Abonneer Log in

Five chapters on wanting both ways

Emile Zola Prijs 2020 - 1e PLAATS

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 62 tot 69

Vijf plekken van betekenisvolle verwarring, gelegenheden waarin mijn overtuigingen werden geprovoceerd, vraagstukken die vroegen om herinterpretaties van wat reeds evident leek. Vijf hoofdstukken waarin ik stukliep op het idee consequent te zijn en wat ik daaruit leerde.

EMILE ZOLA PRIJS 2020 - WINNAARS

Five chapters on wanting both ways
Martha Balthazar
Onze amygdala
Marta Maes
Narcissus in quarantaine
Jens Meijen

'In other words, she wanted it both ways. There is much to be learned from wanting something both ways.' (Maggie Nelson in The Argonauts)

1.

Ik laat het rietje tussen mijn vingers dansen, breng het uiteinde naar mijn mond toe en doe alsof ik rook uitblaas. Ik ben twaalf en ik haat rokers, ik vind dat ze stinken en begrijp niet waarom ze zo nodig dood willen. Toch zou ik er graag eens uit zien als Olivia Newton John op het einde van Grease, of als mijn oudere nicht wanneer ze haar hoofd schuin houdt en een trek van haar sigaret neemt. Deze vrouwen staan hun mannetje, denk ik, ze nemen hun rechtmatige plaats in, ze zien eruit alsof ze weten hoe ze moeten bestaan.

In het begin van de 20e eeuw was er een groot taboe rond vrouwen die rookten, het werd als lomp en onbeleefd beschouwd, twee zaken die je als vrouw gewoonweg niet kunt zijn. Maar met de industrialisering groeide de tabaksproductie aanzienlijk en dus moest de afzetmarkt ook groeien. Om honderd procent van hun mogelijk cliënteel te bereiken, werd het voor de tabaksindustrie belangrijk het taboe rond de rokende vrouw te breken. Als een perfide publiciteitsstunt overtuigden adverteerders verschillende bekende suffragettes om publiekelijk te roken tijdens de Easter Sunday Parade in New York, dit met de bijhorende slogan: 'torches of freedom'. Het consumeren van sigaretten bij vrouwen steeg aanzienlijk vanaf dat moment en een rokende vrouw wordt tot op de dag van vandaag gezien als onafhankelijk en sterk. De sigaret betekende plots vrijheid, het betekende dat je je mannetje kon staan. Dat was mij zelfs op mijn twaalfde niet ontgaan.

Wat moet ik ondertussen met zo'n geschiedenis, als jonge feministe? Natuurlijk ben ik blij met de groeiende vrijheid van de vrouw, zelfs als deze vrijheid het roken van sigaretten inhoudt. Ik ben intussen groot en wijs en weet dat iedereen recht heeft om te stinken of om haar of zijn leven op het spel te zetten. Dat een sigaret bij uitstek het product is dat je de vrijheid geeft om er bijzonder afhankelijk van te zijn is één iets, maar de ironie van deze anekdote gaat nog verder. Als mijn vrijheid mij verleend wordt in ruil voor een ander soort gevangenschap, als mij vrijheid wordt geschonken zodat ik deel word van een markt die mij niet als vrije mens maar als afhankelijke consument wenst, dan kan ik daar niet echt blij mee zijn. Als bovendien een groep van hoofdzakelijk mannen heel veel geld verdient en baat heeft bij de vrijheid die ze mij 'schonken', dan weet ik niet welke winst we geboekt hebben. Hoeveel onvrijheid zit er in het vermarkten van vrijheid? Wat is de waarde van changing the system from within?

De motieven van zij die je vrijheid 'verlenen' zijn per definitie verdacht, omdat woorden als 'verlenen' of 'schenken' de facto een machtsverhouding in zich dragen, omdat zulke woorden vaak synoniemen zijn voor 'verkopen'. Vrijheid krijgen in het regime van een ander betekent meestal dat de ene machtsverhouding de andere vervangt, van onderdrukte vrouw ga je naar afhankelijke consument. Het systeem van binnenuit veranderen wil in vele gevallen zeggen dat je vrijheid moet gaan 'verdienen', van afhankelijke vrouw kan je jezelf promoveren naar vrouw die ook een beetje man mag zijn, die haar 'mannetje kan staan'.

Changing the system from within betekent dat je speelt volgens 'hun' regels: het patriarchaat bestrijden volgens de logica van de markt. Dat is zoals de ecologische crisis aanpakken binnen een antropocentrische filosofie, zoals kapitalisme bevechten door volop de juiste 'groene', 'duurzame' 'biologische' dingen te gaan consumeren. Het is dweilen met de kraan open. ' _Si vous êtes pris dans le rêve de l' autre, vous êtez foutu_', zegt Gilles Deleuze.

2.

Ons huidige politieke klimaat toont ons een samenleving vol onbehagen. De golf van protesten die 2019 tekende en de golf van proteststemmen die de Belgische en vele andere verkiezingsuitslagen tekende, vertelt ons hoeveel woede, angst en onrust er leeft. Het vertelt ons evenzeer dat deze woede, angst en onrust verschillende publieken kent. De jongeren die gingen protesteren voor het klimaat zijn niet dezelfde boze burgers die in gele hesjes op straat komen of de honderdduizenden die een extreemrechtse stem gaven. Elke onrust en haar bijbehorende verzet is een duidelijke reactie op deze tijd en heeft waarschijnlijk een eigen legitimiteit, maar deze strijden lijken elkaar tegen te spreken en deze moeilijk definieerbare menigtes worden vaak tegen elkaar opgezet en uitgespeeld. We lijken niet verbonden door het protest maar voelen ons meer en meer vervreemd van elkaars noden.

Toen de gele hesjes vorig jaar de Parijse straten opgingen, voelde dat om vele redenen bijzonder spannend. Denkende vanuit een sociale strijd was hun woede en onrust niet alleen begrijpelijk maar zelfs hoopgevend. De barricades fluo-geel kleuren, voelde al snel als het enige zinnige antwoord op de groeiende economische onderdrukking die deze groep ondergaat en op de blijvende onverschilligheid van zij die hen politiek zouden moeten representeren. Het was een opluchting om het over 'de klassenstrijd' en 'het proletariaat' te mogen hebben zonder op een van onder het stof gehaalde Marx te lijken. Voor hun chaotische maar daarmee ultiem democratische en non-hiërarchische aanpak kon ik enkel maar respect hebben. Soms schrok ik van het geweld waarmee ze streden, maar ook dat toonde mij de ernst van hun zaak en de moed en bereidwilligheid die ze aan de dag legden. Maar dat deze strijd nu net was ontstaan uit een reactie op het stijgen van de olieprijzen was moeilijker verteerbaar. Hier leken hun overtuigingen op de mijne te botsen, hun strijd de mijne te ondermijnen. Hier werden de zaken ingewikkeld.

Opkomen voor de ecologische strijd heeft altijd als een privilege gevoeld. Dat de klimaatcrisis een 'bovenpersoonlijke' zaak zou zijn, is een gigantische misvatting. Maar het soort 'bovenpersoonlijk' denken dat nodig is om je er diepgaand zorgen over te maken kan wel als een luxe beschouwd worden. Toch bevindt de ecologische strijd zich per definitie op sociaal terrein, zowel de maatregelen om de crisis tegen te gaan als de crisis zelf zullen diepgaande invloeden hebben op iedereens bestaan, maar bovenal op dat van zij die economisch kwetsbaar zijn. 'One struggle, one fight, climate justice, social rights', dit moet ik honderden keren gezongen hebben de afgelopen maanden op klimaatprotesten en -acties. Het is evenveel een slogan als een reminder, voor mezelf en voor de ander. Wat mij meer en meer duidelijk werd, was dat de strijd voor klimaatrechtvaardigheid enkel sociaal kan zijn als hij gepaard gaat met een klassenstrijd. Zoals Rita Rato, een Portugese politica, het zegt: 'Ecology without class struggle is just gardening'.

In dit opzicht is het een misvatting te denken dat het stijgen van de olieprijzen zomaar een tax was die als druppel diende om de emmer te doen overlopen (zoals het stijgen van de metroprijzen dat was in Chili). De reden dat deze tax zoveel oproer zaaide, is omdat het als de inleiding luidde van een tijdperk waarin de werkende klasse geteisterd zouden worden door zogezegde klimaatmaatregelen. Deze tax was het begin van een nieuw hoofdstuk van onderdrukking: het toonde dat wanneer er gevraagd wordt aan de heersende macht om hun verantwoordelijkheid (over klimaat of over andere zaken) op te nemen, deze heersende macht dat vaker dan niet doet door de verantwoordelijkheid door te schuiven op de 'gewone man'. Het illustreert hoe ze op die manier steeds slagen in het behouden van hun macht en status quo. Maar met deze tax doen ze daarenboven ook een poging om een nieuwe wij/zij verhouding te scheppen, tussen de zogezegd elitaire klimaatstrijd en de zogezegd ecologisch-onverschillige sociale strijd. Deze nieuwe antagonistische relatie is een makkelijk afleidingsmanoeuvre: de gele hesjes versus de groene meisjes, we zouden de machthebbers en politici uit het oog verliezen en aan elkaar ten onder gaan.

De geschiedenisboeken zullen uitwijzen of hen dat lukt, maar ik, misschien is het mijn ijdele hoop, denk van niet. Mijn vermoeden is dat we leren van de verwarring die we bij elkaar teweeg brengen en dat we elkaar ontmoeten op de barricades. In Brussel bestaat er ondertussen een kraakpand dat bezet wordt door zowel leden van de gele hesjes als van extinction rebellion, maar ook door anarchistische, feministische, communistische… organisaties. Ze praten, plannen, eten en slapen er samen. Niet om op zoek te gaan naar consensus wel naar conversatie. Het is opvallend hoe ze elkaar beïnvloeden, hoe ze elkaar niet lijken te nuanceren maar net te completeren. Het viel mij op hoe antikapitalistisch de vrouwenmars was en hoe er plots over dekolonisering werd gepraat bij de anarchisten. Het samengaan van de strijden zal en moet altijd een beetje botsen, maar botsen betekent daarom niet breken. Mijn ijdele hoop is dat het ons op tijd duidelijk zal worden dat wij niet elkaars oppositie hoeven spelen, dat wij hoe dan ook geen rivalen zijn en dat er naast de vele verschillen één iets is dat we echt delen: we bevechten dezelfde zaken, we hebben dezelfde antagonist, wij kennen de tegenpartij. We weten misschien niet waar we samen heen willen maar we weten allemaal heel goed waar we niet willen blijven.

3.

'It is not an exaggeration to say that being a teenager in late capitalist Britain is now close to being reclassified as a sickness', schrijft Mark Fisher in Capitalist Realism (2009). Dat het erbarmelijk en beschamend slecht gaat met de mentale gezondheid van Belgische jongeren is geen nieuwe informatie. Je ziet het even vaak in kranten verschijnen als dat je over allerlei nieuwe hippe vormen van therapie leest. Fisher schrijft: 'This pathologization already forecloses any possibility of politicization.By privatizing these problems - treating them as if they were caused only by chemical imbalances in the individual's neurology and/or by their family background - any question of social systemic causation is ruled out'.

Fishers oproep om mentale gezondheid te politiseren heeft flinke invloed op mij gehad. Ik werd verplicht mijzelf enkele vragen te stellen: valt er een lijn op te maken doorheen de mentale gezondheidsproblemen die veel van mijn vrienden ervaren? In welke mate vallen deze problemen politiek te verklaren? Dat er een grote gemene deler zit in de existentialistische vervreemding tegenover de systemen waar we in meedraaien en dat er veel wanhoop en onmacht is tegenover de onrechtvaardigheden van onze huidige samenleving, dat viel te voorspellen. Dat mijn generatie zwicht onder de gigantische prestatiedruk, zich gevangenen voelt in neoliberale verwachtingen en lijdt onder het exhibitionistische karakter van de nieuwe media is ook geen verrassing. Waar ik van schrok is dat het natuurlijk niet zo eenzijdig is. Ik werd gedwongen in te zien dat er bijvoorbeeld ook feministische tendensen aan de oorzaak liggen van de slechte mentale staat van veel vrouwelijke leeftijdsgenoten.

Ik ken er een handvol, vrouwen van iets in de twintig op de rand van een burn-out. Wat ze gemeen hebben is dat ze gigantisch ambitieus, veeleisend en verantwoordelijk zijn en dat ze in zowat alles uitmuntend presteren. Wat ze bijgevolg ook gemeen hebben, is een vermoeiende faalangst, een overweldigend perfectionisme en een verlammend verantwoordelijkheidsgevoel. Het ideaalbeeld van een sterke vrouw: een vrouw die onafhankelijk, geslaagd en geëngageerd is, heeft hen in hun korte leven veel lof en respect opgebracht maar voelt ook onbewust verpletterend en benauwend. We hebben het allemaal zo aangeleerd gekregen: een vrouw die voor zichzelf kan zorgen, die niemand nodig heeft, die carrière maakt, die voor iets staat, dat is de vrouw die je wilt worden, dat is de vrouw waar je trots op kan zijn. Dat dit heel veel werk en energie vraagt, daar lijkt Beyoncé nergens over te zingen. Dit nieuwe vrouwbeeld is de erfenis van een tweede feministische golf en komt bovenop oude vrouwbeelden te liggen, bovenop alle oude verwachtingen. De vrouwen waarover ik spreek hebben deze verwachtingen geïnternaliseerd, al deze vrouwen zijn trotse feministen, ik ben er ook zo één en dat zal ik blijven, maar er zit een grote valkuil in een sterke vrouw willen zijn in de wereld zoals die er nu uitziet.

Feminisme kan niet betekenen dat we ons mee moeten inschrijven in de ratrace die door het patriarchale, neoliberale systeem als een succesvol leven wordt gezien. Feminisme betekent niet de democratisering van de burn-out. Het is bovendien niet zo dat vrouwen, doordat ze nu mee mogen spelen met de grote mannen, evenveel last hebben van drukkende verwachtingen, ze hebben er nog veel meer last van. De druk om te 'slagen' ligt voor een vrouw nog steeds heel anders dan voor een man. Je bestaansrecht in het systeem wordt je nog steeds deels gegund door dit slagen of falen.

Dit eenzijdige en bekrompen narratief van emancipatie is een uitputtingsslag voor deze generatie. Ook voor jongeren met een migratieachtergrond is dit overigens een groeiend probleem. Een Turkse vriend van mij hoorde ik onlangs zeggen: 'Natuurlijk word ik nu 'geaccepteerd' in deze kringen en in deze samenleving. Ik ben een universiteitsstudent, ik spendeer mijn halve leven in de bib en ik heb een overvolle agenda. Op het moment dat ik daarmee stop word ik gewoon terug als straattuig gezien.' Ook deze emancipatie eist zijn tol, de verwachtingen voor jongeren met een migratieachtergrond zijn vanuit de samenleving, en vaak ook van thuis uit, gigantisch groot. Hun 'slagen' of 'falen' op professioneel vlak wordt niet alleen vast geklikt aan hun 'slagen' of 'falen' als geëmancipeerde mens maar ook aan hun 'slagen' of 'falen' als burger: of ze geaccepteerd worden in deze samenleving hangt af van hun eigen succes.

Emancipatie volgens Wikipedia is: 'het streven naar een volwaardige plaats in de samenleving vanuit een achtergestelde positie'. Uit deze verwarring leerde ik dat dit streven geen inhaalbeweging mag betekenen. Het mag niet betekenen dat zij die reeds 'achtergesteld' zijn ook nog overuren moeten draaien om bij te benen. Emancipatie betekent een beweging, maar het betekent ook bewegingsvrijheid, het betekent ook om te mogen beslissen te weigeren mee te gaan in de al te vaak ziekmakende draaiton die vele witte mannen stoer 'de realiteit' noemen.

4.

Een vrijgevochten vrouw die zich graag laat vastbinden. Een feministe die opgewonden raakt van gedomineerd worden. Hoe kan ik mijzelf en mijn strijd serieus nemen als mijn meest intieme verlangens mij lijken tegen te spreken?

Het voelt schizofreen dat wat mij seksueel opwindt niet past bij het beeld dat ik van mijzelf of van de vrouw heb, dat wat mij doet klaarkomen niet lijkt overeen te stemmen met de strijd die ik voer. Waar mijn vrouwelijkheid meestal in het teken staat van trots, onafhankelijkheid en kracht, staat mijn seksualiteit in teken van vernedering, machteloosheid en afhankelijkheid. Toch is dit een schizofrenie eigen aan feminisme: feminisme is doorheen haar geschiedenis naast het vrijvechten van de vrouw als onderdanig, geseksualiseerd of geobjectiveerd wezen ook altijd een strijd voor seksuele bevrijding geweest, in al haar vormen. Als feministe voer ik strijd tegen de scheve machtsverhouding tussen mannen en vrouwen. En als feministe voer ik ook strijd voor mijn orgasme, en dus voor de überhaupte mogelijkheid van een scheve machtsverhouding in bed, omdat ik dat in bed kan willen. Dat seksuele bevrijding soms inhoudt om je onderdanig op te stellen of geobjectiveerd te worden mag dan wel verwarrend zijn voor sommigen, het is niet tegenstrijdig.

Uit onderzoek blijkt dat minstens de helft van de vrouwen wel eens fantaseert over onvrijwillige seks. Dit zou je in tijden van #metoo kunnen proberen verklaren als een heimelijk verlangen om niet mee te gaan in deze emancipatie en ik ken genoeg mannen die er maar wat graag zo zouden onderuit proberen geraken. Het tegendeel is waar: deze fantasieën zijn niet omgekeerd evenredig aan maatschappelijke vooruitgang, ze zijn een overwinning ervan. Seksuele verlangens zijn bijna per definitie grensoverschrijdend. In staat zijn een veilige context te creëren voor het onderzoeken en ontdekken van deze verlangens is een emancipatie op zich. Deze seksuele vrijheid betekent bovendien dat je kan loslaten wat anders steeds van je gevraagd wordt: rationeel, beheerst en verantwoordelijk te zijn. Het betekent dat je de mogelijkheden van seks kan openbreken en dat je de regels zelf kan gaan bepalen.

Vrijheid werkt niet altijd één op één, soms betekent vrijheid om beschermd te worden, soms betekent het om kwetsbaar te kunnen zijn, soms neemt vrijheid de vorm van handboeien of een zweep aan.

5.

Vier jaar geleden woei er een storm van discussie op wanneer de Noorse politicus Yasri Khan weigerde om een hand te geven aan een vrouwelijke journaliste. Khan is moslim en vond het uit geloofsovertuiging niet gepast een vrouw met een handdruk te begroeten maar legde in plaats daarvan zijn hand op zijn hart. De heisa die op dit voorval volgde was enorm en eindigde met het ontslag van Khan. Mijzelf positioneren in dit debat is een gigantische evenwichtsoefening, ik vind het van een enorm belang dat vrouwen en mannen gelijkwaardig behandeld worden, overal en zeker ook in professionele context. Daarentegen vind ik het ook ontzettend belangrijk dat westerse normen niet zomaar opgelegd worden en als moreel superieur worden beschouwd. Deze overtuigingen zijn beiden fundamenteel in mijn denken maar lijken elkaar wel vaker in het gedrang te brengen. Bij sociale vraagstukken over de nikab en de hoofddoek, het gearrangeerde huwelijk of homoseksualiteit in religies slaat mijn ethisch kompas wel eens vaker tilt. De identiteitspolitiek hieromtrent hoort verschillende mensen zowel tegelijk als tegen elkaar te beschermen. Het is niet makkelijk afstand te doen van een soort intellectueel imperialisme wanneer je normen en waarden fundamenteel lijken te verschillen van die van de ander.

Wat wil dat eigenlijk zeggen? Waarden en normen. Politici spreken die twee maar al te graag samen uit, 'onze waarden en normen' als was het een uitgeklaarde zaak. Maar ook ik heb de woorden 'normen' en 'waarden' vaak aan elkaar gelinkt, zonder goed te weten wat de eigenlijk politieke retoriek is die ik daarmee overneem. Waarden en normen vallen niet zomaar samen. Het hebben van dezelfde waarden betekent nog niet onmiddellijk het hebben van de dezelfde normen. Het hebben van verschillende normen betekent nog niet onmiddellijk het hebben van verschillende waarden. Het schudden van de hand is volgens de ene norm een uiting van respect, in dit voorval toont het ook de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Volgens Khans normen is het uiten van respect voor een vrouw net om haar niet aan te raken, haar niet de hand te schudden. De normen zijn verschillend, de waarden daarom nog niet. Het over dezelfde kam scheren van normen en waarden is gevaarlijk wanneer je je wilt positioneren in dit debat. Je zegt er eigenlijk mee dat je er vanuit gaat dat iedereen die andere gedragsregels kent ook andere morele overtuigingen heeft.

In onze diverse samenleving zijn dit soort complexe vraagstukken schering en inslag en is samenleven een eeuwige balans zoeken tussen het verdedigen van je overtuigingen, en een lenigheid in denken over de overtuiging van de ander. Ik ben er allesbehalve aan uit hoe die evenwichtsoefening eruit ziet en of er zoiets bestaat als een gepast antwoord op deze vragen, maar in de volle verwarring viel er wel wat te ontdekken. Dat je ontzettend alert moet zijn of er in je eigen cultuur of in die van een ander vormen van onderdrukking aan het werk zijn en of er basiswaarden in het gedrang komen. Dat je een ander moet kunnen helpen met zich te beschermen tegen deze vormen van onderdrukking, dat je contexten kunt creëren waarin mensen de kans krijgen uit deze onderdrukkende systemen te ontsnappen en deze aan te vechten. Maar dat dit wel betekent dat je dat samen moet doen, dat je oplettend moet zijn om niet de ene vorm van onderdrukking te vervangen door een andere: een vrouw dwingen om haar nikab af te doen is even walgelijk als een vrouw dwingen om er één te dragen.

Verder ontdekte ik ook dat een gearrangeerd huwelijk in de meeste culturen niets te maken heeft met een gedwongen huwelijk. Dat het in veel culturen de vrouwen zijn die polygamie bevrijdend vinden. Ik ontmoette vrouwen die glansrijk uitkijken naar het moment dat ze zich klaar voelen voor het dragen van een hoofddoek. Ik leerde dat vele kwesties die over een verschil in waarden lijken te gaan, eigenlijk over een verschil in normen gaan.

***

Hiermee is mijn ethisch kompas nog niet afgestemd en dat zal het ook niet worden, hoe graag ik ook dit hetero-en-gender-normatieve-seksistische-kapitalistische-westers-en-wit-superieure-post-koloniale-patriarchaat met alle geweld omver wil werpen, dat blijkt niet één beweging te zijn maar een complexe en zich steeds assimilerende oefening. What I learned of wanting it both ways is dat strijden niet analoog lopen, dat ongemak en verwarring daar onvermijdelijk deel van zullen zijn, maar dat net daar waar geen eenduidige antwoorden te vinden zijn heel veel valt te ontdekken.

(Lees alle winnende essays van de Emile Zola Prijs 2020)

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 62 tot 69