Log in

Samen het Rijnlandmodel verzekeren

HET VLAANDEREN VAN MORGEN

Op 8 juni blaast de sp.a verzamelen in Het Depot in Leuven, met op de agenda de sp.a-congrestekst ‘Het Vlaanderen van Morgen’. Economie staat, terecht, centraal op dit congres, zeker als we afgaan op het aantal pagina’s dat dit thema inneemt in de ontwerptekst. Het luik over economie bevat heel wat ambitieuze voorstellen die het Vlaams ABVV ten volle kan ondersteunen. Tegelijk zijn we bezorgd over een aantal sporen die in de tekst worden uitgezet. Een reactie op het sociaaleconomisch programma in ‘Het Vlaanderen van Morgen’.

HET VLAANDEREN VAN MORGEN

Het nieuwe diversiteitsmodel van de sp.a
Pieter-Paul Verhaeghe
Het Duitse model voorbij?
Paul Kalma
Het samen offensief
Carl Devos
Solidaire en toegankelijke gezondheidszorg, tegen welke prijs?
Paul Callewaert
Samen het Rijnlandmodel verzekeren
Caroline Copers
Het laatste taboe: de vergroening van de fiscaliteit
Bart Martens

IT’S THE ECONOMY, STUPID

Socialisten moeten zich inlaten met economie. It’s the economy, stupid. Als het economisch de verkeerde kant uitgaat, dan zijn de gewone mensen daar het eerste en grootste slachtoffer van. Wie zich als socialist of als syndicalist enkel het sociale aantrekt, komt bedrogen uit en is altijd op achtervolgen aangewezen om de sociale gevolgen van fout economisch bestuur te corrigeren. Ik spreek uit ondervinding. Het sociaal overleg is vaak overleg over het sociale, terwijl economisch beleid enkel met werkgeversorganisaties en hun lobby’s wordt onderhandeld. Je hoeft maar te kijken naar wat er zich op Vlaams niveau afspeelt: om het Nieuw Industrieel Beleid te adviseren werd een nieuwe raad van advies opgericht, de industrieraad, en die is enkel bevolkt met captains of industry. Ook het Vlaamse bankenplan werd enkel en alleen met de werkgeversorganisaties onderhandeld. Geef toe: als het gaat over de toekomst van de industrie en banken dan moeten alle stakeholders betrokken worden. Dit zijn toch de gangbare spelregels binnen het Rijnlandmodel.

IT’S THE POLITICS, STUPID

Daarmee komen we bij de kern van de zaak. Economie wordt in de congrestekst terecht heel breed opgevat. Niet als een zaak van groeicijfers en concurrentieproblemen, wel als een maatschappelijke keuze voor een welvaartsmodel. Dit wordt mooi beschreven in de inleiding van het hoofdstuk over economie. In mijn ogen sterker dan wat er in de beginselverklaring over geschreven wordt. Concreet gaat het over de keuze voor het Rijnlandmodel. Om de congrestekst te citeren: ‘Ons antwoord is duidelijk: we herbevestigen de rol van de sociale welvaartsstaat, een progressieve fiscaliteit, en sterke sociale bewegingen als noodzakelijke voorwaarden voor een economie die werkt voor iedereen.’ Een welvaartsmodel dat sterk verschilt van het Angelsaksisch model en het tegenwoordig vaak geroemde Duitse model. Modellen met een veel grotere sociale ongelijkheid. Keuzes voor een sociaaleconomisch beleid illustreren aan de hand van een welvaartsmodel is geen academisch aardigheidje. Het illustreert op een treffende wijze dat het de politiek is die het echte verschil maakt. Het is het politieke kader, de soort regulering, die de uitkomsten bepaalt van de markteconomie. It’s the politics, stupid.

AMBITIEUZE VOORSTELLEN

De tekst over economie bevat heel wat ambitieuze voorstellen die ik ten volle kan onderschrijven. Het pleidooi voor een meerwaardebelasting op aandelen en een vermogenswinstbelasting, bijvoorbeeld. Een hervorming van het bankenlandschap met een scheiding tussen spaarbanken en investeringsbanken. Een relancebeleid ondersteund door volksleningen voor maatschappelijk nuttige projecten. De invoering van een Europees minimumloon om een meer gelijk sociaal speelveld te verzekeren binnen Europa. Het hernieuwd pleidooi voor de coöperatieve organisatie, niet alleen als het om consumptie gaat, maar ook om productie. Stuk voor stuk voorstellen die niet altijd nieuw, maar wel nog steeds actueel zijn en veel ambitie en mobilisatie zullen vereisen om ze in praktijk te realiseren.

BEZORGDHEID

Maar ik maak me wel grote zorgen over een aantal sporen die deze tekst uitzet. Sporen die te maken hebben met de rol van het sociaal overleg, met de toekomstige loonontwikkeling en met de zogenaamde modernisering van het arbeidsrecht en de arbeidsmarkt.

Sociaal overleg

Het sociaal overleg wordt stiefmoederlijk behandeld. De congrestekst getuigt soms van een keizer-koster mentaliteit waarbij de politiek het roer overneemt en zelf bepaalt hoe de lonen, de arbeidsorganisatie en het sociaal overleg er moeten uitzien. Nochtans is dit net het speelveld dat binnen ons welvaartsmodel toekomt aan de sociale partners. Dit moet zo blijven. Niet zozeer omdat het historisch zo gegroeid is, maar wel omdat het vermijdt dat politieke (meerderheids)partijen willekeurig zouden tussenkomen in het sociaal overleg en omdat een paritaire aanpak meer garanties inhoudt op een evenwichtig resultaat, gunstig voor ondernemingen én voor werknemers. Je kunt een discussie voeren over de vraag: wat als de sociale partners er zelf niet uit geraken? Maar dat is nog iets anders dan als overheid op voorhand te bepalen wat de uitkomst van het overleg moet zijn. We komen er straks nog op terug. Het is er helemaal over wanneer men hier pleit voor een hervorming van het sociaal overleg… waarin de stem van de zelfstandigen en de kleine ondernemers belangrijk is. Alsof dit op vandaag al niet het geval is. Waarom dacht je dat rechten als betaald educatief verlof, tijdskrediet of vakbondsinspraak veel minder of zelfs niet van toepassing zijn in de kleine ondernemingen. De congrestekst pleit er bovendien voor om werknemers af te vaardigen in bestuursraden van bedrijven, naar het Duits model van Mitbestimmung. We hebben er het raden naar wat hieraan ten grondslag ligt want zelf werden we hierover niet geraadpleegd. Ik vermoed dat men hiermee de wens uitdrukt dat vakbonden zich minder zouden richten op tegengestelde belangen en meer op coöperatie. Het beeld dat geregeld wordt opgehangen van de sociale verhoudingen in bedrijven in Duitsland en in Scandinavië. Het is een debat waard. Maar de auteurs moeten toch eens gaan kijken hoe het er in de bedrijven echt aan toegaat. Ze zouden vaststellen dat er op bedrijfsniveau veel samenwerking is en verantwoordelijkheidszin aan de dag wordt gelegd. Het is maar de vraag of een paar werknemersvertegenwoordigers in de bestuursraad van het bedrijf het verschil zullen maken. Ik denk dat we veel verder zullen komen als de huidige vormen van sociale dialoog worden versterkt: ken daarom enkel overheidssteun toe aan bedrijfsprojecten als ze het voorwerp zijn van sociale dialoog en ondersteun de opbouw van onderhandelingscapaciteit van werknemersvertegenwoordigers. Want we delen de bekommernis dat bedrijven moeten worden aangezet tot het herinvesteren van winsten in duurzame investeringen en innovatie.

Loonmatiging

Een voorbeeld van vergaande politieke bemoeienis in het sociaal overleg is het pleidooi voor een aanhoudende loonmatiging tijdens de komende jaren. Toegegeven, de tekst houdt de index buiten schot (maar zwijgt over de baremieke verhogingen), maar de vraag stelt zich hoe je aanhoudende loonmatiging kan rijmen met een relancepolitiek. Dit is geen slim beleid, maar vooral geen rechtvaardig beleid. Een loonstop betekent niet dat er geen productiviteitswinsten meer worden gemaakt, wel dat die herverdeeld worden ten voordele van het kapitaal. Een verschuiving die al jaren bezig is. Voor wie het mocht vergeten zijn: een billijke verdeling van de productiviteitswinsten tussen arbeid en kapitaal was de basisafspraak in het naoorlogse sociaal pact. Bovendien wordt dergelijke crisisbijdrage niet opgelegd aan andere inkomensgroepen. En dan heb ik het nog niet over de ontwijkingsroutes via bonussen die als bijkomend nadeel hebben dat er geen sociale bijdragen worden op betaald.

Modernisering arbeidsmarkt

Ook bij de voorstellen tot modernisering van de arbeidsmarkt heb ik heel wat bedenkingen. Men gaat gemakkelijk mee in het discours dat onze arbeidsmarkt te rigide is. Internationaal vergelijkend onderzoek toont aan dat dat bijzonder goed meevalt. In een internationale vergelijking van de OESO blijkt dat we inzake sociale bescherming op het niveau van Nederland en Duitsland zitten. Specifiek wat de ontslagbescherming van vaste contracten betreft, doet België het minder goed dan die landen.
Veel van die moderniseringsvoorstellen ogen zeer aannemelijk en zelfs progressief. Een eenheidsstatuut voor alle werkenden: wie kan daar nu iets op tegen hebben? Socialisten toch niet, want die zijn toch voor gelijkheid en tegen discriminatie? De hamvraag is natuurlijk op welk niveau de lat wordt gelijk gelegd. Want zo sociaal is het toch niet wanneer die grotere gelijkheid maar kan worden bereikt door een andere groep van werknemers zwaar te doen inleveren op hun beter statuut. De vraag is ook, waar eindigt die zogenaamde solidariteit? De discussie over de harmonisering van het statuut arbeiders-bedienden is nog niet rond of men gooit - niet alleen in werkgeversmiddens maar ook hier - het ambtenarenstatuut al in de ring. Vreemde redenering: in naam van sociale gelijkheid sociale rechten afbouwen van andere werknemers. Als men dan toch zo graag grove ongelijkheden aanpakt, dat men dan eens de verhouding tussen de verloning van CEO ’s en de gewone werknemers onder de loep neemt.
In naam van diezelfde modernisering ligt ook de anciënniteitsverloning onder vuur. Het maakt oudere werknemers te duur en minder aantrekkelijk om aan te werven, beweert men. Dat wordt in de feiten wat tegengesproken want ook oudere arbeiders, die zelden genieten van deze ‘getrouwheidspremie’, geraken moeilijk aan de bak. Wat biedt men in de plaats: een competentieverloning! Wie beoordeelt die competenties? Juist, de werkgever. En wat als de werkgever niet investeert in je opleiding? Simpel: geen extra’s. Je had zelf maar moeten werken aan je competenties.
Nog ééntje: ‘ we vormen het stelsel van tijdskrediet om naar een loopbaanrekening voor elke werknemer’. Klinkt goed. Maar eigenlijk bestaat het al. Tijdskrediet bestaat al uit een basisrecht (tijdskrediet zonder motief) en uit aanvullende rechten wanneer zich specifieke situaties voordoen als geboorte en zorg voor ouders of zieke kinderen. In sectoren (social profit) of regio’s (de Vlaamse aanmoedigingspremies) wordt de rekening wat aangedikt. Prima als men die weg blijft bewandelen - en dat blijkt ook uit de resolutie -, maar opgelet: er bestaan ook andere interpretaties van dergelijke loopbaanrekening waarbij de werknemer zelf zijn tijd moet opsparen via overuren en niet opgenomen verlof. Van een collectief recht naar een individueel te verzekeren recht. Het werken met individuele rekeningen (loopbaan, competenties) houdt steeds risico’s in op minder gelijke behandeling en rechten en moet daarom in elk geval gekaderd worden via het sociaal overleg.

SOCIAAL MIDDENVELD BLIJFT ESSENTIEEL

Als sociale organisatie beseffen we maar al te goed in welke moeilijke context we ons bevinden. Precies daarom slagen we er als sociale partners vaak niet in zelf akkoorden af te sluiten. Maar we blijven ervan overtuigd dat het sociale middenveld een essentiële rol te vervullen heeft. Dit vormt een essentiële pijler van het Rijnlandmodel. Ook in het Vlaanderen van Morgen verdient dat respect.

Caroline Copers
Algemeen Secretaris Vlaams ABVV

sp.a - ABVV - economie - Het Vlaanderen van Morgen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 6 (juni), pagina 69 tot 72