Abonneer Log in

Het jaar waarin links zich (weer) liet aftroeven

TERUGBLIKKEN OP 2016

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 10 tot 16

2016 gaat de geschiedenisboeken in als het jaar van de Brexit en van Trump. Links mag dit niet afdoen als accidents de parcours op weg naar een onvermijdelijk betere toekomst, en kan beter ook niet wild schieten op deze rechtspopulisten en hun kiezers. Er vallen wel degelijk lessen te trekken uit deze gebeurtenissen. Links heeft het deze populisten te gemakkelijk gemaakt ook linkse economische slogans te hanteren.

TERUGBLIKKEN OP 2016

Het jaar waarin links zich (weer) liet aftroeven
Ferdi De Ville
Het jaar van de verwarring
Steven Decraene

Moest je mij vragen dit jaar te illustreren aan de hand van één foto? Dan zou ik kiezen voor die waarop Donald Trump en Nigel Farage breed lachend poseren voor de met goud overgoten deuren in de Trump Tower. Maar er is mij iets anders gevraagd, namelijk wat dit jaar van de Brexit en Trump betekent voor links. Wel, om te beginnen met het vanzelfsprekende: dat het alweer geen goed jaar was voor links.

Laat het me scherper stellen. Was er überhaupt iéts om als progressief je hart aan op te halen dit jaar? Denk maar even na. De two weeks of European fame van Paul Magnette in de CETA-saga? Daar kom ik nog op terug, maar het is wel veelzeggend dat het even uitstellen van de ondertekening van een handelsakkoord, terwijl het door andere Europese sociaaldemocraten zonder veel morren werd aanvaard, iets is waar links zich aan moet verwarmen.

Ja, het is zelfs zo ver gekomen dat we met z’n allen zitten te hopen dat Donald Trump als Amerikaans president een Ronald Reagan zal worden (en geen Mussolini). Reagan, die antiheld bij uitstek van een vorige linkse generatie. Of nog, dat toen klimaat-flipflop (soms wel de uitdaging van klimaatverandering erkennen, dan weer niet) Mitt Romney genoemd werd als Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken, we een zucht van opluchting slaakten, omdat het nog veel erger kon (op het moment van schrijven is het nog niet duidelijk of hij het ook geworden is).

Moet links zich de overwinning van Trump wel aanrekenen, vraagt u zich misschien af? Toonde die niet vooral het failliet van de Republikeinen? Zijn er niet vele verklaringen voor Trump en de Brexit te bedenken waaraan links niet medeplichtig is?

Neen, zo gemakkelijk komen we er niet vanaf. Trump was geen president kunnen worden als hij niet goed had gescoord bij de klassieke achterban van links: (blanke) lager opgeleiden, die zich al decennialang politiek verwaarloosd voelen en het gevoel hebben er relatief op achteruit te gaan. Het Leave-kamp haalde het in de Brexit eveneens vooral dankzij die groep. Elders lopen sociaaldemocratische partijen electoraal leeg langs diezelfde flank. We kunnen de definiërende gebeurtenissen van 2016 dus niet afdoen als louter Angelsaksische verschijnselen waar wij hier weinig mee te maken hebben.

De overwinning van Trump en het referendum over de Brexit met een gelijkaardige demografie en geografie van de uitslag moeten dan ook een wake-upcall zijn voor links, ook bij ons. Een zoveelste.

Want wat was eigenlijk wel nog eens een goed jaar voor links? Er is toch echt iets mis als het een erg moeilijke vraag is geworden om nog eens een recent links electoraal of beleidsmatig succes op te noemen.

DOORGESLAGEN SLINGER

Twee donderslagen bij heldere hemel kunnen we de Brexit en Trump niet noemen. De Oostenrijkse presidentsverkiezingen passen ook in het rijtje. En niemand durft er zijn hand voor in het vuur te steken dat extreemrechts in 2017 niet aan de macht komt in Frankrijk of Nederland, of zich voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog in Duitsland federaal op de kaart zet.

Er zit een logica in het feit dat we deze fenomenen op dit moment doormaken. Het is geen toeval dat ze acht jaar na het uitbreken van de financiële crisis gebeuren. Die crisis bracht een heftige klap toe aan het vertrouwen in het establishment (om die ondertussen populaire term maar te gebruiken) en haar dominante denkbeelden. Er stond toen echter geen alternatieve sociale kracht met een alternatieve ideologie klaar om de leemte in te vullen.

Dus zagen we op veel plekken het volgende. Ontgoochelde kiezers stemden de ene centrumregering weg voor de andere. Nu één of twee verkiezingen later blijkt dat dit tot weinig verandering - laat staan beterschap - heeft geleid, wenden ze zich tot extremere alternatieven die radicalere verandering beloven. We zagen dat vorig jaar in Griekenland met Syriza (een versie die sommige progressieven meer kon bekoren) en nu ook in veel andere landen.

Links heeft dus alvast mee de voedingsbodem voor het huidige populisme gecreëerd door geen alternatief te bieden na de financiële en economische crisis. Maar de problemen gaan verder terug. Deze analyse is al vaak gemaakt, dus ik ga ze hier slechts summier overdoen.

Na de lange regeerperiodes van rechts in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten (de Thatcher- en Reagan-jaren) kwam links daar, en vervolgens ook elders, tot de conclusie dat het zichzelf grondig moest heruitvinden om opnieuw kans te maken om aan de macht te komen. De analyse was namelijk dat een klassieke, erg linkse economische opstelling begin jaren 1980 Labour onverkiesbaar had gemaakt, en dat in dezelfde periode Mitterand in Frankrijk had ondervonden dat een socialistisch economisch beleid niet meer uitvoerbaar is in de meer open Europese en mondiale economie.

Met de ‘Derde Weg’ aanvaardden sociaaldemocraten de neoliberale economische ordening. Ze zouden zich vervolgens van rechts onderscheiden door iets meer aandacht voor armoedebestrijding, door in te zetten op gelijkheid van kansen en vooral door het op te nemen voor nieuwe sociale groepen zoals holebi’s (ondertussen LGBT) en etnische minderheden.

Vorige maand was het ook 25 jaar geleden dat het Vlaams Blok bovenlokaal doorbrak op Zwarte Zondag (door de Brexit en Trump was er extra veel aandacht voor deze verjaardag in onze media). Door zich voornamelijk te onderscheiden van rechts op cultureel vlak zou links ook in Vlaanderen een aanzienlijk deel van de autochtone groep lager opgeleiden, de traditionele achterban, verliezen aan extreemrechts. Vanuit het idee dat dit toch een krimpende groep is (maar verwondering wanneer blijkt dat lager opgeleide blanken in de Verenigde Staten nog steeds een electorale meerderheid vormen), pleitten sommigen op links expliciet voor het zich heroriënteren weg van deze groep naar ethisch-progressieve stedelingen en (laat ons eerlijk zijn, soms minder ethisch progressieve) minderheidsgroepen. Het was ook de strategie van Hillary Clinton, die heeft gefaald.

Wat moet de reactie nu zijn? Mijn pleidooi is niet dat links moet stoppen op te komen voor de rechten en emancipatie van culturele minderheidsgroepen. Wel meen ik dat links ervoor kan zorgen dat lager opgeleiden zich minder snel tot extreemrechtse en populistische partijen zullen wenden door (opnieuw) een duidelijker economisch en democratisch verhaal te brengen.

De Brexit en Trump zijn er namelijk ook gekomen doordat populisten opportunistisch linkse slogans van onder het stof hebben kunnen halen.

CONTROLE TERUGNEMEN? HET ESTABLISHMENT OPRUIMEN? DAT ZIJN ONZE SLOGANS!

Natuurlijk zijn de Brexit en Trump er ook gekomen doordat de protagonisten en sommige media zonder blozen de racistische onderbuik van een deel van de bevolking hebben aangesproken. Echter meen ik dat xenofobie niet voor alle Brexit- en Trump-kiezers de belangrijkste motivatie was. Maar dat mensen zich ook gemakkelijker laten overtuigen door zulke standpunten indien zich geen partij aandient die klaar en duidelijk voor hun economische belangen opkomt, en belooft hen weer meer greep te geven op hun leven en omgeving.

Het gaat zowel over het programma als het discours waarmee dat wordt uitgedragen. Het is niet alleen zo dat links inhoudelijk de voorbije decennia minder duidelijk de belangen van de lagere klassen heeft verdedigd en het zo rechtspopulisten gemakkelijker heeft gemaakt om hen met een cultureel discours te verleiden. Het is ook zo dat ze heeft toegelaten dat de Brexiteers en Trump met linkse retoriek gingen lopen.

Waarom spreekt de belofte van ‘controle terugnemen’ die zowel Trump als het Leave-kamp in het Verenigd Koninkrijk voorhielden zo aan?

We zijn ontegensprekelijk in de voorbije decennia van Europese integratie en globalisering met z’n allen greep op ons leven verloren. Maar sommige groepen hebben daar meer onder te lijden dan andere.

Voor hoger opgeleiden bieden deze processen vooral kansen. We (ik reken u, lezer van dit blad, daar gemakshalve bij) hebben toegang tot meer en goedkopere producten. We kunnen gemakkelijker (een tijdje) in een ander land gaan werken en een paar keer per jaar op reis. Immigratie en multiculturalisme omarmen we, maar in de praktijk vooral door eens in de zoveel tijd Libanees te gaan eten, of naar Couleur Café te gaan, waar we een beetje beschaamd moeten vaststellen dat er zich wel veel couleur op het podium bevindt, maar weinig onder ons.

Voor lager opgeleiden betekent globalisering en Europese integratie eerder dat hun fabriek besluit te sluiten en zich in een goedkoper land in het Europese of verdere oosten te vestigen. Immigratie gaat voor hen veel meer over concurrentie op de arbeids- of (sociale) woningmarkt. Multiculturalisme staat niet gelijk aan een festival met exotische muziek en eetstandjes, maar aan vervreemding van hun buurt.

En dat zijn nog maar de directe effecten. Onrechtstreeks hebben Europese integratie en globalisering het overheden ook moeilijker gemaakt om grote verdieners en vermogenden te laten bijdragen en daarmee de welvaartsstaat te financieren (of dat wordt tenminste makkelijk als excuus ingeroepen). Waardoor de lasten op de middeninkomens komen te liggen, en via consumptiebelastingen en lagere uitkeringen ook op de lagere klassen.

Links is te weinig kritisch geweest voor de nadelen van globalisering en Europese integratie. Of beter gezegd: van déze globalisering en Europese Unie. Natuurlijk, er werd vaak (in Europese verkiezingsprogramma’s bijvoorbeeld) lippendienst bewezen aan een ‘Sociaal Europa’ en een ‘andere globalisering’, maar als puntje bij paaltje kwam ondernamen sociaaldemocraten weinig harde actie om de EU of de globalisering daadwerkelijk te veranderen.

Toen de Brexiteers en Trump kwamen, en zonder verblozen voorstelden om respectievelijk uit de Unie te stappen en een great tariff wall in te stellen tegen Mexicaanse en Chinese import, vonden velen daar dat hun frustraties voor het eerst sinds lang weer serieus werden genomen. Analyses hebben inderdaad uitgewezen dat de Leavers en Trump beter scoorden in die regio’s die meer blootgesteld zijn geweest aan globalisering. Door goed te scoren in voorheen linkse bolwerken in respectievelijk noordoost Engeland en de Rust Belt hebben de Brexiteers en Trump het laken naar zich toe getrokken.

Het argument van controle terug te nemen over onze economie moet dan ook terug door links opgeëist worden. De sociaaldemocratie is ooit ontstaan vanuit enerzijds de erkenning dat de markt een nuttig instrument is om welvaart te creëren, maar anderzijds, en vooral, het besef dat de markt continu politiek moet worden beteugeld en gestuurd om geen te scheve welvaartsverdeling of andere negatieve effecten te veroorzaken. Ze heeft dan ook geen bestaansrecht als ze gemakzuchtig aanvaardt dat in de huidige wereld van bepaalde groepen geen eerlijke bijdrage kan worden gevraagd, en dat lagere lonen, publieke diensten, uitkeringen en regelgeving de instrumenten zijn waarmee landen elkaar beconcurreren.

Naast opnieuw de beweging te worden die continu opkomt voor het onder politieke controle houden van de economie, zou links ook de anti-establishmentpositie weer moeten uitdragen. De strijd tegen economische en politieke machtsconcentratie als gevolg van de dynamieken van de markt (en vervolgens het in de greep houden van de overheid door deze elite) was immers eveneens een belangrijk deel van haar DNA. Ook hierin is links lang te passief geweest. Het centraal stellen van ‘gelijkheid van kansen’ binnen het Derde Weg-denken is te veel een excuus geweest om elitevorming (als zogezegd wenselijke uitkomst van een meritocratisch proces) te aanvaarden.

Dat moet zich ook vertalen in de eigen werking. Links moet weer meer vertegenwoordigen in plaats van gewoon besturen. Het risico van te zeer legitimiteit te bouwen op goed bestuur (responsabiliteit in plaats van responsiviteit), is dat dit zeer snel kan verdampen wanneer er een crisis toeslaat. Dat is wat de voorbije jaren is gebeurd.

Linkse politici moeten dan ook ver weg blijven van schimmige achterkamerdeals, tijdens en na hun politieke carrière, of tussen mandaten in. Dat is wat de nederlaag van (de) Clinton(s) ook heeft geleerd, of wat dichter bij huis van het hele Optima-dossier blijft hangen. Ja, je kan sakkeren over dubbele standaarden voor politici aan verschillende zijden van het spectrum, maar het is nu eenmaal de onontkoombare plicht van linkse politici om zuiver te blijven.

MOEILIJKE EVENWICHTSOEFENING

Natuurlijk besef ik goed dat het niet gemakkelijk is voor links om door te voeren wat ik hier voorstel. Zo moet men steeds het juiste evenwicht weten te vinden tussen het bekritiseren van onrechtvaardigheden in de markt en de politiek, en tegelijk niet de anti-politiek te voeden. Wantrouwen tegenover de overheid is dodelijk voor links. Vertrouwen in de overheid en de medeburger een voorwaarde voor succes.

Ook deel van dat moeilijke evenwicht is dat links altijd duidelijk kritisch moet blijven. Ook wanneer het deel uitmaakt van de regering, net om te vermijden dat het te veel gaat samenvallen met het establishment en haar legitimiteit te zeer op responsabiliteit komt te berusten. Het moet daarbij eigenlijk een voorbeeld nemen aan N-VA, dat continu oppositie blijft voeren vanuit de meerderheid. Of aan de Britse Conservatieven, die ook populair bleven door zich vanuit de regering te verzetten tegen de Europese Unie.

TOCH MAGNETTE ALS VOORBEELD

En zo komen we toch uit bij dat linkse lichtpunt van het voorbije jaar. Het verzet van Paul Magnette tegen het EU-Canada vrijhandelsakkoord toonde aan hoe links opnieuw aan vertrouwen en populariteit kan winnen. Meer door toeval dan door voorzienigheid wist Magnette met zijn initiële non tegen het verdrag de tijdsgeest te vangen. Door zich te verzetten tegen het verder uit handen geven van politieke controle over economie en maatschappij (en nog meer invloed aan multinationals te geven) en tegen de manier waarop het EU-establishment dit akkoord door de besluitvormingsmachine wou jagen, eiste Magnette deze linkse posities opnieuw op, en maaide hij zo het gras voor de voeten van populisten weg, ook al probeerden sommigen hem zelf in die hoek te duwen.

De sociaaldemocratie is lang veel te onkritisch geweest voor de EU. Vanuit een voorliefde voor het idee van Europese integratie heeft men te veel de concrete uitwerking van het project verdedigd, ook al gaat het allang de verkeerde kant op. Het is ironisch dat de sociaaldemocratie vandaag veel meer heeft om ontevreden over te zijn in de Unie dan neoliberale nationalisten, maar N-VA ongetwijfeld veel meer euro-kritische kiezers aantrekt dan sp.a.

Lang hebben sociaaldemocraten gedacht dat gedeeltelijke Europese integratie en globalisering beter is dan geen. Zo omarmden ze (of waren ze zelfs de drijvende kracht achter) de interne markt zonder fiscale en sociale eenmaking, de euro zonder Europees herverdelingsmechanisme, en handelsakkoorden zonder fiscale, sociale en milieuafspraken. De hoop was dat het allemaal wel zou loslopen, en dat als het toch fout zou gaan, een crisis net de drijfveer zou zijn van voorheen onhaalbare supranationale afspraken op sociaal, fiscaal of milieuvlak.

Vandaag is een groot deel van de Europese sociaaldemocratie nog even volgzaam om een ietwat andere reden. In woelige tijden ziet ze zichzelf als een soort huisbewaarder, die door onsexy compromissen te sluiten de meubelen redt en vermijdt dat het Europese huis instort. Hetzelfde geldt voor de globalisering, en een verkeerd begrepen internationalistische reflex. Dat ‘wij nemen onze verantwoordelijkheid’ idee is wellicht een goede manier om het linkse geweten te sussen, maar het blijkt ondertussen ook verschrikkelijk ineffectief. Terwijl de sociaaldemocratie op het huis denkt te passen, komen in verschillende kamers populisten het kot klein slaan.

Daarom zouden sociaaldemocraten beter klaar en duidelijk stellen, in de lijn van Magnette: ‘wij stappen niet meer mee in verdere liberalisering binnen en buiten de Europese markt, als daar ook geen maatregelen tegen fiscale, sociale en milieudumping tegenover staan’. Zelfs al leidt dat niet meteen tot beleidsresultaten, en plaatsen ze zich misschien aanvankelijk in de marge van de besluitvorming, dan zal het wellicht wel betere politiek blijken te zijn dan de huidige grijze positie.

CONCLUSIE

Lessen trekken uit de overwinning van Trump en de Brexit betekent niet door de knieën gaan voor het vaak verwerpelijke denken en discours van deze voorbeelden. Maar het betekent zeker ook niet zich afwenden van de kiezers die voor deze fenomenen hebben gezorgd, in de hoop dat ze toch een uitstervende soort vormen. Dat is nochtans wel een reactie die je regelmatig ziet op links.

Al sinds Zwarte Zondag hoor je hier ook vaak optimistisch-naïef dat de toekomst aan het multiculturalisme is, aan de stedelingen, aan de jeugd, enzovoort. Op dezelfde hooghartige manier had Hillary Clinton geen speech voorbereid voor in het geval ze de verkiezingen zou verliezen. Er is geen enkele reden om te denken dat het hier niet (opnieuw) kan gebeuren.

Is er één goede reden voor links om niet opnieuw een scherper economisch en democratisch profiel te ontwikkelen? Wat schieten we op met de analyse dat Trump en de Brexit er louter zijn gekomen door het racisme en de domheid van hun kiezers? Waarom zou links ‘grote coalities’ blijven ondersteunen waarin ze toch nauwelijks iets binnenhaalt?

Als je het mij vraagt, heeft links niets te verliezen dan haar fletsheid. Ze heeft een wereld te herwinnen.

Ferdi De Ville
Professor Europese politiek aan de UGent

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 10 (december), pagina 10 tot 16