Log in

De middenstand regeert het land

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 29 tot 35

De strijd om politieke macht valt vaak samen met het veroveren van de harten van de middenklasse. Ook de federale regering-Michel en de Vlaamse regering-Bourgeois voeren, net zoals de regeringen die hen voorgingen, een beleid waar de socio-economische middengroepen het meeste voordeel uit halen. Electoraal gezien valt het te begrijpen dat partijen de 'mediaankiezer' proberen te verleiden, maar is het ook rechtvaardig?

WETSTRAAT

De middenstand regeert het land
Lorenzo Terrière
N-VA-ministers: tussen tweet en daad
Jan Cornillie
De terugkeer van de oude CVP
Steven Van Hecke

Wijlen Luc De Vos hintte decennia geleden al op de notabele positie die de middenstand in onze 'open economie' bekleedt. De Vos' meezinger, die intussen tot Vlaams cultureel erfgoed is verworden, snijdt hout. In een regio als de onze'waar handelsactiviteiten mede als basis worden gezien voor onze welvaart en welzijn' (Vlaanderen.be, 2018a) wensen politieke partijen - bijna over ideologische grenzen heen - een beleid te voeren dat zuurstof geeft aan ondernemerschap. Ook vandaag klinken maatregelen ter bevordering van het ondernemersinitiatief grote delen van het electoraat als muziek in de oren: politici scoren goede punten bij menig kiezer door hiervoor een lans te breken.

De wereld van Mia in 1992 is intussen verder blijven evolueren. Onze postindustriële samenleving kent een geavanceerde innovatieve kenniseconomie (Europese Commissie, 2017) en een complexe arbeidsmarkt. Ze wordt bevolkt door heel wat hooggeschoolden. Talrijke facetten van materiële rijkdom zoals kwalitatieve voeding, nuttige diensten en vlotte mobiliteit vormen niet langer het privilege van een kleine bevoorrechte klasse, maar zijn gelukkig toegankelijk geworden voor grote delen van de samenleving. 'An arising tide lifts all boats', zoals de Amerikaanse president John F. Kennedy het ooit verwoordde.

De actieve participatie van grotere bevolkingsaandelen in de diverse aspecten van economie en maatschappij heeft als gevolg dat politieke partijen in een systeem van 'one man one vote' hun blik verruimen naar grotere groepen van weldenkende wakkere burgers. De liberale partij kan zich niet langer permitteren om zich louter te oriënteren op de oorspronkelijke ondernemersachterban, net zozeer als de socialistische formatie zich niet meer enkel kan enten op de traditionele arbeidersklasse. Partijen behandelen in hun programma een brede waaier van diverse thema's en problematieken om te appelleren aan de volledige doorsnede van het electoraat. Een stijgende behoefte naar inspraak, participatie en informatie dwingt partijen om een breed en doordacht ideeënpakket aan te reiken. Stemgewoonten eroderen (Abts, Swyngedouw & Meuleman, 2014): de stem van de kiezer moet telkens opnieuw gewonnen worden. Een beetje programmatorische verleiding op maat helpt daarbij.

DE MEDIAANKIEZER VERLEIDEN

Wanneer partijen voorstellen lanceren, maakt elke burger onwillekeurig de bedenking: 'what's in it for me?'. Politici spelen daar op in door zelf te staan zwaaien met eigen simulaties waarbij voor verschillende bevolkingsgroepen de rekensom wordt gemaakt – 'qui bono' en wie betaalt het gelag?

In de veronderstelling dat de interactie tussen politicus en kiezer een tweerichtingsverkeer is, verschuift binnen een werkende democratie de politieke aandacht, en dus ook het beleid, mee met de veranderende maatschappelijke problemen. Verschillende politicologische theorieën voorspellen hoe en waarom partijen succesvol zijn, en hoe verkiezingen gewonnen worden.

Eén populaire stellingname is dat het cruciaal is om de harten van de 'mediaankiezer' te veroveren (Downs, 1957). Academische discussie bestaat over 'wie' hieronder precies wel en niet begrepen wordt, maar duidelijk is dat deze 'mediaankiezer' zich letterlijk 'in het midden ophoudt' voor allerlei verschillende parameters die er toe doen, waaronder sociaal-demografische, economische maar ook ideologische factoren (Comanor, 1976, 169-177). Deze theorie stelt voorts dat de spreiding van deze laatste parameter 'beleidsvoorkeuren' (bijvoorbeeld van 'links' naar 'rechts') over de bevolking de vorm aanneemt van een normaalverdeling. In een proportioneel democratisch kiesstelsel als België zullen beleidsgerichte politieke partijen bijgevolg hengelen naar de middengroep, namelijk in die kiesvijvers waar het meeste vis te oogsten valt. En die grootste electorale reservoirs bevinden zich net ter hoogte van de 'median voter'.

We nemen aan dat er een reële demografische overlap is tussen 'mediaankiezer' en 'middenklasse', zoals eerder empirisch onderzoek aantoont (Scervini, 2012, 529-550). Een beleid ter bevordering van de portemonnee van de middenklasse appelleert dan aan een groter kiezersreservoir dan bijvoorbeeld een beleid dat enkel op de ondernemersklasse gericht is. Vanuit democratisch-legitiem oogpunt bekeken is dit eigenlijk een geruststelling: een beleid dat zich richt tot de middenklasse zal haast noodzakelijk een centrumkoers aanhouden.

MAAR WIE IS DAT NU EIGENLIJK, DE 'MIDDENKLASSE'?

Gevraagd naar de inschatting van de m/v in de straat, zal haast iedere geïnterviewde zichzelf identificeren met 'de middenklasse'. Maar waar staat die term precies voor? Wie maakt er deel van uit? En wat maakt een mens arm, rijk of ergens tussenin? Aangezien onder middenklasse vaak uiteenlopende zaken worden verondersteld, is het daarom belangrijk om het begrip 'middenklasse' eerst duidelijk af te bakenen.

Vroeger was het onderscheid in de maatschappij ordelijk en duidelijk. Ze bestond uit respectievelijk de arbeidersklasse, de middenklasse en de hogere klassen. Maar tegenwoordig is de situatie veelzijdiger en genuanceerder. Zo is de diensteneconomie nu groter dan de industriële sector, nemen vrouwen actief deel aan de arbeidsmarkt, zijn veel hogere beroepen als professor of arts gedemocratiseerd, enzovoort.

Daarom is het vandaag beter om een onderscheid te maken op basis van inkomen. Er zijn duidelijke cijfers die helpen bepalen wie in armoede leeft, waar de middenklasse begint en wie rijk is. Armoede is duidelijk gedefinieerd: 15% van alle Belgen is arm, dat zijn maar liefst zo'n 1,5 miljoen mensen (EU-SILC, 2016). De middenklasse is ten andere zeer breed. Referentiesstudies over België, zoals die van S. Kuypers & I. Marx (2016), beschouwen iemand tot de middenklasse als zijn of haar inkomen zit tussen de 60% en 200% van de mediaan – d.i. de middelste waarde van alle inkomens in het land. Omgerekend horen alle alleenstaanden met een netto gezinsinkomen tussen 1.400 en 3.500 euro bij de middenklasse, net als alle gezinnen met twee kinderen tussen 2.200 en 7.200 euro. Voor een alleenstaande met kinderen is dat iets meer dan 1.600 euro (Pironet, 2018, p. 30). Het gaat hier voor de duidelijkheid om het totale inkomen: loon, maar ook kindergeld, uitkeringen of alimentatie. Momenteel valt driekwart van de Belgische bevolking hieronder.

Wie een hoger inkomen heeft dan de aangegeven minimumdrempels behoort technisch gezien tot de middenklasse. Over de bovengrens bestaat meer discussie. Een alleenstaande die maandelijks netto 3.000 euro of meer opstrijkt, behoort tot de rijkste 10% van de bevolking. Wie netto meer dan 6.000 euro verdient, maakt deel uit van de rijkste 1% (Statbel, 2017).

Door de grote economische onevenwichten tussen de deelstaten is België een bijzonder geval. Zeker in Vlaanderen beschouwen veel mensen zichzelf als middenklasse maar behoren zij eigenlijk tot de hogere inkomenscategorieën. Vooral tweeverdieners zitten vaak bovenaan de inkomensverdeling.1

wetstraat

VLAAMS EN FEDERAAL BELEID: ÉÉN STRIJD

Is het ingeburgerde begrip 'middenklasse' de vrije vertaling van de politicologische term 'mediaankiezer', dan roepen Vlaamse partijen in dat verband graag het meer specifieke beeld op van de 'werkende Vlaming'. Voormalig sp.a-communicatiedirecteur Fons Van Dyck wees reeds jaren geleden op het potentiële electorale succes van een retorische strategie gericht op deze bevolkingsgroep (Pauli, 2018, p. 10).

Nochtans werd in het debat over het besparingsbeleid van de huidige Vlaamse en de federale regering de grote druk op deze bevolkingsgroep net herhaaldelijk onderlijnd. De middenklasse zou de dupe van de besparingsmaatregelen zijn, terwijl de rijken buiten schot blijven. Een blik op de recente beleidsmaatregelen wijst echter op het tegendeel: de middenklasse wordt net erg goed bediend. Wat hierna volgt is slechts een selectieve greep uit de trommel van wettelijke wijzigingen die sedert begin dit jaar in werking traden, maar geeft de lezer wel een inschatting van de actuele trend.

Neem het vlaggenschip van deze federale legislatuur, de 'taxshift'. Die kwam eigenlijk in schuifjes tot stand en is eerder een 'verlaging' dan een 'verschuiving'. Onder meer wordt vanaf 2018 het 30% tarief in de personenbelasting afgeschaft, de belastingvrije som opgetrokken van 15.220 naar 25.220 euro en worden de forfaitaire beroepskosten verhoogd naar maximum 2.950 euro (Criel, 2017). Onder het motto 'koopkracht versterken' krijgen (enkel) werkenden er gemiddeld 100 euro per maand bij (Vacature.com, 2018). Werkenden, die vormen de ruggengraat van de middenklasse.

Ten tweede werd de mogelijkheid ingevoerd voor actieven en gepensioneerden om onbelast bij te verdienen tot 6.000 euro per jaar. Wie een werkloosheidsuitkering ontvangt of via tijdskrediet of een thematisch verlof de loopbaan onderbreekt, kan niet in dit fiscaal gunstige systeem stappen. Nieuw is bijvoorbeeld ook dat werknemers vanaf dit jaar kunnen deelnemen in de winstpremies van het bedrijf. Die worden dan rechtstreeks uitgekeerd zonder dat bedrijven eerst de administratieve molen moeten doorlopen of het fiat moeten krijgen van de vakbonden (Lombaerts, 2018). Omdat op die winstpremie geen personenbelasting moet worden betaald, houdt een werknemer netto meer over dan bij een gewone bonus. Tegelijk misloopt de sociale zekerheid natuurlijk kostbare inkomsten wat op termijn het systeem dreigt te ondergraven.

Goed nieuws is er ook voor de 'beleg-het-zelvers'. Dankzij de goedgekeurde belastingvrijstelling voor dividenden moet wie zelf belegt op de eerste 627 euro aan dividenden voortaan geen belastingen betalen (Steel, 2018). Een gunst voor wie zich de tijd, kennis en financiële middelen kan veroorloven een beperkte geldreserve aan de kant te zetten om te laten renderen. Daarnaast is het sinds kort mogelijk om aan 'duaal pensioensparen' te doen. Mensen die geld overhouden op het eind van de maand kunnen al langer een eigen pensioenpotje opbouwen dat fiscaal aftrekbaar is. Dit aftrekbare bedrag groeit nu verder aan van 960 naar 1.230 euro op jaarbasis (Legalnews.be, 2018). Ook hier geldt dat (enkel) wie de budgetruimte heeft om maandelijkse inkomsten aan de kant te zetten voor een verre toekomst zijn/haar belastingen ziet dalen.

Naast de spaarboek wordt ook de baksteen van de hardwerkende Vlaming 'gesoigneerd'. Nu de rente bijzonder laag staat, overwegen steeds meer mensen om een tweede woning te kopen als investering. Zij kunnen aanspraak maken op een bijgewerkte federale belastingvermindering (Deceunynck, 2017). Autoliefhebbers kunnen dan weer een beroep doen op het gevrijwaarde stelsel van de bedrijfswagens waarbij de keuzemogelijkheid recent werd uitgebreid met het fiscaal even gunstige 'mobiliteitsbudget'. Sinds kort kan de werkende er ook voor kiezen om zijn/haar bedrijfsauto in te ruilen voor cash. Deze stimuli werken dan weer het frequenter gebruik van goedkoop, gesubsidieerd openbaar vervoer en van gratis toegankelijke mobiliteitsinfrastructuur door het 'actieve' deel van de bevolking in de hand. Gevolg: terwijl deze (semi-)publieke goederen collectief worden gefinancierd, consumeren midden- en hogere inkomensgroepen ze disproportioneel meer.

Idem voor het gebruik van de federale gezondheidszorg en sociale zekerheidssystemen: wederom (semi-)publieke goederen die grotendeels met belastinggelden worden betaald maar disproportioneel geconsumeerd worden door midden- en hogere inkomensgroepen. Dienstencheques bijvoorbeeld vinden vooral bij tweeverdienersgezinnen aftrek.

De Vlaamse regeringsploeg is minstens even ijverig voor de middenklasse. Met als sluitsteen de voortgezette fiscale aftrek voor de hypothecaire lening ('woonbonus'). Per gezinslid kan wie een eigen woning koopt op die manier tot 1.520 euro fiscaal inbrengen (Vlaanderen.be, 2018b). Gevolg: in Vlaanderen bezit 70% een eigen woonst tegenover bijvoorbeeld 50% in Nederland (Vlaamse Regering, 2018). Onroerend goed is en blijft een belangrijk politiek aandachtspunt. De verlaging van de registratierechten naar een uniform tarief van 7% is daarvan een recente illustratie. Voor 'kleine' woningen met een verkoopprijs onder 200.000 euro geldt zelfs een extra nettokorting van 5.600 euro (Moens, 2017). Wie iets in bezit heeft, kan dus nog meer krijgen. Tegelijkertijd werd het huurdecreet gewijzigd; de op te hoesten huurwaarborg door de minder fortuinlijke huurder werd daarmee opgetrokken van twee naar drie maanden.

Koopkrachtige huiseigenaars kunnen voorts een beroep doen op het uitgebreide stelstel van renovatiepremies en stimuli ter bevordering van de energieduurzaamheid. Terwijl u de meerwaarde van uw onroerend goed opkrikt door de installatie van hoogrendementsglas, warmtepomp of boiler, bekomt u korting op uw (belasting)factuur. Echter enkel bestemd voor diegenen die zich deze investering kunnen veroorloven. Idem voor de nieuwe premies toegekend bij de aanschaf van elektrische auto's, wat overigens tot een verzesvoudiging in de verkoop leidde (De Rouck, 2018, p. 47). Met een kostprijs van 30.000 à 40.000 euro is de aanschaf van deze fiscaal interessante vierwieler weliswaar niet voor eenieder weggelegd.

Belgen zijn ijverige spaarders. De Nationale Bank doet er schimmig over, maar 80% van het Belgische spaargeld zit in Vlaanderen. De verlaging van de Vlaamse erfbelasting kan je dan zien als een duit in het zakje van diegenen die al iets te verdelen hebben aan anderen. De regering-Bourgeois voorziet 139 miljoen euro om goedkoper erven mogelijk te maken (Simoens, 2018, p. 15). Deze belastinghervorming schaft onder meer de hoogste schijf van 65% af, voorziet in een grotere vrijstelling (tot 50.000 euro) voor de langstlevende partner én in een flexibele erfenissprong (ook voor stiefkinderen).

Verschillende beleidsmaatregelen werden al door voorgaande regeringen tot uitvoering gebracht. Dat de politiek de middeninkomens bevoordeelt, is dus eerder een structureel dan een recent verschijnsel. Denk bijvoorbeeld ook aan het gebruik van gesubsidieerde culturele goederen. Inderdaad, Vlaanderen kent een uitgebreid publiek cultuuraanbod dat financieel wordt ondersteund met collectieve middelen, maar waarbij de consumptie vooral gebeurt door (hoger) opgeleide mensen. Hetzelfde geldt voor de Vlaamse zorgvoorzieningen die sterk uitgebreid (Vandeurzen, 2017), relatief goedkoop en vrij gemakkelijk toegankelijk zijn, maar wel disproportioneel gebruikt worden door de (hogere) middenklassegroepen.

ELECTORAAL LONEND, MAAR RECHTVAARDIG?

Voor al die ruggensteun aan de middenklasse valt minstens één verzachtende omstandigheid in te brengen. Uitgerekend deze groep mensen wordt geconfronteerd met een bijzondere maatschappelijke druk. Disruptieve technologieën stellen geijkte economische modellen in vraag op het tempo van een steeds sneller evoluerende maatschappij. Klassieke tewerkstellingsplaatsen staan op de helling en van de actieveling wordt meer flexibiliteit verwacht. Klassieke levenspatronen vallen weg en leiden tot problemen op vlak van bijvoorbeeld niet-aangepaste huisvesting en fiscaliteit – zie maar het aantal alleenstaanden dat in grootsteden als Brussel en Antwerpen het aantal samenwonende gezinnen benadert.

Thomas Friedman (2005) en Joseph Stiglitz (2002) beschreven al de existentiële bedreiging voor het voortbestaan van de brede middengroep. Het wegvallen van klassieke structuren, verhoogde grensoverschrijdende competitie, versnelde technologische ontwikkelingen, enzovoort, dreigen de compacte middenklasse uit elkaar te spelen. Terwijl de lagere middenklasse verder naar beneden gedrukt wordt, poogt de hogere middenklasse aansluiting te vinden met de toplaag.

De uitgeoefende centrifugale maatschappelijke krachten op deze middengroep én het blijvende grote electorale belang van dit bevolkingssegment wekken enig begrip op voor de grote nadruk die vanuit de politiek wordt gelegd om net deze mensen ondersteuning te bieden.

Niettemin kunnen vraagtekens geplaatst worden bij de doelmatigheid van zo'n middenklassebeleid op de langere termijn. Een beperkte groep geniet namelijk onvoldoende van het stijgende globale welvaartspeil: de 15% armen. Zij vallen haast letterlijk uit de boot. Notoire denkers als John Rawls zouden verkiezen om de meerkost van pakweg de erfbelastingverlaging of cultuursubsidies te besteden aan het verhelpen van de socio-economische situatie van de 15% minderbedeelden. Zij die zich aan de onderkant van de samenleving bevinden, ervaren immers een veel hoger nut dan de brede middeninkomensgroep (die per definitie al enige reserve heeft opgebouwd) bij het verkrijgen van bijkomende ondersteuning.

Toenmalig minister-president Kris Peeters benoemde ooit A Theory of Justice als z'n favoriete boek (Crols, 2 november 2011, 10). Zou hij af en toe nog aan de lectuur daarvan terugdenken tijdens onderhandelingsmomenten?

Referenties

Abts, K., Swyngedouw, M., Meuleman, B. (2015). 'Het profiel van de Vlaamse kiezer in 2014. Analyse op basis van de postelectorale verkiezingsonderzoeken 1991-2014'. CESO/IPSO, 2015-2.
Comanor, W. (januari-februari 1976). 'The median vote rule and the theory of political choice'. Elsevier, 5 (1-2), pp. 169-177.
Criel, P. (30 oktober 2017). 'Taxshift: wat wijzigt er op fiscaal vlak in 2018?'. Infoflash Partnea Professional. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://www.partena-professional.be/nl/infoflashes/2017/taxshift-wat-wijzigt-er-op-fiscaal-vlak-in-2018/.
Crols, F. (2 november 2011). 'Ik lees in mijn dienstauto'. Boekeninterview met Kris Peeters. Tertio, p. 10.
Deceunynck, F. (12 mei 2017). 'Woonkredieten: het fiscaal kluwen ontwaard'. De Standaard.
De Rouck, P. (17 maart 2018). 'Elektrisch rijden wordt aantrekkelijker dankzij premies'. De Tijd, p. 47.
Downs, A. (1957). 'An Economic Theory of Democracy'. New York. p. 116.
Europese Commissie (2017). 'Regionaal Innovatie Scorebord 2017'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://www.ewi-vlaanderen.be/sites/default/files/bestanden/regional_profiles_flanders.pdf.
EU-SILC (2016). 'Algemene Directie Statistiek van België (STATBEL): EU-SILC-enquête 2016'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/armoede-en-levensomstandigheden/armoederisico#news.
Friedman, T. (2005). 'The world is flat: a brief history of the twenty-first century'. New York: Farrar, Strauss and Giroux.
John F. Kennedy (October 3, 1963). ' Remarks in Heber Springs, Arkansas, at the Dedication of Greers Ferry Dam'. The American Presidency Project.JFKPOF-047-015.
Moens, B. (23 december 2017). 'Registratierechten voor eigen woning naar 7 procent'. De Tijd.
Legalnews.be (27 maart 2018). 'Duaal pensioensparen is een feit in 2018 - Wet van 26 maart 2018'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://legalnews.be/fiscaal-recht/duaal-pensioensparen-wordt-een-feit-in-2018-legalnews-be/.
Lombaerts, S. (2018). 'De winstpremie – een nieuwe (para)fiscaal gunstige premie vanaf 2018. BDO Belgium'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://www.bdo.be/nl-be/nieuws/2018/de-winstpremie-%E2%80%93-een-nieuwe-(para)fiscaal-gunstige-premie-vanaf-2018!.
Pauli, W. (24 januari 2018). 'De N-VA kan zonder Bart De Wever. De kerk heeft toch ook Christus overleefd'. Interview met Fons Van Dyck. Knack, nr. 4, p. 10 e.v.
Pironet, E. (11 april 2018). 'De middenklasse zaagt en klaagt maar wordt nergens zo goed bediend als in België'. Interview met hoogleraar Ive Marx. Knack, nr. 15, p. 30 e.v.
Kuypers, S., Marx, I. (2016). 'Social Consertation and Middle Class Stability in Belgium'. In: 'Europe's disappearing middle class? Evidence from the world of work.' UK: Edward Elgar Publishing, pp. 112-159.
Scervini, F. (December 2012). 'Empirics of the median voter: democracy, redistribution and the role of the middle class'. The Journal of Economic Inequality, 10(4), pp. 529-550.
Simoens, K. (24 februari 2018). 'Erven wordt goedkoper'. Gazet van Antwerpen, p. 15.
STATBEL (2017). 'Fiscale inkomens, België en de gewesten, laatste 7 jaren'. Geconsulteerd op 1 mei op https://statbel.fgov.be/nl/themas/huishoudens/fiscale-inkomens#figures.
Steel, T. (15 januari 2018). Gwendolyn Rutten: 'het is ons gelukt'. De Tijd.
Stiglitz, J. (2002). ' Globalization and Its Discontents'. USA: W. W. Norton & Company.
Vacature.com (2018). 'De taxshift doet ons nettoloon wel degelijk stijgen'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://www.vacature.com/nl-be/carriere/salaris/de-taxshift-doet-ons-nettoloon-wel-degelijk-stijgen.
Vandeurzen, J. (2017). '350 miljoen extra voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op http://jovandeurzen.be/nl/%E2%82%AC350-miljoen-extra-voor-welzijn-volksgezondheid-en-gezin.
Vlaamse Regering (2018). 'Woonbeleidsplan Vlaanderen Bijlage'. VR 2018 2303 DOC.0274/2BIS, pp. 3-4.
Vlaanderen.be (2018a). 'Visie 2050: Vlaanderens langetermijnstrategie'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://www.vlaanderen.be/nl/vlaamse-regering/visie-2050.
Vlaanderen.be. (2018b). 'Belastingvermindering voor de enige en eigen woning (woonbonus)'. Geconsulteerd op 1 mei 2018 op https://www.vlaanderen.be/nl/bouwen-wonen-en-energie/lenen/belastingvermindering-voor-de-enige-en-eigen-woning-woonbonus.

Voetnoot

  1. Neem de proef op de som door een kijkje te nemen bij de eenvoudige simulatie van het Centrum voor Sociaal Beleid (http://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/inkomensverdeling/) en ontdek uw eigen positie op de economisch-maatschappelijke ladder.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 29 tot 35