Log in

In de bres voor de partijpolitiek

redactioneel

Een jaar voor de lokale verkiezingen werpen ze hun schaduw ver vooruit. Zoals steeds. De inzet van de zesjaarlijkse consultatie van de kiezer - de langste legislatuur in ons bestel - is groot. Omdat het voor velen om het belangrijkste beleidsniveau gaat waarin ze ook het meest vertrouwen hebben. Daarbij zijn meer (ideologische) keuzes mogelijk dan vaak wordt verondersteld. Wie lokaal bestuurt heeft vat op veel kwesties die burgers na aan het hart liggen. Lokale verkiezingen hebben dus een grote intrinsieke inzet.

Ze zijn voor partijen ook om andere redenen van belang. Veel bovenlokale politici steunen op een lokale machtsbasis. Sterke lokale afdelingen, bij voorkeur in de meerderheid, zijn een levensader voor slagkrachtige partijen. De betekenis van de lokale verkiezingen overstijgt hun beleidsbelang.

Ze worden vaak ingeschakeld in een ruime partijstrategie. Zo zag N-VA de lokale verkiezingen van 2012 als een opstap naar de samenvallende verkiezingen van 2014. Dat was nooit anders.

De lokale verkiezingen van 2000 werden achteraf wel eens bekeken als een eerste waardering van de volkswil na de dioxineverkiezingen van 1999. Die van 2006 als een voorbode voor de federale verkiezingen van 2007. De 'nationalisering' is niet nieuw. Ook nu weer zal iedereen er zich expliciet tegen verzetten. Maar ook nu weer is onvermijdelijk dat de optelling van de partijscores van (maximum) 308 Vlaamse steden en gemeenten vanuit regionaal en federaal perspectief gelezen zal worden. De lokale score van regerings- en parlementsleden zal effect hebben op de lijstvorming en campagnestrategie van partijen in 2019. Enzovoort.

Het is niet voor het eerst dat lokale verkiezingen als 'aanloop' naar federale of regionale verkiezingen worden gezien, als die min of meer in de buurt daarvan volgen. De resultaten van oktober 2018 zullen sommige partijen vleugels geven, anderen lood in de schoenen in aanloop naar de samenvallende verkiezingen van 2019. Hun belang zal inderdaad ook nationaal gelezen worden. Wat niet impliceert dat alle lokale kiezers vanuit die framing hun stem uitbrengen, op formulieren met veel lokale lijsten of met bijzondere partijcombinaties.

DE STEMBUSGANG VAN 2018 MOET NIET GERED WORDEN

In dit nummer maakt Luc Huyse zich terecht zorgen over de lokale verkiezingen. Maar zijn onrust slaat door in onzorgvuldige angst.

De stembusgang van 2018 moet niet gered worden, zoals Huyse stelt. Er is niets uitzonderlijk dramatisch aan de hand. De 'verhuiscarrousel' die hij ziet draait al altijd meer dan een jaar voor de lokale verkiezingen, daar is niets nieuws aan. Dat partijen een nationale rode lijn voor de gemeenteraadsverkiezingen omschrijven, is evenmin nieuw. Wie het lokaal beleid kent weet dat er ook op dat niveau best wel wat rond veiligheid, identiteit en zelfs economie kan worden gedaan. En aan levenskwaliteit.

Zijn argumenten om aan te geven dat het deze keer bijzonder erg zou zijn, overtuigen niet. Dat wil niet zeggen dat elke kritiek onterecht is. We moeten bezorgd zijn over de politiek en democratie van vandaag. Niet in het minst over de traditionele partijen zelf. Die komen in veel landen in de problemen. Er is dus iets aan de hand met het klassieke partijsysteem. Maar het is onnodig die kritiek op enkele punten uit proportie te duwen. Het misprijzen dat Luc Huyse bij politici voor de gemeenteraadsverkiezingen meent te zien, kan ik zelf niet bevestigen. Ik ken er veel, politici die niet beantwoorden aan dat pessimistisch beeld. Ze zoeken actief mee naar vernieuwing en opening van het systeem. Huyse doet hen onrecht aan. Wie zijn terminale diagnose volgt, rest weinig anders dan quasi de hele politieke klasse weg te snijden. Er zit blijkbaar geen goede kant meer aan. Een gesprek over noodzakelijke veranderingen moet met nuance gevoerd worden.

Zijn argumentatie lijkt soms verdacht veel op een stropopredenering. Huyse projecteert intenties in politici, die nadien uitvergroot worden, om ze dan achteraf makkelijker te kunnen bestrijden. Het lijkt alsof het vandaag - op wat spontane burgerinitiatieven na, die blijkbaar veel minder kritische analyse verdienen - zowat allemaal om zeep is in de politiek. Er loopt inderdaad veel mis, maar misschien is het ook gewoon maar een evolutie waarin vooral traditionele partijen het moeilijk hebben om in roerige tijden een vertrouwensvol antwoord te geven. En blijkt over enkele jaren dat de nieuwkomers dat al niet veel beter konden. Of misschien niet.

De erkenning voor een gewaardeerd monument als Huyse moet zich niet uiten in bewonderende volgzaamheid, maar in kritische en al even geëngageerde tegenspraak die hij zelf decennia met grote kunde vertolkte.

De lezing van Huyse klinkt als een progressieve verdediging van de spontane democratie tegen de verstikkende fabrieksinstellingen van die cynische politieke machine. Het risico is niet denkbeeldig dat wie ter zake nuance tegenwerpt, ook als een in het apparaat verdronken mededader wordt gezien. Wegens zuurstofgebrek onder de Wetstraatstolp. Beroepspolitici zullen er zich alvast nooit geloofwaardig tegen kunnen verdedigen. Maar daarom is de droefgeestige visie van Huyse, hoe waardevol ook, nog niet de enig mogelijke.

Dat moet helemaal niet tot een naïeve, kritiekloze aanvaarding van het bestaande systeem leiden. Geenszins. Huyse raakt zoals altijd veel terechte punten aan, maar er is wat meer evenwicht nodig. Wie het slap vertrouwen in de politiek wil aansterken, doet dat best vanuit een genuanceerde en gefundeerde analyse.

Waaruit moet blijken dat de bemoeizucht van de meeste nationale partijen parallel zou toenemen met de spontane burgermobilisering? Dat de evenredigheidsregel op de schop moet omdat de 'explosieve breuklijnen' niet meer bestaan klinkt raar in een interview waaruit moet blijken dat de electorale strijd nooit heviger was dan vandaag. Enzovoort.

KARTELS ZIJN NIET Dé OPLOSSING

Ook de aangedragen oplossingen overtuigen niet zomaar. Duurzame kartels tegen de verkaveling van het partijlandschap - 'de ware oorzaak van de electorale neurose' - garanderen geen fundamentele verandering, dat hebben ze al bewezen. Zou er veel politieke rust en democratisch herstel ontstaan als de strijd niet wordt gevoerd tussen vijf middelgrote partijen die elkaar waard zijn maar tussen drie grotere kartels? Kartels kunnen zeker meerwaarde hebben. De opgespaarde energie die vrijkomt omdat ze elkaar niet bestrijden, kan zo tegen andere tegenstrevers gebruikt worden. Er zijn natuurlijk mathematische overwegingen (zeker in het kiessysteem Imperiali), maar vooral de programmatorische versterking kan tot een visionair geheel leiden dat meer is dan de som der samenstellende delen. In theorie.

Niet altijd in de praktijk. Het koude Gentse kartel Groen-sp.a is niet meteen een baken van warme verlossing uit harde machtspolitiek. Er zit veel berekening en spanning achter. Nogal wat energie gaat naar het moeilijk samenlevingscontract. Achter de schermen draait de motor vaak droog. Het lijkt een - vanuit Brussel - gedwongen huwelijk zonder veel passie en goesting. Nogal wat kameraden, die - zo klinkt - na het vanuit Brussel gedwongen vertrek van de vorige lijsttrekker vrezen gezamenlijk naar de afgrond te stappen, bekijken het groene geweld met tegenzin aan. Ze vergeten niet hoe Groen hen liet spartelen, na het vertrek van Tom Balthazar. Gij zult het geknakte riet niet breken en de kwijnende vlaspit niet doven. Groen, met wind in de zeilen, stemde inderdaad bijna unaniem voor het behoud van het kartel in februari, maar de liefde voor het circulatieplan zal die voor de socialisten zeker evenaren.

Niet weinigen vrezen dat het kartel geen stand houdt als groen of rood na de verkiezingen beter zonder in een coalitie raakt. Hoeveel ideologische verbroedering is er nog als Filip Watteeuw Rudy Coddens klopt in voorkeurstemmen? Het is een raadsel waarom die progressieve krachtenbundeling ondertussen al niet veel forser achter Rudy Coddens gaat staan, zodat hij het hele electorale gat dat Daniël Termont zal achterlaten zou kunnen vullen. Enzovoort.

Dus neen, de uitweg uit de donkere lezing van Huyse over de politiek moet niet meteen in de toekomst van kartels gezocht worden. Dan blijft er niet veel over dan de spontane burgerinitiatieven. Wellicht tot ook zij de toets der kritiek moeten doorstaan. Het is best erg allemaal, maar misschien allemaal zo erg nog niet.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 8 (oktober), pagina 1 tot 3