Abonneer Log in

De pasokificatie van de Poolse sociaaldemocratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 62 tot 67

Sinds oktober 2015 zetelt er geen enkele linkse of progressieve partij meer in de Sejm, het Poolse parlement. Zowel de sociaaldemocratische SLD 1 als de radicaal-linkse partij RAZEM2 haalden de kiesdrempel voor partijen en allianties niet, waardoor de rechts-conservatieve Recht en Rechtvaardigheid onverwacht een absolute meerderheid kreeg. Hoe kwam het zover? En kan links zich herstellen?

LINKS IN EUROPA

De verandering werkt in Portugal
Wim Vermeersch
De pasokificatie van de Poolse sociaaldemocratie
Jonas Vanderschueren

'We scheiden het verleden van het heden met een dikke lijn. We zullen enkel verantwoording afleggen voor de maatregelen die we nemen om Polen uit haar huidige staat van verval te halen.'(Tadeusz Mazowiecki, openingsrede aan de Sejm op 24 augustus 1989).

Op het SLD-partijcongres in mei jongstleden suggereerde partijvoorzitter Włodzimierz Czarzasty een (weinig verrassende) oplossing om Polen uit haar politieke en constitutionele crisis te halen: Stem SLD. Al twee jaar hameren de Poolse sociaaldemocraten erop dat zij het land zullen 'normaliseren', en dat zij de enige kracht is die een serieus alternatief vormen voor het centrumrechtse Burgerplatform en de rechts-conservatieve Recht en Rechtvaardigheid. Op het eerste gezicht lijkt dat niet eens zo vergezocht: de partij is de post-communistische erfgenaam van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij (PZPR), en het was SLD die aan de macht was toen Polen tot de Europese Unie toetrad in 2004. In de jaren 1990 was de partij alomtegenwoordig en speelde ze een belangrijke rol in de verankering van de Poolse democratie: de Poolse grondwet van 1997 is daar het meest in het oog springende voorbeeld van.

Toch doet zoveel zelfvertrouwen de wenkbrauwen fronsen: sinds oktober 2015 heeft SLD geen enkele nationale parlementaire vertegenwoordiging meer, en ook in de peilingen schommelt de partij regelmatig rond de kiesdrempel. Het was de onverwachte nederlaag van Lewica, de kiesalliantie rond SLD, die in de eerste plaats Recht en Rechtvaardigheid haar absolute meerderheid gaf bij de laatste verkiezingen. Terwijl die laatste stelselmatig de grondwet met de voeten treedt en haar macht probeert te consolideren, is SLD een opvallende afwezige bij alle protestbewegingen. Die afwezigheid is des te pijnlijker omdat de centrumrechtse oppositie de meeste betogingen wél voluit steunt. Tegelijkertijd heeft de partij nog steeds moeite met haar communistische erfenis, waar ze zich nooit helemaal van distantieerde. Een gevolg daarvan is dat Recht en Rechtvaardigheid regelmatig gewag maakt van 'verdoken communisten' binnen het staatsapparaat en daarmee haar ongrondwettelijke maatregelen probeert te legitimeren. Het optimisme binnen de partijtop van SLD lijkt dan ook vooral voort te komen uit de hoop dat de partij bij de volgende parlementsverkiezingen in 2019 opnieuw in de Sejm zal terechtkomen.

Hoe kon het ooit zo ver komen? En wat betekent dit alles voor de sociaaldemocratie in Polen?

TRANSITIONELE CHAOS VERSUS SOCIAALDEMOCRATISCHE STABILITEIT

Na de ineenstorting van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij (PZPR) in de loop van 1989 duurde het niet lang voor de post-communisten zich herenigden binnen de Sojusz Lewicy Demokratycznej (Coalitie van Democratisch Links), een alliantie van de post-communistische SdRP en een reeks kleinere linkse partijen en vakbonden. Ze verenigden zich rond de figuur van Aleksander Kwaśniewski, een oud-minister van Sport met een rustige en jeugdige verschijning. Onder zijn leiding vond SLD zich opnieuw uit als een centrumlinkse partij met een Atlantische en pro-Europese oriëntatie, die zich volledig inschreef in het democratisch systeem en het ook wilde verankeren. De SLD onder Kwaśniewski stond in schril contrast tot de anti-communistische oppositie van de onafhankelijke vakbond Solidarność, die na een overweldigende verkiezingsoverwinning in juni 1989 bijna meteen versplinterde in meerdere kleinere partijen. Hun eerste regering onder leiding van de christendemocraat Tadeusz Mazowiecki had geprobeerd om de economische stagnatie van het land te overwinnen door over te gaan tot economische schoktherapie, maar de implementatie van dat plan gebeurde zo snel en zo chaotisch dat het land in plaats van te herstellen verviel in een razendsnelle de-industrialisering, hyperinflatie3 en een snel stijgende werkloosheid.4

Die economische en sociale instabiliteit bood een ideale politieke kans aan de SLD om opnieuw aan de macht te komen. In september 1993 behaalden de post-communistische sociaaldemocraten een duidelijke verkiezingsoverwinning, waarmee een nieuwe fase aanbrak binnen de Poolse politiek. De liberaliseringsgolf van de vorige regeringen werd niet stopgezet maar wel aanzienlijk vertraagd, waardoor de Poolse economie meer ademruimte kreeg om zich aan te passen aan de wereldmarkt. De werkloosheid daalde en ook de inflatie werd langzaam onder controle gebracht. Hiermee was meteen ook aangetoond dat Solidarność niet onoverwinnelijk was en dat het niet noodzakelijk de anti-communistische oppositie was die het land zou leiden naar stabiliteit en welvaart. Met deze verkiezingsoverwinning begon een periode van 12 jaar waarin de sociaaldemocraten de Poolse politiek bijna onafgebroken domineerden. In 1995 won Kwaśniewski ook het presidentschap, en in 1997 werd onder een SLD-regering een nieuwe grondwet geïntroduceerd die de parlementaire democratie verankerde binnen het land.

Na een oppositiekuur van vier jaar behaalde de partij in 2001 haar beste score tot nu toe met 41% van de stemmen. In tegenstelling tot 1993, zou de partij haar verkiezingsoverwinning in 2001 echter niet gebruiken om het liberaliseringsbeleid van de post-Solidarność partijen te vertragen of terug te draaien. Onder leiding van premier Leszek Miller gebeurde net het omgekeerde: lopende privatiseringen werden versneld, sociale voorzieningen werden afgebouwd en de overheidsuitgaven werden gesaneerd. De werkloosheid steeg naar een triest hoogtepunt van 20% en gedurende de volledige ambtstermijn van Miller weigerde die halsstarrig te dalen.

Terwijl de sociaaldemocraten zich quasi ongenaakbaar voelden, leerden de post-Solidarność partijen uit hun fouten en verenigden ze zich in twee sterkere partijen: het centrumrechtse Burgerplatform van Donald Tusk, en het rechts-conservatieve Recht en Rechtvaardigheid onder leiding van Jarosław Kaczyński. Tegelijkertijd kwamen er een heleboel schandalen van ronduit duizelingwekkende proporties naar buiten over de regering-Miller, met als belangrijkste Orlengate en Rywingate. Beide schandalen slaagden erin om de ergste herinneringen aan de communistische periode opnieuw boven te halen, en boden de verenigde oppositie het gedroomde politieke wapen. Bij de parlementsverkiezingen in 2005 haalde de partij nog maar 11%, een verlies van 30%.5 Enkel de Griekse sociaaldemocraten (PASOK) deden het in mei 2012 nipt slechter6, maar SLD was hen dus bijna 8 jaar voor.

EEN STRUCTUREEL VACUÜM

De nederlaag van SLD in 2005 zorgde voor een aardverschuiving binnen de Poolse politiek. Er kwam een einde aan twaalf jaar politieke dominantie van de post-communistische sociaaldemocraten, en meteen werden ook de krijtlijnen van de politieke strijd in Polen hertekend. Terwijl de politieke strijd in de jaren 1990 en de vroege jaren 2000 vooral ging tussen post-communisten en post-Solidarność partijen, zou de politieke strijd nu enkel nog gaan tussen de linker- en rechtervleugel van post-Solidarność. Het vacuüm op links bleek een ideale voedingsbodem voor Recht en Rechtvaardigheid, die met haar beloften voor betere sociale voorzieningen een groot deel van het oude kiespubliek van SLD kon overnemen in de kleinere steden en het platteland. De onverwachte overwinnaar van de verkiezingen in 2005 was dan ook Recht en Rechtvaardigheid, die meteen ook het presidentschap won. Dankzij een erg chaotische eerste regering verdween de partij snel weer naar de oppositie in 2007, maar SLD slaagde er niet in om daar van te profiteren. Meer zelfs: de disoriëntatie binnen de sociaaldemocraten gaf Recht en Rechtvaardigheid net de kans om haar positie bij de arbeidersklasse en de lagere middenklasse te bestendigen, een politieke strategie die ze sindsdien steeds beter lijkt te beheersen.

Eén van de belangrijkste retorische technieken van die politieke strategie is de manier waarop Recht en Rechtvaardigheid steeds opnieuw SLD verbindt met corruptie en de oude Poolse Verenigde Arbeiderspartij (PZPR). Zolang die associatie in de geesten blijft hangen, is de kans klein dat haar kiezersbasis zal terugkeren naar SLD. Het feit dat SLD in 2015 haar laatste parlementaire vertegenwoordiging verloor, bevestigde dan ook vooral dat de politieke strategie van Recht en Rechtvaardigheid werkt. En het ziet er niet naar uit dat SLD daar snel een antwoord op zal ontwikkelen. Zelfs vandaag hebben de sociaaldemocraten nog steeds geen afstand genomen van hun communistische erfenis. In hun nieuwste partijprogramma is één van hun belangrijkste punten de herintroductie van straat- en pleinnamen uit de communistische periode, vanuit de idee dat er op die manier 'meer eer gedaan wordt aan de Poolse geschiedenis'.7 Eén van hun voornaamste kandidaten voor de volgende parlementsverkiezingen in oktober 2019 is Monika Jaruzelska, de dochter van de notoire communistische generaal Wojchiech Jaruzelski die in december 1981 een militaire coup pleegde en Solidarność bij wet verbood. Ondertussen wordt de partij ook geplaagd door schandalen rond Magdalena Ogórek, een onafhankelijke kandidaat voor de presidentsverkiezingen in 2015 die gesteund werd door de sociaaldemocraten. Niet alleen haalde Ogórek slechts 2,3% in de eerste ronde, maar na de verkiezingen kwam ook nog eens aan het licht dat Ogórek meermaals racistische en antisemitische uitspraken had gedaan. De combinatie van dit alles is dat de diepreligieuze ideologie en anti-constitutionele handelingen van de huidige regering overkomen als gematigd en redelijk, enkel en alleen omdat de oppositie zich in diepe crisis bevindt en er niet in slaagt om zich te ontdoen van een aura van corruptie.

Terwijl de partijtop van Recht en Rechtvaardigheid beseft dat de modale Pool buiten de grootsteden zich in de steek gelaten voelt sinds de introductie van de vrijemarkteconomie en de democratie in de jaren 1990, lijkt SLD zich vooral te distantiëren van dat kiespubliek. In 2016 herlanceerde de partij bizar genoeg een antiklerikaal programma dat de slechtste herinneringen aan het antiklerikalisme van de PZPR naar boven bracht. Terwijl de modale Poolse arbeider diepgelovig is en elke week naar de kerk gaat, schakelen de sociaaldemocraten priesters nog net niet gelijk met pedofielen en roepen ze op tot een kerkbelasting.8 Hun verkiezingsslogan voor de komende lokale en parlementsverkiezingen is dat ze het land willen 'normaliseren', maar voor de meeste Polen klinkt dat vooral alsof ze terug willen naar het pre-1989 tijdperk. Ondertussen blijft Recht en Rechtvaardigheid hameren op de corruptieschandalen, de deregulering en de niet ingeloste verwachtingen van de Poolse arbeidersklasse, dingen die de sociaaldemocraten vooral lijken te negeren.

Toch is deze houding van SLD te verklaren als bewuste politieke strategie, aangezien de partijleiding zich eerder focust om kiezers weg te halen bij de centrumrechtse oppositie van Burgerplatform en Nowoczesna. Die laatste partij was een splitsing van Burgerplatform in 2015, maar zou volgens de laatste peilingen de kiesdrempel niet meer halen. Het antiklerikalisme van SLD trekt dan ook vooral kiezers aan die het katholieke karakter van Burgerplatform en Recht en Rechtvaardigheid niet kunnen smaken, maar die zich wel kunnen vinden in de neoliberale hervormingen van centrumrechts. Sinds de ineenstorting van Nowoczesna zweeft SLD dan ook opnieuw tussen de 7 à 10% in de peilingen.9 Daarmee doet de partij het nog steeds slechter dan in 2005, maar zou ze opnieuw parlementaire vertegenwoordiging behalen. Ze lijkt echter geen strategie te hebben om voorbij die 10% te geraken, noch om opnieuw uit te groeien tot een brede volkspartij. In het huidige politieke landschap in Polen is SLD daardoor grotendeels politiek irrelevant geworden, aangezien ze qua economisch beleid amper verschilt van het Burgerplatform en Nowoczesna, terwijl haar antiklerikale beleidsvoorstellen slechts bij een erg beperkt deel van de bevolking op steun kan rekenen. De claim van partijvoorzitter Czarzasty dat SLD het enige alternatief is voor het duopolie tussen Burgerplatform en Recht en Rechtvaardigheid klinkt dan ook vooral als holle retoriek: zelfs de populistisch-rechtse partij Kukiz'15, onder leiding van de populaire punkzanger Paweł Kukiz, doet het vaak beter in de peilingen.

Toch wil dat niet zeggen dat er geen progressieve of linkse bewegingen zijn in Polen vandaag. De verkiezingsoverwinning van Recht en Rechtvaardigheid in 2015 bleek een katalysator te zijn voor allerhande sociale bewegingen om op straat te komen en een alternatief netwerk van organisaties uit te bouwen. Er is een ware heropleving begonnen van de feministische en LGBTQIA-beweging die erg militant is en allianties probeert aan te gaan met de noodlijdende arbeidersbeweging. Het probleem van die sociale bewegingen is echter dat ze politiek dakloos zijn, geen invloed hebben binnen overheidsinstellingen, en dat er weinig vooruitzicht is op verandering. SLD distantieert zich openlijk van deze bewegingen en weigert standpunten van hen over te nemen: Monika Jaruzelska is bijvoorbeeld trots op haar militante oppositie tegen een liberalisering van de erg strikte abortuswet. De links-radicale partij RAZEM, een afsplitsing van SLD, steunt die bewegingen wél, maar slaagde er in 2015 ook niet in om in de Sejm te komen en heeft weinig bereik buiten grootstedelijke kringen van intellectuelen en kunstenaars.

Het optimisme van SLD-partijvoorzitter Czarzasty lijkt dan ook bijzonder misplaatst. De sociaaldemocratie in Polen is op sterven na dood, en er lijkt weinig verandering in zicht onder zijn leiderschap. SLD wordt nog steeds gezien als een corrupte en conservatieve partij voor ex-communisten en hun kinderen, en wordt door de overgrote meerderheid van de bevolking niet vertrouwd. Door de vele afsplitsingen is er ook geen noemenswaardige linkse vleugel meer binnen de partij die het tij zou kunnen keren, zoals de linkervleugel van de Britse Labour Party dat deed na 2015. Toch wil dat niet zeggen dat er geen ruimte is voor een linkse, sociaaldemocratische politiek in Polen. Zo bleek uit een recente peiling dat uitgerekend Aleksander Kwaśniewski10 gezien werd als de beste president sinds het einde van het communisme, en andere peilingen tonen systematisch aan dat een grote meerderheid van de Polen voorstander is van een sterkere welvaartsstaat. De belangrijkste vraag lijkt dan ook niet te zijn of de Poolse sociaaldemocratie een tweede leven kan krijgen, maar vooral hoe.

Voetnoten

  1. Sojusz Lewicy Demokratycznej – Democratisch Linkse Alliantie._
  2. In het Nederlands: 'Samen'.
  3. Op het hoogtepunt in maart 1990 bedroeg de inflatie bijna 1.200% ( http://www.inflation.eu/inflation-rates/poland/historic-inflation/cpi-inflation-poland-1990.aspx).
  4. Niet enkel verouderde industrie verdween, maar ook ontluikende industrieën zoals de Poolse computerindustrie werden hierdoor weggevaagd. In 1993 bedroeg de werkloosheidsgraad 16%, een cijfer ongezien in een land dat decennialang volledige tewerkstelling gekend had.
  5. http://www.wybory2005.pkw.gov.pl/SJM/PL/WYN/M/index.htm.
  6. http://eklogesprev.singularlogic.eu/v2012a/public/index.html?lang=en#{%22cls%22:%22main%22,%22params%22:{}}.
  7. http://www.sld.org.pl/images/dokumenty/SLD_program_Przywrocimy_Normalnosc.pdf.
  8. http://www.sld.org.pl/images/dokumenty/Silny_samorz%C4%85d2c_demokratyczna_Polska.pdf.
  9. https://dorzeczy.pl/kraj/65518/Sondaz-dla-DoRzeczypl-PiS-traci-przewage.html.
  10. http://wiadomosci.gazeta.pl/wiadomosci/7,114884,23351970,kto-byl-najlepszym-prezydentem-w-historii-iii-rp-zwyciezca.html.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 62 tot 67