Log in

Van dorpsstraat naar Wetstraat

Simulaties van de parlementaire zetelverdelingen op basis van extrapolaties van 14 oktober 2018 tonen aan dat de Vlaamse regering in 2019 haar meerderheid nipt zou behouden en de federale regering haar meerderheid zou verliezen.

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN 2018

Van dorpsstraat naar Wetstraat
Sofie Marien, Gert-Jan Put, Jef Smulders, Bart Maddens, Kris Deschouwer en Ine Govaerts
Groene golf, rood tranendal?
Johan Ackaert en Sofie Hennau
Kleur in de gemeenteraad?
Sigrid Van Trappen en Bram Wauters

De uitslagen van de provincieraadsverkiezingen vormen een interessante graadmeter voor de huidige electorale krachtsverhoudingen. Op 14 oktober trokken kiezers immers massaal naar de stembus. Dezelfde partijen die nationaal en regionaal opkomen, waren terug te vinden op het stembiljet van de provincieraad. Dit geeft ons interessant cijfermateriaal om te berekenen hoe de kaarten liggen op zeven maanden van de parlementsverkiezingen.

In dit artikel presenteren we de resultaten van de simulaties van zetelverdelingen voor het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Kamer van Volksvertegenwoordigers op basis van de resultaten van de provincieraadsverkiezingen. Bij gemeenteraadsverkiezingen is de variatie tussen de gemeenten groot. De lokale context verschilt van de ene gemeente tot de andere, met andere thema's, persoonlijkheden en vooral ook vele specifieke lokale lijsten en kartels. Op basis van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen gewestelijke of nationale tendensen berekenen, is dan ook niet zo zinvol. Provincieraadsverkiezingen lenen zich daar beter toe. Het zijn relatief 'lege' verkiezingen, met een beperkte inzet, maar wel met overal hetzelfde partijaanbod. Ze zijn een beetje besmet door de gemeenteraadsverkiezingen, maar bieden vanwege dat homogene partijaanbod de mogelijkheid om in te schatten hoe groot de aanhang is van de verschillende partijen, los van campagnes en persoonlijkheden.

Deze simulaties zijn geen voorspellingen. In tijden van hoge volatiliteit zijn langetermijnvoorspellingen riskant.1 De campagnethema's en kopstukken in 2019 zijn bijvoorbeeld nog onbekend. De simulaties laten ons wel toe inzicht te verwerven in de steun waarop de partijen vandaag kunnen rekenen en de coalities die vandaag mogelijk zouden zijn in de verschillende parlementen.

AANPAK

We bespreken achtereenvolgens onze aanpak voor het Vlaams, Waals en Brussels Parlement, en voor de Kamer.

Vlaams Parlement
Op basis van de Vlaamse provincieraadsuitslagen verdelen we de beschikbare zetels in het Vlaams parlement per provincie met toepassing van de 5%-kiesdrempel en het systeem-D'Hondt. Gezien we in Brussel geen provincieraadsuitslagen hebben, baseren we de simulatieberekening van de zes Brusselse zetels op de algemene trends overheen de Vlaamse provincies.2

Waals Parlement
De zetelverdeling van het Waals Parlement is gebaseerd op kiesarrondissementen en kent een systeem van provinciale apparentering. Alle partijen die de 5%-kiesdrempel halen in het kiesarrondissement worden meegenomen in de zetelverdeling. Daarna wordt er op het niveau van de provincie een verdeling van restzetels georganiseerd waarbij enkel partijen mogen deelnemen die een score van minstens 5% halen op het niveau van de provincie, en minstens 66% van de stemmen die nodig zijn om een zetel in een van de kiesarrondissementen te behalen. Het onderzoekscentrum CRISP presenteerde na de provincieraadsverkiezingen het resultaat van een extrapolatie met provinciale apparentering voor het Waals Parlement.3 We verwijzen hier dan ook naar bij onze bespreking van dit regionaal parlement.

Brussels Hoofdstedelijk Parlement
We gebruiken de trends in de provincieraadsresultaten in de twee gewesten om de Brusselse stempercentages van 2014 aan te passen naar 2018. Deze percentages gebruiken we vervolgens bij de verdeling van de 17 zetels in de Nederlandse taalgroep en de 72 zetels in de Franse taalgroep.

Kamer van Volksvertegenwoordigers
Op basis van de provincieraadsuitslagen berekenen we ook een zetelverdeling in de Kamer met toepassing van de 5%-kiesdrempel en het systeem-D'Hondt. De simulatie voor de kieskring Brussel-Hoofdstad met 15 Kamerzetels is gebaseerd op de trends in de provincieraadsresultaten in respectievelijk de Vlaamse en Waalse provincies.4

RESULTATEN

Het Vlaams Parlement
In Tabel 1 is de huidige zetelverdeling en de gesimuleerde zetelverdeling op basis van de provincieraadsverkiezingen in het Vlaams Parlement weergegeven. Wat blijkt? N-VA zou 11 zetels verliezen, terwijl Vlaams Belang 11 zetels wint. Groen wint 8 zetels. De traditionele partijen, CD&V, Open VLD en sp.a verliezen respectievelijk 3, 2 en 3 zetels. De huidige coalitie van N-VA, CD&V en Open VLD (aangeduid in het licht paars) zou dus haar meerderheid behouden maar de zetels van Open Vld worden hiervoor noodzakelijk.

Het Waals Parlement
In Tabel 2 wordt een vergelijking gemaakt tussen de huidige zetelverdeling voor het Waals Parlement en de simulatie van het CRISP. Ecolo stijgt van 4 naar 13 zetels. PTB wint 4 zetels. De grote verliezer is de PS die 7 zetels verliest. Ook MR verliest 3, cdH 2 en Parti Populaire 1 zetel. Door deze verschuivingen verliest de huidige regering van MR en cdH haar meerderheid. Ook een coalitie tussen PS en cdH die werd gevormd in 2014 – en nog regeert binnen de Franstalige gemeenschap – heeft geen meerderheid. Een coalitie tussen MR en PS haalt wel een meerderheid. Ook een linkse meerderheidscoalitie tussen PS, Ecolo en PTB zou mogelijk worden.

Het Brussel Parlement
Tabel 3 toont de resultaten voor het Brussels Parlement. Binnen de Nederlandse taalgroep stijgt Groen van 3 naar 5 zetels. Het Vlaams Belang wint er 1 zetel bij. Hiertegenover staan N-VA, Open VLD en sp.a die elk 1 Brusselse zetel inleveren. Binnen de Franse taalgroep worden er 72 zetels verdeeld. De drie traditionele partijen verliezen samen 12 zetels. Vooral PS moet zwaar inleveren en zakt van 21 naar 15 zetels. Ecolo stijgt van 8 naar 13 zetels. DéFI zou 7 zetels bijkrijgen als gevolg van de algemene Waalse trend waarbij DéFI stijgt van 2,53% naar 4,62%. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Brussel deed DéFI het behoorlijk, met een aantal goede en minder goede uitslagen. Een bijna-verdubbeling in stemmen bij de volgende gewestverkiezingen – wat onze extrapolatie aangeeft – is echter niet erg realistisch. De winst van DéFi wordt overschat, maar het is onmogelijk om precies te weten hoe groot die overschatting is. Volgens onze berekening behoudt de huidige coalitie van PS, cdH, DéFi, Open VLD, CD&V en sp.a een meerderheid van zetels in het Brussels Parlement, maar haalt ze in de Nederlandse taalgroep slechts 8 op 17 zetels. Aangezien de Brusselse regering in beide taalgroepen een meerderheid nodig heeft, zou er alvast aan Vlaamse zijde naar een alternatieve coalitie moeten worden gezocht.

De Kamer
In Tabel 4 wordt de huidige zetelverdeling in de Kamer vergeleken met het resultaat van de extrapolatie. Wat opvalt is dat de verschuivingen zich over het algemeen binnen linker- en rechterzijde afspelen. Op links zien we dat de traditionele partijen, sp.a en PS, 4 zetels verliezen. De nieuwere partijen, Groen, Ecolo en PTB doen het daarentegen goed. Vooral Groen en Ecolo gaan er fors op vooruit; ze winnen respectievelijk 6 en 5 zetels. PTB krijgt er 3 zetels bij. Langs rechtse kant zien we de grootste verschuiving bij de Nederlandse taalgroep. N-VA verliest maar liefst 9 zetels, die voornamelijk naar Vlaams Belang lijken te gaan. Zij winnen 7 zetels. Bijgevolg verliest de huidige meerderheid van MR, N-VA, CD&V, Open VLD haar meerderheid.

CONCLUSIE

Provincieraadsverkiezingen zijn vrij 'lege' verkiezingen. De inzet en kennis van het provinciale niveau is beperkt en de campagne wordt overstemd door de variëteit aan lokale electorale debatten. Maar provincieraadsverkiezingen laten wel toe om het potentieel van de verschillende partijen in te schatten. Ze zijn een soort peiling die een antwoord geven op de vraag voor wie kiezers vandaag zouden stemmen indien ze de keuze hadden tussen de verschillende partijen die bij gewestelijke en federale verkiezingen opkomen.

Voor Brussel is dat niet zo makkelijk. Er zijn in Brussel immers geen provincieraadsverkiezingen. Daarom hebben we het stemgedrag in Brussel voor het Brussels, Vlaams en Federaal Parlement noodgedwongen gesimuleerd op basis van de stemverschuivingen in Vlaanderen en Wallonië. Het stemgedrag in Brussel verschilt echter altijd wel wat van de twee andere gewesten. Onze simulaties moeten daarom met de nodige voorzichtigheid bekeken worden.

Zelfs met inachtneming van die voorzichtigheid, zijn er duidelijke patronen te ontwaren. Allereerst verliezen de traditionele partijen. Alleen CD&V houdt stand ten opzichte van 2014. Maar precies hier is enige besmetting van de provinciale uitslag door de gemeenteraadsverkiezingen mogelijk. CD&V staat lokaal zeer sterk – sterker dan nationaal – en dat zou kunnen leiden tot wat meer stemmen voor die partij bij de provincieraadsverkiezingen. De winst gaat naar de 'nieuwere' partijen. Groen, DéFI en PVDA (in Wallonië en Brussel vooral) boeken vooruitgang.

Interessant is ook de score voor N-VA. Dat is geen traditionele partij, ook al steunt ze oorspronkelijk op één van de traditionele breuklijnen in de Belgische politiek, en is ze de erfgenaam van de Volksunie en de andere Vlaams-nationale partijen die haar voorafgingen. N-VA betrad als nieuwe partij het politieke landschap zo'n 15 jaar geleden, en groeide het voorbije decennium spectaculair. Inmiddels bestuurt de partij op alle niveaus. Dat betekent allicht dat ze voor de kiezer nu mee behoort tot die partijen die met het bestuur geassocieerd worden, waardoor ze er minder in slaagt om zich als nieuw en alternatief te profileren.

Wanneer we kijken naar de partijen die winst boeken, valt het ook op dat de linkse en de rechtse polen van het politieke spectrum sterker bezet worden. De stemmen vloeien weg uit het centrum en gaan naar partijen die zich linkser (groenen en PVDA) of rechtser (Vlaams Belang) opstellen. Deze partijen zijn niet de meest evidente partners bij coalitievorming. En die zou dus in 2019 – indien de resultaten van onze simulaties bewaarheid worden – wel eens vrij moeilijk kunnen worden.

Voetnoten

  1. Dassonneville, R., Hooghe, M. & Marien, S. (2013). 'Partijtrouw en volatiliteit in lokale verkiezingen'. In: Dassonneville R. et. al. (Eds.), 'De lokale kiezer. Het kiesgedrag bij de Belgische gemeenteraadsverkiezingen van 2012' (pp. 35-66). Brussel: ASP.
  2. Dit gebeurt op basis van de procentuele stijging of daling van elke partij op 14 oktober ten opzichte van het resultaat van de regionale verkiezingen van 2014. Deze procentuele stijging of daling gebruiken we om het stemmenaantal van 2014 in de Brusselse kieskring te updaten. Op 14 oktober haalde CD&V bijvoorbeeld gemiddeld 19,68% van de geldige stemmen in de vijf Vlaamse provincies. Bij de Vlaamse parlementsverkiezingen in 2014 was dit nog 20,59%. Dit is een daling van 0,91 procentpunten en een veranderingsratio van 0,96 (=19,68/20,59) tussen 2014 en 2018. Deze veranderingsratio vermenigvuldigen we met 12,09%, dit is de score van CD&V in Brussel voor het Vlaams Parlement in 2014. De score van CD&V in 2018 wordt 11,55%. Op basis hiervan worden de Brusselse zetels verdeeld.
  3. M. De Muelenaere (15/10/2018). 'Communales 2018: ce qu'il faut retenir, parti par parti'. Le Soir.
  4. We gaan op een gelijkaardige manier te werk als voor de Brusselse zetels van het Vlaams Parlement. Het verschil is dat we de veranderingsratio vermenigvuldigen met het resultaat voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement in 2014. Bij het voorbeeld van CD&V wordt de nieuwe score dan 10,9% (11,43% maal 0,96), die de basis vormt voor de zetelverdeling. Voor de Franstalige partijen werken we op dezelfde manier.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 55 tot 60