Abonneer Log in

Revival in Scandinavië

LINKSE GIDSEN

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 4 (april), pagina 76 tot 82

Met verkiezingen in Noorwegen voor de boeg breken er nieuwe kansen aan voor links in Scandinavië. Overal zitten de peilingen goed. Links lijkt op de terugkeer in het Noorden. We kunnen veel leren van onze gidsen. Zomaar de Scandinavische succesrecepten overnemen, gaat evenwel voorbij aan de totaal verschillende context waarin deze noordelijke landen zich bevinden. Dit artikel probeert deze context te duiden en gaat dieper in op de landen waar links opnieuw rechtveert.

LINKSE GIDSEN

Revival in Scandinavië
Kasper Vanpoucke
Het mirakel van Fatima
Sus Van Elzen

Een goede vijf jaar geleden schreef ik voor dit blad een stuk over Scandinavië en welke lessen we als (jong)socialisten konden leren van onze verre noorderburen (Sampol, jrg.18, nr.9, november 2011). In die tijd zaten sociaaldemocraten in de meeste van de lidstaten van de Noordse Raad (Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden) aan de bestuursknoppen. De voorbije jaren kwam links steeds meer in het defensief en koos de Scandinavische kiezer vaak voor populistische of rechts-conservatieve partijen. Vandaag staan de sociaaldemocratische partijen echter aan de vooravond van hun electorale terugkeer. In zowat elk Noord-Europees land leiden ze in de peilingen of winnen ze tussentijdse verkiezingen.

In dit vervolgartikel kijk ik welke Scandinavische lessen de linkerzijde bij ons, ook aan het worstelen met zichzelf en de kiezer, kan inspireren.

HET SCANDINAVISCH MODEL

Omdat alle vergelijkingen gevaarlijk zijn als hun context niet voldoende wordt meegenomen, moeten we ‘cherry picking’ voorkomen. Het is daarom nodig om eerst stil te staan bij de maatschappelijke context in Scandinavië. We kunnen het beleid niet zomaar overnemen.

Een voorbeeld. Waarom nemen we die 18 maanden (gemengd) ouderschapsverlof niet over van Zweden? Het is een aantrekkelijk idee de parels van jarenlange emancipatie door sociaaldemocratische regeringen te plukken voor Belgisch gebruik. Maar dan zou je voorbijgaan aan hoe fundamenteel anders de Zweedse samenleving en politiek zijn gestructureerd. Bij ons vormen middenveldorganisaties onmisbare schakels in de welvaartsstaat, terwijl die in Zweden amper bestaan door de sterke aanwezigheid van de (gedecentraliseerde) staat.

Centraal in dat Zweeds samenlevingsmodel staat het onderlinge vertrouwen dat mensen in elkaar én in de overheid hebben. Dat serene vertrouwen in haar overheden maakt het ook gebruikelijk dat rechtse partijen pleiten voor de nodige belastingen. De transparante en eenvoudige overheidsstructuur werkt vertrouwen van de veelal homogene bevolking in de hand. De uitzonderlijk lage mate van ongelijkheid binnen de samenleving speelt natuurlijk ook een rol.

Dat onderlinge vertrouwen is cruciaal in het politieke denken van de Zweden en bij uitbreiding van de andere Scandinavische volkeren. Het verklaart mee waarom, na decennia van sociaaldemocratisch bestuur, het gelijkheidsdenken ook onder recent rechts bewind de dominante stroming bleef.

ZWEDEN

Maatschappelijke consensus

Hoewel de Zweden doordrongen zijn van hun streven naar gelijkheid en solidariteit, werd een andere typerende dimensie misschien wat onderbelicht: de sterke opmars van de individuele vrijheid. Zweden zijn absoluut sociale groepsmensen. Dat sterk sociaal vertrouwen resulteert in gelijkheid, maar ook in een zeer individualistische samenleving. Het is soms moeilijk die paradox te begrijpen: een mix van streven naar vrijheden voor het individu terwijl sociale waarden zoals gelijkheid en solidariteit voorop staan.

De Deens-Nederlandse filosofe, Stine Jensen, interviewde in haar reeks Licht op het Noorden de Zweedse politicoloog Lars Trägårdh over de Zweedse gelijkheidsfilosofie. Trägårdh stelt dat een goede authentieke relatie gebaseerd moet zijn op autonomie, onafhankelijkheid en een stevig fundament van gelijkheid, zodat je nooit afhankelijk bent van elkaar in een gezin of van anderen in een samenlevingsverband. Daarin verschillen Scandinaven (vooral Zweden) het meest met de andere Europeanen bij wie familiale waarden, religie en liefdadigheid een veel grotere rol spelen.

Het verschil zit hem vooral in de basiswaarden: gelijkheid, maar ook onafhankelijkheid en autonomie. Wanneer je vroeger wou scheiden, betekende dat vaak bittere armoede voor de achtergebleven vrouw en kinderen. Maar door de sterke aandacht voor gelijk loon en een gelijke positie voor man en vrouw, is dat vandaag niet meer het geval in Zweden.

Een even belangrijk kenmerk van Scandinavische politiek is de obsessie om de toekomst voor te bereiden. Haast elke politieke discussie gaat over de vraag hoe we het ook later goed zullen hebben voor iedereen, mens en natuur. Dat langetermijndenken typeert de Zweedse politiek. Het uit zich in een grote maatschappelijke consensus over ruwweg drie grote assen:

1/ De planeet groen en leefbaar houden. Er is brede overeenstemming dat de zorg voor de planeet en het klimaat een zaak van primordiaal belang is. Er is nagenoeg geen verschil in hoe partijen van links tot rechts dit aanpakken. Het is veelzeggend dat zelfs de vorige Zweedse centrumrechtse ‘antibelastingsregering’ (2006-2014) de belastingen wél verder verhoogde op CO₂ en vervuilende sectoren, en er een speerpunt in het economisch beleid van maakte. Het is inspirerend hoe links en rechts verenigd een wervend verhaal spinnen naar een omslag voor een duurzame economie. Door te laten zien dat het anders kan; en door het ook gewoon te doen. Zweden zal een van de eerste landen zijn dat vrij is van fossiele brandstoffen en dat een klimaatneutrale economie nastreeft.

2/ Gendergelijkheid als uithangbord. Ook over gender en emancipatie bestaan er nauwelijks nuanceverschillen tussen links en rechts. Ook hier een brede maatschappelijke consensus. Het is ondenkbaar dat een Zweedse regering maatregelen zou nemen die hun koppositie in de wereld zou ondergraven. Niet vergeten: Zweden moet zowat het eerste land zijn waar de overheid feministische pornofilms financierde. Het versterkt het beeld van een land geobsedeerd door gelijkheid en solidariteit.

3/ De sociale welvaartsstaat vrijwaren en versterken. Toen in 2006 de Zweedse liberaalconservatieven het roer overnamen, beloofde men geen grote ommezwaai van het door de Zweden zo geliefde sociaalzekerheidsstelsel. De welvaartsstaat wordt er door links én rechts gekoesterd. Voorbij die grote principes schuilt echter wel een strijd om een andere organisatie ervan.

Het einde van de Zweedse blok-politiek?

Het is niet voor niets dat de liberaal-conservatieve Moderaterna, de Gematigde Partij van voormalig premier Reinfeldt (2006-2014), zichzelf omdoopte tot de ‘nieuwe sociaaldemocraten’. De Zweden houden van hun welvaartsstaat. Zelfs een centrumrechtse coalitie, die het roer na jaren sociaaldemocratisch bewind overnam, kon daar niet naast kijken. Toch bestuurde Reinfeldts centrumrechtse ‘Alliantie voor Zweden’ vaak als een wolf in schaapsvacht, met als voornaamste doel de belastingen te verlagen. Beetje bij beetje morrelde ze aan de welvaartsstaat. Nooit met grote hervormingen of strakke ommezwaai, maar eerder geruisloos.

Dat was niet zonder gevolgen. Toen de sociaaldemocraat Stefan Löfven, metaalarbeider en vakbondsleider, in 2014 het roer overnam als premier stootte hij op een samenleving die sterk was veranderd. In de cijfers van Inequality Watch lezen we dat haast nergens in de westerse wereld de ongelijkheid zo fel steeg als in Zweden de afgelopen jaren. Niet toevallig tijdens de rechtse regeringsjaren. Ook in Zweden maakt het dus wel degelijk uit wie aan de macht is.

Het keren van deze trend blijkt niet eenvoudig. Stefan Löfven worstelde vanaf zijn aantreden met zijn minderheidscoalitie in de Riksdag, het Zweedse parlement. Hoewel minderheidskabinetten eerder de regel dan de uitzondering zijn, bleek stabiel besturen een bijzondere uitdaging. Dat kwam door de komst van de Zweedse anti-migratie en anti-EU partij ‘Sweden Democrats’ (SD).

De verliezende centrumrechtse ‘Alliantie’ sloot na maanden onduidelijkheid in 2014 een kerstakkoord met de Löfven-regering om diens begroting te laten passeren. Vele maanden was de nieuwe linkse regering alzo verplicht om haar beleid uit te voeren met een rechtse begroting. Deze unieke situatie zorgde voor een moeizame start van het linkse kabinet. Het dreef de sociaaldemocraten naar historische lage peilingresultaten.

De positie van Sweden Democrats (SD) speelde daarbij een belangrijke rol. Tot voor kort was er een uitdrukkelijke overeenkomst binnen de Zweedse politiek om nooit samen te werken met deze rechtspopulistische partij, ontstaan uit oud-fascisten en neonazi’s. Dit wijzigde toen Moderaterna, partij van ex-premier Reinfeldt, aankondigde dat zij het ‘cordon sanitaire’ rond de SD zou breken. Al meteen na die aankondiging zakte de partij weg. De SD, daarentegen, verdubbelde in recente peilingen en steeg naar plaats 2. Ook de centrum (boeren) partij, een ander lid van de centrumrechtse ‘Alliantie voor Zweden’ die regeerde van 2006 tot 2014, verdubbelde enigszins verrassend en groeit gestaag richting plaats 3 in het Zweedse politieke landschap.

Het is in die context van een verzwakte en verdeelde rechtse oppositie dat de sociaaldemocraten hun politiek leiderschap herstellen. Ze zijn opnieuw met voorsprong de belangrijkste politieke speler. Op middellange termijn, echter, blijft de negatieve trend zichtbaar. Momenteel hangt Socialdemokraterna rond 27% in de peilingen. Dat is lager dan de historisch lage verkiezingsscore van 31% in 2014.

Zweedse economie in overdrive

Gelukkig voor links is er met het einde van de naweeën van de vluchtelingencrisis en met de uiteengespeelde oppositie verbetering. Nog een meevaller is de florerende Zweedse economie. Die doet de andere EU-landen blozen met een kwartaalgroei van maar liefst 4,2% en bereikt met een begrotingstekort van amper 0,4% een quasi evenwicht dit jaar (The Economist, 25/03/2017). De mogelijkheden van een eigen monetair beleid aangepast aan de economische noden van het land spelen een rol. Zweden herstelde snel van de afgelopen crisisjaren, mede doordat ze haar Zweedse Kroon kon devalueren ten aanzien van de euro.

De huidige werven van de regering-Löfven zijn 1) goede jobs voor allen (de werkloosheidscijfers zijn niet opperbest, vooral bij jongeren) en 2) het aanpakken van de oververhitte huizenmarkt. De huisprijzen stijgen in groeipolen Singapore of Shanghai trager dan in het hippe Stockholm.

Opvallend is de positie van de linkse coalitiegenoot in de regering, de groene ‘Milieupartij’. Die halveerde naar amper 4% en dreigt door slechte personeelskeuzes, schandaaltjes en communicatiefouten alle impopulaire maatregelen op zich geprojecteerd te zien.

Links blok staat er het best voor

Meer dan ooit tevoren liggen er dus kansen voor kleinere partijen in Zweden. Onder druk van de rechts-populisten vervagen de traditionele blokken. Al tijdens de vorige kiescampagne flirtte ‘Liberalera’, een kleine liberale partner van het rechtse blok, met links. Het ziet er bovendien naar uit dat de centrum (boeren) partij, uit datzelfde rechtse blok, de leidende positie zal overnemen van Moderaterna nu die het cordon sanitaire wil breken. In de aanloop naar de volgende verkiezingen, die ten laatste op 9 september 2018 plaatsvinden, staat het linkse blok er het best voor. Als blijkt dat Moderaterna écht wil samenwerken met de extreemrechtse SD, dan is een tweede termijn voor Stefan Löfven in 2018 erg waarschijnlijk.

DENEMARKEN

In Denemarken herstellen de sociaaldemocraten verder na de verrassende verkiezingen van 2015, toen het ‘blauwe’ blok van de burgerlijke partijen de parlementsverkiezingen won met één zetel verschil van het ‘rode’ blok onder leiding van voormalig premier Helle Thorning-Schmidt. De rechts-populistische Deense Volkspartij boekten toen historische winst, maar stapte niet mee in de nieuwe regering. Vanop de zijlijn steunen ze het rechtse minderheidskabinet van Lars Rasmussen. Toch lijkt de Deense Volkspartij daar electoraal niet van te profiteren. Al geruime tijd is Socialdemocraterne, samen met haar partners, opnieuw het leidende blok in de peilingen. Ze heeft goede papieren om opnieuw aan de macht te komen na de volgende verkiezingen, die ten laatste op 17 juni 2019 worden gehouden. Al moet worden gezegd dat de laatste decennia de verkiezingen haast altijd vervroegd en onverwacht doorgaan. De Deense premier bezit het strategisch voordeel om ten alle tijden snel verkiezingen uit te schrijven, die slechts enkele weken na de aankondiging ervan plaatsvinden.

De verklaring voor het linkse succes lijkt hier te liggen in een meer flinkse positionering over asiel en migratie en meer aandacht voor ‘identiteit’, gecombineerd met een scherpere profilering op de traditionele sociaaleconomische thema’s. Of dit inspirerend materiaal is voor andere sociaaldemocraten in Europa is maar zeer de vraag.

Denemarken is bij uitstek het meest West-Europese land binnen de Scandinavische groep. Tegelijk heeft het ook altijd een moeilijke relatie gehad met de Europese Unie. De Denen volgen de Brexit-onderhandelingen met argusogen. Nu het Verenigd Koninkrijk vertrekt, dat met zijn vele uitzonderingsclausules een model is voor het eurokoele Denemarken, dreigen de Denen de facto hun blokkeringsminderheid te verliezen. Er bestaat tot op de dag van vandaag een sterke afstemming voor elke Europese Raad tussen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Net zoals er ook een quasi gelijkschakeling is tussen de Deense Kroon en de euro. Wanneer men binnen de eurozone beslissingen neemt, wordt de Deense vertegenwoordiger onmiddellijk als eerste ingelicht, vaak in een kamertje vlak naast die vergaderzaal. Zo kan het land zich voorbereiden om te blijven samenlopen met de euro. Een treffend beeld van hoe sterk die onderlinge verwevenheid zit.

In zijn boek Zonder links geen toekomst voor Europa schrijft Jan Cornillie (politiek directeur sp.a) over de grote divergenties tussen Noord- en Zuid-Europa. Na de Brexit lijkt het gevaar voor de volgende ‘exit’ uit de Europese Unie misschien wel eens in het Noorden te liggen. Landen als Denemarken en Zweden hebben zichtbaar moeite met de huidige Europese samenwerking. Vooral Denemarken loopt niet echt warm voor de Europese Unie en doet dankzij haar vele opt-outs en clausules eigenlijk nu al maar half mee.

FINLAND

Finland is nooit een typisch Scandinavisch land geweest. Een groot verschil is het ontbreken van politieke blokken waarlangs politieke samenwerking wordt georganiseerd. Net zoals bij ons kent Finland een traditie van brede coalities over links en rechts.

De Finse sociaaldemocraten zaten al geruime tijd in het slop. De laatste jaren gebeurde er echter iets merkwaardig: ze stegen sterk in de peilingen. Vandaag zijn ze de leidende formatie, in een spannende driestrijd met de centrumpartij KESK en de centrumrechtse Nationale Coalitie Partij KOK. Opvallend: de nationaalconservatieve en eurosceptische Ware Finnen-partij, die in 2015 als tweede grootste partij mee in het regeringsbad werd getrokken, is in de peilingen in vrije val.

Postelectoraal onderzoek wees uit dat de teleurgestelde ‘Ware Finnen’-kiezers niet zozeer van partij switchen maar dat ze gewoon thuisblijven. Zo zou ongeveer de helft niet opdagen of onbeslist zijn. Omgekeerd verloren de sociaaldemocraten in 2015 een pak working class voters aan hen. Ze komen maar met mondjesmaat terug. De sociaaldemocratische SDP-partij recht echter de rug in de peilingen en heeft uitzicht op winst voor de lokale verkiezingen eerder deze maand, een eerste belangrijke test. Toch blijft ze op het laagste peil hangen van de afgelopen decennia.

De Finse economie is in slechte doen. Meer nog dan de handelssancties tegen grote handelspartner Rusland, speelt de verouderende economie het land parten. Het lijkt voor ons een verrassend gegeven, maar het land van telecomreus Nokia heeft zich slecht voorbereid op de gemondialiseerde economie. Finland mist innoverende exportsectoren en hooggeschoolde werknemers die in de hightech-sector aan de slag kunnen. De slabakkende economie biedt kansen voor de sociaaldemocratische oppositie in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van april 2019.

NOORWEGEN

De eerste verkiezingen die er in Scandinavië aankomen, zijn die in Noorwegen. Ze vinden plaats ten laatste op 11 september 2017. Peilingen geven al enkele jaren een stabiele groei aan voor links. Interessant is dat elke partij in het linkse blok er lijkt op vooruit te gaan. Opvallend is de verdubbeling van de ‘Senterpartiet’, die van een zeker ‘Trump-effect’ lijkt te genieten. Deze van oorsprong centrumrechtse partij hoort sinds 2000 bij het linkse blok van de eveneens populaire Arbeiderspartiet, waardoor dat blok de komende verkiezingen in een comfortabele positie tegemoet gaat. Vooral de rechts-populistische Fremskrittspartiet verliest terrein als regeringspartij; ze betaalt de prijs voor bestuursdeelname. Het lijkt een constante in Scandinavië: overal waar rechts-populisten mee in het bad worden getrokken, verliezen ze fors terrein en ontstaan er kansen voor links.

Ook voor de nakende Brexit-onderhandelingen wordt het ‘Noorse model’ gretig als leidraad gebruikt. De bevoorrechte relaties van Noorwegen met de Europese Unie, voornamelijk op handelsvlak, kunnen de inspiratie vormen voor een soortgelijke deal met het Verenigd Koninkrijk. Dan zouden Britse burgers zich net zoals de Noren vrij in en uit de Schengenzone kunnen bewegen, zoals ook de EU-onderdanen uit het vasteland bij hen kunnen.

Voor die voordelen betaalt Noorwegen elk jaar een flinke bijdrage aan de Europese Unie en moet het grote delen van de Europese regelgeving overnemen. Zo vindt drie vierde van de Noorse wetten haar oorsprong in EU-wetgeving, terwijl het zelf geen zeg heeft in het tot stand komen ervan. Wel heeft de Noorse regering een uitgebreid diplomatiek apparaat in Brussel om te lobbyen voor gunstige wetgeving. Wat echter vaak onderbelicht wordt, is de rol van grote broer Zweden dat zijn invloed als ‘volwaardig EU-lid’ uitspeelt ten dienste van Noorwegen. De nakende Brexit betekent ook dat Noorwegen, net als IJsland en Liechtenstein lid van de Europese Economische Ruimte, haar beleidscoördinatie zal moeten opvoeren en de samenwerking met IJsland zegt te zullen versterken om hun gemeenschappelijke belangen bij die Europese Economische Ruimte veilig te stellen.

Kasper Vanpoucke
Vice-President Young European Socialists (YES) **
en voormalig Internationaal Secretaris Jongsocialisten België**

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 4 (april), pagina 76 tot 82