Abonneer Log in

Duurzaamheid

DE VERGETEN VERKIEZINGSTHEMA'S

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 5 (mei), pagina 82 tot 88

Om een transformatie naar een duurzame, koolstofarme samenleving te realiseren staat Vlaanderen voor een aantal grote uitdagingen. Bond Beter Leefmilieu (BBL) identificeert zeven milieu-uitdagingen en formuleert de cruciale bouwstenen om er beleidsmatig werk van te maken. Met oog op de verkiezingen gaan we na of de Vlaamse partijen aandacht hebben voor deze uitdagingen en op welke manier ze ermee omgaan. BBL legt haar eigen accenten naast de verkiezingsprogramma’s van vijf partijen en kwam tot volgende bevindingen.1

DE VERGETEN VERKIEZINGSTHEMA'S

Ontwikkelingssamenwerking
Bogdan Vanden Berghe
Cultuur
Mil Kooyman
Sociaal Europa
Wouter Wolfs en Steven Van Hecke
Duurzaamheid
Lieze Cloots
Armoedebestrijding
Frederic Vanhauwaert

UITDAGING 1: NAAR EEN KOOLSTOFARME SAMENLEVING VIA EEN STERK KLIMAATBELEID

Voor BBL is de opmaak van een routekaart om tegen 2050 95% minder CO2 uit te stoten essentieel. Tussentijdse doelstellingen voor 2030 en 2040 moeten daarbij helpen. De focus moet liggen op CO2-vermindering in Vlaanderen en is er nood aan een jaarlijkse voortgangscontrole en bijsturing van maatregelen en financiering.

De N-VA formuleert geen klimaatdoelstellingen voor de periode na 2020. De partij spreekt zich ook niet uit over aandeel reducties binnen Vlaanderen.
CD&V wil een Europese emissiereductiedoelstellingen van 40% voor 2030 en 80% voor 2050. Minstens de helft van de toegewezen reducties wil ze in eigen land realiseren. CD&V pleit ook voor een klimaatplan met periodieke bijsturingen per sector.
Sp.a pleit voor 50% reductie in broeikasgassen voor 2030. De partij wil die doelstellingen grotendeels bereiken met interne maatregelen en pleit voor een rollend klimaatplan.
Groen wil ambitieuze EU-doelstellingen voor 2030 en 2040 waarmee 95% reductie kan worden verwezenlijkt in 2050. Ze wil de emissiereducties maximaal intern verwezenlijken en het beleid snel kunnen bijsturen.
Open Vld wil de ‘ambitieuze’ Europese klimaatdoelstellingen uitvoeren, maar specifieert niet welke doelstellingen dat moeten zijn, noch wat de bijdrage van interne reducties moet zijn.

UITDAGING 2: DRASTISCHE ENERGIEBESPARING, ZOWEL IN DE GEBOUWENSECTOR ALS IN DE INDUSTRIE

BBL verwacht inspanningen die in 2050 tot minstens 80% energiebesparing leidt in bestaande gebouwen. Collectieve totaalrenovaties, ondersteuning op maat en inzet van zowel (financiële) stimuli als normering, moeten daarbij helpen. Inspanningen van de industrie om totaal energieverbruik te verminderen zijn even belangrijk en mogen niet vrijblijvend zijn.

De N-VA wil tegen 2030 25% minder energieverbruik in gebouwen, echter zonder aandacht voor totaalrenovaties. De partij wil een coherent ondersteuningssysteem. Voor industrie en KMO’s wil ze een ‘ambitieus energie-efficiëntiepact’ met verhoogde steun voor warmtenetten en restwarmtegebruik, maar erg vrijblijvend.
CD&V wil een vereenvoudigd premiestelsel om energie in gebouwen te besparen. Ze heeft aandacht voor totaalrenovaties en wil een verdubbeling van het aantal woningrenovaties tegen 2020. Een langetermijnperspectief ontbreekt. De partij wil KMO’s en de grote industrie motiveren om energie te besparen door steun en vrijwillige afspraken.
Sp.a wil een Europese bindende energiebesparingsdoelstelling van 40% in 2030. Woningrenovatie moet worden gestimuleerd via eenvoudigere premies, groepsaankopen en collectieve sociale renovatieprojecten. Aandacht voor totaalrenovaties ontbreekt. Sp.a wil verplichte energiebesparende maatregelen in huurwoningen en de vervanging van stookolieketels en elektrische verwarming door milieuvriendelijkere alternatieven. Voor industrie en KMO’s stelt de partij een eerder vrijblijvend sectoraal actieplan energiebesparing voor. Ontsluiting van restwarmte krijgt veel aandacht.
Groen wil een bindende Europese energiebesparingsdoelstelling van 40% tegen 2030. De partij wil meer en diepgaandere renovaties, evenals collectieve renovaties, door slimme steun én strengere normen. Ze wil elektrische verwarming weren tegen 2020. Groen pleit voor routekaarten voor een energiezuinige industrie, met resultaatsverbintenissen. Restwarmte krijgt veel aandacht.
Open Vld wil met normering en met fiscale stimuli zorgen voor meer energieneutraal en energieproducerend (ver)bouwen. Restwarmte moet meer worden aangewend. Energiebesparing in industrie krijgt geen aandacht.

UITDAGING 3: EEN STABIEL LANGETERMIJNBELEID VOOR DUURZAME ENERGIE

BBL ziet een langetermijnstrategie voor een duurzame energietransitie in Europees perspectief als noodzakelijke stap. Kernenergie, steenkool, steenkoolgas en schaliegas horen niet thuis in een duurzame energiemix. Een hogere nucleaire rente en steun voor duurzame hernieuwbare zijn nodig, weliswaar niet voor inefficiënte en onduurzame biomassa. Een slim net met doordachte inzet van slimme meters is noodzakelijk, evenals een planmatige uitbouw van hernieuwbare energie en betrokkenheid van burgers (bijvoorbeeld via coöperaties). Een billijke verdeling van lusten en lasten met een progressieve energiefactuur die zuinig verbruik beloont is een conditio sine qua non.

N-VA focust vooral op betaalbaarheid van energie. Het zwaartepunt van de langetermijnmaatregelen ligt bij een ‘kernuitstap’ tegen 2065. De partij wil de oudste kerncentrales 10 jaar langer openhouden en een nieuwe kerncentrale bouwen vanaf 2015. De N-VA wil meer ondersteuning voor groene warmte en restwarmte. Ze wil de onrechtmatige winsten van de kernenergieproducenten afromen en ziet geen rol voor schaliegas in Vlaanderen.
CD&V wil een breed gedragen energiepact. De partij stelt de kernuitstap in vraag en denkt aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie kernenergie. Ze kijkt ook richting steenkoolgas- of schaliegas. Een nucleaire rente op oude kerncentrales draagt voor CD&V mee de kosten van windturbines op zee. De partij wil restwarmte en warmte uit de ondergrond valoriseren en doordachte inzet van slimme meters.
Sp.a wil een langetermijnvisie voor het energiebeleid, met oog op 100% hernieuwbare energie. De kerncentrales moeten dicht in 2025. Voor schaliegas is er geen plaats. Sp.a wil strikte duurzaamheidscriteria voor biomassa en een rechtvaardige verdeling van energiekosten. De partij wil de kost van fossiele en kernenergie in kaart brengen en ongeoorloofde steun schrappen. Ze zet in op een progressieve energiefactuur die zuinig gebruik beloont. De uitbouw van slimme netten en een doordachte inzet van slimme meters en energieopslag krijgen een prominente plaats.
Groen wil 100% hernieuwbare energie tegen 2050 en een breed gedragen energiepact. Kerncentrales moeten ten laatste dicht in 2025. Steenkool, steenkoolgas en schaliegas zijn uitgesloten. De partij wil strikte efficiëntie én duurzaamheidscriteria voor biomassa. Geen steun voor de verbranding van restafval of bijstook in steenkoolcentrales. Ze wil windturbines planmatiger inplanten. Energiecoöperatieven en burgerparticipatie zijn belangrijk. Uitbouw van slimme netten en enkel slimme meters waar ze meerwaarde hebben. Groen wil de lusten en lasten van de energietransitie eerlijk verdelen. Een progressieve energiefactuur moet zuinig gebruik belonen. Steun voor kernenergie en fossiele brandstoffen wordt afgebouwd en de nucleaire rente wordt verhoogd en gebruikt voor de financiering van de energietransitie.
Open Vld streeft naar een Europese eengemaakte energiemarkt met een sterk uitgebouwd netwerk, waar hernieuwbare energie efficiënt wordt ontwikkeld tegen de laagst mogelijke prijs. De partij bevestigt de kernuitstap en wil actief werk maken van de bevoorradingszekerheid. Ze maakt geen keuzes met betrekking tot de gebruikte productietechnologieën.

UITDAGING 4: NAAR EEN DUURZAAM INDUSTRIEEL MODEL MET LAGER GRONDSTOFVERBRUIK

Voor BBL vereist de transformatie naar een groene economie een nieuw industrieel model, dat inzet op een lager grondstoffenverbruik, op lokaal gesloten kringlopen voor materialen en energie, en ‘diensten’ verkiest boven producten en processen met hoge milieu impact. Daartoe zijn structurele ingrepen nodig op gebied van groene fiscaliteit en innovatiebeleid. Naast technologie moet ook maatschappelijke innovatie ruimte krijgen. Ook de afbouw van afvalverbranding is een cruciaal onderdeel van elk duurzaam materialenbeleid.

N-VA ziet in de materialenkringloop veel kansen voor Vlaamse bedrijven, maar doet er weinig concreet mee in haar programma. De partij wil onderzoek en innovatie richten op duurzaam materialenbeheer en ecodesign. De aandacht gaat dan vooral naar technologische en minder naar maatschappelijke innovatie. Met een belastinghervorming wil N-VA de lasten van arbeid verschuiven naar milieuvervuiling. Ze pleit voor de afbouw van afvalverbrandingscapaciteit en het afschaffen van groenestroomcertificaten voor afvalverbranding.
CD&V wil haar materialenbeleid verderzetten maar blijft verder erg vaag. Ze wil lasten op arbeid verschuiven naar producten met milieu- en gezondheidsimpact. Inzake afvalbeleid wil CD&V groenestroomcertificaten voor afvalverbranding en de verbrandingscapaciteit behouden.
Om maatschappelijke uitdagingen zoals het verminderen van grondstof- en energieverbruik aan te pakken wil sp.a scherpe keuzes maken in het industrieel beleid. Ze wil o.a. het Agentschap voor Innovatie (IWT) grondige vernieuwen. De partij wil de afvalverbrandingscapaciteit zorgvuldig plannen om recyclage niet te ondermijnen. Ze staat eerder huiverachtig tegenover groene fiscaliteit.
Groen wil een reeks concrete maatregelen zoals de opmaak van sectorale routepaden, beter afstemmen van vergunningenbeleid, steunmaatregelen en innovatie, voorrang geven aan duurzame lokale maakindustrie, en stimuleren van de deeleconomie. Het sociaal overlegmodel wordt een sociaalecologisch overlegmodel. Groen wil een grondstoffennorm om het grondstoffengebruik te laten dalen. Ze wil een verschuiving van fiscale lasten naar milieuvervuiling en een ecologisch bonus-malussysteem om duurzame producten te stimuleren. De partij maakt werk van een exitstrategie voor afvalverbranding, en wil komaf maken met groenestroomcertificaten voor afvalverbranding.
Het Open Vld-programma blijft, buiten een vage verwijzing naar de ‘blauwe economie’ en het ‘cradle-to-cradle’ principe, opvallend stil over de noodzaak tot een duurzame transformatie van onze industrie en economie.

UITDAGING 5: DE MILIEU- EN GEZONDHEIDSIMPACT VAN MOBILITEIT AANPAKKEN DOOR HET AUTOVERKEER DRASTISCH TERUG TE DRINGEN

Volgens BBL vereist de transformatie naar een duurzaam mobiliteitssysteem een betere ruimtelijke ordening, die de nood aan verplaatsingen over de weg aan de basis vermindert. Het doorrekenen van maatschappelijke kosten in de prijs van autogebruik (bijvoorbeeld een sturende km-heffing voor personenwagens), zorgt voor gedragsverandering en grootschalige investeringen in alternatieve vervoersmodi in plaats van in bijkomende wegeninfrastructuur.

In het N-VA-programma komt de milieu- en gezondheidsimpact van verkeer niet aan bod. Doorstroming en verkeersveiligheid zijn de prioritaire bekommernissen. Vlaanderen moet zijn rol als logistieke draaischijf van Europa versterken. Daartoe moet worden ingezet op betere infrastructuur, zowel de wegen, het spoor, de waterwegen als fietspaden. De partij wil inzetten op een aanpassing van de verkeersfiscaliteit, met oog op een betere doorstroming. Afhankelijk van het proefproject kan er een km-heffing komen voor personenwagens.
Voor CD&V moet worden ingezet op een doordachte ruimtelijke ordening. De partij wil in alles tegelijk investeren: fietsroutenetwerken, openbaar vervoer, uitbreiding van het wegennet, telematica,... Ze ziet nieuwe financiële instrumenten als ‘onvermijdelijk’ om het toenemend fileleed tegen te gaan. Een km-heffing voor personenwagens komt er enkel na grondige evaluatie van het proefproject. De inkomsten wil CD&V inzetten voor de uitbouw van duurzame alternatieven (o.a. openbaar vervoer).
Sp.a wil vooral inzetten op meer en beter openbaar vervoer, met bijvoorbeeld een GEN voor Antwerpen en Gent, en op gedeelde mobiliteit. Het programma bevat geen standpunt over een slimme km-heffing, niets over nieuwe infrastructuur. Milieudruk moet voor sp.a vooral tegengegaan worden door meer en beter openbaar vervoer en door technologische innovatie.
Voor Groen komt de slimme km-heffing er versneld, voor alle voertuigen en overal. De ecoscore wordt de basis voor fiscale boni en mali. Bedrijfswagens worden voor iedereen vervangen door een mobiliteitsbudget. Groen wil inzetten op voorstedelijke lightrail netwerken en tramlijnen.
Voor Open Vldzijn de files het hoofdprobleem. Daarom zijn voor de partij investeringen nodig in missing links, in extra rijruimte, nieuwe wegen en spitsstroken. Met snelle fietsverbindingen en elektrische fietsen wordt fietsen een volwaardig alternatief voor langere afstanden en woon-werkverkeer. Fiscaliteit moet de keuze laten tussen bedrijfswagens en andere vervoersmiddelen. Wat Open Vld denkt van een slimme km-heffing, komen we niet te weten.

UITDAGING 6: VLAANDEREN RUIMTELIJK ORDENEN VIA KERNVERSTERKING EN VERDICHTING

Vlaanderen is de meest verkavelde regio in Europa, open ruimte verdwijnt aan een hoog tempo. Die ruimtelijke wanorde kan volgens BBL gekeerd worden door nieuwe bebouwing enkel toe te staan in de stads- en dorpskernen. Om het overaanbod aan slecht gelegen bouwgronden op het platteland af te bouwen, moet worden ingezet op verhandelbare bouwrechten. Ook een aanpassing van de woonbonus kan kernversterking ondersteunen. Gemeenschappelijke woonvormen moeten alle kansen krijgen.

N-VA wil een ‘verstandige’ verdichting en ‘slim’ ruimtegebruik, onder meer op te grote kavels in verkavelingen. De partij pleit voor een actief herbestemmingsbeleid en ruimte voor gemeenschappelijke woonvormen. De woonbonus blijft behouden zoals hij is.
CD&V wil maximaal inzetten op zuinig ruimtegebruik door inbreiding en compactere woonvormen. Leegstand moet strenger worden aangepakt. Als er toch nieuwe woonwijken komen, moeten die aansluiten bij de bestaande kernen, al kunnen ook de woonuitbreidingsgebieden worden verkaveld. De woonbonus wordt gekoppeld aan energiezuinigheid en renovatie. Nieuwe woonvormen zoals zoals co-housing en community land trust worden gestimuleerd.
Sp.a heeft vooral aandacht voor sociale woningen, de huurmarkt en betaalbaar wonen. De partij erkent het belang van kernversterking, maar ziet geen heil in dwingende instrumenten. Ze wil de woonbonus sociaal bijsturen, en er wonen in de kern mee stimuleren. Ze wil meer aandacht voor grondbeleid en pleit voor het instrument kavelruil.
Groenkiest voor een verhardingsstop en verhandelbare ontwikkelingsrechten. Ze investeert in wijkgerichte renovaties, ecologische stadsvernieuwingsprojecten en sociale ecowijken. De woonbonus geldt nog voor max. 15 jaar, er komt een aanpassing van het kadastraal inkomen, de gemeentelijke financieringsmechanismen worden herzien. Collectief wonen wordt beter (juridisch) verankerd.
In het verkiezingsprogramma van Open Vld isruimtelijke ordening geen thema. Het verwerven van een woning wel. De woonbonus wordt behouden zoals hij is. De partij wil een eenvoudig administratief kader voor formules zoals meegroeiwoningen, cohousing, friendswonen en kangoeroewonen.

UITDAGING 7: NAAR EEN MEER DUURZAAM LANDBOUWMODEL

Volgens BBL is er nood aan brongerichte oplossingen voor de milieuproblemen die het landbouwmodel vandaag veroorzaakt. Deze oplossingen liggen in het stimuleren van lokale grondgebonden landbouw die de biodiversiteit versterkt, de geleidelijke afbouw van de veestapel en pesticiden, en nauwere betrokkenheid van consumenten.

N-VA erkent het potentieel van biolandbouw maar wil ook de afbouw van de steunintensiteit aan biolandbouw. De partij wenst meer onderzoek naar agro-ecologische landbouw en naar de impact van gewasbeschermingsmiddelen. Om de impact van bemesting op waterkwaliteit te verminderen kiest ze voor overleg met de landbouwsector en niet voor afbouw van de veestapel.
CD&V wil bijkomende impulsen geven aan de industriële agro-voedingscluster. Met investeringssteun wil de partij vervolgens de milieu-impact van dit model binnen de perken houden. De partij biedt geen structurele oplossingen voor de mestproblematiek of gewasbescherming. Ze wil ten slotte ruimte geven aan bedrijfsmodellen die consumenten nauwer betrekken zoals stadslandbouw, volkstuinen en Community Supported Agriculture (CSA).
Sp.a wil een duurzaam landbouwbeleid uitwerken dat de klimaatuitdagingen aankan. Zij wil de investeringssteun inzetten voor de afbouw van fossiele brandstoffen, (chemische) meststoffen, pesticiden en watergebruik. De partij wil Europese maatregelen die agrarische biodiversiteit (denk aan de bijenpopulatie) beschermen tegen pesticiden. Ze wil een structurele oplossing voor het falend mestbeleid, met een graduele afbouw van de veestapel en een verscherpte gebiedsgerichte aanpak in probleemgebieden.
Groen wil een omslag naar een landbouwmodel dat biodiversiteit versterkt en bij voorkeur gericht is op regionaal geproduceerd voedsel. De partij focust op de afbouw van de veestapel en van subsidies aan intensieve veehouderij. Ze wil investeringssteun voor duurzame, grondgebonden landbouw en nieuwe initiatieven als stadslandbouw, Community Supported Agriculture en agroforestry.
Open Vld moedigt duurzame landbouw, biolandbouw, stadslandbouw en de korte keten aan, maar reikt geen concrete pistes aan.

CONCLUSIE

Concluderend leiden we uit de verkiezingsprogramma’s af dat de Vlaamse partijen, op enkele uitzonderingen na, weinig wakker liggen van de nood aan trendbreuken in domeinen zoals mobiliteit, grondstoffen, landbouw, ruimtelijke ordening… domeinen die vandaag een zware hypotheek leggen op de Vlaams milieukwaliteit. Milieukwaliteit is trouwens een ondergesneeuwd thema in een heel aantal partijprogramma’s. Het komt enkel aan bod in het kader van de versnelling en vereenvoudiging van vergunningen. Dat ecologie en economie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is blijkbaar nog steeds niet doorgedrongen in een aantal hoofdkwartieren. Tot slot lijkt het besef bij de meeste partijen wel gegroeid dat op vlak van energie belangrijke stappen moeten worden gezet. Onafgezien van het feit dat sommigen opnieuw richting dure en onveilige kernenergie kijken, is dit positief, aangezien het energievraagstuk een belangrijke bijdrage levert aan het meer dan ooit urgente klimaatvraagstuk.

Lieze Cloots
Beleidscoördinator Bond Beter Leefmilieu (BBL)

Noot
1/ Een groene kieswijzer voor de Vlaams partijen is te vinden op http://www.bondbeterleefmilieu.be. Op basis van de partijprogramma’s die op 25 april 2014 ter beschikking waren.

verkiezingen - duurzaamheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 5 (mei), pagina 82 tot 88