaart omgooide tot een oorlogsmachine om nazi-Duitsland te stoppen. Natuurlijk is onze doelstelling anders, maar feit is: met politieke wil kan heel veel.

Er zijn hier en daar lichtpuntjes. China, de grootste CO₂-producent ter wereld, besliste vorig jaar geen nieuwe steenkoolmijnen te openen. Dat zijn er meer dan 1.000. China is het land met de meeste uitstoot. Maar vooraleer we met de vinger gaan wijzen, mogen we misschien ook bedenken hoeveel export er van China naar ons komt. Het uitfaseren van het fossiele tijdperk zorgt ook voor ongerustheid bij mensen van wie het inkomen afhankelijk is van de fossiele economie. Het werkelijke startschot van de transitie zou echter heel wat jobs creëren.

WIE ZIT ER AAN HET STUUR VAN DE FOSSIELE ECONOMIE?

Terug naar de financiële kant van het verhaal. Sommige spelers in de financiële sector beginnen echt nattigheid te voelen. Enkele van de grootste verzekeraars vrezen voor hoogoplopende kosten van schade door klimaatopwarming. Ze riepen onlangs de G20 op om snel alle subsidies voor fossiele brandstoffen stil te leggen. Toch is het is onwaarschijnlijk dat de markt deze kentering op haar eigen zal bewerkstelligen. De ommezwaai van de Amerikaanse economie in de jaren 1940 werd veeleer vanuit de overheid dan vanuit Wall Street gefinancierd.

Een belangrijke stap is dan ook het verder connecteren van de divestmentbeweging die een voet in de financiële wereld heeft gekregen. Een van de belangrijke connecties is de beweging tegen de vrijhandelsakkoorden TTIP en CETA. De investeringsbescherming die in deze verdragen zit, is mogelijk een poging van de fossiele industrie om de kosten van te lang het fossiele pad bewandeld te hebben op ons af te schuiven. De Franse staatssecretaris voor buitenlandse handel, Matthias Fekl, merkte eerder dit jaar reeds op dat het geen enkele zin heeft om eerst in Parijs een klimaatakkoord te sluiten om dat vervolgens teniet te doen met TTIP. We moeten het verzet tegen TTIP en CETA dan ook in een breder kader zien. De kosten van te lang dezelfde weg bewandeld te hebben, zijn een herverdelingsvraagstuk. Ja, we steken allemaal benzine in onze auto. Maar neen, wij zaten niet aan het stuur van de fossiele economie. Ga je pensioenfonds eens uitpluizen. Het zou wel eens kunnen dat je aandeelhouder bent van Exxon Mobil. Je was er mogelijk niet van op de hoogte, maar ‘jouw’ bedrijf wist reeds in de jaren 1970 dat het klimaatopwarming veroorzaakte. Ze hield die informatie echter achter en financierde ontkenners van de klimaatopwarming.

HOOG TIJD

Ten slotte drie ideeën om de inspiratie aan te wakkeren.

1/ Heel wat grootbanken zijn nog niet zo lang geleden met belastinggeld gered. Belfius en BNP Paribas zijn nog steeds geheel of gedeeltelijk in overheidshanden. Maar we blijven doen alsof dat niet zo is. Wat we van Eandis kunnen vragen, kunnen we ook van een bank als Belfius vragen. Die wordt momenteel gelukkig nog niet verkocht. In de plaats van haar winsten te gebruiken om de begroting op te smukken, zouden we beter vragen dat de bank ten dienste van de transitie komt te staan.

2/ Ons pensioenspaarpotje wordt god weet waar op de beurs geïnvesteerd. We zouden kunnen nadenken over hoe we met de geldstromen in fondsen de transitie zo lokaal mogelijk kunnen voeden en greep kunnen krijgen op onze hernieuwbare energieproductie. Met de juiste wetgeving kan de helft van alle EU-burgers in Europa zelf zijn elektriciteit produceren.

3/ Centrale banken in het Verenigd Koninkrijk en Nederland kijken naar de ‘carbon bubble’, maar in België blijft een wetsvoorstel om hiermee aan de slag te gaan voorlopig dode letter. De Nationale Bank koopt wel obligaties van Shell. De Britse ngo Positive Money voert een campagne voor een alternatief centraal bankenbeleid waarbij de centrale bank geldcreatie inzet om vergroenende infrastructuurprojecten te financieren. Het wordt als science fiction gezien. Langs de andere kant, het huidige centrale bankenbeleid doet de financiële goegemeenschap al enkele jaren hallucineren. En er is geen groter waanbeeld dan dat we met enkele maatregelen hier en daar de klimaatopwarming wel zullen afwentelen.

De wereldeconomie kampt met een tekort aan vraag, maar een overvloed aan onbeantwoorde noden. Tegelijkertijd circuleert een grote hoeveelheid geld doelloos in financiële markten. Zijn we er klaar voor om de muur tussen de financiële wereld en de samenleving te slopen en geld een maatschappelijke opdracht te geven? Het is alleszins hoog tijd.

Frank Vanaerschot
Inhoudelijk coördinator bij FairFin

transitie - Divestment - klimaatopwarming

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 8 (oktober), pagina 10 tot 14