Log in

Quo vadis, CD&V?

Gebiologeerd door 'het buikgevoel van de Vlaming', hanteert CD&V steeds vaker het discours van ideologische tegenstanders en vergeet het zich op het eigen ideologische discours - het personalisme - te concentreren: vrijheid in verantwoordelijkheid, verantwoordelijkheid tot solidariteit, solidariteit met vandaag (armoedebestrijding), gisteren (respect voor traditie) en morgen (milieu- en klimaatbeleid), en het subsidiariteitsprincipe.

DE VERKIEZINGSRACE

Hoe progressief is de groenblauwe as?
Pascal Debruyne
Quo vadis, CD&V?
Benoit Lannoo
Hoe anders is de 'anderspartij' N-VA?
Nicolas Bouteca en Lorenzo Terrière
Sp.a mag niet braaf zijn
Marc Le Bruyn

In 1995 waren de fracties van de Christelijke Volkspartij (CVP) met 29 op 150 zetels in de Kamer en 37 op 124 zetels in het Vlaams parlement veruit de grootste en de machtigste. De partij van eerste minister Jean-Luc Dehaene en Vlaams minister-president Luc Van den Brande drukte een christendemocratische stempel op zowel het federale als het Vlaamse beleid. Bijna twintig jaar later, bij de verkiezingen van 25 mei 2014, haalden de Vlaamse christendemocraten voor de Kamer nog slechts 18,6%, wat hen 18 op 150 zetels opleverde. Zelfs de fracties van PS (23 zetels) en MR (20 zetels) zijn voortaan groter; de fractie van N-VA (33 zetels voor het vertrek van Hendrik Vuye en Veerle Wouters) bijna dubbel zo groot. Met 20,5% van de stemmen rijfde CD&V in het Vlaamse halfrond nog 27 van de 124 zetels binnen, een mooie tweede plaats, na de 43 zetels van N-VA. Maar wat vooral opvalt: sinds de verkiezingen van 2014 heeft de partij van Wouter Beke nooit nog de toon gezet. De optredens van vice-eersteminister, Kris Peeters, die in de Wetstraat dagelijks voor de camera's uitlegt wat hij wil maar niet gedaan krijgt, zijn doorgaans aandoenlijk.

Het interne riedeltje ter verdediging daarvan, is al vier jaar hetzelfde: 'We zijn niet langer de grootste en kunnen onze wil niet meer opleggen. Maar wij schuren de scherpe randjes weg van het harde neoliberale beleid dat Open VLD en vooral N-VA willen voeren. Vlaams staan we bovendien sterk op de beleidsdomeinen die ons het meest ter harte gaan: Onderwijs met Hilde Crevits en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin met Jo Vandeurzen.' In mijn opiniestuk 'Het moedige speeksel' in De Morgen (9/08/2016) legde ik al uit dat het eerste deel van de redenering alvast niet klopt. 'Zou het beleid rechtser en asocialer zijn zonder CD&V? De vraag is zonder voorwerp, want het huidige beleid zou er niet zijn zonder CD&V.' Dit was het geval voor zowel de Antwerpse coalitie-De Wever I als de federale coalitie-Michel I. Op Vlaams niveau gaat de stelling niet lineair op: N-VA is sinds 25 mei 2014 in het Vlaamse parlement inderdaad incontournable. Toch gaf Kris Peeters ook daar zijn kaarten te snel uit handen, toen hij op een drafje een akkoord op maat van Bart De Wever en co afsloot. Jo Vandeurzens erfenis op Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt wellicht gevrijwaard, maar de kans is groot dat belangrijke hervormingen die Onderwijsminister Hilde Crevits ondanks noeste arbeid niet kon voldragen er na 26 mei ook niet meer komen.

HOE DE MACHTSKRIMP VERKLAREN?

Natuurlijk verklaren allerlei factoren de afkalving van de macht van de christendemocraten. Sommige ervan kan ik in deze bijdrage niet uitvoerig behandelen; ik som ze wel op.

Een. De doorgedreven secularisering van de Vlaamse samenleving heeft het narratief van de christelijke zuil zo goed als weggeveegd. De christendemocratie is trouwens niet de enige die botst op de ideologische ongeletterdheid van de 21e eeuwers, ook het socialisme lijdt daaronder.

Twee. Het vijandelijke overnamebod van de toenmalige VLD, die via de Nieuwe Christen-Democraten (NCD) in 2002 politici als Johan Van Hecke, Herman Schueremans of Karel Pinxten bij CD&V wegplukten, verdient bij de betere politieke krimi's gerekend te worden. (Is het overigens niet merkwaardig dat de historiek van Open VLD op het internet noch de Wikipedia-pagina's daar met een woord over reppen?) VLD-voorzitter Karel De Gucht gaf mij destijds op een onbewaakt moment mee dat het hem niet alleen om de stemmen van Van Hecke of Pinxten te doen was, maar vooral om het jonge talent dat hij van CD&V overnam: Koert Debeuf, wijlen Hein Diependaele, Annemie Turtelboom, Luc Willems, enzovoort. Bij VLD was Bart Somers – een oud-Volksunie'er – toen zowat de enige generatiegenoot.

Drie. De vervanging in 2003 van de arrondissementele kieskringen door provinciale (behalve in Vlaams-Brabant) vormt een heuse handicap voor een politieke beweging die – ook om ideologische redenen – vooral lokaal verankerd is. Niet toevallig scoort CD&V nog altijd goed in landelijke gebieden waar lokale boegbeelden sterk staan: in de Brugse zuidrand (Hendrik Bogaert of Hilde Crevits), in het Pajottenland (Michel Doomst of Dirk Pieters) of in Noord-Oost-Limburg (Jo Brouns of Lode Ceyssens).

Vier. Naarmate de politiek sterker gemediatiseerd raakt, wordt het moeilijker om beleidsvisies te verdedigen die niet in zwart-witschema's passen. Het christendemocratische 'enerzijds, anderzijds' spoort niet met de heersende mediaformats. Let wel: sommige christendemocratische politici bleven populair hoewel ze zich zelden naar die formats plooiden. Denk aan Inge Vervotte. Vanuit het kabinet-Milquet (cdH) klopte ik vele keren bij haar aan voor een persoffensief rond iets waar de bevoegdheid Werk van Joëlle Milquet met Inge Vervottes portefeuille Ambtenarenzaken samenviel. Vervotte verkoos echter doorgaans mensen in de luwte te ontmoeten en bouwde zo aan de geloofwaardigheid die van haar toch een stemmenkanon maakte.

Vijf. De groei van het koekoeksjong. Natuurlijk zou de politieke geschiedenis van Vlaanderen anders gelopen hebben indien toenmalig CD&V-voorzitter Stefaan De Clerck in de campagne voor de verkiezingen van 2003 niet zo schabouwelijk had gepresteerd en indien zijn opvolger Yves Leterme en vicevoorzitster Cathy Berx daarna niet tot de conclusie kwamen dat CD&V met het gematigde Vlaams-nationalisme moest samengaan om de paarse meerderheid te breken. Model stonden PP in Spanje of de alliantie van CDU en CSU in Duitsland: een christendemocratische centrumpartij – met steun van de christelijke arbeidersbeweging – hand in hand met een gematigd conservatief nationalisme. Voor dat gematigde Vlaams-nationalistische conservatisme stond toen de eenmanspartij van Geert Bourgeois en zijn Antwerpse woelwater De Wever, de jonge N-VA. Eerlijkheid gebiedt toe te geven dat ook ik toen niet heb voorspeld hoe dominant De Wevers identitaire polariseringsdrang ooit zou worden. Wel weigerde ik als enige al in 2006 het CD&V/N-VA-kartelprogramma voor de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen goed te keuren, omdat De Wever mordicus 'illegalen' schreef waar ik liever 'mensen zonder papieren' zag.

DE VAN PEEL-DOCTRINE

Dit incident is symptomatisch voor wat volgens mij de voornaamste verklaring is voor de teloorgang van de christendemocratie in Vlaanderen. Want, let wel, ik vrees dat CD&V op 26 mei 2019 een electorale pandoering krijgt en dat Bart De Wever daarna doet wat Guy Verhofstadt hem in 1999 voordeed: de 'tsjeven' van de kaart proberen te vegen door hen naar de oppositie te verwijzen.

Ik ben niet graag Cassandra, maar helaas was ik het al vaker. Jean-Luc Dehaene gaf ooit toe dat ik de enige was die de verkiezingsnederlaag van 1999 zag aankomen. Ik fulmineerde inderdaad in maart van dat jaar al in de Denk-Mee-Krant van de CVP-Jongeren tegen de precampagne van toenmalig CVP-voorzitter Marc Van Peel, die billboards beplakte met de slogan: 'De Hollanders verdienen 7% minder.' Ik voorspelde letterlijk dat 'de arrogantie als een boemerang in het eigen gezicht zou terechtkomen'. De boemerang bleek later uit dioxine-vergiftigde kippen te bestaan. Ik blijf er echter van overtuigd dat CVP ook zonder dioxinecrisis de verkiezingen van 1999 had verloren. De campagne sprak immers de taal van loutere hebzucht, wat haaks staat op het personalistische gedachtegoed van echte christendemocraten.

De fout die Marc Van Peel in 1999 maakte, maakten de christendemocraten in het algemeen en het Antwerpse oud-boegbeeld in het bijzonder zo vaak, dat ik ze eerder al de Van Peel-doctrine noemde. Denk aan het eerste schepencollege onder Bart De Wever begin 2013, toen schepen van Inburgering Liesbeth Homans plots bij hoogdringendheid de invoering van een 'vreemdelingentaks' aan de agenda toevoegde. De CD&V-schepenen verzetten zich niet. Ik mocht op de volgende bestuursvergadering dus nog eens razen. Los van het feit dat de maatregel geen wetgevende basis had en na enkele dagen al inderdaad door gouverneur Berx geschorst zou worden, stoorde mij dat CD&V hiermee andermaal toegaf aan wat Van Peel 'het buikgevoel van de Antwerpenaren' noemde. Terecht natuurlijk, want met de aankondiging van zo'n maatregel verschoven er inderdaad misschien 200 stemmen: 100 van Vlaams Belang naar N-VA en 100 van CD&V naar de linkse oppositiepartijen. Per saldo betekent dat winst voor Bart De Wever en verlies voor de christendemocraten. CD&V maakt telkens de politiek van de tegenstander mogelijk en versterkt zelfs haar politieke discours, uit vrees voor 'het buikgevoel van de kiezer'.

CD&V HOLT N-VA ACHTERNA

Antonio Gramsci zette in zijn Gevangenisgeschriften haarfijn uiteen hoe een discours dominant kan worden en deze culturele hegemonie daarna de politiek aanstuurt. Ook politieke linguïsten à la Victor Klemperer of Jan Blommaert wezen op het belang van discours binnen een democratie. Helaas hebben populistisch-conservatieve politici daar meer kaas van gegeten dan mainstream christendemocraten (en sociaaldemocraten). Kort door de bocht komt het hierop neer: naarmate je meegaat in het narratief van je tegenstanders 'omdat je anders tegen het buikgevoel van de kiezer ingaat', verspreid je hun discours en versterk je aldus hun positie. Het komt er in de politiek op aan het over jouw ideeën te hebben – zelfs al zijn deze genuanceerd en dus moeilijk verkoopbaar – en daarmee de agenda te zetten. CD&V laat dat na, in het bijzonder sinds de vorming van de Antwerpse coalitie van 2012 en van de Vlaamse en federale coalities van 2014. De Vlaamse christendemocraten hollen vooral de Vlaams-nationalisten achterna. Ze gaan voortdurend mee in politieke discussies op basis van het discours van hun tegenstanders. Ze graven ze zo hun eigen graf.

Laat me dit concreet maken met twee voorbeelden: één uit de socio-economische sfeer en één met betrekking tot het identiteits- en migratiedebat. Maar eerst moet ik uitleggen hoe fundamenteel anders CD&V functioneert dan destijds CVP.

Op het congres van Kortrijk van 29 september 2001 werd niet alleen de nieuwe naam 'Christen Democratisch & Vlaams' onthuld, maar werd ook de 'standenpartij' ten grave gedragen. Tevoren werd over elk standpunt langdurig gedebatteerd op arrondissementele, provinciale en nationale bestuursvergaderingen (en alles nog eens overgedaan bij de CVP-Jongeren, bij Vrouw & Maatschappij en bij de CVP-senioren). Telkens werden de inzichten van de centrumlinkse arbeidersbeweging afgewogen tegen deze van de werkgevers- en middenstandsbeweging en tegen de belangen van de landbouwers en hun organisaties. Het ritueel was saai en ging traag, maar CVP bleef zo een centrum- en volkspartij waar verschillen met elkaar verzoend werd. Stefaan De Clerck en consorten gooiden dit alles op de schopstoel. Sindsdien wordt het merendeel van de CD&V-parlementsleden nog altijd geleverd door wat nu Beweging.net heet, maar beslissingen worden genomen door een kleine kern toplui zonder dat vroegere uitbalanceren van inzichten.

Voorbeeld 1: de studentenarbeid. Jarenlang hebben de sociale partners gepalaverd over een vereenvoudiging van het systeem van 23 dagen studentenarbeid tijdens het eerste, tweede en vierde kwartaal en 23 dagen tijdens het derde. Joële Milquet (cdH) slaagde er als titularis op het departement Werk in 2010 in lopende zaken in een compromis met 50 dagen studentenarbeid te doen goedkeuren; haar opvolgster Monica De Coninck (sp.a) maakte daar 100 halve dagen van. Voor de vakbonden waren dit fikse toegevingen. Hoe flexibeler de studentenjobs, hoe makkelijker studenten kwetsbare werkzoekenden van de arbeidsmarkt verdringen. Maakt CD&V-minister van Werk, Kris Peeters, daar vanaf januari 2017 wel geen 475 uren studentenarbeid van? Dat is meer dan wat de verzamelde rechterzijde van Leterme I tot Di Rupo ooit opeiste; Zuhal Demir (N-VA), Martine De Maght (LDD) of Christine Mattheeuws (Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen) schreeuwden altijd om 400 uur. Wat baat sociaal overleg, als de patroons weten dat ze maar moeten wachten tot ze van CD&V-excellenties meer te krijgen dan wat ze vroegen? En waarom vanuit de christelijke arbeidersbeweging nog op CD&V stemmen?

Voorbeeld 2: de saga over de vreemdelingentaks. Homans had de christendemocraten daarmee begin 2013 in het defensief gedrongen, maar gouverneur Berx had de Antwerpse beslissing bij gebrek aan wettelijke basis van tafel geveegd. De regering-Michel I creëerde deze wettelijke basis echter via de Vreemdelingenwet die in 2015 van kracht ging. Een CD&V-parlementslid sms'te mij dat ze kotste toen ze de gemeentelijke vreemdelingenretributie goedkeurde. Ik antwoordde dat ze op dieet moest, zodat haar kots voldoende doorzichtig werd om alsnog het rode knopje te vinden. Gemeenten kunnen voortaan kiezen of ze aan niet-EU-buitenlanders een extra taks vragen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van hun tijdelijke verblijfskaart. Alleen steden en gemeenten met N-VA-meerderheden doen dit – Aalst, Antwerpen en Lubbeek zijn de bekendste. Vlaams Belang bepleitte tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 in 140 gemeenten een daadwerkelijke inning van zo'n vreemdelingentaks. Kortom: CD&V'ers werkten naarstig mee aan het instrumentarium om het identitaire discours van de tegenstrevers luider te laten klinken.

Waarom waren Beke en Peeters er in 2014 zo op gebrand N-VA in de federale regering te loodsen? Omdat zij overtuigd waren de Vlaams-nationalisten met regeringsdeelname klein te krijgen: de N-VA'ers zouden er niks van bakken. Misrekening! Zo reed Jan Jambon op Binnenlandse Zaken na de terreuraanslagen een keurig parcours. Beke en Peeters hebben zich echter op nog drie vlakken mispakt. Ten eerste aan de figuur van De Wever. Je mag zo'n man niet buiten de regering houden. In 2010 beschreef de Nederlandse psycholoog Joost Bosland in De waanzin rond Wilders - psychologie van de polarisatie in Nederland dat niet alleen Geert Wilders' populariteit met het borderlinesyndroom te vergelijken is, maar dat ook de omgeving – net als bij echte patiënten – na een tijdje borderline vertoont: zwart-witdenken, polarisering, verruwing. De Wever laat vanuit het Schoon Verdiep al meer dan zes jaar de Vlaamse samenleving op zijn ritme dansen; het zijn Beke en Peeters die hem deze riante positie gunden. Ten tweede keurde CD&V in de regering-Michel I steevast maatregelen goed die de partij bij de eigen achterban moest verdedigen met hoger geciteerd riedeltje. En ten derde, de Arco-regeling. Dat stond misschien ergens in een Atoma-schriftje, maar Peeters werd sinds 2014 voortdurend aan het lijntje gehouden.

HOE UIT DE IMPASSE GERAKEN?

Zijn er alternatieven voor de impasse waarin de Vlaamse christendemocraten zijn verzeild? Misschien, al komen ze daar wellicht slechts na een oppositiekuur aan toe. Vooreerst is het onzin dat de kleinere coalitiepartners zwakker staan dan grotere. Zeker in Antwerpen had de partij tijdens de vorige legislatuur Bart De Wever op zijn plaats kunnen zetten. De vijf CD&V-gemeenteraadszitjes waren voor zijn coalitie immers onmisbaar. Ik schreef op 8 januari 2014 op de VRT-webstek – in samenspraak met de hele Antwerpse CD&V-top – een opiniestuk getiteld Meester, Bart doet het weer!: 'Een glas water kan ook overlopen, onnodige spanning kan een rekker ook doen springen'. Maar Van Peel werd bij de burgemeester op het matje geroepen en distantieerde zich van mijn dreigement.

Belangrijker dan dreigementen, is evenwel dat de christendemocraten zich uitsluitend mogen concentreren op en deelnemen aan een beleid dat met de beginselen van het sociaal personalisme strookt: vrijheid in verantwoordelijkheid; verantwoordelijkheid tot solidariteit; solidariteit met vandaag (armoedebestrijding), vroeger (respect voor traditie) en morgen (milieu- en klimaatbeleid); en het subsidiariteitsprincipe. Alleen inhoudelijke rechtlijnigheid is een heilzame politieke strategie.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 14 tot 19