Abonneer Log in

Fuseer PvdA en GroenLinks!

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 40 tot 46

Én brede volkspartij willen zijn én daadkrachtig de grote problemen van deze tijd trotseren, gaan niet samen. Beter dan te pogen alle sociale klassen aan zich te binden doen PvdA en GroenLinks er goed aan belangrijke vraagstukken van deze tijd – klimaatverandering, immigratie en integratie – naar hun hand te zetten als geprofileerde links-progressieve fusiepartij.

BUITENLAND

Bericht uit het ‘echte’ Zweden
Inga Verhaert
Fuseer PvdA en GroenLinks!
Peter Kanne
Welke strategie kiest Amerikaans links?
Dimitri Neyt
Duitse arbeidsmarkt: model of waarschuwing?
Bjorn Gens

Wat zijn de grote vraagstukken van deze tijd volgens Nederlandse kiezers? De aloude 'sociaaleconomische' onderwerpen: bestaanszekerheid, de kloof tussen arm en rijk, werkgelegenheid en gezondheidszorg. En daarnaast de zogenaamde 'sociaal-culturele' onderwerpen als de vluchtelingenproblematiek, het samenleven van verschillende culturen, nationale en internationale veiligheid. En natuurlijk klimaatverandering.

Tien jaar geleden begon de economische crisis zowel tot de politiek als tot de kiezers door te dringen. Gezondheidszorg, sociale zekerheid, armoedebestrijding en de economie waren de belangrijkste issues voor kiezers. Gevolgd door de bestrijding van criminaliteit en terrorisme.1 In maart 2019 horen sociaaleconomische issues als gezondheidszorg, sociale zekerheid en economie nog steeds bij de belangrijkste kiezersonderwerpen, maar zijn ze iets minder prangend dan tien jaar geleden.2

Op dit moment is klimaatverandering één van de belangrijkste onderwerpen. In 2009 was het milieu – zoals het toen nog genoemd werd – voor zo'n 20% een reden om voor een partij te kiezen en 'bungelde' daarmee onderaan het prioriteitenlijstje. In maart 2019 is dat het dubbele en staat het voor de meeste kiezersgroepen in de top 3.

Sociaal-culturele onderwerpen als immigratie, integratie, veiligheid en de dreiging van terrorisme zijn belangrijker geworden – al fluctueert dit sterk en is de impact afhankelijk van gebeurtenissen als vluchtelingenstromen, aanslagen of uitspraken en publicaties. Ook de Europese Unie als thema heeft aan gewicht gewonnen.

Ook de twee verkiezingen die dit jaar in Nederland plaatsvonden – de Provinciale Statenverkiezingen en de Europese Parlementsverkiezingen – gingen voor een belangrijk deel (voor de kiezers althans) over duurzaamheid, immigratie, de economie en – die laatste – over de Europese Unie zelf.

GROENLINKS-, PVDA- EN SP-KIEZERS HECHTEN BELANG AAN DEZELFDE ISSUES…

Voor GroenLinks-, PvdA- en SP-kiezers zijn in feite dezelfde vijf thema's redenen om op (een van) deze partijen te stemmen bij Parlementsverkiezingen: inkomensverdeling, zorg, klimaat, werkgelegenheid, onderwijs, maar in een verschillende volgorde van belang ( Tabel 1 ). Op het eerste gezicht lijkt het erop dat kiezers hun keuze vooral bepalen op basis van sociaaleconomische thema's. Immigratie, vluchtelingen, de dreiging van terrorisme of veiligheid, worden door PvdA-, GroenLinks- en SP-kiezers minder dan gemiddeld naar voren gebracht als onderwerpen die speelden bij het bepalen van een stem.

Echter, dit zijn antwoorden die kiezers geven op de vraag 'Welke onderwerpen spelen een belangrijke rol bij uw keuze voor deze partij?'3 in campagnes voorafgaand aan verkiezingen. Dat wil niet zeggen dat sociaal-culturele onderwerpen geen rol spelen. Dat doen ze wel, op een defensieve manier. Om het Cruijffiaans uit te drukken: je kan er de strijd niet mee winnen, maar wel mee verliezen.

… MAAR SP-KIEZERS DENKEN ANDERS DAN GROENLINKS- en PVDA-KIEZERS

Kiezers zijn vrij consistent in hun opvattingen over deze kwesties. De gemiddelde kiezer is op sociaaleconomische onderwerpen overwegend links georiënteerd en op sociaal-culturele issues overwegend conservatief ingesteld4, en dat is de afgelopen jaren niet wezenlijk veranderd.

Eind 2016 zagen we dat kiezers over een aantal politieke kwesties anders oordeelden dan in 2010. Veel kiezers bleken eind 2016 niet tevreden over een aantal grote operaties die door de kabinetten-Rutte I en II (2010-2012) werden doorgevoerd. Een meerderheid van hen wilde bijvoorbeeld de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar, en ze wilden de bezuinigingen in zorg en het eigen risico in de zorg het liefst terugdraaien. Ook de weerstand tegen marktwerking in zorg en onderwijs was toegenomen. Men wilde eind 2016 wel meer investeringen in duurzame energie.

Met betrekking tot migratie en het samenleven tussen inwoners van verschillende culturen laten kiezers een tweeledig beeld zien. Een beeld van tolerantie, maar wel volgens de Nederlandse mores. In principe hebben moslims volgens de Nederlandse kiezers dezelfde rechten en plichten als christenen, maar driekwart vindt dat moslims en andere etnische minderheden zich 'volledig moeten aanpassen aan de Nederlandse manier van leven'. Zes op de tien Nederlanders willen liever geen arbeidsmigranten toelaten.

Op de sociaaleconomische dimensie zien we dat SP-kiezers het meest 'hard-links' denken, soms met GroenLinks-kiezers als nummer twee, dan weer met de PvdA-kiezers direct achter zich.5 SP-kiezers willen de meest forse nivellering van inkomens, de AOW-leeftijd terug op 65 jaar (waar GroenLinks-kiezers niet voor zijn), het eigen risico en marktwerking in de zorg afschaffen.6

Er is nog een belangrijk verschil: SP-kiezers zijn gemiddeld lager opgeleid en hebben een beduidend lager inkomen dan GroenLinks- en PvdA-kiezers. Voor SP-kiezers zijn deze sociaaleconomische kwesties dus niet louter een kwestie van solidariteit, maar van bittere, persoonlijke noodzaak. Het klimaatdebat geeft hiervoor een goede illustratie. Alle drie kiezersgroepen (GroenLinks, PvdA en SP) maakten zich in maart 2019 meer dan gemiddeld zorgen over klimaatverandering7, maar de SP-kiezer scoort twee keer hoger (57%) op de stelling 'Ik kan het me financieel niet veroorloven om duurzamer te leven' dan GroenLinks- (28%) en PvdA-kiezers (32%). We zagen dit jaar dan ook dat, naarmate de klimaatplannen concretere vormen aannamen, SP'ers huiveriger werden om de klimaatmaatregelen te steunen dan GroenLinks- en PvdA-kiezers.

Op de sociaal-culturele dimensie zijn de verschillen groter en wezenlijker. GroenLinks-kiezers zijn het meest progressief, SP-kiezers het meest behoudend. Zowel kiezers van GroenLinks, PvdA als SP vonden eind 2016 in meerderheid dat 'moslims zich volledig moeten aanpassen aan de Nederlandse manier van leven', maar SP-kiezers vinden dat vaker dan GroenLinks- en PvdA-kiezers.8 De verschillen tussen de kiezersgroepen waren nog groter bij de stelling over het beperken van arbeidsmigratie uit Oost-Europa.9

BUITENLAND IS BINNENLAND GEWORDEN

Tien jaar geleden leek Nederland zich meer achter de dijken te verschansen: de opstelling van Nederland in de Europese Unie werd assertiever, Nederland trok zich terug uit de vredesmissie in Uruzgan en er werd fors bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking en defensie. Dit was toen redelijk conform de kiezerswensen. Ondertussen lijkt het buitenland herontdekt te zijn. Clingendael-directeur Monika Sie stelde vorig jaar in NRC: 'Vroeger was het 'buitenland' de laatste paragraaf in verkiezingsprogramma's, stukken in kranten waren door deskundigen voor deskundigen. Nu is het voorpagina'.10 De sociaal-culturele dimensie gaat in feite over de tegenstelling nationaal-internationaal en deze tegenstelling grijpt steeds dieper in in het leven van mensen.

Ook op deze onderwerpen (internationale samenwerking, Europese Unie) zijn SP-kiezers het meest sceptisch. SP-kiezers zijn veel minder tevreden over de Europese Unie dan GroenLinks- en PvdA-kiezers (al zouden bij een referendum zeven op de tien SP-kiezers stemmen voor 'in de EU blijven'. Onder GroenLinks- en PvdA-kiezers is dat ruim 90%.)

ALLEEN OF SAMEN?

Nu duidelijk is wat volgens kiezers de belangrijke vraagstukken van deze tijd zijn – klimaatverandering, immigratie, de kloof tussen arm en rijk, gezondheidszorg – en hoe de kiezers van PvdA, GroenLinks en SP hier over denken, wordt het allengs scherper wat deze partijen moeten doen om hun positie te versterken.

In de eerste plaats: de drie linkse partijen kunnen hun doelen niet realiseren als ze zelfstandig blijven doorgaan. De afgelopen 25 jaar haalden de drie samen zo'n derde van de stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen (34%); bij de laatste verkiezingen (2017) was dat nog geen kwart (24%) en in de peilingen staan ze samen momenteel (juli/augustus 2019) op iets meer dan een kwart van de stemmen.

Minstens één van de drie partijen is op gezette tijden bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. PvdA likte de wonden na de verkiezingen van maart 2017 en lijkt zich nu wat te herpakken. GroenLinks was de afgelopen jaren de grootste op links, maar van een echte doorbraak wil het maar niet komen. En SP zit nu in een identiteitscrisis, na het echec van de Europese Parlementsverkiezingen waarbij ze geen enkele zetel wist te halen. Om te groeien moeten de linkse partijen steeds kiezers weghalen bij de partijen die ideologisch het dichtst bij ze staan en met wie ze in naam samenwerken. Het zijn – als je naar het grotere plaatje kijkt – slechts schermutselingen in de marge: de linkse koek wordt niet groter.

Als de linkse partijen de stand van het land naar hun hand willen zetten kunnen ze dat – kortom – niet alleen, maar zouden ze echt samen moeten gaan. En zoals hierboven uiteengezet: programmatisch kan dat het best met PvdA en GroenLinks, en niet met de SP.

In de eerste plaats zijn de partijen het aan hun idealen en doelstellingen verplicht. Van partijen die rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, internationale solidariteit en duurzaamheid nastreven, zou je mogen verwachten dat ze het beleid niet willen overlaten aan rechts. Sinds 2002 is het electorale strijdtoneel opgeschoven van een strijd tussen links en rechts naar een strijd tussen centrumrechts en populistisch rechts. De linkse partijen spelen een bijrol.

In de tweede plaats: een fusie kan electoraal lucratief zijn. Uit onderzoek dat ik deed bij I&O Research blijkt dat een fusie tussen GroenLinks en PvdA meer stemmen zou kunnen opleveren dan de partijen apart samen kunnen halen.11 80 tot 90% van de GroenLinks- en PvdA-kiezers zou op een fusiepartij van GroenLinks en PvdA willen stemmen, maar ook een kwart van de huidige D66- en SP-stemmers zou overstappen. Waar GroenLinks en PvdA in de peilingen nu tussen de 25 en 30 zetels halen, zouden ze er als gefuseerde partij tussen de 35 en 40 kunnen halen (Figuur 1). Met SP erbij zou de grotere fusiepartij (van GroenLinks, PvdA én SP) er minder halen dan een fusiepartij van GroenLinks en PvdA: veel GroenLinks- en D66-kiezers haken dan af (Figuur 2).

Een Nieuwe Linkse Partij van GroenLinks en PvdA zou de grootste partij van Nederland kunnen worden of toch op zijn minst meedoen om die strijd, en daarmee het initiatief naar zich toe kunnen trekken.

Een derde reden om te kiezen voor een grotere, links-progressieve Nieuwe Linkse Partij is een defensieve: de mogelijkheid bestaat nog steeds dat een nieuwe populistische partij in het links-conservatieve gat duikt: het kwadrant van het electoraat waar zich in feite de meeste kiezers bevinden. Zoals de Vijf Sterrenbeweging dat in Italië deed: een anti-elitepartij, die even makkelijk strijdt tegen corruptie, opkomt voor het klimaat als anti-immigratie is.

EEN BREDE VOLKSPARTIJ?

Voor PvdA is het idee van de brede volkspartij – een partij die er is voor zowel de lagere als hogere sociale klassen – sinds haar oprichting een heilig mantra waar niet aan getornd mag worden. Maar de sociaaldemocraten verloren progressieve kiezers aan GroenLinks en D66 en behoudender kiezers aan SP, PVV, 50 Plus en DENK. In 2017 stemde nog 6% op PvdA.

GroenLinks-leider Jesse Klaver lijkt de inschattingsfout van PvdA te willen herhalen. Op het jubileumcongres van zijn partij zei hij: 'We zijn opgericht als een avant-gardepartij, nu is het onze opdracht om een brede volkspartij te zijn'.12

Een Nieuwe Linkse Partij – of welke partij dan ook – moet zich niet afvragen: 'Hoe kan ik alle sociale klassen aan mij binden?'. Als dat het leidmotief is zal geen van die klassen zich in de partij herkennen en kiezen voor een partij die zich welduidelijk profileert. Een partij moet zich eerst en vooral afvragen: 'Wat zijn de doelen die ik wil verwezenlijken en hoe krijg ik de kiezers mee in die doelen?'

De strijd om de kiezer is voor een belangrijk deel ook – al realiseer ik me dat dat vieze woorden zijn in de politiek – een kwestie van positionering en marketing. Een Nieuwe Linkse Partij zou zich om electoraal succesvol te zijn, moeten opstellen als een ambitieuze, links-progressieve voortrekkerspartij met gevoel voor realisme en verantwoordelijkheid. Geen tegenpartij, maar een constructieve sociaal-progressieve partij waarbij het tegengaan van klimaatverandering één van de speerpunten is.13

Een fusiepartij van GroenLinks en PvdA zal hoger opgeleiden meer aanspreken dan lager opgeleiden, maar hoe erg is dat? Natuurlijk zal een linkse politieke partij opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, dat is de essentie van linkse politiek. En bovendien: bij de laatste verkiezingen leek de inkomensverdeling voor zowel de PvdA- als GroenLinks-kiezers sterk op die van gemiddeld Nederland.

Een ander voordeel is dat deze fusiepartij voor jong en oud aantrekkelijk kan worden. Nu trekt GroenLinks veel jonge kiezers, terwijl bij PvdA oudere kiezers sterk oververtegenwoordigd zijn.

Maar een Nieuwe Linkse Partij kan bovenal serieus tegenwicht bieden aan (populistisch) rechts en zich meer op de hoofdlijnen in de politiek richten. Mocht er in Nederland een Beppe Grillo opstaan – het is eigenlijk een raadsel dat dat in Nederland nog niet is gebeurd – dan vindt hij ten minste een robuust en verenigd links progressief blok tegenover zich, in plaats van een verdeelde en versplinterde verzameling partijtjes. Het biedt links een reële kans de grotere, existentiële problemen van deze tijd het hoofd te bieden.

VOETNOTEN

  1. Gezondheidszorg, sociale zekerheid, armoedebestrijding, economie werden september 2009 door 40 tot 57% genoemd als onderwerpen die een belangrijke rol spelen bij de partijkeuze. Criminaliteit / terrorisme door 42%, integratie door 28%. Bron: TNS Nipo 2009.
  2. Bron: I&O Research 2019.
  3. In dit geval een gemiddelde van stemmotieven bij Tweede Kamerverkiezingen 2017, GR2018, PS 2019 en EP 2019.
  4. Om dit te illustreren behandel ik een aantal issues waarvan ik de opvattingen begin 2010 – voor mijn boek, 'Gedoogdemocratie' (2011), ik was toen nog werkzaam bij TNS NIPO – en eind 2016 heb onderzocht. Aangevuld met actueler onderzoek.
  5. Waarbij opgemerkt dient te worden dat ten tijde van dit onderzoek PvdA in de regering zat en degenen die toen nog op PvdA wilden stemmen kennelijk relatief positief stonden tegenover het kabinet Rutte II (VVD en PvdA).
  6. PVV-kiezers denken sociaaleconomisch vaak nog linkser dan PvdA- en GroenLinks-kiezers; bijvoorbeeld met betrekking tot de bezuinigingen in de zorg of de AOW-leeftijd.
  7. GroenLinks-kiezerz: 92%, PvdA-kiezers: 81%, SP-kiezers 72%.
  8. GroenLinks-kiezers: 54%, PvdA-kiezers: 59%, SP: 74%. PVV-kiezers: 93%.
  9. 'Het aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europa moet worden beperkt om de banen van Nederlandse werknemers te beschermen.' Van de SP-kiezers was 62% het hiermee eens, tegen 38% van de PvdA-kiezers en 28% van de GroenLinks-kiezers. PVV-kiezers: 92%.
  10. 19 april 2018.
  11. Mei 2019. Zie https://ioresearch.nl/Home/Nieuws/fusie-tussen-groenlinks-en-pvda-kan-sterke-brede-partij-opleveren#.XPe7gCIzaUk.
  12. Bron: NRC 19 mei 2019 https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/19/klaver-hekelt-geflirt-met-extreem-rechts-van-baudet-a3960766.
  13. In twee citaten uitgedrukt (antwoord op de vraag 'Wat zou deze Nieuwe Linkse Partij moeten doen om uw stem te winnen?'): 'Constructief zijn (geen tegenpartij), sociaal, progressief en medemenselijkheid met betrekking tot vluchtelingen tonen. Compassie hebben met de zwakkeren in de samenleving.' (GroenLinks-stemmer).' 'Zorgen voor constructief links beleid met de bereidheid om te willen regeren, maar niet tegen elke prijs zijn kernwaarden inleveren.' (PvdA-stemmer).

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 40 tot 46