Abonneer Log in

Jobbonus: een cadeau dat rammelt

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 44 tot 48

De regering-Jambon komt binnenkort met een uitwerking van de jobbonus. Dat is budgettair één van de grootste maatregelen uit het Vlaamse regeerakkoord en ook één van de paradepaardjes van deze regering. Helaas wordt de jobbonus misbruikt als het sociale schaamlapje.

REGERING-JAMBON

Jobbonus: een cadeau dat rammelt
Philippe Diepvents
Re-integratie: naar een gezondere arbeidsmarkt
Nele Vanheeswijck en Liselotte Hedebouw
Privatiseringsdecreet: zorg als vastgoedinvestering
Dries Goedertier

Je krijgt de premie niet automatisch, maar ze moet worden aangevraagd. Met non-take up tot gevolg.

De meest eenvoudige weg om de laagste lonen te verhogen, is het minimumloon optrekken.

De jobbonus is een maatregel waarmee de Vlaamse regering een netto loonsverhoging wil voorzien voor werknemers met een laag loon. Dat die term bekend in de oren klinkt is geen verrassing. Eerder, in de aanloop naar de verkiezingen van 2019, had werkgeversorganisatie VOKA het al over een 'jobstimulans', weliswaar met soms wisselende invulling van wat dat precies moest inhouden: soms ging het voorstel over een fiscale maatregel voor een brede groep, soms was het eerder een gerichte premie. En lang voordien was er natuurlijk ook de 'jobkorting' geweest. Die werd ingevoerd in 2006, aangepast in 2009 en afgeschaft in 2010.

Hoe die jobbonus er nu precies ging uitzien, is enige tijd onduidelijk gebleven. Een reden daarvoor was de techniciteit van wat men wou doen. De vroegere jobkorting was duur, weinig efficiënt en in de problemen gekomen met de Europese regelgeving. Eind 2010 dreigde Europa (net voor de Vlaamse regering besliste de maatregel stop te zetten) Vlaanderen voor het Europese Hof te brengen omwille van het discriminerend karakter ervan. Wie in Vlaanderen werkte (grensarbeiders, Walen, Brusselaars) maar er niet woonde, kreeg immers geen jobkorting. Met de jobbonus probeert men nu een manier te vinden om dit probleem te omzeilen.

Een tweede reden dat de term een brede lading dekt, is dat de regering ervoor gekozen heeft om aan de jobbonus een grote symboolwaarde toe te kennen. Het is stilaan zowat het antwoord geworden op alles. We voeren geen sociaal beleid en besparen te veel? Wacht, de jobbonus zal het goed maken. Problemen op de arbeidsmarkt? Wacht, de jobbonus zal mensen aanzetten om te gaan werken. Werknemers moeten ook iets krijgen? De jobbonus komt eraan. Te hoge belastingen? Ja maar, de jobbonus. Enzoverder, enzovoort.

Een derde reden waarom het lang onduidelijk was wat de jobbonus nu precies zou worden, is nog prozaïscher. De aard van de maatregel is ook lange tijd een discussiepunt gebleven omdat die keuze bepalend was voor waar hij zou ingebed worden. Als het een fiscale maatregel werd, viel deze onder de minister van Financiën (Matthias Diependaele, en dus NV-A), als het een premie werd dan werd het de bevoegdheid van de minister van Werk (Hilde Crevits, en dus CD&V). De inzet was dus ook: wie mag er op het podium met een oversized kartonnen cheque om het grootste cadeau uit het regeerakkoord uit te delen?

HOERA EEN CADEAU!

Maar goed, wat is het nu geworden, die jobbonus? Uiteindelijk is men geland op een premie, aangevraagd bij het Departement Werk en uitbetaald door de belastingdienst. Met z'n tweeën op het podium dus. Oh, Belgisch compromis.

De premie bedraagt 50 euro per maand voor brutolonen tot maximaal 1.700 euro (600 euro uitgekeerd op jaarbasis) en dit voor zowel loontrekkenden als zelfstandigen. Voor brutolonen tussen 1.700 en 2.500 euro wordt de premie uitgefaseerd. Je krijgt dus steeds minder naarmate je meer verdient. Dit om de promotieval te verkleinen. Vanaf 2.500 bruto vervalt de jobbonus. De maatregel zal ook rekening houden met de werkintensiteit, waardoor iemand die halftijds werkt maximum 25 euro per maand zou ontvangen (indien het brutoloon 1.700 euro bedraagt). Voor zelfstandigen lijkt die regel van de werkintensiteit niet te gelden, zij hoeven hun gewerkte uren dus niet te bewijzen.

De reeds bestaande federale werkbonus wordt als voorbeeld gebruikt, met weliswaar andere loongrenzen en het toevoegen van statutaire ambtenaren en leerjongeren (18+). De gepensioneerden worden uitgesloten.

Het is echter geen fiscale maatregel, maar een premie. Dat impliceert dat er met het federale niveau moet worden overlegd over vrijstelling van belastingen op die premie. De toekenning gebeurt niet automatisch, maar moet worden aangevraagd bij het Departement Werk. Er zal daarvoor een nieuwe procedure worden uitgeschreven. De uitbetaling gebeurt via Vlabel en er komt een controlesysteem via de inspectiediensten.

De eerste betaling van de premie is gepland voor het najaar 2021, al is het zeer twijfelachtig of die timing gehaald zal worden. Men voorziet een budget van 329 miljoen euro in 2021 en 350 miljoen euro in 2024.

HÉ, MIJN CADEAU RAMMELT

Een inkomensmaatregel voor lage lonen is geen overbodige luxe. Toch zien we een aantal problemen opduiken met hoe men de jobbonus nu wil vormgeven. Een eerste probleem ligt voor de hand: er wordt een ingewikkelde en nieuwe constructie opgezet. Ook een apart controlesysteem om misbruik tegen te gaan, is bijgevolg nodig. De overhead en administratie zal eerder groot zijn.

Je krijgt de premie niet automatisch, maar ze moet worden aangevraagd. Met non-take up tot gevolg.

Bovendien krijg je de premie niet automatisch maar moet deze worden aangevraagd. Zoals we bij eender welke andere maatregel die Vlaanderen ooit al op die manier probeerde invoeren weten, zal dat leiden tot een aanzienlijk percentage non-take up. Die ligt doorgaans hoger bij lager geschoolden, wat net in belangrijke mate de doelgroep is van deze maatregel. De oplossing die de regering hiervoor ziet is (alweer) een sensibiliseringscampagne en een oproep aan allerlei middenveldorganisaties om de premie mee bekend te maken. Nog meer extra kosten en moeite dus, met andere woorden.

Nog een scheeftrekking: de gemaakte keuzes zullen ervoor zorgen dat het budget van de jobbonus waarschijnlijk niet volledig uitgedeeld kan worden. Uit recente berekeningen van de administratie blijkt echter dat het eerder zal gaan om 280 miljoen euro. Het cadeau krimpt dus al met een vijfde vooraleer het uitgedeeld is. Bovendien zullen zelfstandigen, die bevoordeeld worden, met de helft van het geld gaan lopen. Terwijl ze slechts zo'n 16% van de werkenden uitmaken.

De vraag is ook of de gekozen constructie niet op juridische moerasgrond gebouwd is, en dus vroeg of laat zal instorten. Net hetzelfde is immers tien jaar geleden met de jobkorting gebeurd. Het probleem van discriminatie lijkt op het eerste gezicht althans ook niet opgelost. Men wil wel een regeling inbouwen voor grensarbeiders, maar hoe dan ook zal men verschillen installeren in verloning op eenzelfde werkvloer naargelang de woonplaats van de betrokkene. Dat zorgt bovendien voor een ongelijke inkomensdynamiek en mogelijks ook voor problemen tussen werknemers op eenzelfde werkvloer en in het sociaal overleg.

De interferentie met het geldende federale kader gaat echter nog verder. Er bestaat al een federale werkbonus voor lage lonen (die veel uitgebreider is). De promotieval dreigt nog te worden vergroot. Bovendien gaat men er ook te makkelijk van uit dat de federale overheid zomaar een belastingvrijstelling zal goedkeuren die voor slechts een deel van de bevolking geldt. Het is immers andermans geld dat het Vlaams Gewest hier aan het uitgeven is: de inkomsten van de federale overheid.

De jobbonus wordt ook niet meegenomen in de brutolonen, waardoor die niet alleen minder inkomsten voor de sociale zekerheid oplevert, maar deze dus ook niet meetelt voor de berekeningen van je pensioen, als je ziek wordt, of in de berekening van je eindejaarpremie, of als je werkloos wordt.

HOE BLIJ MOETEN WE NU ZIJN MET DE JOBBONUS?

Vooraleer die vraag te beantwoorden, laat ik even anderen aan het woord. De Vlaamse regering stelde immers in 2020 naast een economisch ook een maatschappelijk relancecomité aan om hen te adviseren omtrent sociale maatregelen. Deze door de regering zelf gekozen experten kwamen met betrekking tot de jobbonus tot de volgende conclusie:

Herbekijk de Vlaamse jobbonus in functie van het doel dat men prioritair beoogt.

  • Indien het doel is de werkende Vlaming te belonen, dan kunnen middelen gerichter ingezet voor prioritaire groepen die een significante extra waardering verdienen, bijvoorbeeld mensen in de zorg, dan wel ze vrij breed uit te smeren;
  • Indien het doel is werkprikkels te verhogen, dan kunnen de middelen allicht efficiënter worden ingezet om andere dan financiële barrières naar werk te verminderen en werk te ondersteunen, bijvoorbeeld kinderopvang, sociale voordelen minder categoriaal maken;
  • Indien het doel is werkende armoede te voorkomen, kanaliseer dan de middelen naar de sociale toeslagen in het Groeipakket; verhoog deze structureel en zorg voor zwakkere uitfasering om promotievallen te vermijden. Zorg voor meer betaalbare huisvesting, op korte termijn via huurpremies.

Zij zeggen met andere woorden: het is niet duidelijk wat de Vlaamse regering precies wil bereiken met de jobbonus, maar voor elk mogelijk doel is er eigenlijk een beter alternatief. Blijkbaar zijn het niet alleen adviezen van sociale partners die de regering al eens in de wind slaat.

Mijn eigen mening dan. Het is moeilijk om te stellen dat het negatief is dat de Vlaamse regering 350 miljoen euro recurrent vrijmaakt voor een inkomensmaatregel voor werknemers met een laag loon. Dat gegeven is zonder twijfel positief. Tegelijkertijd kunnen we er echter niet om heen dat hoe het er nu naar uitziet, de maatregel slecht uitgewerkt zal zijn. Velen zullen niet krijgen waar ze recht op hebben, zelfstandigen zullen eerder te veel krijgen, en het zal allemaal ingewikkeld en duur worden. Dat is niet zozeer omdat de Vlaamse administratie vol knoeiers zou zitten, wel omdat men een aantal politieke oekazes kost wat kost wil doordrukken en als uitgangspunt heeft genomen.

De meest eenvoudige weg om de laagste lonen te verhogen, is het minimumloon optrekken.

De meest eenvoudige weg om de laagste lonen te verhogen, is het minimumloon optrekken. Net die partijen die daar mordicus tegen zijn, zijn de architecten van de bureaucratische draak van de jobbonus. En dat is geen toeval. Het cadeau rammelt dus niet alleen, het is ook een beetje de goedkope namaakversie van wat je eigenlijk had gevraagd. Het is nooit even goed als de real deal en dat merk je.

Misschien nog meer storend is dat de jobbonus misbruikt wordt als het sociale schaamlapje voor deze regering. De coronacrisis slaat ongelijk toe en treft de meest kwetsbaren harder. Dat vertaalt zich helaas amper in het Vlaams beleid, want dat richt zich momenteel voornamelijk op het redden van bedrijven. Zo'n 90 tot 95% van de Vlaamse coronasteun gaat naar hen. Werknemers, gezinnen, uitkeringsgerechtigden en mensen in armoede konden enkel rekenen op een paar losse maatregelen. Er was een eenmalige energiepremie voor tijdelijk werklozen. Er was een tijdelijk uitstel voor het betalen van de woonlening, registratierechten en de erfbelasting. Maatregelen voor wie geen eigen woning kan kopen en moet huren, zaten er niet in. Zelfs het verbod op uithuiszettingen kon niet worden verlengd. De enige huurders die wel op steun konden rekenen, waren zelfstandigen en bedrijven. Want voor handelshuur maakte Vlaanderen wel een regeling.

Ook in de kinderbijslag, toch dé maatregel binnen de Vlaamse bevoegdheden waarmee armoede bestreden kan worden, waren er enkel halfslachtige initiatieven: een eenmalige extra premie die zo slecht in elkaar zat dat er nauwelijks iemand ze heeft aangevraagd en daarna een kerstaalmoes van 35 euro eenmalig. Dat ligt niet aan een tekort aan budget, maar aan de gemaakte keuzes. Zo voorzag de Vlaamse regering als crisismaatregel wel dat je voortaan korting op je belastingen krijgt als je tot 75.000 aan een bevriende zelfstandige leent over een periode tot 10 jaar. Ondertussen doet een recordaantal mensen beroep op de voedselbanken.

Vele werknemers wachten bang af wat er met hun job zal gebeuren wanneer de overheidssteun die onze economie tijdelijk rechthoudt, wordt afgebouwd. Kunnen deze mensen na de crisis rekenen op steun en begrip van het beleid? Het ziet er niet goed uit. De Vlaamse regering zet in eerste instantie vooral maatregelen in de steigers om mensen achter de veren te zitten als ze niet snel genoeg een nieuwe job vinden of te lang ziek vallen.

Het zal duidelijk zijn: er zit een sociaal gat in het Vlaamse beleid. Het is een illusie dat dat gedicht kan worden met deze ene maatregel voor de lage lonen. Dus bedankt voor het cadeau, maar de gapende leemte op links blijft zichtbaar.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 44 tot 48