Abonneer Log in

België, land van verborgen kloven

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 4 (april), pagina 2 tot 3

Onze welvaartsstaat schiet, ondanks al haar troeven, nog steeds tekort.

In internationaal vergelijkend perspectief doet België het historisch gezien uitstekend als het aankomt op de strijd tegen ongelijkheid. Sla er veelgebruikte ongelijkheidsindicatoren, zoals de Gini-coëfficiënt of de Palma-ratio, op na en je zal het zien: België komt vaak als stabiele en betere leerling uit de bus.

In 2017 werden de al bestaande meetinstrumenten aangevuld met een nieuwe index: de Commitment to Reduce Inequality Index van Oxfam en Development Finance International. Deze ranking onderscheidt zich van andere meetinstrumenten omdat het niet de ongelijkheid op zich wil meten, maar wel de inspanningen die politici leveren om ongelijkheid tegen te gaan. In het geval van België vielen er in de testeditie van de index weinig verrassingen te bespeuren: in lijn met andere algemene indicatoren over ongelijkheid nestelt België zich ook in deze nieuwe index in de beste regionen.

België heeft die hoge positie te danken aan haar progressief belastingsysteem en de hoge uitgaven voor onderwijs, gezondheidszorg en sociale bescherming; sociale uitgaven die, als ze goed ingezet worden, ongelijkheid kunnen tegengaan. Ook qua arbeidsmarktbeleid scoort België, dankzij een zorgvuldig opgebouwd sociaal overlegmodel en sterke vakbonden, goed.

Wil dat zeggen dat er in België geen ongelijkheid is? Dat we op onze lauweren kunnen rusten en er in België geen verdere maatregelen om ongelijkheid te bestrijden nodig zijn? Helaas niet.

Hoewel verschillende parameters met de grootste zorg samengesteld zijn, hangen ze altijd af van beschikbare data, gekozen indicatoren en berekeningen. De uiteindelijke resultaten kunnen bepaalde elementen in een complexere realiteit overkijken.

Zo zegt de Gini-coëfficiënt niet alles. Die geeft in praktijk immers meer gewicht aan de inkomens van de middenklasse, waardoor ze extremen in de inkomensverdeling kan verbergen.In België is dat moeilijk om dat effectief te bewijzen. Anno 2018 bestaan er nog steeds nauwelijks data over de vermogens van rijke Belgen, waardoor we vermogens- en inkomensongelijkheid naar alle waarschijnlijkheid onderschatten. Maar pas als we naar de onderkant van de inkomensverdeling kijken – waar we wél over betrouwbare cijfers beschikken – doemen de echte kloven in België op.

In 2016 liep 20,7% van de Belgische bevolking een risico op armoede of sociale uitsluiting, een beschamend cijfer dat al tien jaar lang, opeenvolgende regeringsbeloftes ten spijt, niet aan verbetering toe is. Bij mensen die buiten België geboren zijn, ligt het armoederisico drie keer zo hoog als bij mensen die in België geboren zijn. Laaggeschoolden lopen zelfs vier keer meer risico op armoede dan hooggeschoolden.

Net zoals de Gini-coëfficiënt niet alles zegt over de ongelijkheid op zich, kan een positief resultaat in de Commitment to Reduce Inequality Index bepaalde hiaten in het beleid verbergen. Zo zegt de hoogte van de uitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg in principe weinig over de zaken waaraan dat geld besteed wordt. Hoewel de index rekening houdt met de mate waarin sociale uitgaven ongelijkheid tegengaan, betekent dat niet dat politici altijd de juiste klemtonen leggen.

In België hebben laaggeschoolden gemiddeld meer dan 18 minder gezonde levensjaren, 58% vaker chronische aandoeningen en bijna dubbel zo vaak psychische problemen dan hooggeschoolden. Laaggeschoolden en kansengroepen ervaren veel drempels in de zorgverlening en zien zich al te vaak genoodzaakt om medische behandelingen uit te stellen. Dat een minister van Volksgezondheid in die context net wijkgezondheidscentra, die zich vooral richten op kansengroepen en bovendien erg goed werk leveren, in vraag stelt, valt nauwelijks te vatten.

Ook de ongelijkheid in het onderwijs is een heikel punt dat maar niet aangepakt wordt. Studie na studie wordt blootgelegd hoe kinderen met een armoede of migratieachtergrond structureel minder kansen krijgen dan kinderen uit blanke middenklassengezinnen. Leerlingen met een migratieachtergrond lopen dubbel zoveel risico om slechter te presteren op academisch vlak. Dat politici ondanks overweldigend bewijsmateriaal het watervalsysteem niet fundamenteel willen hervormen, is schrijnend – zeker omdat het om de toekomst van de volgende generaties gaat.

Bovenstaande voorbeelden tonen aan dat er in België wel degelijk ongelijkheden zijn. Verderop in dit nummer zal de lezer ongetwijfeld andere kloven ontdekken. Samen tonen ze aan dat onze welvaartsstaat, ondanks al haar troeven, nog steeds tekortschiet. Ze tonen aan dat politici meer kunnen en moeten doen om ongelijkheid tegen te gaan.

Voor het middenveld is daarbij de belangrijke taak weggelegd om burgers en politici bewust te maken van de verborgen kloven. Samen met de groepen die er het slachtoffer van zijn en mét alternatieve voorstellen onder de arm. Het is de taak van het middenveld om te eisen dat de sociale welvaartsstaat waar nodig verfijnd, hervormd of verder uitgebouwd wordt.

In een tijdsgewricht waarin diezelfde welvaartsstaat onder druk staat, is dat geen makkelijke boodschap. Toch moet het middenveld die complexloos durven brengen. Want politiek is een kwestie van keuzes. Als politici willen, kunnen ze nieuwe bronnen - zoals vermogens - aanboren om maatregelen te financieren. Als politici willen, kunnen ze andere klemtonen leggen in hun beleid.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 4 (april), pagina 2 tot 3