Log in

De contouren van de etnische muziek

50 jaar migratie

Dit jaar vieren we 50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie naar België. Hiep hoi, waar is dat feestje? Maar is er wel veel reden tot feesten? Vijftig jaar nadat hun grootouders als gastarbeider in België aankwamen, kampen Turkse en Marokkaanse jongeren nog steeds met een hogere kans op schoolachterstand en werkloosheid. Ook de wederzijdse vooroordelen en discriminerende praktijken blijken hardnekkig onze samenleving verzieken. Niettemin ben ik optimistisch gestemd over de toekomst. Ver van de spotlights van televisiestudio’s en opiniepagina’s volstrekt er zich een stille revolutie. Hieronder lees je dit verhaal van een opkomende etnische mozaïek.

50 jaar migratie

Krachtlijnen voor een divers basisonderwijs
Armand De Meyer
Integratiebeleid 2.0
Milica Petrovic
Represent! Over diversiteit en vertegenwoordiging
Floor Eelbode
Ondermijnt arbeidsmigratie de arbeidsvoorwaarden?
Paul de Beer
Haal discriminatiebestrijding weg bij het Centrum
Dajo De Prins
Proefbruidjes- en bruidegoms
Birsen Taspinar
Nooit volwaardig Belg
Rachida Aziz
Maak van diversiteit een schoolvak
Patrick Loobuyck
De contouren van de etnische muziek
Pieter-Paul Verhaeghe
Een oorlog herdenken
Rachida Lamrabet

ETNISCHE MOZAÏEK

Laten we beginnen met vier objectieve trends. Ten eerste stellen we vast dat de zogenaamde Turkse en Marokkaanse ‘concentratiewijken’ op hun retour zijn. Steeds meer Turkse en Marokkaanse Belgen verlaten de wijken waar ze opgegroeid zijn en kiezen voor een woning in de welvarende rand van de stad. In Gent trekken ze voornamelijk naar Gentbrugge, Wondelgem en Oostakker, in Brussel naar Vorst, Jette en Evere, en in Antwerpen naar Wilrijk, Borgerhout extra muros en Hoboken. Uiteraard wonen er nog steeds veel Turken en Marokkanen in de oorspronkelijke concentratiebuurten, maar het beeld wordt diverser. De Turkse en Marokkaanse trek naar de stadsrand gaat immers gepaard met een toenemende diversificatie van de vroegere concentratiewijken. Nieuwe migranten uit Oost-Europa, Zwart-Afrika en Azië vullen de vrijgekomen plaatsen in, samen met middenklasse gezinnen die een betaalbare woning in het centrum van de stad zoeken. Het resultaat is dat men beter spreekt van ‘diversiteitsbuurten’ in plaats van ‘concentratiebuurten’.

Ten tweede blijkt dat de huwelijksmigratie uit Turkije en Marokko sterk gedaald is. Steeds minder Turkse en Marokkaanse Belgen stappen in het huwelijksbootje met iemand uit Turkije en Marokko. Ze kiezen in de plaats voor een partner die in België geboren en getogen is. Meestal is dat iemand die ook van Turkse of Marokkaanse origine is. Niettemin zien we dat ook de gemengde huwelijken in de lift zitten. In tegenstelling tot wat minister van inburgering Geert Bourgeois beweert, is de oorzaak van de dalende huwelijksmigratie niet de recente verstrenging van de migratiewetgeving. De daling begon reeds twee decennia geleden. Belangrijke verklaringen zijn de groeiende bewustwording over de potentiële nadelen van een immigratiehuwelijk (bijvoorbeeld hogere echtscheidingscijfers of grote afhankelijkheid van de partner uit België) en de tanende invloed van ouders op de partnerkeuze van hun kinderen.

Ten derde tonen cijfers aan dat er door de jaren heen een Turkse en Marokkaanse middenklasse gegroeid is in België. Turkse en Marokkaanse Belgen zijn nog steeds oververtegenwoordigd in de onderste regionen van onze arbeidsmarkt, maar tegelijkertijd werkte een deel onder hen zich op tot ondernemer, leraar, dokter of advocaat. Het economische plaatje oogt nu veel heterogener dan enkele decennia geleden. Onderzoek naar de oorzaken van deze middenklassenvorming staat nog in de kinderschoenen, maar een veel gehoorde verklaring is het succes van Turkse en Marokkaanse economische niche-activiteiten, zoals restaurants, kledingwinkels, slagers, bakkers, reisbureaus, garagisten en juweliers. Het waren deze kleine zelfstandigen die zichzelf naar de middenklasse geknokt hebben, en het zijn hun kinderen die doorstromen naar het hoger onderwijs en vervolgens naar goedbetaalde middenklasse-jobs.

Ten slotte merken we dat er zich op religieus vlak een dualisering volstrekt. De toenmalige gastarbeiders waren in het dagelijkse leven niet intens met religie bezig. Op aansturen van het Turkse ministerie voor religieuze zaken (Diyanet) en de Malekitische Soefi-rechtsschool organiseerde de ‘Turkse’ en ‘Marokkaanse’ islam zich vanaf de tweede helft van de jaren 1970 in België, met een meer intense religieuze beleving tot gevolg. Het betrof een gematigde beleving van islam. De laatste decennia zien we echter een dualisering in het islamitische landschap. Enerzijds evolueren veel Turken en Marokkanen van een religieuze naar een culturele beleving van de islam. Men voelt zich wel nog moslim (net zoals veel West-Europeanen zich nog identificeren met het christendom), maar men gaat nauwelijks nog naar de moskee en volgt minder de islamitische voedingsvoorschriften. Onderzoekers spreken in dat verband van een ‘ontmoskeeïng’ naar analogie met de ‘ontkerkelijking’. Anderzijds zoekt een kleine minderheid van jongeren hun religieuze heil op het internet. Daar krijgen ze een meer radicale, salafistische variant van de islam aangeboden. De gematigde imam van de moskee om de hoek wordt zo vervangen door een ‘internet-imam’ gesponsord met Saoedische petroleum-dollars.

Het beeld dat bij deze vier trends naar boven komt, is er één van toenemende diversiteit binnen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Concentratiewijken maken plaats voor diversiteitswijken en een trek naar de welvarende stadsrand. Migratiehuwelijken worden steeds meer vervangen door lokale (gemengde) huwelijken. De sociaaleconomische situatie is nog tamelijk precair, maar tegelijkertijd groeit een welvarende Turkse en Marokkaanse middenklasse. Een evolutie van ‘ontmoskeeïng’ gaat gepaard met radicalisering bij een kleine minderheid. Net zoals we niet van een Vlaamse of Belgische gemeenschap kunnen spreken, bestaat er bijgevolg ook geen Turkse of Marokkaanse gemeenschap. De maatschappij ontwikkelt zich naar een etnische mozaïek: verschillende kleine steentjes die qua kleur en vorm verschillen, maar samen één beeld vormen. We zien reeds de eerste contouren van deze mozaïek en men kan verwachten dat de lijnen en patronen in de toekomst duidelijker zullen worden.

EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ‘ONS’

Stemt dit ons optimistisch over de integratie van Turken en Marokkanen in de Belgische maatschappij? Over een aantal ontwikkelingen kunnen we positief zijn. De opkomst van een Turkse en Marokkaanse middenklasse kan de voorbode zijn van de sociaaleconomische emancipatie van de ganse groep. De suburbanisatie en de diversificatie van de voormalige concentratiewijken kunnen er voor zorgen dat de Turkse en Marokkaanse Belgen meer mét in plaats van naast de andere Belgen gaan leven. De vraag is hoe de overheid op deze trends zal inspelen.

Eén van de grootste uitdagingen is dan ook het aanpakken van deze discriminatie en wederzijdse vooroordelen. Na 50 jaar migratie worden de Turkse en Marokkaanse Belgen nog steeds structureel gediscrimineerd op de arbeids- en woningmarkt. De antidiscriminatiewetgeving is momenteel een papieren tijger: de wetten en decreten zijn er, maar er wordt in de praktijk weinig mee gedaan. Het komt er op aan om flagrante inbreuken op de antidiscriminatiewetgeving consequent voor de rechter te brengen en deze nadien sterk te mediatiseren. Uit angst voor een mogelijke veroordeling zullen werkgevers, interimkantoren of makelaars niet meer bewust discrimineren (zoals in de zaak Adecco met zijn BBB-label). Deze juridische strategieën zijn een goede start, maar hiermee gaan we de geesten niet veranderen. De strijd voor gelijke behandeling wordt niet in de rechtbank gewonnen, maar op straat, op school, in de kantine van de fabriek of op het voetbalveld. Mensen moeten stoppen met te denken in termen van ‘Marokkaan’, ‘Turk’ of ‘Vlaming’. Het steriele onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’ moet worden vervangen door een gemeenschappelijke ‘ons’.

Binnen de academische en politieke wereld bestaat er veel discussie over de positieve gevolgen van sociaal contact tussen bevolkingsgroepen en hiermee gepaard gaande de wenselijkheid van een sociale en etnische mix op school, in de buurt of in het verenigingsleven. De ene strekking stelt dat duurzame en positieve contacten zullen resulteren in minder vooroordelen en pleit bijgevolg voor een sociale mix. De andere strekking argumenteert dat ruimtelijke nabijheid op school of in een buurt niet noodzakelijk zal leiden tot contact, laat staan tot positieve contacten.

Mijn inziens is de vraag niet of contact zal leiden tot minder vooroordelen, maar wel in welke omstandigheden dit zal gebeuren. Laat ik een Vlaamse voetbalploeg met een Marokkaanse speler als voorbeeld geven. Aanvankelijk zullen de andere spelers de Marokkaan niet als representatief voor de Marokkaanse gemeenschap beschouwen, genre ‘Mohammed is ne goeie gast, maar hij is een uitzondering’ (= de-categorisatie). Naar verloop van tijd en bij positieve contacten met ook andere Marokkanen zullen ze het gedrag van Mohammed toch als iets ‘Marokkaans’ beschouwen (= categorisatie). Het laatste stadium is dat ze Mohammed gewoon als een ‘voetbalspeler’ zien net zoals andere spelers (= re-categorisatie). Zijn Marokkaanse herkomst moet hierbij niet worden afgezworen of verloochend. Ze wordt wel niet meer als iets belangrijks of doorslaggevend gezien.

Wishful thinking? Misschien, maar in de geschiedenis zijn er tal van dergelijke voorbeelden te vinden. Denk maar aan de Italianen die na de Tweede Wereldoorlog als gastarbeider in ons land aankwamen. Di Rupo wordt vandaag eerder als de Belgische premier of een Waalse PS’er gezien dan als Italiaan. Een ander ‘Italiaans’ voorbeeld is Claudio Dell-Anno, de West-Vlaamse kok die meedeed aan de televisieserie Mijn Restaurant. Wat verder van huis is er het voorbeeld van de Ierse migranten die begin vorige eeuw naar de VS trokken (John F. Kennedy was de eerste Ierse president van de VS).

INTEGRATIEOPTIMIST

Er zal uiteraard nog heel wat water door de Schelde moeten vloeien vooraleer hetzelfde proces zich zal voltrekken bij de Turkse en Marokkaanse Belgen. De groeiende diversiteit binnen deze gemeenschappen, zoals we ze hierboven geschetst hebben, zal dit proces echter versterken. De etnische mozaïek met zijn ‘vijftig tinten Turks en Marokkaans’ is in feite al een re-categorisatie op zich. Noem me daarom gerust een integratieoptimist: voor mij is het glas eerder halfvol, dan halfleeg. Niet alleen omdat ik effectief hoopvol ben over de toekomst, maar vooral omdat we na vijftig jaar migratie moeten stoppen met fatalistisch te zijn en moeten durven inzien dat het wel degelijk beter kan.

Pieter-Paul Verhaeghe
Dr. in de Sociologie (UGent)

50 jaar migratie - diversiteit - integratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 3 (maart), pagina 5 tot 8