Abonneer Log in

Ons hart en verstand staan in de uitverkoop

De diepe crisis in kinderopvang en onderwijs tonen hoe schrijnend de Vlaamse regering het daglicht negeert en naliet die crisis te ontwijken.


©Photonews

Meer begeleiding in kinderopvang moet òp de werkvloer, niet in papieren planlast vanuit een bureau.

Zelfs nu, middenin crisis, mag je als parlementslid problemen niet aanstippen. Dan versterk je volgens Ben Weyts 'het negatieve imago'.

LERARENTEKORT IS HET ECHTE PROBLEEM

De Vlaamse regeringen zagen de pensioengolf en de dalende waardering in het onderwijs al jaren aankomen. Al jaren vertelden experts dat lerarentekort hét probleem zou worden en niet 'de lat' die van N-VA 'hoger moet'. Experts gaven recepten mee, drongen aan op snelle uitvoering, maar de Vlaamse regering legde ze met een klad framing naast zich neer.

Helaas: feiten laten zich door framing niet tegenhouden en 5 voor 12 is gepasseerd. Jonge mensen kiezen nog zelden voor de lerarenopleiding, directies klagen over de kwaliteit van de uitstroom, jonge leerkrachten stappen vaak binnen de 5 jaar uit het beroep. De gevolgen van het laten betijen zijn desastreus: ooit hadden directeurs tien kandidaten voor elke job, nu voor steeds meer vakken geen enkele. In Brussel zitten sommige leerlingen de hele dag in de studie en dreigen scholen te sluiten nu de pendelende Vlaamse leraren allemaal werk vinden vlakbij huis. Vlaamse steden en gemeenten wachten in angst: ze beseffen dat Brussel maar ietsje voorloopt en zien het tekort ook bij hen sneeuwballen.

Op die achtergrond beslisten de Vlaamse regering en minister van Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), in onbegrijpelijke boekhouderslogica om meer dan 100 miljoen euro te besparen op onderwijs. Amper een week nadien (eergisteren, red.) hield het Vlaams parlement een actualiteitsdebat over het lerarentekort. Ben Weyts kwam met een 'plan' voor het onderwijs, handgeschreven op de achterkant van de parlementaire vragenlijst van die dag. Weinig punten waren nieuw. Belangrijke omwentelingen, waar specialisten en progressieve parlementsleden al jaren op aandringen, werden nog steeds genegeerd. Een aantal maatregelen waren weinig sociaal: gepensioneerden moesten worden geactiveerd, langdurig zieken en mensen in verlofstelsels moesten maar versneld terugkomen. Ik zag ze voor me: die ene Brusselse leraar wiskunde van in de 70, langdurig zieke mensen die in verhoogde werkdruk het onderwijs moesten redden, jonge ouders die van hun minister overhaast terug moesten naar de klas. Dat soort noodgrepen depanneert op korte termijn misschien, maar drijft op langere termijn mensen weg van onwerkbaar werk.

KINDBEGELEIDERS ZORGEN VOOR 8 à 9 BABY'S

Curieus genoeg speelt in zorg en welzijn iets gelijkaardigs. Neem nu kinderopvang – dé bewezen springplank voor de toekomst van een kind. Ook daar zien experts al decennia dat de pensioengolf dichterbij rolt en liep met de Covidcrisis de emmer over voor veel uitstappers. Ook in kinderzorg, rekenden we uit, kiezen elk jaar zo'n 100 mensen minder voor de opleiding, en onderzoek toonde dat steeds minder daarvan de kinderopvang in stappen. Ook in kinderopvang is de oude garde niet gerust dat de jonge garde het kan bolwerken. Al in maart van dit jaar antwoordde minister van Werk, Hilde Crevits (CD&V), op mijn schriftelijke vraag dat kinderopvang het hoogst aantal vacatures telt van heel zorg en welzijn.

Het is frappant hoe deze beide beleidsdomeinen zowat de helft van het hele Vlaamse budget innemen – een zeer belangrijke hap dus – en de sleutelrol voor de crisis toch net als in onderwijs bij werkdruk, omstandigheden en waardering ligt. Het kapitale beroep van kindbegeleider wordt laag gewaardeerd. Dat toont zich vanuit de Vlaamse regering in structurele problemen, maar ook in pijnlijke details zoals een latere vaccinatie dan zorgberoepen, terwijl veel kindbegeleiders onderliggende aandoeningen hebben en kindbegeleider een uitgesproken contactberoep is. De werkomstandigheden in Vlaanderen spannen een triest Europees record van 8 à 9 baby's per kindbegeleider. Dat moet als startpunt lager om de belangrijke pedagogische en sociale rol van kinderopvang degelijk in te vullen, die net als in onderwijs vooral voor kwetsbare kinderen een positief verschil maakt.

Meer begeleiding in kinderopvang moet òp de werkvloer, niet in papieren planlast vanuit een bureau.

Sommige verworvenheden van onderwijs ontbreken zelfs in de kinderopvang, zoals structurele studiedagen en overleg. Die heeft de kinderopvang evengoed nodig en krijgt ze in andere landen ook. De carrière van kindbegeleiders is momenteel vlak en aan de lopende band met eten, luiers, slapen gevuld, en vraagt om een aanmoedigende evolutie. Professionalisering mag, begeleiding is hoognodig. Dat moet òp de werkvloer, niet in papieren planlast vanuit een bureau.

POLITIEKE MOED GEVRAAGD

Kortom: beide domeinen smeken om een moedige politieke zet, een plan dat kinderopvang en onderwijs vitaliseert. Helaas houdt de Vlaamse regering het ook in zorg en welzijn bij noodgrepen. N-VA lonkt zowel naar nivellering naar beneden voor zorg- en welzijnsberoepen als naar commercialisering, een recept dat in andere Europese landen nochtans werd uitgeprobeerd en niet de verhoopte kwaliteit door concurrentie op de vrije markt bracht, wel kwaliteitsverlies, faillissementen en rotjobs. Het gevolg is navenant. 'Het actuadebat over onderwijs in het parlement had net zo goed over zorg en welzijn kunnen gaan', tweette Hendrik Delaruelle van het Vlaams Welzijnsverbond terecht. Sterker: zonder veel maatschappelijke consternatie voltrekt zich een ramp in de kinderopvang die het onderwijs nog voor is: van schaarste aan kindbegeleiders ging het al naar noodgrepen, steeds meer ingeperkte uren over heel Vlaanderen en Brussel, kinderopvang die niet kan openen bij gebrek aan personeel, en opvangplekken die ouders voor een gesloten deur moeten plaatsen.

Natuurlijk heeft de nodige investering voor hervorming een prijs. Maar wat is de kost van het nalaten? En hoe onschatbaar is de meerwaarde die onderwijs en zorg en welzijn trouwens genereren – ook economisch? Het is wel bitter: de steeds economischer benadering van 'kinderopvang als parkeerplek voor kinderen terwijl ouders werken' zorgde ervoor dat uiteindelijk juist de economische vrijheid van jonge ouders en vooral vrouwen in ons land volledig op de helling komt te staan. Nog geen maand geleden vroeg ik minister van Welzijn, Wouter Beke (CD&V), wie de extra opvangplaatsen zou bemannen waarover hij in de begroting trots was. Amper 2 weken later zijn die woorden helaas profetisch.

Zelfs nu, middenin crisis, mag je als parlementslid problemen niet aanstippen. Dan versterk je volgens Ben Weyts 'het negatieve imago'.

De diepe crisis in kinderopvang en onderwijs tonen hoe vanzelfsprekend ze op mekaar aansluiten in de ontwikkeling en ontplooiing van een kind, maar ook hoe schrijnend de Vlaamse regering het daglicht negeert en naliet die crisis te ontwijken. Zelfs nu, middenin crisis, mag je als parlementslid die problemen niet aanstippen. Dan versterk je volgens Ben Weyts namelijk 'het negatieve imago' en ben je volgens Wouter Beke 'de sector aan het opjutten'.

INVESTEREN IN KWALITEIT, MÉTIER EN IN DE TOEKOMST

Is hier ergens een lichtpunt te bekennen?

Misschien, ten eerste, dat beide ijsbergen niet meer te negeren vallen, nu het schip ertegenaan voer. Een oplossing zal moeten komen, en het zal aan progressieve krachten zijn om op inzicht en langetermijndenken te hameren, in plaats van in paniekspel toe te geven aan de nefaste noodrecepten van rechts.

Twee: leraren, die keken al vaker naar Villa politica. Maar deze crisis zorgt ervoor dat kindbegeleiders, gewone mensen die vaak beroepsonderwijs volgden, massaal de commissies zorg en welzijn herbekijken, om 6 uur 's ochtends 'tijdens de enige warme koffie van de dag' (de rest van de dag wordt die koffie immers koud met al die kindjes). Maar Melissa, Kelly en Yousra luisteren dus naar hun minister, geven hem wederwoord, houden een maatschappelijk debat en winnen week na week aan politiek inzicht.

Nu kinderopvang, onderwijs, en de onhoudbare omstandigheden eindelijk samen op de maatschappelijke agenda staan door doorgedreven parlementair werk, is het nodig te zien wat van waarde is: deze mensen die ons land en onze toekomst recht houden. Fact-based te werk gaan en de durf hebben om te investeren in kwaliteit, métier en in de toekomst, dat zijn we als progressieven aan hen verplicht.