Abonneer Log in

Na de oorveeg, de comeback van Matteo Renzi

LINKS IN EUROPA

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 6 (juni), pagina 59 tot 64

In Italië heeft de regerende centrumlinkse Partito Democratico een paar tumultueuze maanden achter de rug. Na het referendum in december 2016 trad ‘sloper’ Matteo Renzi af als premier en partijleider, en een groep dissidenten stapte op. Maar nu maakt Renzi zich op voor een nieuwe sprong naar de macht, met een meer gestroomlijnde partij als vehikel. Hij presenteert zich als het enige realistische antwoord op het populisme. Het succes van Emmanuel Macron geeft nieuwe energie.

LINKS IN EUROPA

Hoe links is Emmanuel Macron?
Amandine Crespy
Martin Schulz, het vuurwerk dat te snel afging
Rik Tyrions
Na de oorveeg, de comeback van Matteo Renzi
Marc Leijendekker
Bezorgt Pedro Sánchez PSOE een nieuw elan?
Vincent Scheltiens

De Fransen noemen het reculer pour mieux sauter. Een stapje achteruit zetten om verder te komen met je sprong. Dat is wat Matteo Renzi, de leider van de centrumlinkse Partito Democratico, de afgelopen maanden heeft proberen te doen in Italië. In december kreeg hij een politieke oorveeg van de Italiaanse kiezer - over het hoe en waarom daarvan later meer. Hij boog het hoofd, kondigde de volgende dag zijn aftreden aan als premier en legde twee en een halve maand later ook de leiding over zijn partij neer. Een groep prominente oudgedienden beschuldigde hem van politieke spelletjes en stapte kort daarop uit de partij.

Op het eerste gezicht bezegelde dit, in ieder geval voorlopig, de politieke carrière van Matteo Renzi. Hij is 42 jaar en groot geworden met de belofte van een ingrijpende modernisering van de partij en van het land. Hij was de jongste premier ooit toen hij op 22 febuari 2014 aantrad na een paleiscoup binnen zijn partij. Die had weliswaar een solide meerderheid in de Kamer van Afgevaardigden, maar was sterk verdeeld geraakt, door interne debatten over de koers en het karakter van de partij en door machiavellistische machtsspelletjes die het onderlinge wantrouwen vergrootten. Matteo Renzi kreeg regeringsmacht na zo'n intrige achter de schermen en verloor die macht weer na een succesvolle poging om hem te ondermijnen.

Tot veel turbulentie in de regering heeft dit overigens niet geleid. Matteo Renzi werd als premier opgevolgd door Paolo Gentiloni, een vertrouweling van hem die voortgaat op de ingeslagen weg. De afsplitsing binnen de partij vertaalde zich vooralsnog ook niet in verdeeldheid binnen het parlement. Wat oogt als politieke instabiliteit was in feite vooral een wisseling van de poppetjes - waarbij ook nog eens de voor de Europese partners belangrijkste persoon, minister van Economie en Financiën Pier Carlo Padoan, op z'n post bleef.

Intussen was Matteo Renzi zich aan het voorbereiden voor zijn grote sprong terug. Met zijn besluit om het leiderschap van de partij neer te leggen, op 19 februari, wierp hij zijn tegenstanders de handschoen toe. Al zeker een jaar lang waren critici binnen de partij aan de poten van zijn stoel aan het zagen - een herbevestiging van een oude les bij Italiaans links dat de gevaarlijkste vijanden onder je politieke vrienden zitten. Laten we maar eens koppen gaan tellen, was de boodschap van Matteo Renzi.

De volgende dag bleek dat een groep oudgedienden daar niets voor voelde. Zij stapten uit de Partito Democratico en richtten een nieuwe beweging op: Artikel 1 - Democratische en Progressieve Beweging. Artikel 1 van de Italiaanse grondwet bepaalt: 'Italië is een democratische Republiek, gevestigd op werk. De soevereiniteit berust bij het volk, dat die uitoefent in de vormen en de begrenzingen van de Grondwet.' In de keuze voor deze naam zat een verwijt aan Matteo Renzi: zijn critici vinden dat hij de band met de arbeider en zijn traditionele vertegenwoordiger, de vakbond, heeft verwaarloosd.

Er zaten grote namen bij de vertrekkers. Pier Luigi Bersani, oud-partijleider en oud-premier, de man die in 2013 de verkiezingen won met zo'n gebrek aan elan dat hij er, ondanks een comfortabele zetelmeerderheid in het Huis van Afgevaardigden, niet in slaagde een regering te vormen. Enrico Rossi, de invloedrijke gouverneur van Toscane, de thuisbasis van Matteo Renzi. Guglielmo Epifani, voormalig leider van de grote, eens oppermachtige vakbond CGIL. En last but not least de sluwe, buitengewoon intelligente Massimo D'Alema, een van de grootste intriganten in de linkse slangenkuil, oud-premier, oud-minister van Buitenlandse Zaken, en erg boos op Matteo Renzi omdat die hem geen mooie ministerspost gaf en ook niet wilde voordragen als Italiaans eurocommissaris in Brussel.

In de peilingen doet het een beetje pijn, het vertrek van deze groep, maar niet heel veel. De groep schommelt zo rond de drie, vier procent. De meeste linkse stemmers blijven de Partito Democratico trouw. Die moest, door het aftreden van Matteo Renzi, een partijleider kiezen. De kandidaten: opnieuw Matteo Renzi; Michele Emiliano, de gouverneur van de Zuid-Italiaanse regio Puglia en sympathisant van de vertrekkers; en Andrea Orlando, minister van Justitie onder Matteo Renzi en Paolo Gentiloni en voorstander van meer compromissen binnen de partij.

Na een paar weken van (niet erg felle) debatten mochten alle Italianen (en ook buitenlanders met een geldige verblijfsvergunning) in voorverkiezingen zeggen wie zij als leider van de Partito Democratico willen. De uitkomst was niet zo spannend: iedereen voorspelde van begin af aan een zege voor Matteo Renzi. De opkomst was een groter vraagteken: als er nauwelijks mensen de moeite zouden nemen om twee euro te betalen en in een van de geïmproviseerde stembureaus hun stem uit te brengen (soms is het niet meer dan een partytent), dan zou een meerderheid voor Matteo Renzi niet zo veel betekenen.

Renzi won op twee fronten: hij kreeg 69 procent van de stemmen, en tegen de twee miljoen mensen kwamen op 30 april stemmen - Matteo Renzi had, zuinigjes, de ondergrens op één miljoen gelegd. De overwinning schiep duidelijkheid. Zij betekende groen licht voor Matteo Renzi's plan voor ingrijpende veranderingen in het karakter, de aard en de oriëntatie van de partij. De Partito Democratico is misschien, in de virtuele wereld van de peilingen, wat kleiner geworden, de ambiguïteit van de voorgaande jaren is een stuk kleiner geworden. Matteo Renzi vierde het als een triomf en zegt dat hij de enige is die de partij kan moderniseren.

De ontwikkelingen van de afgelopen maanden kunnen niet los gezien worden van drie factoren. Ten eerste: Matteo Renzi was niet gekozen toen hij in 2014 premier werd, maar kwam aan de macht na een machtsgreep tegen toenmalig premier en partijgenoot Enrico Letta. Daarom had hij extra legitimatie nodig. Ten tweede: bij alle politiek-tactische discussies speelt een rol dat het politieke bestel vrijwel zeker weer terugverandert van een meerderheidsstelsel naar een proportioneel stelsel. Ten derde: Matteo Renzi is niet de zoveelste partijleider in een hele rij, maar wil een radicale breuk met een verleden. Die ambitie heeft oude en nooit opgeloste problemen zichtbaar gemaakt.

DE KIESWET: POGING TOT LEGITIMATIE

Matteo Renzi is in 2014 premier geworden zonder te zijn gekozen. Hij was op 8 december 2013 partijleider geworden en wist ruim twee maanden later Enrico Letta te dwingen als premier plaats te maken voor hem. Enrico Letta was premier geworden als een soort noodgreep, om de politieke impasse te doorbreken na de verkiezingen van februari 2013. Pier Luigi Bersani was toen partijleider en kandidaat-premier. Onder hem werd de Partitio Democratico in het Huis van Afgevaardigden nipt de grootste en kon de partij daar zo de winnaarsbonus incasseren. Maar in de Senaat, waarvoor tegelijkertijd werd gestemd, zag het er heel anders uit, omdat de winnaarsbonussen daar per regio worden verdeeld. Het leidde tot een patstelling, met op de achtergrond het spectaculaire succes van de antisysteembeweging van Beppe Grillo. De populistische komiek kreeg ruim een kwart van de kiezers achter zich met zijn rauwe uithalen naar baantjesjagerij en zelfverrijking onder politici.

De dreiging van een systeemcrisis werd nog groter toen in april ongeveer een derde van de Partito Democratico-fractie bij de geheime stemming in de presidentsverkiezingen tegen de belofte van Pier Luigi Bersani in niet op Romano Prodi stemde, de officiële partijkandidaat. Pier Luigi Bersani trad af, Enrico Letta probeerde aan het hoofd van een brede coalitie te voorkomen dat het land onbestuurbaar zou worden, maar moest knarsentandend constateren hoe Matteo Renzi populairder werd binnen de partij.

In de eerste maanden nadat Matteo Renzi de macht had overgenomen in februari 2014, had hij de wind mee. De Partito Democratico haalde een ongekend succes bij de Europese verkiezingen in het voorjaar: meer dan 41 procent. Het leek een publieke goedkeuring van zijn machtsgreep, mede gestimuleerd door de ambitieuze hervormingsplannen die hij presenteerde.

Maar twee en een half jaar later was een fors deel van dat krediet verspeeld. Tegenover de gelukte hervormingen (waaronder de decennialang voor onmogelijk gehouden wijziging van de arbeidswet) stonden vastgelopen hervormingen. En net zo belangrijk: ook Matteo Renzi slaagde er niet in de door de recessie vastgelopen economie weer aan de praat te krijgen. Bovendien ontpopte hij zich als een bestuurder die moeilijk samenwerkt en vaak arrogant overkomt, iemand wiens onmiskenbare dadenkracht gepaard gaat met een zekere oppervlakkigheid. Het gemis aan een echt mandaat van de kiezer deed zich voelen.

Matteo Renzi dacht de oplossing te hebben. Hij had in het voorjaar van 2016 met veel moeite in het parlement goedkeuring gekregen voor de hervorming van de kieswet. Het was een politiek huzarenstukje: hierover werd al tien jaar vergeefs gepraat. Niemand kan er tegen zijn, dacht hij, en hij verbond zijn politieke toekomst aan het referendum waarmee de kiezer de hervorming van de grondwet die hiervoor nodig is, goed moest keuren.

Het bleek een enorme misrekening. Zijn politieke tegenstanders, ook in eigen kring, grepen hun kans om te zeggen dat een nee-stem een kans was om Matteo Renzi naar huis te sturen. Anderen hadden inhoudelijke bezwaren: in het nieuwe bestel zou het gevaar van machtsconcentratie dreigen. In een oppervlakkige analyse van het humeur van de kiezer en van de details van het wetsvoorstel dacht Matteo Renzi dat iedereen zijn claim, dat de nieuwe regels zouden leiden tot efficiënter beleid en meer daadkracht, zou delen. Maar in december kreeg Matteo Renzi een oorveeg. Zestig procent van de mensen die gingen stemmen, stemden nee. Exit Matteo Renzi, voorlopig.

De nee-zeggers vormden zo'n heterogene groep dat zij niet in staat bleken om in de maanden daarna een alternatief op te stellen. Na een uitspraak van het Constitutionele Hof in januari is het vrijwel onvermijdelijk geworden dat Italië de stap terugzet naar een stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

De discussie over kiesstelsels klinkt al snel wat abstract, maar in de Italiaanse politiek heeft die concrete en vergaande gevolgen gehad. Begin jaren 1990 stortte een door de christendemocraten gedomineerd bestel dat een halve eeuw had standgehouden in, onder een golf van corruptie- en maffiaschandalen. In verschillende referenda maakten de kiezers duidelijk dat zij een politiek tweestromenland wilden. Links of rechts. In 1994 kwam Silvio Berlusconi aan de macht, in 1996 links met Romano Prodi (die na twee jaar beentje werd gelicht door Massimo D'Alema), in 2001 Silvio Berlusconi, in 2006 Romano Prodi, in 2008 Silvio Berlusconi. Dit dempte de centrifugale krachten en dwong partijen coalities of allianties met elkaar te sluiten (al bleven kleine partijen daarin manieren vinden om zich te doen gelden; Romano Prodi kwam in 2008 ten val door intriges in zijn eigen centrumlinkse coalitie).

Maar kleinere partijen bleven zich verzetten. In een proportioneel stelsel is meer ruimte voor hen. De groep die zich in februari heeft afgesplitst van de Partito Democratico, ziet hierdoor mogelijkheden - en verzet zich fel tegen voorstellen om een kiesdrempel van vijf procent in te stellen.

Bovendien is het beeld veranderd. Tot een jaar of vijf geleden waren er grofweg twee stromingen: links en rechts. De opkomst van de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo heeft dat verstoord. Die claimt noch rechts, noch links te zijn, maar vooral nieuw en anders. En ook al constateren politiek onderzoekers dat de meeste sympathisanten van Beppe Grillo op vraagstukken als migratie en Europa aan de rechterkant zitten, met de Vijfsterrenbeweging is er een derde pool bijgekomen met een eigen plaats in het politieke krachtenveld. Dat maakt een meerderheidsstelsel problematischer.

HET VERLEDEN: LAST OF RIJKDOM?

Matteo Renzi is aan de macht gekomen binnen de partij met de stelling dat de oude garde haar verdienste heeft gehad, maar nu rijp is voor de sloop. De rottamatore, de man die spullen naar de sloop brengt, zo werd hij genoemd. Wit overhemd met opgestroopte mouwen, moderne muziek, veel jonge mensen om zich heen, en een duidelijke en concrete to-dolijst, zo presenteerde hij zich. Hij wil de Partito Democratico ook aantrekkelijk maken voor centrumkiezers, hecht weinig belang aan de traditionele banden met de vakbonden, vindt pragmatisme belangrijker dan ideologie, en beschouwt veel inhoudelijke discussies binnen de partij eerder als narcistische scherpslijperij dan als een zinvolle bijdrage aan de besluitvorming.

Velen vinden dit een verademing. Zoals in andere landen is ook in Italië bij velen op links de behoefte om zich te onderscheiden van andere kameraden, een belangrijker drijfveer dan de kritiek op centrumrechts. De twee kabinetten-Prodi, aangetreden in 1996 en 2006, zijn door onenigheid in de eigen gelederen ten val gekomen.

Bij herhaling zijn pogingen mislukt om een eenheidspartij te smeden, om de blik meer op de toekomst dan op het verleden te richten. In 1996 werd de Olijfcoalitie gevormd, met daarbinnen twee hoofdstromingen: de overgebleven erfgenamen van de christendemocraten en de grootste groep erfgenamen van de eens oppermachtige Italiaanse Communistische Partij PCI. De spanning tussen die twee bloedgroepen is nooit verdwenen. In de eerste jaren van het nieuwe millennium begonnen boze aanhangers van links te protesteren dat de partijtopmannen niet in hun oude rivaliteiten moesten blijven hangen. Dat leidde tot het besluit in 2007 om de Partito Democratico op te richten. Dat was bedoeld als een nieuw begin. Maar het gedroomde effect is uitgebleven: interne critici verwijten Matteo Renzi, afkomstig uit de bloedgroep van centrumlinkse christendemocraten, dat hij de traditionele linkse partijcultuur verkwanselt. Dat hij daarmee de partij aantrekkelijker heeft gemaakt voor nieuwe groep kiezers, verdwijnt daarbij op de achtergrond.

Het gaat niet alleen over ideologie. Matteo Renzi wil de Partito Democratico veranderen in de PdR, zeggen velen: de Partito di Renzi. Hij wil duidelijker zijn stempel erop drukken, strakker de leiding in handen houden en kakofonie voorkomen. Het is, in de analyse van Matteo Renzi, een logisch uitvloeisel van de verpersoonlijking van de politiek, het hoort bij de modernisering van de partij. Alleen: dat kan wat verdacht klinken uit de mond van iemand die, zoals Matteo Renzi, qua karakter niet erg openstaat voor afwijkende meningen.

MACRON ALS VOORBEELD?

Door het vertrek van een groepje dissidenten en zijn herbevestiging als partijleider heeft Matteo Renzi zijn positie versterkt. Of hij de vernedering van het referendum in december 2016 te boven komt en aantrekkelijk blijft voor een brede groep kiezers, is nog onzeker. Veel jongeren en werklozen die in hem een paar jaar geleden nog een _Macher _zagen die het land zou hervormen, zeggen nu dat ook Matteo Renzi weinig heeft weten te doen aan de jarenlange economische stagnatie. En traditioneel links blijft, ondanks de hoge leeftijd van veel leiders, ook zijn aantrekkingskracht houden.

Uiterlijk in mei 2018 moeten er verkiezingen worden gehouden. Matteo Renzi lijkt erop aan te sturen om zo snel mogelijk te gaan stemmen, omdat hij nu het gevoel heeft weer wind mee te hebben. Maar president Sergio Mattarella wil voorkomen dat Italië gaat stemmen met een hybride kieswet die vrijwel zeker weer tot een patstelling leidt.

In ieder geval wil Matteo Renzi zich opnieuw presenteren als de grote hervormer en moderniseerder, en als iemand die zo de populistische oprispingen in de samenleving weet te bezweren. Het succes van Emmanuel Macron bij de Franse presidentsverkiezingen inspireert hem, veel meer dan het teruggrijpen op traditionelere sociaaldemocratische thema's zoals Martin Schulz doet in Duitsland. Al begin dit jaar zijn de domeinnamen incammino2017 en incammino2018 geregisteerd; 'in cammino' is de vertaling van het Franse 'en marche', het devies van Emmanuel Macron. Samen op weg 'voor een efficiënter en rechtvaardiger Italië', staat op de website. Waar Emmanuel Macron buiten de bestaande partijen om een nieuwe beweging heeft opgezet, zet Matteo Renzi in op hervorming van centrumlinks van binnenuit.

Het oude model, de litanieën van vroeger, dat werkt niet meer, het land heeft behoefte aan groot onderhoud, blijft zijn boodschap. Die analyse zullen veel Italianen delen. Bij zijn aantreden als premier drie jaar geleden had Matteo Renzi veel goodwill. Maar ondanks grote ambities zijn de resultaten bescheiden. En het is nog een open vraag of deze 42-jarige van de kiezers een tweede kans krijgt. Bij gebrek aan andere geloofwaardige hoofdrolspelers zou dan het veld wijd openliggen voor de Vijfsterrenbeweging van de grillige Beppe Grillo.

Marc Leijendekker
Buitenland-redacteur NRC Handelsblad en auteur van Het land van de krul

Renzi Matteo - Italië - Partito Democratico

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 6 (juni), pagina 59 tot 64