Log in

50 jaar reproductieve rechten: opnieuw onder druk

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 61 tot 65

Het principe van reproductieve rechten werd 50 jaar geleden vastgelegd tijdens de Internationale Conferentie over Mensenrechten in Teheran in 1968. Toch is er vandaag geen land ter wereld waar de reproductieve rechten van alle mensen 100 procent gewaarborgd zijn en komen deze rechten opnieuw onder druk. Kleine maar goed georganiseerde groepen laten duidelijk van zich horen. Ze zouden liever terugkeren naar de tijd waarin vrouwen geen controle hadden over hun lichaam en hun leven.

JARIG EN NODIG, OF VERJAARD EN OVERBODIG?

70 jaar mensenrechten: weinig reden tot vreugde
Nele Verbrugghe en Johan Lievens
50 jaar reproductieve rechten: opnieuw onder druk
Sietske Steneker

KEUZEVRIJHEID

De mate waarin vrouwen en koppels vrij zijn om te beslissen of, wanneer en hoeveel kinderen ze krijgen is van groot belang voor hun welzijn en dat van hun kroost. Maar dit beïnvloedt ook hoeveel kinderen geboren worden, en daarmee de demografische ontwikkeling. Waar mensen de vrijheid hebben om hier zelf over te beslissen, blijken ze meestal voor kleinere gezinnen te kiezen. Waar deze keuzevrijheid beperkt wordt, hebben ze vaker heel grote of heel kleine gezinnen, of blijven ze kinderloos.

In landen met een hoge vruchtbaarheid1 wordt het recht van vrouwen om hun eigen keuzes te maken niet alleen beperkt door discriminatie en gebrek aan goede en betaalbare opties met betrekking tot anticonceptie, maar ook door factoren als kindhuwelijken. Ongeveer 95 procent van de geboorten bij tienermoeders vindt plaats in ontwikkelingslanden, en 9 op de 10 van deze geboorten gebeuren binnen een huwelijk of een relatie.

Ook in landen met lage vruchtbaarheid kan er sprake zijn van beperkte keuzevrijheid. Economische factoren, zoals hoge kosten van kinderopvang of hoge opportuniteitskosten van het verlies aan carrièrekansen door het stichten of uitbreiden van een gezin, kunnen ertoe leiden dat vrouwen en koppels in (vaak) rijkere landen hun rechten niet volledig kunnen uitoefenen. Een ander obstakel kan onzekerheid op de arbeidsmarkt zijn. Wanneer jonge mensen hun toekomstige welvaart onzeker achten, kiezen velen ervoor om het stichten van een gezin uit te stellen.

Het resultaat is dat veel vrouwen in landen met hoge vruchtbaarheid meer kinderen hebben dan ze wilden, terwijl er in landen met lage vruchtbaarheid vrouwen zijn die minder kinderen hebben dan ze willen. In beide gevallen kunnen ze hun reproductieve rechten niet ten volle laten gelden. Dit vindt zijn directe weerslag in hun welzijn, maar op termijn ook in de demografische evolutie.

DEMOGRAFISCHE TRANSITIE

Nog niet zo lang geleden kregen vrouwen overal ter wereld veel kinderen. In het jaar 1800 gemiddeld zo'n zes per vrouw. Dit begon te veranderen in de 19e eeuw ten tijde van de Industriële Revolutie, eerst in Engeland en daarna ook elders in Europa. Koppels stelden vast dat ze over de mogelijkheid beschikten om hun gezinsgrootte te beperken; vruchtbaarheid werd een kwestie van bewuste keuze. Tegelijkertijd begon de kindersterfte af te nemen, en namen de mogelijkheden voor vrouwen toe om naar school te gaan en betaalde arbeid te verrichten.

Op dat moment kwam een wereldwijde demografische transitie op gang, waarbij steeds meer landen van hoge naar lage geboorte- en sterftecijfers evolueerden. Die transitie begon echter niet overal op hetzelfde moment en verliep niet overal in de wereld even snel. In Europa nam het gemiddeld aantal kinderen per vrouw af van zes naar minder dan twee in een tijdsperiode van 200 jaar. In de Verenigde Staten en Australië gebeurde iets dergelijks, met een kleine vertraging. De transitie naar lagere vruchtbaarheid begon later in Azië, pas na de Tweede Wereldoorlog, maar voltrok zich in een bestek van 30 jaar. Latijns-Amerika maakte iets soortgelijks mee over een wat langere periode. In de afgelopen 30 jaar is de vruchtbaarheid in Afrika ook afgenomen, maar deze transitie voltrekt zich niet zo snel als elders.

Wereldwijd nam de vruchtbaarheid, het gemiddeld aantal kinderen per vrouw dus, gestaag af. Maar mede gezien de langere levensverwachting voorziet men een verdere toename van de wereldbevolking tot het eind van de 21e eeuw, waarna ze mogelijk zal stabiliseren en op termijn krimpen.2

Terwijl in het verleden de vruchtbaarheid in de wereld overal hoog was, is de situatie nu zeer gevarieerd: van gemiddeld 7,1 kinderen per vrouw in Niger, tot 1 in Cyprus en rond 1,7 in België, Nederland en andere West-Europese landen. Het feit dat de vruchtbaarheidscijfers van land tot land sterk verschillen, wijst erop dat keuzevrijheid wellicht nog niet voor iedereen een realiteit is.

HET BELANG VAN PASSEND BELEID

Of de vruchtbaarheidsgraad nu hoog of laag is, in beide gevallen zijn er uitdagingen voor de economie, de instellingen en de vooruitzichten van een land.

Landen met een hoge vruchtbaarheid hebben vaak een snel groeiende, relatief jonge bevolking. De bevolking van 26 Afrikaanse landen zal in het jaar 2050 zijn verdubbeld.3 Dit maakt het moeilijk voor de overheid om te voorzien in goed onderwijs en kwaliteitsvolle gezondheidszorg, en om de verworvenheden van ontwikkeling vast te houden. Ook werkgelegenheid voor de vele nieuwkomers op de arbeidsmarkt is veelal een probleem. In sub-Sahara Afrika, waar 60 procent van de bevolking jonger is dan 25, verkeren veel landen in deze situatie.

Landen met een lage vruchtbaarheid, daarentegen, kunnen het moeilijk hebben om voldoende arbeidskrachten te vinden om hun economie draaiende te houden of om de socialezekerheidssystemen voor hun vergrijzende bevolking te financieren.

Het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) roept landen daarom op om hun specifieke demografische uitdagingen aan te pakken door de reproductieve rechten van mensen te waarborgen, in plaats van te beperken, en met name door vrouwen en meisjes de kans te geven om hun eigen keuzes te maken.

In een land met hoge vruchtbaarheid betekent dit de gezondheidszorg zo inrichten dat alle meisjes, vrouwen en koppels daadwerkelijke toegang hebben tot reproductieve gezondheidszorg, inclusief de benodigde informatie en anticonceptiemiddelen indien ze die wensen. Het moet ook mogelijk zijn voor meisjes en jongens om onderwijs te volgen, waarin bij hun leeftijd passende seksuele vorming is opgenomen.

Het betekent ook wetten aannemen en beleid voeren om individuele rechten te waarborgen en om kindhuwelijken tegen te gaan, aangezien deze de keuzevrijheid en de seksuele en reproductieve rechten van jonge meisjes schenden. Van meisjes die als kind zijn uitgehuwelijkt, wordt immers vaak verwacht dat ze kinderen baren vanaf hun puberteit. Ook het uitbannen van discriminatie en geweld tegen meisjes en vrouwen is iets dat overheden met voorrang ter hand moeten nemen. Gerichte communicatie naar mannen en jongens om hen bewuster te maken van de rechten en aspiraties van vrouwen en meisjes kan verandering faciliteren, vooral in meer traditionele samenlevingen.

Een land met lage vruchtbaarheid, daarentegen, kan de keuzevrijheid bevorderen door bijvoorbeeld kinderopvang betaalbaar te maken. Vrouwen en koppels kunnen op die manier het ouderschap beter combineren met hun werk en carrière. Meer zekerheid op de arbeidsmarkt, betaald ouderschapsverlof voor mannen en vrouwen, gelijklopende school- en arbeidsuren, flexibele werktijden en betaalbare huisvesting kunnen eveneens een groot verschil maken voor koppels die graag een gezin willen stichten of uitbreiden.

Keuzevrijheid kan de wereld veranderen; dit hebben we gezien in de wereldwijde vruchtbaarheidsdaling en wat dit betekent in toegenomen mogelijkheden voor vrouwen. En keuzevrijheid kan overal werkelijkheid worden. Soms volstaan betrekkelijk eenvoudige beleidswijzigingen om vrouwen de kans te bieden om zelf de koers van hun leven te bepalen.

25 JAAR NA CAÏRO

Er is veel vooruitgang geboekt sinds 1994, het jaar van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling (ICPD, naar de afkorting in het Engels), die in Caïro werd gehouden onder auspiciën van de Verenigde Naties. Het actieprogramma van deze conferentie bevestigde nogmaals dat alle koppels en individuen recht hebben op de informatie en middelen die nodig zijn om zelf te beslissen hoeveel kinderen ze krijgen, 'zonder discriminatie, dwang of geweld'.

Volgend jaar, in 2019, zijn we precies een kwarteeuw verder. Wat zien we? Mensen hebben vandaag inderdaad meer weet van hun reproductieve rechten en keuzes; en ze staan ook sterker om die rechten op te eisen. Tegelijk worden, helaas, jaarlijks nog steeds zo'n 100 miljoen vrouwen onbedoeld zwanger omdat ze geen echte keuze hebben wat betreft anticonceptie. Jaarlijks sterven meer dan 300.000 vrouwen gedurende hun zwangerschap of bevalling omdat ze geen echte keuze hebben met betrekking tot kwalitatief goede gezondheidszorg. En elke dag worden tienduizenden jonge meisjes gedwongen te trouwen. Zij hebben helemaal niets in te brengen. Er is dus nog heel wat te doen.

Toch staan overal ter wereld reproductieve rechten en keuzes onder druk. Kleine maar goed georganiseerde groepen laten duidelijk van zich horen. Zij zouden liever terugkeren naar de tijd waarin vrouwen geen controle hadden over hun lichaam en hun leven.

Ook in Europa proberen dergelijke groepen religieuze overtuigingen en culturele tradities uit het verleden opnieuw te verankeren in wetten en beleid, en hiermee ook op te leggen aan mensen die deze overtuigingen niet zijn toegedaan. Het doel? De keuzevrijheid van mensen beperken; of het nu gaat om huwelijksrechten, echtscheiding, toegang tot fertiliteitsbehandelingen, anticonceptie of abortus. Denk aan de (uiteindelijk niet geslaagde) Europese burgerinitiatieven4 die ondernomen werden tegen abortus en stamcelonderzoek in 2013-2014 en met betrekking tot de definitie van het huwelijk en het gezin in het EU-recht in 2016-2017.

Het jaar 2019, 25 jaar na de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling (ICPD), biedt een uitgelezen gelegenheid voor overheden, organisaties, media en individuen om nogmaals aandacht te vragen en zich te engageren voor het fundament onder de emancipatie van vrouwen (en mannen), en onder sociale en economische ontwikkeling: seksuele en reproductieve gezondheid en rechten.

Het doel is om ervoor te zorgen dat in 2030, het jaar waarin de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen werkelijkheid moeten zijn geworden, de volgende zaken wereldwijd echt tot het verleden behoren: onbeantwoorde vraag naar anticonceptie, moedersterfte die te voorkomen valt, en geweld en schadelijke praktijken gericht tegen meisjes en vrouwen.

De actieve steun van geëngageerde landen als België is in dit verband nog steeds cruciaal.

Voetnoten

  1. Het totale vruchtbaarheidscijfer is het gemiddeld aantal levend geboren kinderen per vrouw. De cijfers in dit artikel (indien geen andere bron is vermeld) zijn ontleend aan UNFPA's Wereldbevolkingsrapport 2018: 'The Power of Choice: Reproductive rights and the demographic transition'. Dit rapport is te vinden in het Engels, Frans en andere talen op www.unfpa.org/swop.
  2. 'World Population Prospects: The 2017 Revision', UN Department of Economic and Social Affairs, New York.
  3. Op.cit.
  4. Sinds 1 april 2012 kunnen EU-burgers de Europese Commissie verzoeken om een wetsvoorstel te maken over een bepaald onderwerp door middel van een Europees burgerinitiatief.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 61 tot 65