Log in

De loden jaren van het linkse levensgevoel

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 1 (januari), pagina 58 tot 62

Behalve in opiniestukken is er in de mainstream media nog nauwelijks plaats voor linkse analyse, laat staan voor een consequente linkse lijn. Uiteraard mag Thomas Piketty het komen uitleggen, dat is goed voor de oplage, maar de marktdominantie laat zich gevoelen in de Vlaamse media. We beleven de loden jaren van het linkse levensgevoel inzake informatievergaring. Dat was ooit anders.

DE GOUDEN JAREN VAN HET LINKSE LEVENSGEVOEL

In 2016 verscheen het boek De gouden jaren van het linkse levensgevoel. Het verhaal van Vrij Nederland (Uitgeverij Balans). Een verhaal over de gloriejaren van het mythische weekblad dat uit het oorlogsverzet ontstond en in de jaren 1960-70 zowat hét paspoort van het linkse levensgevoel was. In een periode van goed tegen fout was Vrij Nederland absoluut goed (en De Telegraaf, bijvoorbeeld, absoluut fout). Ook in Vlaanderen stak het blad met het logo naar buiten uit de jaszak of tas, bij wijze van statement, zodat iedereen kon zien dat men links was. De echte vrijgevochten zielen waren in die tijd ook geabonneerd op Sekstant, het blad van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming, dat ook in het nog lange tijd kneuterige Vlaanderen druk werd gelezen.

Zo van eind de jaren 1960 tot eind de jaren 1970; het waren ontegensprekelijk de gouden jaren van het linkse levensgevoel. In Nederland ging de mentale revolutie bij een linkse, hoger geschoolde groep een stuk sneller dan bij ons. De Provo's, de Dolle Mina's, … al het oude ging bij onze noorderburen sneller op de schop. Er heerste dan ook een zekere neerbuigendheid tegenover Vlaanderen. En, omgekeerd, was Nederland een baken voor veel linkse Vlamingen.

Zo ook bij een kleine groep journalisten van de Gentse socialistische partijkrant De Vooruit, die bij de linkse krant Het Parool stage had gelopen en met een gezonde portie jaloezie keek naar de redactieploeg van Vrij Nederland, bevolkt met uitstekende columnisten die evenveel tijd doorbrachten in de kroegen als op de redactiekantoren.

Toen De Vooruit niet voldoende rendabel meer bleek, was het precies die groep journalisten die - samen met de jonge SP-partijvoorzitter Karel Van Miert - mee aan de basis lag van haar opvolger De Morgen, die in 1978 het licht zag. Karel Van Miert hoopte van De Morgen een niet-partijgebonden, maar socialistisch gezind dagblad te maken. Die hoop vervaagde echter snel. Op korte tijd verwijderde de krant zich mentaal van de partij en volgden clashes tussen de jonge garde journalisten van De Vooruit en de nieuwe journalisten, zoals hoofdredacteur Paul Goossens, die minder voeling hadden met de socialistische beweging. Het betekende het begin van een woelige geschiedenis. In 1980 hield SP de krant nog financieel op de markt, maar het faillissement in 1986 was onafwendbaar en een bittere nederlaag. De Morgen werd overgenomen door Uitgeverij J. Hoste, de voorloper van de huidige Persgroep.

Anders dan in Nederland, waar de ontzuiling van de pers sneller plaats vond en waar de commercialisering van de pers het behoud van bladen met een links profiel niet in de weg stond, wist de klassieke socialistische beweging in Vlaanderen dus haar minoritaire positie in de perswereld langer te handhaven.

Maar ook Vlaanderen zelf was uiteraard in volle verandering (wat, overigens, opnieuw Karel Van Miert besefte toen hij in 1979 zijn operatie Doorbraak naar progressieve christelijke middens lanceerde). Dat vertaalde zich in een bloeiende tijdschriftenmarkt. Het waren niet allemaal bladen met een hoge oplage, maar allen samen vormden ze wel een rijk, links medialandschap. Zo was er onder andere Het Pennoen van progressieve Vlaams-nationalisten, Kultuurleven van de verlichte Jezuïeten, De Nieuwe van linkse flaminganten, Spectator van ACW, Links van linkse BSP'ers, en De Rode Vaan en Vlaams Marxistisch Tijdschrift van communisten.

Een blad zoals Vrij Nederland bestond in Vlaanderen evenwel niet. Het dichtst in de buurt van dat soort journalistiek kwam misschien nog Humo, eind de jaren 1960 al onder leiding van Guy Mortier. Een vrijgevochten blad, dat mee surfte op de doorbraak van de televisie, vooral op maatschappelijk en cultureel vlak toonaangevend was en met 'Humo sprak met…' een gesmaakte politieke interviewreeks had. Piet Piryns, die samen met Herman De Coninck in de jaren 1970 deze interviewreeks verzorgde, werkte nadien overigens nog meer dan tien jaar voor Vrij Nederland als redacteur.

DE LODEN JAREN VAN HET LINKSE LEVENSGEVOEL

Vandaag is de ster van Vrij Nederland tanend en zijn impact op het publieke debat verminderd. Het blad heeft tumultueuze laatste decennia achter de rug, zo blijkt uit het boek, en is sinds 2016 niet langer een week-, maar een maandblad met weliswaar een belangrijke onlinepoot. Ook in Vlaanderen is Vrij Nederland niet langer de referentie. Dat is vandaag eerder De Groene Amsterdammer, dat tijdens de voornoemde gouden jaren van het linkse levensgevoel meer serieuze stukken bracht (de 'stoute' jongens zaten bij Vrij Nederland) maar nu onder hoofdredacteur Xandra Schutte een nieuwe dynamiek en een eigen stijl heeft gevonden.

Ook op wereldvlak liggen de gouden jaren van het linkse levensgevoel natuurlijk al een tijdje achter ons. Sinds de jaren 1980 is een kille, rechtse wind gaan waaien die maar niet gaat liggen. Niet alleen Vrij Nederland, maar ook Nederland zelf is al geruime tijd geen gids meer voor links Vlaanderen. Integendeel. Met zijn vermaatschappelijking van de zorg, flexibilisering van de arbeidsmarkt en fiscaal gunstregime voor multinationals is het vandaag eerder de rechterzijde die haar blik op onze noorderburen richt. De gouden jaren van het linkse levensgevoel had niet alleen een politieke en economische connotatie, het was tevens een kwestie van cultuur en moraal. Maar ook op dat vlak geeft Nederland, met zijn zwarte pieten rellen en doorgeslagen mondigheid, vandaag het beeld van een land op de dool.

Wordt links Vlaanderen vandaag dan helemaal niet meer bediend door het huidige medialandschap? Het is alleszins ooit beter geweest. Behalve in opiniestukken is er in de mainstream media nog nauwelijks plaats voor linkse analyse, laat staan voor een consequente linkse lijn. De toon is veelal dezelfde: de overheid faalt, de privé is ideaal, de belastingen zijn een schande, de lonen moeten gematigd, de EU deugt niet en we leven in twee democratieën. We beleven de loden jaren van het linkse levensgevoel inzake informatievergaring. Een dominant nieuwsmedium dat als kompas kan dienen voor links Vlaanderen bestaat niet meer.

Ook De Morgen is dat niet. Praat vandaag met linkse medeburgers en je hoort onvrede over 'hun' huiskrant. Vaak zijn ze nog wel abonnee, aan boord gehouden door een aantal goede columnisten en journalisten, maar het is met knarsende tanden. De redactionele lijn van de krant is onduidelijk, de bandbreedte van het debat lijkt erg breed (ook ver richting rechts) en de onderbestaffing van de redactie zorgt voor weinig diepgang en balans. Een krant stevig in de klauwen van de Persgroep, dus, met veel marketing maar inhoudelijk weinig 'zalm'. De linkse medeburger leest vandaag even vaak De Standaard, ondenkbaar in de vorige eeuw.

Ook de bloeiende tijdschriftenmarkt van cultureel-maatschappelijke bladen van weleer is verdwenen, geslachtofferd op het altaar van de commerciële medialogica. Veel tijdschriften zijn er van tussen gevallen. Overkop gegaan wegens te weinig inkomsten of irrelevant geworden. De nog bestaande tijdschriften voeren allen hetzelfde gevecht om aan bod te komen in de lawine aan informatie. Er zijn nog wel enkele papieren magazines, zoals SamPol, Oikos of De Gids op Maatschappelijk Gebied, maar dat zijn intellectuele bladen met per definitie een beperkt bereik. Ook online is het aanbod mager. Apache doet aan onderzoeksjournalistiek vanuit een bepaalde maatschappijvisie en groeit snel. En er is DeWereldMorgen, met een uitgesproken links profiel maar de stukken zijn van wisselende kwaliteit. Verder bestaan wel een aantal interessante nieuwsbrieven en ezines, maar die opereren allemaal in de marge van het publieke debat.

Ik probeer niet te vervallen in negativisme over de huidige media. Echt niet. Want dat is vandaag bon ton, en niet altijd terecht. De job van een journalist, die onder enorme tijdsdruk staat, is niet te benijden. Over het algemeen is het niveau van de journalistiek wel degelijk gestegen. Elke dag lees je op verschillende plekken meerdere prikkelende stukken. Ook lezen mensen anders dan dertig jaar geleden. De dominantie van televisie, radio en kranten is kleiner. De informatiestroom gefragmenteerder en sneller. Jongeren nemen al helemaal geen krant of magazine meer vast. Er zijn veel media-initiatieven die van onderuit opduiken, maar ze zijn vaak een kort leven beschoren of vinden moeilijk hun plek in de van bovenaf sterk gestuurde media. Begin oktober 2017 was er nog de megadeal tussen de Persgroep en Roularta. Een slechte zaak.

De commerciële verzuiling van onze media van vandaag werkt een stuk verstikkender dan de ideologische verzuiling van vroeger. Ze heeft gezorgd voor een schraal en weinig innoverend medialandschap. Mediabedrijven zijn commerciële instellingen geworden. Een goede rel levert meer clicks op dan een goed debat. Media zijn, net als de rest van de maatschappij, vercommercialiseerd. Een nefaste evolutie voor iedereen die het hart 'links' draagt.

De rechterzijde, daarentegen, spint wel garen bij de commerciële logica, waar het behoud van de status-quo voorop staat, de schreeuwers met de meeste aandacht gaan lopen en slogans het halen op nuance. Daarnaast heeft die rechterzijde - het moet gezegd - sinds de gouden jaren van het linkse levensgevoel haar (sociale) media sterk uitgebouwd. In de jaren 1960 en 1970 was er eigenlijk niet veel meer dan 't Pallieterke, met een eigen publiek van gefrustreerde ex-collaborateurs. Dat is vandaag anders.

Zo worden de artikels van de nieuwssites Doorbraak en Sceptr, ook als ze twijfel- of zelfs leugenachtig van aard zijn, gretig gedeeld door de 'helfies' op sociale media, die op hun beurt steeds vaker het startpunt zijn van nieuwsvergaring. Sinds de gewezen hoofdredacteur van Doorbraak fractieleider van de grootste partij van het land is, kan Doorbraak overal geciteerd worden. En ook de impact van het zeer rechtse Sceptr op mainstream media is reëel – lees daarover de opinie van Ico Maly, verderop in dit nummer, over hoe de rechtse karaktermoordbrigades de aandacht van de traditionele media weten te vatten.

Gevolg van dit alles? Anders dan in de jaren 1960-70 zijn het voor de linkse medemens barre tijden. Is het omdat intussen reeds enkele generaties journalisten zijn opgegroeid in de (neo)liberale samenleving waar het linkse levensgevoel een relict uit het verleden is? Is het omdat de media inzetten op winnaars? Omdat de linkse boodschap te complex is in tijden waar alles snel moet gaan en moet opbrengen? Of heeft links op zijn lauweren gerust en is het lui geworden, ook op het vlak van media en communicatie? Een combinatie van dit alles waarschijnlijk. Feit is dat de heersende machten vandaag op te weinig plekken inhoudelijk en journalistiek worden uitgedaagd. De weinigen die het wel doen, zijn daarom gemakkelijk prooi.

De vraag is wat de toekomst brengt. N-VA en Donald Trump toonden aan dat er digitaal kan worden gemanipuleerd, ook zonder pers. Zijn we daarmee terug in de verzuiling terechtgekomen? Kunnen politici, zoals eertijds het geval was, hun kiezers rechtstreeks bedienen? Moet links hetzelfde doen? Of moet het toch maar hopen dat onze klassieke pers op een gegeven moment onder de druk van de commerciële logica zal uitkomen? Of moet het daarentegen zelf stappen zetten om een links blad uit te geven, zoals De Groene Amsterdammer of Vrij Nederland bij onze noorderburen? En is dat vandaag de dag wel nog mogelijk in deze commerciële setting?

Het zijn belangrijke vragen. Want één van de redenen waarom links niet langer de motor van maatschappelijke verandering lijkt, is het gebrek aan inspiratie. In de huidige media zijn er minder plekken dan vroeger waar vergezichten voor een betere wereld worden aangereikt voor de linkse medeburger. Met de krimp van de traditionele linkerzijde, liggen ook de daaraan gelieerde media op hun gat. En dat is een jammere zaak.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 1 (januari), pagina 58 tot 62