Abonneer Log in

Sp.a mag niet braaf zijn

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 26 tot 31

Bestaansonzekerheid is de belangrijkste oorzaak van de diepgaande crisis die onze politieke democratie doormaakt. De keuze van sp.a om van 'zekerheid', in al haar aspecten, het centrale verkiezingsthema te maken is dan ook volkomen terecht. De partij moet er echter over waken dat dit thema niet wordt geïnterpreteerd als een conservatieve strategie van behoud van verworvenheden maar als offensieve en toekomstgerichte visie.

DE VERKIEZINGSRACE

Hoe progressief is de groenblauwe as?
Pascal Debruyne
Quo vadis, CD&V?
Benoit Lannoo
Hoe anders is de 'anderspartij' N-VA?
Nicolas Bouteca en Lorenzo Terrière
Sp.a mag niet braaf zijn
Marc Le Bruyn

Op 17 maart 2018 keurde het Go Left congres van sp.a het nieuwe beginselprogramma 'Nieuwe tijden, nieuw socialisme' goed. Het was lang geleden dat een inhoudelijke discussie over basisbeginselen zoveel enthousiasme in de partij kon genereren. Het was ook het eerste tastbare resultaat van de vernieuwingsoperatie onder John Crombez, dat de hele partij kon doen mobiliseren.

Toen ik op 15 januari de ontwerpversie van het verkiezingsprogramma in mijn mailbox kreeg en er een eerste horizontale blik over liet gaan en alle aandacht werd getrokken naar het centrale thema 'zekerheid', dacht ik: wat is dit braaf, o zo braaf. Waar is de offensieve, hoopgevende en aansprekende boodschap van 'Nieuwe tijden, nieuw socialisme' gebleven? De volledige lectuur van het ontwerpprogramma (162 pagina's, 826 beleidsvoorstellen) heeft me milder gestemd. Dit programma vertaalt wel degelijk de nieuwe basisbeginselen. En bij nader inzien is 'zekerheid' een urgent en noodzakelijk campagnethema.

Rest de vraag: hoe gaan we met dit programma naar de verkiezingen? Aarzelend, omdat we als partij in crisis schrik hebben gekregen van onze eigen schaduw, off zelfverzekerd met een wervend alternatief voor een echt nieuw beleid?

HET ZAL WEL ALTIJD NIET GENOEG ZIJN

Sp.a is een beleidspartij. Daarom is haar verkiezingsprogramma een catalogus voorstellen, die het volledige scala van beleidsdomeinen overspant. Uit die catalogus moet blijken dat de partij weet wat beleidsvoering is. Je merkt de inbreng van specialisten en praktijkmensen op het terrein, van ambtenaren en van een studiedienst die nog haar weg aan het zoeken is. Daardoor is het ook niet verwonderlijk dat vele voorstellen een technocratische inslag hebben, waarvan je je soms kan afvragen 'Wat is hiervan de ideologische grondslag' of 'wie kan hier nu eigenlijk tegen zijn?'.1

Dergelijke catalogus kan echter een pervers effect hebben op wat er na de verkiezingen gebeurt. Als een uitgebreid verkiezingsprogramma, vol technocratische en van ideologie ontdane voorstellen, een alibi wordt om deel te nemen aan een bestuur dat in zijn globaliteit niet strookt met wat een socialistische partij moet uitdragen, dan zit de partij met een groot probleem op het vlak van relevantie en geloofwaardigheid. Dat probleem wordt nog groter als de partij enkel dient om de reststemmen te leveren voor een bestuursmeerderheid waarin andere partijen de plak zwaaien.

Dat is wat er gebeurd is met de coalitievorming in Antwerpen na de gemeenteraadsverkiezingen. Het argument 'we hebben toch veel verkregen' van wat er in ons programma stond, gaf mee de doorslag voor de goedkeuring van het Antwerpse coalitieakkoord, alhoewel toch zowat iedereen aanvoelde dat een volkomen tegennatuurlijke alliantie werd aangegaan met een partij die op zowat alle terreinen de tegenpool van het socialistische gedachtengoed is.

Dat Antwerps scenario weegt op de geloofwaardigheid van de partij. We kunnen het ons niet veroorloven dat het een tweede keer gebeurt. Als de verkiezingsuitslag echt niet goed is en de partij wordt gevraagd voor een Vlaamse meerderheid met een partij die op alle belangrijke kwesties andere, reactionaire en antisociale antwoorden geeft: niet doen! En schep daar vooraf ook duidelijkheid over. Een toekomstig regeerakkoord, ook al worden er compromissen gesloten, moet in de lijn liggen van waar een socialistische partij voor zou moeten staan, namelijk een toekomstgericht, duurzaam en naar gelijkheid en rechtvaardigheid strevend bestuur.

Een tweede probleem met een dergelijk omvattend en uitgebreid verkiezingsprogramma is dat er altijd wel iets op aan te merken zal zijn. Kritiek uit rechtse hoek is normaal. Alleen wordt doorgaans het grofste geschut bovengehaald door mogelijke politieke medestanders. Francine Mestrum merkte in een opiniebijdrage op de webzine voor internationale politiek Uitpers al op dat links beleid vooral door links wordt aangevallen.

Radicale kritiek ziet het totaalplaatje over het hoofd: wordt er, als alles wordt samengeteld nu een meer sociaal, een meer duurzaam en een meer egalitair beleid voorgesteld?2 Een sociaaldemocratisch programma is een reformistisch programma, zowel wat de maatschappijordening als wat de transitie naar een klimaat reddend beleid betreft. Dat is nu eenmaal het DNA van de sociaaldemocratie. Leer ermee leven dat een links programma ook kan worden vertaald in een reformistische strategie van geleidelijke overgang naar een meer duurzame, egalitaire en meer rechtvaardige samenleving. Hoe snel die geleidelijkheid verloopt, is een kwestie van historische breukpunten die moeilijk te voorspellen en nog veel moeilijker te sturen zijn, zelfs niet door partijen die zich 'authentiek links' durven noemen. Maar besef tegelijkertijd dat het uiteindelijke doel van groen en rood hetzelfde is: de klimaatverandering onder controle krijgen, de planeet leefbaar houden en zorgen voor een egalitaire samenleving, waarin alle mensen gelijk zijn.

SOMS RADICAAL, SOMS MAG HET IETS MEER ZIJN

Het programma bevat een aantal game changers die rechtstreeks uit 'Nieuwe tijden, nieuw socialisme' zijn overgenomen. Als die in praktijk worden omgezet, zullen ze inderdaad zorgen voor een kwalitatieve stap voorwaarts naar een progressief en duurzaam beleid.

Het luik over de armoedebestrijding is een sterk onderdeel waarin onder andere wordt voorgesteld het Vlaams budget op te trekken van 7 miljoen naar 200 miljoen euro. De voorstellen rond het pensioen (minimumpensioen van 1.500 euro voor iedereen na 42 jaar werken) maken een einde aan de grote onzekerheden die de vorige regering heeft veroorzaakt. De nadruk komt ook opnieuw te liggen op het wettelijk pensioen als een solidair collectief verzekeringsstelsel. Het gedeelte over het migratie- en asielbeleid is het resultaat van lange discussies binnen de partij. Het is evenwichtig, realistisch maar vooral ook menselijk. Het staat mijlenver van de hardvochtigheid en het geknoei dat het beleid van de vorige staatssecretaris kenmerkte.

Ook het gedeelte over een duurzame toekomst (hoofdstuk 6), dat de basis moet leggen voor een echt klimaatbeleid, zit goed in elkaar. De resolutie over de klimaatwet stelt dat deze wet hetzelfde statuut moet krijgen als de Bijzondere Wet inzake de Institutionele Hervormingen. Dat betekent dat alle regelgeving zal moeten passen in de bepalingen van die wet. Dat is de Copernicaanse revolutie die nodig is om tot een echt klimaatbeleid te komen, de centrale eis van de klimaatbeweging.

Maar het mag ook allemaal iets meer zijn. Het verbaast dat sommige zaken, waarover er in de linkerzijde consensus bestaat, niet worden opgenomen. Zo is er de kwestie van de radicale arbeidsduurverkorting, die door de vakbeweging en middenveldorganisaties op de agenda is gezet.3 Arbeidsduurvermindering zonder inkomensverlies wordt gerelateerd aan de mogelijkheden die technologische evoluties en digitalisering bieden, maar er wordt niet gesproken over echte arbeidsduurverkorting.

Het programma zwijgt ook over de algemene vraag naar politieke vernieuwing, naar een meer efficiënte en performante staatsstructuur. Waarom komen we als socialisten niet met een voorstel dat waarschijnlijk breed gedragen zal worden, en dat echt afstand neemt van meer dan veertig jaar pensée unique op het vlak van staatsinrichting, die voor de huidige bestuurlijke chaos heeft gezorgd. Durf toch zeggen dat de oplossing voor een slankere en meer efficiënte overheid niet ligt in een mythisch confederalisme, maar in het herfederaliseren van een aantal belangrijke bevoegdheidsdomeinen.

Een essentiële kwestie voor een socialistische partij is het versterken van de publieke sector en overheidsinitiatief. Daarom mag het tegengaan van privatiseringen in diverse sectoren meer in de verf worden gezet. Uit het programma blijkt niet, of veel te weinig, dat deze versterking van de rol van de overheid een dragend socialistisch principe is. Het zou als een rode draad door het volledige programma moeten lopen, maar het wordt te weinig geëxpliciteerd. Dat geldt bij uitstek voor de energiesector die zowel in beeld komt als het om het sociale aspect (betaalbare energie) als het klimaataspect (transitie naar hernieuwbare energie en energiebesparing) gaat. En over nationalisering van de energieproductie of energiedistributie wordt gezwegen.

Kortom, als er 826 voorstellen worden gedaan in een verkiezingsprogramma, is het niet zo moeilijk om punten van kritiek te vinden. Een aantal voorstellen zijn zuiver technocratisch, sommige zijn vanuit een socialistische visie discutabel of ze gaan op een aantal terreinen lang niet ver genoeg. Maar het algemene beeld is dat als er een aantal essentiële zaken in dit programma kunnen worden verwezenlijkt, er belangrijke stappen in de richting van een meer egalitaire en duurzame samenleving worden gezet. Laat ons dus daarop focussen en bondgenoten zoeken.

HET CENTRALE THEMA: ZEKERHEID

Het thema zekerheid wordt gekoppeld aan elk van de zeven hoofdstukken van het programma. Op het eerste zicht lijkt het zekerheidsthema uit te gaan van een eerder defensieve invalshoek. Het zou kunnen betekenen: behoud en verdedig wat er verworven is, vooral dan de sociale zekerheid, zoals we die altijd gekend hebben sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het thema herinnert ook aan wat nog altijd beschouwd wordt als de qua marketing beste verkiezingscampagne die de socialisten ooit hebben gevoerd met de slogan 'Uw sociale zekerheid' bij een foto van Louis Tobback in 1995.

De Nederlandse publicist Casper Thomas wijst op het belang van het zekerheidsthema. Hij stelt dat de opkomst van antiliberale regimes, zoals dat van Viktor Orbán in Hongarije, veel te maken heeft met onzekerheid. 'Bestaansonzekerheid en een krimpende horizon zijn belangrijke redenen waarom kiezers zich van de liberale democratie afkeren.'4 Alleen al voor het behoud van de democratische verworvenheden is het belangrijk dat de politiek opnieuw zekerheid kan bieden, aldus Thomas.

De keuze voor het zekerheidsthema is legitiem. Hiermee kan een campagne worden gevoerd die verstaanbaar en concreet is en die tegelijk antwoorden geeft op alle belangrijke problematieken waarop de politiek op dit ogenblik een antwoord moet bieden: sociale bescherming, armoedebestrijding, de dringendheid van ingrijpende klimaatmaatregelen, stopzetten van ongecontroleerde migratiestromen, enzovoort.

BREKEN MET DE POLITIEKE MARKETING

In De Morgen van 26 januari staat een dubbelinterview met de politieke marketeers Jan Callebaut en Guillaume Van der Stighelen.5 Het geeft een goed inzicht in de visie die reclame- en communicatiespecialisten hebben op hoe verkiezingscampagnes moeten worden gevoerd in een onstabiele, onzekere samenleving. Ze zeggen zinnige dingen, onder andere over waarom de kiezer anders redeneert dan de logica die politici, journalisten of academici volgen. Ze spreken over kiezersmarkten en hoe die moeten worden bewerkt.

Dat een slimme, door marketeers aangestuurde campagne soms opmerkelijke resultaten oplevert staat buiten kijf. De 'Uw sociale zekerheid'-campagne heeft de naam van Fons Van Dyck als marketeer definitief gevestigd en was een goed voorbeeld hoe de juiste invalshoek op het juiste moment ook tot het gewenste resultaat heeft geleid. Hetzelfde kan worden gezegd van 'De kracht van verandering', of van langer geleden 'Met deze man wordt het anders'. Maar die succesverhalen verbergen de grote meerderheid van door reclame- en communicatiebureaus aangestuurde campagnes die veel minder succesvol waren. Het gevolg van doorgedreven marketingdenken is dat elke partij gedwongen wordt zich op één thema te richten en dat dan zoveel mogelijk te pushen bij het naderen van de verkiezingsdatum. De benadering van de kiezers als een kiezersmarkt is nefast voor de geloofwaardigheid van de politiek. Het dwingt partijen te vervellen tot single issue partijen, terwijl het te voeren beleid over veel meer gaat dan één thema.

De val waarin sp.a dus kan trappen is dat het zekerheidsthema een marketinggegeven is, waarvan kan worden gehoopt dat het in mei een algemeen aangevoelde bezorgdheid bij de kiezer is. Sp.a kan geen single issue partij zijn. Wat dus moet worden vermeden, is dat het thema 'zekerheid' wordt voorgesteld als een single issue, beperkt tot 'sociale zekerheid'.

Er is nog een bijkomend probleem als het zekerheidsthema wordt gekoppeld aan een straffe, flinkse communicatie. Het migratiethema is bijvoorbeeld evenwichtig en sterk onderbouwd in het programma verankerd. Communiceren dat er 'te veel immigratie' is, dat het beleid van de N-VA-staatssecretaris 'te soft' is of het gebruik van de term 'push back', ondergraaft hetgeen genuanceerd in het programma staat. Het verzwakt de eigen boodschap, door het beleid dat men wil bestrijden impliciet te legitimeren. Een flinks imago strookt niet met de eigenlijke inhoud van het programma en maakt het ook ongeloofwaardig.

Het thema zekerheid is dus belangrijk. Het is socialistisch, het omvat alle beleidsdomeinen, maar gebruik het niet als een reclameslogan. Wel als een vertaling in één woord van de ideologie waar de sociaaldemocratie voor staat.

VERKIEZINGEN WINNEN DOOR UITZICHT OP EEN REGIMEWISSEL

Verkiezingen staan meer en meer in het teken van de strijd tegen het populisme en voor de versterking van de democratie. Tegenover rechts-populisme is links-populisme geen antwoord. Het verkiezingsprogramma van sp.a kan ook niet van populisme worden verdacht. Het is een programma dat bedoeld is om in de praktijk te worden gebracht. Het is een programma voor een linkse, progressieve meerderheid. Dat moet dan ook duidelijk worden gezegd: 'Als u voor ons stemt, dan stemt u voor een progressieve regering'.

Andere partijen zijn daarover ook duidelijk. N-VA wil op federaal niveau de socialisten buitenhouden en op Vlaams niveau een regering die het rechtse Vlaanderen afzet tegen het linkse Wallonië. Maar ook Groen heeft het regeringsperspectief in haar campagne naar voor geschoven: met Groen komt er een klimaatcoalitie.

Sp.a moet duidelijk maken wat een progressieve regering zou betekenen: eerlijke belastingen, een doortastend maar sociaal klimaatbeleid, arbeidsduurvermindering, versterking van de openbare dienstverlening, een meer efficiënte en goedkopere staatstructuur, enzovoort. De bondgenoten voor een dergelijk project zijn er: de niet meer te stoppen klimaatbeweging, de vakbonden die opnieuw een vuist willen maken om de belangen van de werknemers te verdedigen, Beweging.net dat in zijn nieuwjaarsboodschap heeft gepleit voor het afbouwen van pensioensparen, bedrijfswagens en hospitalisatieverzekeringen, enzovoort.

Onze algemene conclusie is dan ook dat sp.a het voortouw moet nemen in een linkse frontvorming en als eerste progressieve partij moet durven zeggen dat de partij een middel is, maar geen einddoel. Dat einddoel is een meer gelijke en een duurzame samenleving en daarvoor zijn alle progressieve krachten nodig.

Of zoals Francine Mestrum in haar opiniebijdrage op Uitpers besluit: 'Zolang de linkerzijde niet verenigd aan een nieuw project kan werken, heeft ze geen toekomst. Zolang ze niet volop een politieke rol opneemt om iets positiefs te verwezenlijken, is het water naar de zee dragen. Wie denkt er na over een ander soort mondialisering? De kapitalisten in Davos. Wie denkt er na over een hervorming van de EU? De rechterzijde. Wie denkt er na over een nieuwe sociale zekerheid? De conservatieven. En de linkerzijde zegt foei foei foei. Punt.'

Laat ons dus maar beginnen aan dat nieuwe project. De dag na de verkiezingen in mei. Het zal nodig zijn.

Voetnoten

  1. Wat moet je bijvoorbeeld met resolutie 215 (in het stuk over jeugdhulp) *? *'De rol van de intersectorale toegangspoort moet wijzigen in een ondersteunende en faciliterende rol die de intersectorale werking stroomlijnt en vereenvoudigt. De intersectorale poort moet functioneren als intersectoraal aanspreekpunt voor hulpverlening uit zowel de eerste lijn als de gespecialiseerde hulp.'
  2. Francine Mestrum, 'De overkant van rechts heeft een probleem', 24/01/2019, http://www.uitpers.be/artikel/2019/01/24/links-heeft-een-probleem/.
  3. Zie ook interview met Olivier Pintelon: 'De 30 urenweek is verrassend realistisch', Samenleving & Politiek, jg. 25/9, november 2018, pp. 4-11.
  4. Casper Thomas, 'De rot zit aan de buitenkant', De Groene Amsterdammer, nr. 4, 23/01/2019.
  5. 'Er is een groot gat in de markt voor een groen-liberale partij', De Morgen, 26/01/2019.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 26 tot 31