Abonneer Log in

Ontwikkelingssamenwerking

DE VERGETEN VERKIEZINGSTHEMA'S

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 5 (mei), pagina 66 tot 71

Al drie jaar lang daalt het Belgische budget voor ontwikkelingssamenwerking. Maar niet getreurd. De verkiezingen zijn in aantocht en dat staat vaak garant voor mooie beloftes. Wie benieuwd is naar de partijprogramma’s over ontwikkelingssamenwerking, kan zich een zoektocht door de inhoudsopgave besparen. Het volstaat meestal naar de laatste pagina’s te bladeren. Ondanks die weinig prominente plaats besteden de partijprogramma’s wel aandacht aan het thema. Anders gaat het er aan toe in het publieke debat: daar wordt met bijna geen woord gerept over ontwikkelingssamenwerking.

OPNIEUW DE 0,7%-BELOFTE

In de verkiezingsprogramma’s herhalen de partijen wat ze al vaker hebben gezegd. Allen, behalve Open Vld, beloven ze werk te maken van de internationale doelstelling om 0,7% van het bni aan ontwikkelingshulp te besteden. Groen en PVDA+ willen die doelstelling in 2015 realiseren, terwijl sp.a ze in de loop van de legislatuur wil behalen. CD&V en N-VA stellen geen termijn voorop. Voor CD&V hangt alles af van de budgettaire ruimte. Zolang er bespaard moet worden, stelt ze het behalen van de doelstelling uit.

En uitstel, daar heeft België ervaring mee. Terwijl de 0,7%-doelstelling al in de jaren 1970 werd aangenomen door de Verenigde Naties, heeft ons land ze nog nooit gehaald. Binnen de Europese Unie werd in 2005 afgesproken om de doelstelling vanaf 2015 te halen, en in 2013 werd ze opgenomen in de Belgische wet op de ontwikkelingssamenwerking. Engagementen genoeg dus. Maar helaas.

Want terwijl de regering bij haar aantreden nog beloofde het budget voor ontwikkelingssamenwerking te bevriezen, werd op drie jaar tijd bijna 800 miljoen euro bespaard. In 2013 viel de Belgische ontwikkelingshulp terug tot 0,45% van het bni. Terwijl België bespaarde, besteedden de OESO-landen in 2013 samen een recordbedrag aan ontwikkelingshulp. Groot-Brittannië besteedde als G8-land voor het eerst meer dan 0,7% aan hulp. Het bewijst dat investeren in ontwikkelingssamenwerking kan, ook in tijden van crisis.

EEN WERELD IN BEWEGING, MAAR NIET VOOR IEDEREEN

In 2000 kwamen de VN-landen overeen een versterkte inspanning te leveren voor het uitbannen van armoede in de wereld: de acht Millenniumdoelstellingen die tegen 2015 behaald moesten worden. De doelstellingen gingen van het halveren van extreme armoede, over basisonderwijs voor iedereen, tot het terugdringen van kindersterfte en het bestrijden van ziektes. Een jaar voor het verstrijken van de deadline is het zeker dat extreme armoede in de wereld gehalveerd is ten opzichte van 1990, met dank aan de spectaculaire economische groei van landen als China en Brazilië.

Toch zullen niet alle acht Millenniumdoelstellingen worden gehaald. Veel werk blijft er op vlak van het aanpakken van moeder- en kindersterfte, HIV en genderongelijkheid, en het streven naar basisonderwijs en een duurzaam leefmilieu. Daarnaast zien we dat de ongelijkheid in veel landen met rasse schreden toeneemt. Er is economische groei, maar die wordt niet billijk verdeeld. Ook als we kijken naar landen en regio’s, zijn er achterblijvers. Veel Afrikaanse landen blijven - ondanks enige vooruitgang - ver verwijderd van de Millenniumdoelstellingen.

In landen als Congo, Burundi en Oeganda heeft ontwikkelingssamenwerking de afgelopen decennia enorm veel mensen geholpen. Om maar één voorbeeld te geven: met steun van de Belgische ontwikkelingssamenwerking werden tussen 2000 en 2012 in Congo 25 miljoen mensen onderzocht op de slaapziekte en werden 250.000 levens gered. Toch blijven deze fragiele staten worstelen met slecht functionerende en zwakke overheidsinstellingen. De oorzaken van die fragiliteit zijn divers: aanslepende conflicten, decennialang dictatoriaal bewind, regionale instabiliteit,... België besteedt traditioneel een groot deel van zijn hulp in Centraal-Afrika. Het uittekenen van een beleid op maat van deze fragiele staten blijft een belangrijke uitdaging.

Ten slotte zijn de gevolgen van de klimaatsverandering al in verschillende ontwikkelingslanden te zien. Dalende oogsten en extreme weersomstandigheden hebben een grote impact op het leven van mensen. De ongelijkheid in de wereld dreigt door de klimaatsverandering nog groter te worden. Het is de plicht van de geïndustrialiseerde landen, die een grote historische verantwoordelijkheid hebben, om ontwikkelingslanden bij te staan om zich ertegen te wapenen en aan te passen.

Waar staan onze Vlaamse partijen als het gaat over deze uitdagingen? De meningen zijn verdeeld, en zo hoort het ook, maar het debat blijft helaas afwezig. 11.11.11 lanceerde voor de verkiezingsstrijd nog een ultieme oproep aan de politieke verantwoordelijken. Met een ludieke affichecampagne werden enkele kopstukken letterlijk in hun hawaïhemd gezet: België is geen eiland - laat ons hier meer over debatteren. Ik zet even de meningsverschillen op een rij.

BANGE MENSEN

Moeten er risico’s worden genomen in ontwikkelingssamenwerking? Daarover zijn de partijen het niet helemaal eens. N-VA en Open Vld focussen sterk op een ‘resultaatgerichte’ ontwikkelingssamenwerking. Partners die goede resultaten kunnen voorleggen, wil Open Vld meer middelen geven. Terwijl de partij desondanks op de armste en fragiele landen wil focussen, wil N-VA enkel samenwerken met partnerlanden die over goed functionerende instellingen beschikken. Zeggen Open Vld en N-VA daarmee dat ze geen risico’s willen nemen met ontwikkelingssamenwerking?

Partijen als Groen en sp.a vinden daarentegen dat risico’s nemen een essentieel onderdeel is van ontwikkelingssamenwerking. Groen pleit zelfs voor het afzonderen van een budget voor risicovolle projecten.

Bij 11.11.11 geloven we dat ontwikkelingssamenwerking niet voor bange mensen is. Ontwikkelingssamenwerking streeft naar duurzame verandering in een samenleving, en dat is een proces van lange adem. Resultaten zijn belangrijk, maar men mag niet vergeten dat die vaak pas na een zekere tijd zichtbaar worden. Ontwikkelingssamenwerking is bovendien onderhevig aan risico’s. De politieke en economische context, de veiligheidssituatie, bepalen mee - naast de kwaliteit van het ontwikkelingswerk - of een project of programma slaagt of niet.

Streven naar nulrisico en zekere resultaten is volgens ons niet de weg die ontwikkelingssamenwerking moet uitgaan. De langetermijnwerking van ontwikkelingssamenwerking dreigt dan te veel uit het oog te worden verloren.

Heeft het steunen en versterken van parlementen, zodat ze hun kritische rol kunnen spelen, direct resultaat? Wellicht niet, maar het is wel essentieel om een democratie uit te bouwen. Levert steun aan organisaties die het beleid kritisch doorlichten, aan mensenrechtenorganisaties, aan vakbonden, onmiddellijk resultaat? Neen, maar opnieuw is het van essentieel belang om ontwikkeling te bevorderen. Ontwikkelingssamenwerking moet zorgvuldig nagaan waar op korte of op langere termijn de beste hefbomen voor ontwikkeling in een land aanwezig zijn. Die hefbomen versterken is de kerntaak. Dit kan onmogelijk zonder af en toe risico’s te lopen.

INSTRUMENTALISERING VAN ONTWIKKELINGSHULP

Groen, sp.a, PVDA+ en CD&V pleiten voor een coherent beleid dat ontwikkelingsdoelstellingen integreert in andere domeinen zoals handel, landbouw en buitenlandse zaken. Ze geloven dat ontwikkelingssamenwerking pas kan werken als er in het brede beleid aandacht is voor wereldwijde duurzame ontwikkeling.

Ook Open Vld pleit voor beleidscoherentie. De ontwikkelingskansen in het zuiden worden volgens de partij ook meer en meer bepaald door andere beleidsdomeinen. Maar voegt daar wel aan toe dat ontwikkelingssamenwerking ‘kansen biedt voor de Belgische economie’. Open Vld wil in functie van de economische troeven van ons land de sectoren kiezen waarin de Belgische ontwikkelingssamenwerking actief is, al zegt ze niet terug te willen naar gebonden hulp. Ook de uitspraak van voorzitter Gwendolyn Rutten in een interview met de krant De Zondag dat ontwikkelingshulp ‘een instrument moet zijn van het beleid in buitenlandse zaken en defensie’ lijkt wat in tegenspraak met de zorg dat ontwikkelingsdoelen blijven primeren.

Het N-VA-programma zwijgt jammer genoeg over beleidscoherentie voor ontwikkeling. Voor N-VA is gebonden hulp - waarbij aankopen door het partnerland verplicht in ons land moeten gebeuren - geen taboe. De partij wil ontwikkelingshulp ook koppelen aan de terugname van uitgeprocedeerde asielzoekers en van gevangenen.

Voor 11.11.11 is dit soort koppeling geen goede zaak. Wat ons betreft moet het departement ontwikkelingssamenwerking steeds ongecompliceerd de belangen van het Zuiden kunnen verdedigen. Die van België worden normaal al voldoende verdedigd door de departementen buitenlandse zaken of handel. Ongetwijfeld zijn er situaties waarbij beiden kunnen samenvallen, maar ontwikkelingssamenwerking mag geen instrument worden om onze eigen belangen te verdedigen. De instrumentalisering van ontwikkelingshulp komt ontwikkelingslanden trouwens niet ten goede. Het leidt tot hulp die eerder afgestemd is op de noden van de donor, dan op die van de bevolking in het Zuiden. Ontwikkelingssamenwerking verliest er zijn kerndoelstelling door. Het wordt eigenbelang in een jasje van solidariteit.

UITDAGINGEN DE VOLGENDE JAREN

De partijen verschillen dan wel van mening over de risico’s die genomen kunnen worden en over de verhouding van ontwikkelingssamenwerking met andere beleidsdomeinen, toch lijken de meesten het erover eens dat ontwikkelingshulp nog steeds nodig is. 11.11.11 geeft hen alvast een aantal uitdagingen mee waar de komende jaren op gewerkt moet worden:

1. Werk samen, nationaal en internationaal: Ontwikkelingssamenwerking is een belangrijke sleutel voor een meer rechtvaardige wereld, maar niet de enige. Overheden op alle niveaus moeten doelstellingen rond duurzame ontwikkeling opnemen: handel, landbouw, klimaat, belastingen en buitenlandse zaken. Enkel een samenhangend beleid kan écht het verschil maken. Het is de verdienste van de huidige regering een aantal wettelijke instrumenten rond beleidscoherentie voor ontwikkeling op poten te zetten. De toekomst moet aantonen of ze werken of niet. Ook internationaal moeten landen samenwerken om de oorzaken aan te pakken die zorgen dat staten fragiel zijn. Regionale conflicten kunnen slechts opgelost worden binnen een breed internationaal kader.

2. Belastingen tegen ongelijkheid : Veel middelen voor ontwikkeling zitten al in ontwikkelingslanden, maar ze geraken niet waar ze nodig zijn. Jaarlijks verliezen ontwikkelingslanden 160 miljard dollar door belastingontwijking van multinationals. Om dit aan te pakken moet men orde op zaken stellen in het eigen huishouden en tegelijk echte inspanningen leveren om fiscale hervormingen op internationaal vlak vooruit te helpen. De vooruitgang in de strijd tegen de belastingparadijzen die de afgelopen jaren gebeurde, kwam er zonder enige aandacht voor de vlucht van kapitaal uit de ontwikkelingslanden. Die blinde vlek moet verdwijnen.

3. Publieke middelen blijven onontbeerlijk : Vandaag zien we dat hulpgeld steeds vaker ingezet wordt om private investeringen te subsidiëren. Terwijl die investeringen vaak van groot belang zijn voor ontwikkelingslanden, is het risico groot dat hulp vooral gebruikt wordt voor winstgevende projecten. Hulp heeft pas echt meerwaarde als het naast investeringen staat. Terwijl private investeringen zich in crisistijd even snel terugtrekken als ze gekomen zijn, blijven publieke hulpmiddelen stabieler en voorspelbaarder.

4. Versterk het middenveld: Mensenrechtenorganisaties, boerenorganisaties, vrouwenorganisaties, vakbonden, … overal worden ze als onontbeerlijk gezien voor de ontwikkeling van landen. Het middenveld biedt de armsten houvast en meer: ze vormt ook tegenmacht. Dikwijls zijn ze de enigen die - verenigd - opkomen voor het recht op ontwikkeling in de brede zin van het woord. Het steunen van een autonoom, kritisch middenveld dat haar beleidsmakers ter verantwoording kan roepen, blijft meer dan ooit een kernopdracht voor ontwikkelingssamenwerking.

5. Bied het hoofd aan nieuwe uitdagingen : de klimaatsverandering heeft nu al een impact op vele maatschappelijke sectoren. Het zijn de landen die er de minste verantwoordelijkheid voor dragen, die er het grootste slachtoffer van zijn. Ontwikkelde landen hebben zich geëngageerd om vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar te besteden aan de strijd tegen de klimaatsverandering in het Zuiden. Zonder die middelen kunnen ontwikkelingslanden zich niet aanpassen aan de gevolgen. De middelen zijn ook noodzakelijk om zich ‘koolstofarm’ te ontwikkelen. We vragen dringend dat de ontwikkelde landen hun belofte van klimaatfinanciering nakomen, zonder dat het ten koste gaat van eerdere beloftes rond ontwikkelingshulp.

6. Een opvolger voor de acht Millenniumdoelstellingen: De vraag is ten slotte of het lukt om tot een nieuw internationaal kader te komen - als opvolger van de Millenniumdoelstellingen - dat het recht op ontwikkeling verzekert. Een kader dat aandacht heeft voor een breed spectrum van uitdagingen waaronder sociale bescherming, klimaat en armoedebestrijding.

De volgende regering moet zich echt engageren op vlak van buitenlandse solidariteit. Dat kan heel concreet door er een voltijdse minister voor aan te stellen, zodat die zich niet tegelijkertijd moet bezighouden met belangrijke binnenlandse dossiers, zoals de benoeming van een nieuwe spoorweg-CEO of het ontslaan van een manager bij een telecombedrijf. Deze minister moet op tafel kloppen, zodat de financiële engagementen ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking gerespecteerd worden en het niet langer het departement is waar het meest bespaard wordt. Dit is eigenlijk slechts een minimum. Het Belgische instrumentarium voor ontwikkelingssamenwerking moet worden gestroomlijnd zodat het beter en kwalitatiever hulp kan leveren. Een belangrijke opdracht voor de nieuwe minister blijft ook zijn collega’s aanporren maatregelen te nemen ten gunste van ontwikkelingssamenwerking op hun terrein. Daar liggen nog veel onbenutte hefbomen.

Bogdan Vanden Berghe
Directeur 11.11.11

verkiezingen - ontwikkelingssamenwerking

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 5 (mei), pagina 66 tot 71