Log in

De stille invoering van het 70-puntenplan

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 8 (oktober), pagina 5 tot 9

We horen vaak dat het de historische verdienste is van N-VA dat ze extreemrechts heeft kleingekregen, maar het wordt steeds duidelijker dat ze extreemrechts gewoon heeft opgenomen in haar partij. Het maatschappelijk discours is verrechtst en grote stukken van het 70-puntenplan van het Vlaams Blok zijn intussen ingevoerd.We lijden collectief aan het syndroom van de gekookte kikker.

DE VELE GEDAANTES VAN EXTREEMRECHTS

De stille invoering van het 70-puntenplan
Alexis Deswaef
Welkom in het tijdperk van het globale nationalisme
Ico Maly
Hoe kan het verder met de man?
Celia Ledoux
Klimaatverandering? Det är en uppfinning!
Martin Hultman
Zijn extreemrechts en extreemlinks even erg?
Vincent Scheltiens

In 2015 stelde ik in een interview met La Libre dat een groot deel van het beruchte 70-puntenplan uit de jaren 1990 van het Vlaams Blok ofwel is uitgevoerd, ofwel niet langer taboe is. Het onmiddellijke oordeel van Bart Brinckman van De Standaard op mijn standpunt was streng: 'Wie het 70-puntenplan echt gelezen heeft, moet concluderen dat Deswaef vooral uit zijn nek kletst'. Dat kwam toen hard aan. Waarom zo snel op de boodschapper schieten en zo weinig aandacht schenken aan de boodschap zelf? Had die journalist mijn interview, gespreid over drie pagina's, wel volledig gelezen? Van mijn kant kon ik hem geruststellen; natuurlijk had ik het 70-puntenplan gelezen. Al geef ik toe dat ik dat als student in de rechten begin de jaren 1990 en later als jonge advocaat niet had gedaan. Het was namelijk de periode dat alle politici het '70-puntenplan als oplossing voor het probleem van de vreemdelingen' in zijn geheel als 'onaanvaardbaar en onbespreekbaar' bestempelden.

Hoe anders was dit in 2015? Tijdens het opstellen van het jaarrapport van de Ligue des droits de l'Homme duikelde ik, verbijsterd door het lopende asiel- en migratiebeleid, het 70-puntenplan nog eens op. Na een eerste lectuur werd ik gewoonweg duizelig. Hoe was het mogelijk dat zoveel punten van dit plan nu eenvoudig uitgevoerd waren door de democratische partijen of simpelweg bespreekbaar waren geworden in het maatschappelijk debat? Natuurlijk had die journalist gelijk toen hij stelde dat het plan niet volledig was uitgevoerd. Nog een geluk ook. Maar kunnen we onverschillig blijven als we de evolutie zien van de laatste 20 jaar?

Vorig jaar deed Bart Brinckman echter hetzelfde werk als ik twee jaar eerder. Onder de titel 'Het 70-puntenplan doorgelicht, 25 jaar later' kwam hij tot dezelfde conclusie: 'Van de basisfilosofie - de terugkeer van alle vreemdelingen - kwam niets terecht. Toch raakte door de jaren heen een derde van de voorstellen uitgevoerd en over een tiental andere loopt het debat.' Het is nooit goed om te vroeg gelijk te hebben, maar we moeten de waarheid onder ogen blijven zien. Laten we daarom de stille invoering van het 70-puntenplan van het Vlaams Blok nog maar eens van dichterbij bekijken.

HET 70-PUNTENPLAN DEELS INGEVOERD

Punt 1 van het 70-puntenplan was het 'opdoeken van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding'. Het Centrum is er nog, onder de vorm van twee onafhankelijke openbare instellingen: Unia, die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert, en Myria, die de migratie analyseert, de rechten van vreemdelingen verdedigt en mensenhandel bestrijdt. De grootste politieke partij van het land en binnen de huidige regering, N-VA, laat nooit een kans liggen om met scherp te schieten op Unia en Myria. Staatssecretaris voor Armoedebestrijding en Gelijke Kansen, Zuhal Demir, zette meteen de toon na haar aanstelling door te oordelen dat Unia niet het centrum voor gelijke kansen was maar eerder het centrum voor polarisering. Toen Myria haar werk deed, toen het klacht neerlegde omdat Dienst Vreemdelingenzaken in 2016 foute informatie verspreidde onder migranten die asiel wilden aanvragen, vergeleek staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, Myria met mensensmokkelaars. Deze regering had beloofd, zoals afgesproken in het regeerakkoord en aanbevolen door de VN-Mensenrechtenraad, om deze legislatuur Unia verder uit te breiden tot een 'Nationaal onafhankelijk mensenrechteninstituut'. Wel, ondanks alle inspanningen van minister van Justitie, Koen Geens, is er nog altijd niets van gekomen. Integendeel. N-VA doet er alles aan om Unia op te doeken en te vervangen door een Vlaams Unia-tje zonder tanden.

Het 'Staatssecretariaat voor immigratie', gewild door het Vlaams Blok (punt 4), is nu een feit. Van de vorige ministers Annemie Turtelboom, Melchior Wathelet en Maggie De Block stellen we vast dat hun streng - maar niet humaan - beleid vaak haaks stond op de fundamentele rechten van de migranten; de vele veroordelingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tonen het aan. En de huidige staatssecretaris, Theo Francken, gaat nog een stuk verder.

De Nationaliteitswetgeving verstrakken (hoofdstuk IV van het 70-puntenplan), gebeurde onder de regering-Di Rupo. De versoepeling van de toegang tot de Belgische nationaliteit via de 'Snel-Belgwet', destijds samen uitgewerkt met het beperkte stemrecht van vreemdelingen bij de gemeenteraadsverkiezingen om zo ook volledig stemrecht te bekomen voor de overige verkiezingen, is allang vergeten. Sinds 2013 is het moeilijker om Belg te worden. Het feit dat dit nochtans de integratie helpt, onder andere met betere kansen op onze discriminerende arbeidsmarkt, laat ons blijkbaar koud. 'Het onder voorbehoud toekennen van de Belgische nationaliteit voor personen met een migratieachtergrond' (punt 29), werd door de regering-Michel vertaald naar een alsmaar stijgend aantal gevallen waarbij de Belgische nationaliteit kan worden ontnomen. Het debat, gestart in het kader van de strijd tegen terrorisme, viseert nu zelfs de kinderen en kleinkinderen van migranten die nochtans in België geboren zijn, wat discriminerend en stigmatiserend overkomt bij hele gemeenschappen. Nationaliteit als voorwaarde voor benoeming in door de overheid samengestelde adviesraden of publiekrechtelijke beheersorganen (punt 11), is ondertussen ook realiteit geworden.

Het Vlaams Blok wilde tevens het systeem van familiehereniging afschaffen (punt 32). De hervorming van 2011, ingevoerd door het parlement in de periode dat we zonder regering zaten, heeft dit recht sterk beperkt, met discriminaties en schendingen van het fundamenteel recht op een gezinsleven.

Het asiel- en migratiebeleid van de regeringen-Verhofstadt, -Leterme en -Di Rupo vond veel inspiratie in het 70-puntenplan. Terwijl er destijds slechts 1 gesloten centrum was in Melsbroek om ex-gedetineerden na hun straf op te sluiten in afwachting van hun repatriëring, heeft men er nu 5, 'buiten de bebouwde zones waar ze geen overlast voor de bevolking veroorzaken' (punt 43). En dit niet alleen voor criminelen, maar ook voor uitgeprocedeerden en nieuwkomers die via de nationale luchthaven aankomen om asiel aan te vragen (punt 39). Er werden in deze gevangenissen voor vreemdelingen in de loop der jaren ook gezinnen met kinderen opgesloten en zelfs niet begeleide minderjarigen. Iedereen herinnert zich het 5-jarige Congolese meisje Tabitha, twee lange maanden alleen opgesloten in het Centrum 127. Hun enige schuld: niet de juiste stempel op het juiste papier hebben. Na een pauze van tien jaar in het opsluiten van gezinnen met kinderen, omdat België tot viermaal toe veroordeeld werd door het Europees Hof voor de Rechten de Mens, is de regering-Michel onder impuls van N-VA deze zomer opnieuw kinderen beginnen opsluiten in het Centrum 127bis. Het 'invoeren van een lijst van politiek onveilige landen' (punt 37) werd een lijst van politiek veilige landen onder Maggie De Block; een lijst die haar opvolger Theo Francken nog wil uitbreiden. Vlaams Blok pleitte voor een verhoging van het repatriëringsbudget en collectieve repatriëring van illegalen met onze C-130 toestellen van de Belgische luchtmacht (punt 45), wat we geregeld doen met bijvoorbeeld Congolese opposanten die we zo gaan afzetten bij de militaire politie van president Kabila.

Het afschaffen van het niet-verwijderingsprincipe voor ouders met schoolgaande kinderen (punt 44), het criminaliseren van de hulp aan illegalen (punt 47), de uitreiking van een terugkeerpremie (punt 51), bilaterale akkoorden afsluiten met de landen van herkomst om hen te verplichten de terugkeer mogelijk te maken (punt 67), een beperkte arbeidskaart voor vreemdelingen (punt 53), verdienen ook aangekaart te worden in de lijst van initiatieven die in het 70-puntenplan van het Vlaams Blok stond en door anderen werd uitgevoerd.

CITIUS, ALTIUS, FORTIUS

Op sommige punten gaan we vandaag zelfs nog verder dan wat het Vlaams Blok destijds schreef in haar toen 'totaal onaanvaardbare' 70-puntenplan. Zo werd de gedroomde Antwerpse vreemdelingentaks, tot vijftienmaal hoger dan voor een Belg bij de inschrijving, in 2015 onder de vorm van een 'retributie voor het aanvragen van een verblijfsvergunning' door staatssecretaris Theo Francken ingevoerd. Ze kan oplopen tot 350 euro per persoon. Ook het 'eigen volk eerst'-principe van het Vlaams Blok wordt nu eerder 'Het eigen werkend volk eerst', als men de voorstellen ziet van Vlaams minister Liesbeth Homans over de kinderopvang die in haar ogen in de eerste plaats moet dienen voor mensen die werken.

Het toppunt was de mogelijkheid die staatssecretaris Theo Francken in het begin van zijn ambt ging bestuderen om zonder mandaat in elke woonst binnen te treden waarvan verdacht wordt een illegaal te schuilen. Minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon, steunde dit initiatief door te stellen dat dit maar een uitvoering was van de huidige wetgeving die dat toelaat bij betrapping op heterdaad. Voor Jambon is illegaal verblijf een voortdurend misdrijf, met als gevolg dat de woning 24 op 24 uur betreden kan worden zonder huiszoekingsbevel of toestemming van de inwoner, wat volledig in strijd is met onze Grondwet die de woonst beschermt. De coalitiepartners floten hem terug. Uiteindelijk kwam de regering in het parlement met het wetsontwerp over huiszoekingen bij de sans-papiers, maar ook bij derden waar ze zich zouden kunnen bevinden. Dit ontwerp kreeg al snel de bijnaam 'achterhuiswet' en werd dit jaar tegengehouden na hevig protest van parlementairen, rechters, advocaten, mensenrechtenorganisaties en solidaire burgers.

Jammer genoeg stemde het parlement in februari 2017 wél de uitwijzingswet van Theo Francken. Deze wet, ook wel de 'deportatiewet' genoemd, maakt mogelijk dat mensen met een verblijfskaart van onbepaalde duur 'die een gevaar zijn voor de openbare orde of de nationale veiligheid' maar niet veroordeeld zijn, voortaan ook kunnen worden uitgezet als ze in België geboren en getogen zijn. Een simpel proces-verbaal van de politie of een verslag van de Staatsveiligheid volstaat. Het Vlaams Blok schreef in punt 48 van het 70-puntenplan: 'Wie als vreemdeling een veroordeling oploopt voor een misdrijf, waarop minstens 6 maanden gevangenisstraf staat, moet onmiddellijk uitgewezen worden'. Wat destijds alle democraten terecht deed roepen en tieren en het cordon sanitaire als gevolg kreeg, werd in 2017 door dezelfde democraten overtroffen door de uitwijzing mogelijk te maken zonder veroordeling en zo het vermoeden van onschuld in de prullenmand te gooien. Theo Francken ging dus nog verder dan wat Filip De Winter ooit had durven dromen, en dit met de steun van onze regering en onder applaus van ons parlement.

HET CORDON SANITAIRE, OP STERVEN NA DOOD

Het cordon sanitaire wist het Vlaams Blok als partij nuttig te isoleren, maar slaagde er dus niet in om het doorsijpelen van zijn gedachtegoed tegen te houden. Eerst vervuilde dat discours het maatschappelijk debat en vervolgens sloop het ook het beleid binnen. Het feit dat ex-Vlaams Blokkers vandaag aan de slag zijn bij andere partijen heeft daar ongetwijfeld toe bijgedragen.

Onze minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon, is het 'mooiste' voorbeeld. Bij zijn aantreden in 2014 wijzigde hij zijn portefeuille van 'Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen' naar 'Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken'. Het liefst noemt hij zichzelf 'Veiligheidsminister', een programma op zich. Als we hem horen spreken over zijn Kanaalplan in Brussel, doet dat denken aan het 'Recht en orde herstellen in de gettowijken' (punt 16) uit het 70-puntenplan. Dat hoeft niet te verwonderen als we zijn politieke afkomst kennen. Dertig jaar geleden was Jan Jambon medeoprichter van het Vlaams Blok in Brasschaat, samen met Luc Sevenhans (Vlaams Blok-volksvertegenwoordiger, nadien N-VA-senator en nu N-VA-schepen in Brasschaat) en Walter Maes (nu bestuurslid van N-VA-Brasschaat). Met z'n drieën vergaderden ze destijds regelmatig met Filip Dewinter, de vader van het 70-puntenplan. Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Johan Sauwens, moest in 2001 ontslag nemen voor zijn aanwezigheid op de jubileumviering van het Sint-Maartensfonds, een vereniging van Vlaamse oud-oostfrontstrijders en collaborateurs met nazi-Duitsland. Wat we minder weten is dat op deze beruchte viering een toen, buiten extreemrechtse kringen, onbekende jonge veertiger een vurige speech hield op de tonen van de Badenweiler Marsch: het was onze toekomstige Veiligheidsminister, Jan Jambon. Zijn aanwezigheid stoort blijkbaar niemand meer, maar de tekst van zijn speech zou vandaag Jan Jambon zeker zijn plaats kosten. We moeten dus niet verbaasd zijn over zijn controversiële verklaringen over 'mensen die met de Duitsers collaboreerden die hun redenen hadden' of 'dansende moslims' na de aanslagen in Brussel.

Karim Van Overmeire, momenteel Vlaams volksvertegenwoordiger en N-VA-schepen in Aalst maar voormalig prominent lid van het Vlaams Belang, wil 'op enkele punten na' geen afstand doen van het 70-puntenplan. Dat is niet onlogisch. Hij was tot 2010 als kamerlid en senator actief voor het Vlaams Blok en later het Vlaams Belang, en schreef mee aan het 70-puntenplan. Vandaag sluit N-VA-burgemeester in Aalst, Christoph D'Haese, niet uit om een coalitie te vormen met het Vlaams Belang. Hij wordt daarvoor niet op het matje geroepen door zijn partijvoorzitter Bart De Wever.

Jurgen Ceder, nog zo'n N-VA-lid, was actief bij de Vlaamse Radikale Jongeren en in het Taal Aktie Komitee (TAK). Tijdens zijn studententijd was hij als bestuurslid actief in de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) en medeoprichter van Vlaams Blok Jongeren. Hij schopte het tot fractievoorzitter van het Vlaams Belang in de Senaat en schaafde als jurist mee aan het 70-puntenplan. In 2012 haalde N-VA hem binnen. Op enkele jaren tijd haalde N-VA méér dan 50 ex-Vlaams Blokkers en Belangers binnen.

ALS EEN KIKKER IN KOKEND WATER

Hadden ze ons 25 jaar geleden gezegd dat we een groot deel van het 70-puntenplan van het Vlaams Blok zouden toepassen en een ander deel openlijk bespreken, zou iedere democraat geroepen hebben: 'Not in my name'. We lijden collectief aan het syndroom van de gekookte kikker, die uit het kokend water zal springen als ze in een kokende ketel wordt gedropt, maar zich onbewust zal laten koken tot de dood indien de ketel op laag vuurtje wordt gezet tot het kookpunt is bereikt. De realiteit vandaag is dat de democratische partijen beetje bij beetje in opeenvolgende regeringen het programma van het Vlaams Blok ofwel hebben uitgevoerd, ofwel bespreekbaar hebben gemaakt.

Filip Dewinter moet gedeelde gevoelens hebben: de voldoening dat zijn programma uitgevoerd wordt en de frustratie dat het zonder hem gebeurt.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 8 (oktober), pagina 5 tot 9