Log in

Bericht uit het Zuiden: Zimbabwe

SOCIALE BESCHERMING VOOR IEDEREEN

De Zimbabwaanse economie zit de laatste 20 jaar in een neerwaartse spiraal. De regering zoekt haar heil in arbeidsflexibiliteit, en werd daar recent in gesteund door een uitspraak van het Hooggerechtshof. Direct gevolg: deze zomer verloren zo’n 25.000 Zimbabwanen hun job. Een catastrofe, gezien er geen sprake is van een sociaal beschermingssysteem. De volgende jaren worden beslissend voor het land. De toekomst oogt erg onzeker. Tegelijk stijgt de strijdvaardigheid bij de Zimbabwanen. Het is niet onrealistisch dat het doorgaans stabiele en rustige Zimbabwe een turbulente periode tegemoet gaat.

ECONOMISCHE MALAISE

Het gaat niet goed met de Zimbabwaanse economie. Bedrijven sluiten aan een ongeëvenaard tempo de deuren. Zowel lokale als buitenlandse investeerders trekken zich terug uit Zimbabwe door de hoge risico’s in het land. De inflatie bereikte -2% in augustus 2015. Minder dan 35% van de economische capaciteiten van het land wordt benut. Duidelijke signalen dat de economie niet draait.
De regering slaat jaar na jaar de bal mis. De jaarlijkse begrotingen zijn opgeblazen en de werkelijke inkomsten liggen een pak lager dan de inschattingen. In 2014 stelde de Minister van Financiën een begroting voor van 4,1 miljard dollar. Slechts 3,9 miljard dollar kon worden opgehaald. In 2015 legde hij opnieuw een begroting van 4,1 miljard dollar voor, maar volgens de voorspellingen zullen de inkomsten op slechts 3,99 miljard dollar blijven hangen. Tegelijk heeft Zimbabwe een schuldenlast van meer dan 10 miljard dollar.
Alleen een grote injectie van fondsen kan de economie redden, maar niemand durft het aan om Zimbabwe een lening te geven. Zelfs de Chinezen, trouwe vrienden van Zimbabwe, zijn niet bereid om grote investeringen te doen in het land. Ze geloven niet langer dat de huidige Zimbabwaanse regering haar beloftes zal nakomen.

ARBEIDSFLEXIBILITEIT MOET HEIL BRENGEN

Door het gebrek aan vooruitzichten wijst de overheid de huidige arbeidswetgeving als zondebok aan. Die wetgeving zou niet flexibel genoeg zijn voor bedrijven om werknemers aan te werven of te ontslaan, of om lonen uit te betalen naargelang de productiviteit van het bedrijf. De wet zou met andere woorden te veel in het voordeel van werknemers zijn opgesteld en hen te veel beschermen.
Verschillende stemmen binnen de regering opperden dat meer flexibiliteit in de arbeidsmarkt noodzakelijk is om de economie aan te zwengelen. Uiteindelijk haalden de regering en de werkgevers op 17 juli 2015 met de uitspraak van het Zimbabwaanse Hooggerechtshof hun slag thuis: een uitspraak die vergaande arbeidsflexibilisering mogelijk maakt en hierbij meteen de werkzekerheid van duizenden werknemers op de helling zet.
Concreet hebben werkgevers het recht om zonder gegronde reden het contract van een werknemer te beëindigen. Daarvoor moeten ze geen compensatie of ontslagpremie betalen. De werkgever moet enkel een verwittiging van drie maanden geven en daarna staat de werknemer op straat.

Direct gevolg: in de weken na de uitspraak volgde een golf van ontslagen. Op anderhalve maand tijd verloren meer dan 25.000 werknemers hun job. Werknemers in Zimbabwe hebben geen recht op een vervangingsinkomen of werkloosheidsuitkering na de beëindiging van hun contract. Met hun job verliezen ze ook hun ziekteverzekering. Er is geen sprake van een sociaal beschermingssysteem. De ontslagen werknemers en hun families zijn volledig op zichzelf aangewezen.

VAKBONDEN REAGEREN

Zimbabwe Congress of Trade Unions (ZCTU), de grootste federatie van vakbonden in Zimbabwe en partner van FOS, waarschuwt al langer voor de gevolgen van arbeidsmarktflexibilisering. Ze wijst erop dat arbeid geen commodity is. En dat arbeid niet de enige kost beslaat in een productieketen. Andere elementen - zoals ruwe grondstoffen, infrastructuur, technologie, enzovoort - bepalen ook de kosten van een bedrijf.

De vakbond stelt dat de overheid momenteel gerund wordt door een geprivilegieerde elite, die niet alleen de politieke macht in handen heeft maar ook de economische. De prominente staatsmannen zijn ondertussen ook de belangrijkste werkgevers geworden, zowel in de landbouwsector als in de industrie. Het mag dus niet verwonderen dat de regering weigerachtig staat ten opzichte van maatregelen die sociale bescherming en waardig werk verzekeren, met alle gevolgen van dien.

ONZEKERHEID EN INSTABILITEIT

De flexibilisering van de arbeidsmarkt gaat duidelijk gepaard met een verlies aan bescherming en stabiliteit voor de werknemers. Vaste contracten van onbepaalde duur en rechtstreekse tewerkstelling zonder tussenagentschap verdwijnen in snel tempo. Tijdelijke en interimcontracten worden de norm.
Arbeidsmarktflexibilisering creëert bijgevolg precair werk met lage lonen, geen uitkering bij ziekte of de beëindiging van een contract, gebrek aan rechten op de werkplek en het ontbreken van collectieve onderhandelingen.
Kortom, werk zonder sociale bescherming.
Vrouwelijke arbeiders zijn een extra kwetsbare groep. Ze zijn oververtegenwoordigd in traditioneel precaire sectoren zoals huishoudwerk, de voedselverwerking, de textielsector en de informele sector. Ook werken vrouwen vaker dan mannen ongewild deeltijds, waardoor ze zelden voldoende verdienen om financieel onafhankelijk te zijn.

GEZONDHEIDSRISICO’S

Als de werkonzekerheid stijgt en sociale beschermingsmaatregelen onbestaande zijn, ondervinden werknemers een stijgende druk om jobs te accepteren die hun gezondheid en veiligheid bedreigen.
Veel bedrijven schakelen arbeiders via een tussenpersoon of onderaannemer in voor de meest risicovolle taken. De eigenlijke werkgevers ontlopen hun verantwoordelijkheid. De veiligheidsmaatregelen voor deze arbeiders zijn ondermaats.
Precaire werkers krijgen vaker te maken met arbeidsongevallen. Ze hebben meer fysieke gezondheidsproblemen. Bovendien veroorzaakt de aard van precaire tewerkstelling, met name de onzekerheid en de instabiliteit die het met zich meebrengt, stress, depressie en een algemeen slechte mentale gezondheid.

GEBREK AAN VERTEGENWOORDIGING

Door de onzekere, precaire arbeidssituatie zijn werknemers niet snel geneigd zich aan te sluiten bij een vakbond. Vakbonden hebben het moeilijk om precaire arbeiders op te nemen in de gelederen. Ze concentreren zich al te vaak op de werknemers met een permanent statuut in hun strijd voor waardig werk.
Toch hebben ook deze precaire werkers vertegenwoordiging en bescherming nodig. Zonder vakbonden zijn ze immers nog kwetsbaarder voor nadelige overeenkomsten op het werk en hebben ze weinig informatie over de (arbeids)rechten die hen toekomen.

DE INFORMELE SECTOR ALS ENIGE UITWEG

Veel van de 25.000 ontslagen werknemers zullen zich gedwongen zien om in de informele sector aan de slag te gaan, als straatverkoper, garagist, kapper, enzovoort. Zimbabwe heeft nu al een gigantische informele economie: 84% van de actieve bevolking verdient zijn brood als informele werkkracht. Dat wil zeggen dat ook 84% van de actieve bevolking, en iedereen die zij onderhouden met hun loon, geen enkele vorm van sociale bescherming krijgt. Geen werkloosheidsuitkering, geen vervangingsinkomen, geen ziekteverlof, geen zwangerschapsverlof, geen pensioen. De broodwinning van een volledig gezin kan van de ene op de andere dag verdwijnen door een ongeluk, ziekte of zwangerschap.

SOCIALE GEVOLGEN

De onzekere en onstabiele situatie die precair, flexibel werk veroorzaakt, tast uiteindelijk het sociale weefsel van de Zimbabwaanse gemeenschappen aan. Mensen kunnen hun leven moeilijker plannen. Trouwen, kinderen krijgen, een huis kopen, het zijn belangrijke mijlpalen in iemands leven. De verwachting van elke Zimbabwaanse familie is dat hun zonen en dochters een levenspartner vinden, zich settelen en een familie starten. De lage lonen, de inkomensonzekerheid en onduidelijkheid van de duur van tewerkstelling maken het moeilijk voor mensen om hun leven uit te bouwen zoals ze dat willen en zoals het van hen verwacht wordt.
Bij deze belangrijke mijlpalen in een mensenleven is bovendien een degelijke sociale bescherming, zoals betaald zwangerschapsverlof, noodzakelijk om in het levensonderhoud te voorzien. Juist op die momenten zijn mensen extra kwetsbaar.
Een bijkomende vrees is dat ouders de schoolkosten voor hun kinderen niet meer zullen kunnen betalen, waardoor ze niet langer naar school kunnen gaan. Dit is niet alleen rampzalig voor deze kinderen, maar ook voor de toekomst van Zimbabwe.

NIEUWE WETGEVING BRENGT GEEN SOELAAS

De overheid besefte al vlug dat de uitspraak van het Hooggerechtshof zware implicaties had. Ze haastte zich om de arbeidswetgeving aan te passen. Volgens de Zimbabwe Congress of Trade Unions (ZCTU) is deze nieuwe wet nog slechter dan de oude. De vakbondsfederatie ziet het als een slinkse poging van de overheid om flexibiliteit in de arbeidsmarkt te introduceren via een achterpoortje.
Hoewel de nieuwe wet bepalingen bevat die de 25.000 ontslagen werknemers retrospectief een ontslagpremie moet geven, stelt de wet ook dat bedrijven die de compensatie niet kunnen betalen hiervan vrijgesteld zijn. Veel bedrijven zullen zich beroepen op deze uitzonderingsmaatregel. Weinig werknemers zullen daadwerkelijk een compensatie ontvangen.
Bovendien is de compensatie die de wet voorziet veel te laag. Voor elk dienstjaar zal de ontslagen werknemer twee weken loon krijgen. Dat is 123 dollar per gewerkt dienstjaar, aangezien het gemiddeld maandloon slechts 246 dollar bedraagt.
De vakbondskoepel ZCTU organiseerde verschillende acties om de overheid te dwingen de arbeidswetgeving aan te passen in het voordeel van de werknemers. De federatie organiseerde demonstraties, nam actief deel aan onderhandelingen, deed constructieve voorstellen, enzovoort. Voorlopig zonder resultaat.

SOCIALE ONRUST IS MOGELIJK

Door het gebrek aan (waardige) jobs neemt de frustratie onder jongeren - vooral in de armere stedelijke buurten in Zimbabwe - zorgwekkend toe. Ze zijn veelal weinig optimistisch over hun carrièremogelijkheden en toekomst.
De frustratie van de jongeren kan potentieel leiden tot sociale onrust, vooral omdat zij (0 tot 34-jarigen) 77% van de Zimbabwaanse bevolking uitmaken. Zo’n 85% van de 15- tot 34-jarigen is aan het werk, maar daarvan liefst 87% in de informele sector zonder sociale bescherming of garantie op een inkomen.
Ook kunnen misnoegde arbeiders zich tegen de regering keren door het gebrek aan steun en bescherming die ze krijgen. Dit alles is een recept voor politieke en sociale instabiliteit.
De regering is zich bewust van deze risico’s. Ze heeft de voorbije weken mede daarom de bewegingsvrijheid van de vakbondskoepel ZCTU sterk ingeperkt. Verschillende leiders werden opgepakt nog voor ze naar hun geplande betoging konden gaan. Sindsdien wordt het hoofdkwartier van ZCTU sterk in de gaten gehouden door de veiligheidsdiensten. Dat maakt het nog moeilijker werken voor de vakbondskoepel.

Last Tarabuku
Stafmedewerker bij ZCTU en redacteur van The Worker Newspaper

Vertaling (en herwerking): Naomi De Bruyne, FOS Zuidelijk Afrika

sociale bescherming - flexibilisering - Zimbabwe

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 8 (oktober), pagina 41 tot 45