Abonneer Log in

Waarom jonge moslima's steeds meer radicaliseren

1 JAAR NA DE AANSLAGEN IN BRUSSEL

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 3 (maart), pagina 74 tot 81

Na de aanslagen in Parijs, Zaventem en Brussel heeft haast iedereen het over radicalisering. De vrouwelijke dimensie ervan wordt echter nog te vaak onderschat. De ISIS-ideologie creëert een sterk gefundeerde voedingsbodem voor radicalisering waarin vrouwen en meisjes wordt ‘toegestaan’ om zich af te zetten tegen autoriteit. Bovendien wordt het moederschap gesacraliseerd en in radicale kringen aangewend als basis voor een extremistische opvoeding. Een meer genderspecifieke benadering in de preventie van radicalisering dringt zich dan ook op.

1 JAAR NA DE AANSLAGEN IN BRUSSEL

Waarom jonge moslims nog steeds radicaliseren
Johan Leman
Waarom jonge moslima's steeds meer radicaliseren
Hind Fraihi

Europese en Arabische veiligheidsdiensten zien verontrust toe hoe steeds meer jonge meisjes IS aanhangen.1 Zo zijn er de zogenaamde reluctant romantics, weerbarstige romantici, zij die het ideeëngoed van IS romantiseren maar geweld een brug te ver vinden. Als bakvisjes vallen ze voor de bebaarde looks van vele jihadstrijders. Veel van deze meisjes zien IS-strijders niet als misdadigers maar als volkshelden, zeg maar de islamitische Robin Hoods.

Daarnaast zijn er de Foreign Female Fighters (FFF), zij die zich daadwerkelijk aansluiten bij IS. Het westelijk halfrond telt zo’n 5.000 Foreign Terrorist Fighters2, 10% van hen zijn vrouwen met diverse profielen.3 In België ligt dat percentage hoger, een vierde is vrouw.4

Naar schatting behoort 70% tot de groep van ‘naïevelingen’5: deze zijn vaak tussen 16 en 17 jaar, onzeker en zoekend. Ze proberen met religie houvast te krijgen in het leven. Deze meisjes radicaliseren soms binnen twee of drie maanden.

Grofweg 15% hoort bij de ‘idealistisch-politiek geëngageerden’. Deze groep is te vergelijken met de oude anarchisten: ze rebelleren tegen allerlei vormen van autoriteit.

Nog eens 15% hoort bij de ‘ideologisch-onderlegden’, ze hebben kennis van de islam en van de politieke ontwikkelingen. Deze vrouwen rekruteren sympathisanten, vertalen documenten en geven islamitische lezingen. Ik noem ze de ‘backoffice’ van IS, ze spelen een grote rol op het internet.

In 2013 beklemtoonde het Federaal Parket de dreiging die uitgaat van de e-jihad, de jihad op het internet.6 Men kan gerust stellen dat het internet de turbo van de vrouwelijke jihad is7, bijvoorbeeld door het posten van artikels over de steun die een vrouw haar man, als martelaar in spe, moet bieden. Ze plaatsen heroïsch ogende foto’s en vervrouwelijken symbolen van IS tot een haast onschuldige uiting van girlpower. De zwarte IS-vlag wordt dan al eens in het snoeproze ingekleurd.

VAN KEUKENPRINSES TOT JIHADI JANE

De opmars van de vrouwelijke jihadstijder is niet nieuw. Al in 2003 riep Osama Bin Laden vrouwen op om deel te nemen aan de jihad.8 Een jaar daarna lanceerde de vrouwentak van Al Qaida het eerste online jihadmagazine voor vrouwen. Tips over hoe een strijder als echtgenoot te vinden, welke middeltjes te gebruiken om de huid onder de gezichtssluier zuiver te houden en gedichten over de jihad. Dat was allemaal te lezen in het stereotypische vrouwenblad Al Khansaa, dat opgevolgd werd door twee andere online vrouwenmagazines. De titel van het magazine Al Khansaa is overigens niet toevallig gekozen. Al Khansaa is een bekende pre-islamitische dichteres die zich bekeerde tot de islam en een van de metgezellen van de profeet Mohammed werd. Haar treurdichten zijn geïnspireerd door het verlies van haar vier zonen die stierven in de islamitische strijd. Al Khansaa wordt dan ook de moeder der martelaren genoemd. De historische figuur inspireerde de vrouwenbrigade van IS, die dan ook de Al-Khansaa Brigade heet.

Al Qaida toonde toen al interesse voor vrouwen als propagandist én deelnemer aan de strijd, weliswaar in een ondersteunende rol. De wapens opnemen werd nog voornamelijk aanzien als een mannenzaak. IS gaat wel een stap verder. Begin 2016 gesignaleerd werd een vrouwelijke gevechtseenheid van IS gesignaleerd in Libië.9

In maart 2015 lanceerde IS haar achtste nummer van het magazine Dabiq waarin een moslima andere vrouwen oproept te verhuizen naar het Islamitische Kalifaat. De oproep werd niet gedaan in een stereotiep vrouwenblad zoals Al Qaida’s eerdere publicaties. IS koos dus voor een inclusieve communicatie. Opmerkelijk is ook de doordachte strategie van rekrutering van vrouwen door IS. Ze hanteren voor vrouwen een duaal aanwervingsbeleid. Voor vrouwen uit het Midden-Oosten hameren ze op het behoud van traditionele rollen. Klassiek zeg maar, als broedmachine en keukenprinses. In een manifest exclusief voor vrouwen, verschenen in januari 2015, vermeldt IS dat een vrouw bij uitstek thuis hoort. Haar een rol daarbuiten geven is het verfoeilijke proces van de Westernificatie van de vrouw.10

Maar in dat ‘verderfelijke’ Westen zitten evengoed vrouwen die ze willen lokken. Die vrouwen worden wel opgeroepen tot volwaardige deelname aan de strijd. Homegrown girls, meisjes van Europa, die geëmancipeerd het mannenterrein willen bestormen met wapens in de hand. Op sociale media wordt alvast opgeschept om de eerste jihadista zijn. De eerste zelfmoordterroriste van een doelwit in Europa, de eerste vrouwelijke beul die een westerling de keel afsnijdt. Een jihadi Jane als het ware, die de brug slaat tussen westerse prestatiedrang en moslimextremistische gruwel.

In september vorig jaar was het bijna zover. Amel Sakaou (39), Inès Madani (19) en Ornella Gilligman (29) vormden de eerste vrouwelijke terreurcel van IS op Europese bodem. Het vrouwentrio probeerde vergeefs een auto met gasflessen in brand te steken, in de buurt van de Notre Dame in Parijs. Allicht haalden ze hun mosterd bij een andere vrouw hoog binnen de rangen van IS, namelijk Ahlam Al Nasr die inmiddels een mythische status verworven heeft en in extreem radicale middens gekend is als ‘de dichteres van het islamitische kalifaat’.11

Maar haar pen doet meer dan dichten. Ahlam herinterpreteert islamitische teksten die acties van IS kunnen rechtvaardigen binnen de grenzen van de Koran en de Hadith. Een voorbeeld hiervan staat zelfs gebrand op ieders netvlies. In februari 2015 heeft IS de gegijzelde Jordaanse piloot Mu’ath Al-Kasasbeh levend verbrand. Dit was zelfs voor IS een opmerkelijke manier van executie aangezien verbranding in de Koran wordt afgekeurd, want enkel Allah martelt met vuur. IS antwoordde op Twitter met een eigen religieus edict waarin het stelde dat de islam wel toelaat een ongelovige te doden met vuur. De totstandkoming van dat vonnis zou van Ahlams hand komen. Ahlams inkt bepaalde de laatste bestemming van een man: gevangen in een kooi in vlammen opgaan. Ahlam speelde Allah. En de wereld keek toe. Dat is ook wat het vrouwentrio in Parijs wilde: de hel laten losbranden terwijl de wereld toekijkt. En dit terwijl de westerse media een lange traditie hebben in stereotyperen van de islamitische vrouw als passief, zonder stem gedrapeerd in een lang gewaad.

RETURN TO SENDER

Het spel tussen perceptie en realiteit wordt driftig bedreven door IS, met de vrouw als inzet. Anonieme bronnen van Europese inlichtingendiensten beschouwen IS als een van de beste organisaties in gendermainstreaming. ‘De mannelijkheid is een onderdeel van de beeldvorming. Maar in de kern spreken ze vrouwen aan, in verschillende talen, verschillende media, verschillende rollen uit verschillende hoeken van de wereld. Het is in feite iets waarin vele legale organisaties nauwelijks in slagen.’

De NAVO wijdde vorig jaar een studieweek aan ‘Responses to Female Migration to ISIS’ en hoe hierop adequaat te reageren. ‘We moeten het fenomeen van de vrouwen bij IS demystificeren,’ zegt een anonieme bron bij de Europese veiligheidsdiensten. ‘Dat kan beginnen bij het ontmantelen van de IS-ideologie die ogenschijnlijk inspeelt op zingeving, zusterlijke solidariteit met een intensieve roep tegen materialisme. Maar wat blijkt wanneer die westerse meisjes zwanger worden in Syrië? Ze keren mooi terug om hier te bevallen: veilig in een ziekenhuis, omringd met de beste westerse zorgen gestoeld op een humaan beleid. Dan is maar de vraag waar de mystificerende glorie van IS gebleven. Voor de female foreign fighter sneuvelt idealisme telkens weer aan het kraambed.’

Ik zou willen beweren dat onze sociale zekerheid - het behoud en de versterking ervan - een sterk counter narrative biedt in de strijd tegen radicalisering.

De toekomst van deze vrouwen? Die is deels weggelegd aan de returnees, zij die in Syrië hebben geleefd en terugkeren naar hun thuisland. Sommigen vrouwen komen teleurgesteld terug en zullen mits goede begeleiding relatief makkelijk reïntegreren in onze samenleving. Anderen zullen na de val van het Kalifaat zich elders in de wereld gaan inzetten voor de globale jihad. Daardoor wordt de intensieve bestrijding van het nomadische jihadisme een nieuw aandachtspunt.12

Een deel van de vertrokken vrouwen zijn inmiddels weduwen. Hun mannen sneuvelden in de strijd wat voor een deel van de vrouwen als startpunt wordt gezien voor een ander gevecht, een dat gevoerd wordt door henzelf. Ze zijn vastbesloten wraak te nemen tegen het Westen in een volledige vrouwelijke brigade. The Britse jihadi Sally Jones zou hiervan de voortrekster zijn.

Maar we hebben in eigen land ook voorbeelden. Zo is er Malika El Aroud. Deze Brussels-Marokkaanse trad in 1999 in het huwelijk met de Tunesiër Abdessetar Dahmane. De Tunesiër is een van de moordenaars van de Afghaanse oppositieleider Ahmed Massoed. Vermoedelijk gebeurde die moord in opdracht van Osama Bin Laden. Al snel groeide in extremistische kringen de idee dat Malika een jihadbruid is en een jihadweduwe. Door sommige fanatieke moslima’s wordt Malika tot op heden nog bejubeld als de islamitische strijdster van de 21ste eeuw. In die beperkte kringen verhoogt de vrouw haar status als zijnde echtgenote van een martelaar.

El Aroud is ook goed bevriend met Fatima Aberkan. De jihadistenmoeder van 55 jaar had een leidinggevende rol bij het ronselen van Brusselse Syriëstrijders, onder wie haar zonen en dochters. De vrouwelijke jihad is tevens een uiting van bittere vorm van ‘feminisme’.

MUTATIE VAN ‘FEMINISME’

Het fenomeen jihadbruid en -mama is in feite een miskende revolutie voor de vrouw. Met het doorgeven van extremistisch gedachtegoed aan hun kinderen versterken deze vrouwen hun positie in een rol waarvoor ze traditioneel uiterst geschikt zouden zijn: het moederschap. Door onversneden extremistisch gedachtegoed door te geven aan haar kinderen neemt ze onrechtstreeks deel aan de groei van de internationale jihad. De strijder of martelaar wordt dus moeders schepping. Door de jihad met de paplepel mee te geven betreedt ze op een conservatieve manier een mannenterrein. De eerste leerschool is zij, de vrouw. De man wordt alzo herleid tot secondant, een adjunct. Haar rechterhand.

Deze vrouwen maken aldus een mutatie van het ‘feminisme’. Het is een mengvorm van modern conservatisme, een romantische hang naar een reactionair samenlevingsverhaal met ingrediënten uit het individueel hedonisme en een collectieve vermarkting van totalitarisme.

Sta me toe een zijstraat in te gaan, een van de zijstraten van het radicaliseringsproces. De commercialisering van een islamo-totalitarisme vertaalt zich in een haast mainstream modestatement met liberalisme als uithangbord. De boerkini in Europa is de letterlijke uniformisering van een politieke islamitische aanwezigheid, net als het dragen van een hoofddoek. En ja, we kunnen blijven roepen dat ze in vrijheid kiezen voor de hoofddoek of de boerkini. Maar niet alle moslima’s hebben de daadwerkelijke vrijheid om te kiezen. Een man hoeft vooralsnog geen hoofddoek of boerkini te dragen. Een vrouw zonder hoofddoek mag niet bidden in een moskee, mag Mekka niet in.

En zo gaat dat ook tussen de lakens. Dat een vrouw als maagd het huwelijk moet ingaan, is in de koran een verplichting die ook geldt voor de man. In de realiteit zijn echter weinig moslimmannen die maagd blijven tot de huwelijksnacht, terwijl diezelfde mannen wel een maagd eisen. De maagdencultus is voor moslima’s een sluier tussen de benen. En dat is niet voor iedereen een keuzevrijheid. De grote Marokkaanse denker Fatima Mernissi wist dit al. Liberté kan niet zonder egalité. Zoals in iedere strijd is ongelijkheid geenszins te dulden. Anders wordt het dragen van een hoofddoek slechts herleid tot een vaandel van het machismo. Iets wat ware feministen zeker niet willen nastreven.

Het gaat bovendien niet alleen om het dragen van een hoofddoek of boerkini maar om het hele ontwikkelingsspectrum dat aan ongelijkheid tussen man en vrouw verbonden is: al of niet toegang tot onderwijs, wel of geen bewegingsvrijheid hebben, geen eigen keuze voor partner hebben, geen keuze voor seksuele vrijheid, geen eigen keuze voor werk.

Ik heb al te vaak gemerkt in bepaalde delen van Molenbeek, het Deense Arhus, Amsterdam-West, de Haagse Schilderwijk en de Franse banlieues hoe voor sommige vrouwen radicalisering een vorm van vrijheid wordt. Vrijheid van partnerkeuze, al is het een jihadstrijder die ze online heeft ontmoet. Voor haar heeft deze stap een emancipatoire uitwerking: ze zet zich af tegen haar ouders, tegen de traditie en kiest zelf haar partner. Voor sommige vrouwen is radicalisering ook een vorm van vrijheid van onderwijs. Door een beperkte bewegingsvrijheid organiseren bepaalde moslima’s zich binnenskamers. Ze geven binnenshuis lezingen over de islam, de positie van de islamitische vrouw in een westerse samenleving, en een gedreven zendelingenwerk, dit alles in een uiterst obscurantistisch denkkader.13 En ook daar heeft haar intellectuele bijdrage en opstand een emancipatoire werking; ze doet op haar manier aan kennisvergaring en -verspreiding. Ze kiest zelf haar scholing en maakt er zelf deel van uit.14 Sterker nog, radicalisering wordt haar scholing.

Voor alle duidelijkheid, ik ben niet voor of tegen de hoofddoek of boerkini maar ben er wel van overtuigd dat we waakzaam moeten zijn voor de discriminatoire en onderliggende radicaliserende tendensen en stimulansen van een sluier of boerkini.

BAKOENIN IN BOERKINI

De antiterreurmaatregelen maken het moeilijker om naar Syrië te vertrekken. Maar wie niet tot het front geraakt, brengt het front tot zichzelf. Het is een gruwelijke logica die steeds meer actieve ruimte geeft aan vrouwen. Het front wordt binnenskamers gevormd in parallelle (vrouwen)circuits. Op eigen Europese bodem zullen moslima’s almaar meer betrokken geraken bij terroristische acties. In Montpellier is recent nog een meisje van 16 jaar opgepakt omdat ze een terreuraanslag wilde plegen in Parijs.

De deelname van vrouwen aan het jihadisme gebeurt niet roekeloos. Ze doen dit vooral om een bom te leggen onder traditie en de opgelegde rol en beeldvorming van de passieve, onderdrukte moslimvrouw. Dat is de essentie van het gemodificeerde ‘feminisme’: ik ben een vrouw die in een beperkte marge tot staat is grootste dingen te doen. Op haar wachten geen 72 gigolo’s aan de poorten van de hemel maar een verandering in de blik van de conservatieve moslim en ‘ongelovige’ Westerling: de moslima kán, wil en doet. Zelfbewust samen met zussen. Wat ze hoopt te realiseren is een verandering van mindset waar geen maagden tegenop kunnen.

Deze emancipatorische drive maakt een aanpak gericht op vrouwen daarom relevant. Voor meisjes moet de nadruk liggen op weerbaarheid, zelfvertrouwen en openheid in de communicatie met onder anderen de ouders.

Ouders moeten hun dochters net zoveel vrijheid geven als hun zonen. Het is daarom belangrijk ouders te wijzen op de nadelige consequenties voor dochters met minder vrijheid dan hun broers. Voor sommige meisjes is naar school gaan de enige vrijheid, voor anderen is islamitisch onderricht dan weer de enige exit richting vrijheid. De scheve verhoudingen tussen man en vrouw zijn er ook op seksueel vlak. Van jonge meiden wordt verwacht dat ze kuis blijven terwijl jongens wel mogen snoepen. In radicale kringen wordt ook die maagdencultus uitgebuit. Als belofte voor zijn strijd krijgt de man een heuse snoepwinkel in het hiernamaals. De maagdencultus bij moslims is een heilig huisje dat aan diggelen moet, ook dat is een bijdrage aan de strijd tegen radicalisering. Geen snoep, geen strijd.

Het is immers niet aan de extremistische vrouw om die wanverhoudingen wansmakelijk recht te zetten.

Bij een deel van moslima’s die wél participeren aan de westerse samenleving zie je een dualiteit. Terwijl ze zorgvuldig de strijd voert voor gelijke kansen en rechten in een Europese samenleving kiest ze bewust een vrouwonvriendelijke religie naar eigen samenstelling. Voor de Europese egalitaire strijd gaat ze voluit. Maar voor de religieuze kiest ze een opportunistische aanpak. Ze neemt bewust wat ze wil wanneer het haar uitkomt. De hoofddoek wel. De man die haar verstoot zonder dat ze hem mag verstoten, daar past ze liever voor. Baden in boerkini wel. Maar haar getuigenis die maar de helft waard is dan die van de man, voor die passage trekt ze haar neus op. De Koran is haar menukaart.

Dit is een à la carte feministische beweging. De islam wordt zo een zoete kapitalistische kersenplukkerij. Tasting as they go zie je de extrapolatie van deze mix in het straatbeeld: modieus strak in jeans met een doek op het hoofd. Haar kledingstuk biedt haar kameraadschap en het gevoel van lotsverbondenheid onder haar ‘zussen’. Een loopgravenbelevenis onder lopende meters stof onder het anarchistische motto ‘Ik wil niet Ik zijn, Ik wil Wij zijn.’ Bij gebrek aan een consistent progressief beleid wordt anarchie gekaapt door religie. En zo krijgt Bakoenin prompt een boerkini en een hoofddoek aangemeten.

Opmerkelijk aan deze modieuze hoofddoekdragers oftewel de hidjabista’s: ze laten zich niet zomaar in een hokje steken. In hun kledingstijl bouwen ze ijverig bruggen tussen culturen en toch blijven ze tegelijk nog verankerd in hun etnische identiteit en religie. Een gesluierde paradox op stiletto’s, zoiets. En voor die mix is een steeds groeiende economische markt. Barjis Chohan, een Britse ontwerpster van Pakistaanse afkomst, becijferde dat de moslimmode wereldwijd goed is voor een marktaandeel van 96 miljoen dollar (zo’n 75,5 miljoen euro).

Ook westerse marketeers zien moslima’s steeds meer als doelgroep. Het Engelse luxewarenhuis Harrods verkoopt al een tijdje abaya’s. Twee jaar geleden lanceerde de kledingketen Mango een ramadan collectie. En de kledingreus H&M maakt een knipoog naar moslima’s met een hoofddoekengamma. Zolang het maar opbrengt is het een sterk groeiende markt in het Westen die leidt tot de normalisering van genderongelijkheid. Het is mode voorbij de onschuld met de moslima als speeltje. Enerzijds is ze identificatievlag van een oprukkende politieke islam, anderzijds het speerpunt van het Europees falen in integratiebeleid, buitenlandse politiek en de moeilijke zoektocht naar een ethisch reveil. Het gebeurt allemaal op de rug van de vrouw met het marktliberalisme en islamisme als winnaars.

De islam lijkt dankzij de globalisering inpasbaar geworden, is verworden tot een merk. Halalketens zijn fashionable net als islamitische mode. Het merk islam brengt keer op keer een tegenreactie van de extremistische moslim mee, waardoor we in een opbod terechtkomen van islambelevingen. Om ter moslimst dus. Het resultaat is een riskante alliantie tussen een calculerende orthodoxe islam en een bestuurlijke klasse die maar geen afstand kan doen van haar zelfgekozen naïviteit, opportunisme en kapitalisme. En het kind van de rekening? Dat is de vrouw.

Hind Fraihi
Journaliste en schrijfster van o.a. Undercover in Klein-Marokko

Noten
1/ International workshop on ‘Responses to Female Migration to Isis’, funded by NATO. Publicatie voorzien in voorjaar 2017. Auteurs o.a. Bahia Jamal, Hind Fraihi, Peresin Anita.
2/ Peresin Anita (2015), Fatal Attraction: Western Muslimas and ISIS. Perspectives on Terrorism.
3/ Saltman Erin Marie and Smith Melanie (2015). Till Martyrdom Do Us Apart, Gender and ISIS phenomenon. International Centre for the Study of Radicalisation (ICSR), University College of London.
4/ Fraihi Hind (2016). De Tijd, ‘Jihadi Jane, opmars van de vrouwelijke IS-strijder.’
5/ Drs. Noor Sarah (2016). ‘Vrouwelijke IS-gangers: waarom gaan ze?’, Kennisplatform Integratie en Samenleving.
6/ De Brouwer Bart (2012-2013). E-jihad: Al Qaida’s propagandastrijd op internet. UGent.
7/ Fraihi Hind (2006), Het Nieuwsblad. ‘Meisjes beroeren de pen, mannen het zwaard.’ Interview met Maurits Berger, Senior Research Associate aan het Clingendael Instituut.
8/ Johnson K. Loch (2007). Strategic Intelligence: Understanding the Hidden Side of Government. Praeger Security International.
9/ Fraihi Hind (2016). De Tijd, ‘Jihadi Jane, opmars van de vrouwelijke IS-strijder’, Interview met Prof. Anita Peresin, George C. Marshall Center - International Society of Criminology.
10/ Winter Charlie (2015). Women of the Islamic State. A Manifesto on women by The Al Khansaa Brigade. Quilliam Foundation, London.
11/ Haykel Bernard and Creswell Robyn (2015). The New Yorker. ‘Battle Lines Want to understand the jihadis? Read their poetry’.
12/ ‘Responses to Female Migration to Isis’, funded by NATO. Publicatie voorzien in voorjaar 2017. Auteurs o.a. Bahia Jamal, Fraihi Hind, Peresin Anita.
13/ TV2 Denemarken, undercover documentairereeks (2016). ‘Achter de sluier van moskeeën’.
14/ Fraihi Hind (2016). Undercover in Klein-Marokko, achter de gesloten deuren van de radicale islam.

aanslagen Brussel - radicalisering - feminisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 3 (maart), pagina 74 tot 81