Log in

Een oorlog herdenken

50 jaar migratie

Het is niet vreemd dat de herdenking van een gebeurtenis gepaard gaat met een gevoel van verlies en melancholie. De honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog zal ook geen fuif worden. En ook het feest voor de viering van de vijftigste verjaardag van het op 17 februari 1964 ondertekende verdrag voor de tewerkstelling van Marokkaanse werknemers in België, zal niet echt knetteren van jolijt ondanks het feit dat deze eerste pioniers zeer zeker wel een feest verdienen omdat zij, door te vertrekken naar het ongewisse, duidelijk maakten dat ze zich niet lieten intimideren door fatalisme en het onwrikbare lot. De schaduwzijde is echter dat er in die vijftig jaar heel wat dromen en idealen zijn gesneuveld. En dan heeft het opmaken van de balans na vijftig jaar Marokkaanse en Turkse aanwezigheid in België iets zwaarmoedigs.

50 jaar migratie

Krachtlijnen voor een divers basisonderwijs
Armand De Meyer
Integratiebeleid 2.0
Milica Petrovic
Represent! Over diversiteit en vertegenwoordiging
Floor Eelbode
Ondermijnt arbeidsmigratie de arbeidsvoorwaarden?
Paul de Beer
Haal discriminatiebestrijding weg bij het Centrum
Dajo De Prins
Proefbruidjes- en bruidegoms
Birsen Taspinar
Nooit volwaardig Belg
Rachida Aziz
Maak van diversiteit een schoolvak
Patrick Loobuyck
De contouren van de etnische muziek
Pieter-Paul Verhaeghe
Een oorlog herdenken
Rachida Lamrabet

IDYLLE BLIJKT BESPIEGELING

Het legt pijnlijk bloot dat de droom die onze vaders naar verre horizonten dreef uit hun handen is geglipt. Dat de idylle, in de vorm van een land waar bijna alles mogelijk was en waar iedereen, ongeacht afkomst, zich omhoog zou kunnen werken, in grote mate een bespiegeling is gebleken.
Hoewel de kinderen en kleinkinderen van de eerste Marokkaanse en Turkse migranten in de feiten niet onderweg zijn van het ene naar het andere land, worden ze in de collectieve verbeelding nog steeds gezien als de eeuwige migranten, de anderen, zij die niet van hier zijn. Deze kinderen zijn nog niet aangekomen, nog niet thuis en in dat onderweg zijn verliezen ook zij heel wat zekerheden en kijken zij in het harde gezicht van een onzekere toekomst die haar blikkerende tanden ontbloot.
De onderwijsprestaties van tweede- en derdegeneratiemigrantenkinderen zijn de laagste in heel Europa. In de werkloosheidscijfers zijn zij massaal aanwezig, met als gevolg dat de armoede binnen deze groepen in de grootsteden angstaanjagende proporties aanneemt.
Daar waar de eerste generatie Marokkaanse en Turkse mannen nog werk hadden en zich alleszins financieel en materieel konden opwerken en zo bijvoorbeeld hun eigen huis konden kopen, zit een aanzienlijk deel van de tweede en derde generaties in een zeer precaire socio-economische positie. Het is daarom niet verwonderlijk dat het geluksgevoel van die eerste generatie migranten niet echt hoog is, want deze vaders en moeders komen tot de vaststelling dat ze er niet in geslaagd zijn om een betere toekomst voor hun kinderen veilig te stellen.

INCLUSIEF ONDERWIJS

Het loopt al fout bij het begin en dat is het onderwijs. Ontelbare nationale en internationale academische studies tonen aan dat sociaal kwetsbare leerlingen en leerlingen met een niet-Europese etnisch-culturele achtergrond een leerachterstand hebben. Ze voelen zich niet thuis op school en hun leerkrachten denken vaak zeer stereotyperend over hen.
Uit deze vele studies worden zelden lessen getrokken zodat we kostbare tijd verloren laten gaan. Voor we het beseffen zijn we alweer twintig jaar later en is er niets veranderd. Nochtans is het onderwijs een belangrijke sleutel voor de toekomst en dat wisten de eerste generatie migranten ook. ‘Word vooral niet zoals ons’, was de waarschuwing die ze keer op keer herhaalden aan hun kinderen. Ze wilden dat hun kinderen konden lezen en schrijven, ze wilden dat hun kinderen niet langer het vuile en zware werk hoefden te doen dat zij wel hebben moeten doen.
Maar met dat onderwijs loopt het dus spaak. Omdat het zich, onder meer, niet genoeg aanpast aan de veranderende leerlingenpopulatie die ondertussen superdivers is geworden.
We hebben excellent en inclusief onderwijs nodig omdat het de belangrijkste poort is naar een uitweg uit de armoede en de afhankelijkheid. Alle kinderen hebben recht op de allerbeste leerkrachten. Leerkrachten die in de talenten en krachten van alle kinderen geloven en die hun leerlingen behandelen alsof het hun eigen kinderen waren. Het zou een wereld van verschil uitmaken wanneer alle kinderen benaderd zouden worden als waardevol, als mensen die ertoe doen, die iets kunnen betekenen.
Het onderwijs zou haar emanciperende rol opnieuw centraal moeten stellen. Nu wordt onderwijs nog te veel begrepen als een opleiding die bekwaam personeel moet afleveren voor de arbeidsmarkt. Terwijl jonge mensen zouden moeten worden voorbereid om in een democratie tussen anderen te functioneren. Jonge mensen moeten zeggenschap krijgen over hun leven en als actieve en participerende burgers ook invloed uitoefenen op de manier waarop we onze samenleving organiseren. Nu wordt die samenleving door mensen met een migratieachtergrond ervaren als gesloten en onbereikbaar. Een structuur die door onzichtbare handen gestuurd wordt en die mensen een gevoel van machteloosheid geeft.
We hebben daarom onderwijs nodig dat uitlegt hoe de wereld draait, hoe structuren werken en welke impact ze hebben op ons. Ons onderwijs zou moeten aanmoedigen om kritisch en creatief te zijn. Jongeren moeten worden aangemoedigd om dingen in vraag te stellen en te begrijpen zodat ze weerbaar en autonoom worden, zodat ze discriminatie, uitsluiting en verdrukking, door welk ideologisch kader dan ook ingegeven, herkennen en ten volle beseffen dat ze er zich tegen kunnen verzetten omdat het niet de normale gang van zaken is.

EEN GROOTSE SAMENLEVING

Het is een bijzonder toeval dat tegelijkertijd met de verjaardag van de Marokkaanse en Turkse migratie er in de Verenigde Staten ook een vijftigste verjaardag wordt gevierd, ook een beetje een verjaardag in mineur, namelijk de verjaardag van de zogenaamde ‘Unconditional war on Poverty’, een ‘Onvoorwaardelijke (en onconventionele) oorlog tegen de Armoede’.
Op 8 januari 1964 kondigde de toenmalige Amerikaanse president Lyndon Johnson deze oorlog af omdat hij geloofde in de idylle van een ‘Great Society’ , een ‘Grootse Samenleving’.
Om die grootse samenleving waar te maken was het noodzakelijk een oorlog te voeren om iedereen een eerlijke en redelijke kans te geven om de eigen levensambities waar te maken. Om mensen de mogelijkheid te geven een stabiel, menswaardig en autonoom leven op te bouwen. Met goede huizen en goede scholen voor hun kinderen. En met een sociaal zekerheidsnet voor mensen die ziek, werkloos of oud zijn.
Belangrijk was dat in deze oorlog tegen de armoede er ook aandacht was voor gelijkheid en non-discriminatie. Het is onmogelijk om de uitbanning van armoede als ambitie te hebben wanneer mensen om irrelevante en onrechtvaardige redenen gediscrimineerd en ongelijk behandeld worden. Het relatieve succes van deze oorlog was dan ook in grote mate een verdienste van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging die mensen, vooral Afro-Amerikanen, in armoede emancipeerde. Armoede in de VS werd in de daarop volgende jaren gevoelig herleid. Jammer genoeg leert de geschiedenis ons dat de politiek en de opeenvolgende presidenten in de Verenigde Staten hun focus hebben verlegd van de strijd tegen een reële volksvijand naar een vijand die zich in verre, vreemde continenten bevindt waardoor de ambitie om die ‘Great Society’ tot stand te brengen ergens halverwege is gestrand.
Maar het idee op zich is niet slecht. Het idee van een doordachte, intelligente oorlog tegen armoede waarbij er niet vergeten wordt ook een efficiënt antidiscriminatie- en antiracismebeleid te voeren, met als belangrijk speerpunt de weerbaarheid van de mensen zelf. En in het verkrijgen van die weerbaarheid speelt het onderwijs dan weer een cruciale rol.
De politiek zou de vijftigste verjaardag van de Turkse en Marokkaanse migratie kunnen aangrijpen om de kiem te leggen voor een volgende verjaardag. Niet binnen vijftig jaar, want vijftig jaar is te lang, maar ergens halverwege. Ergens halverwege zouden we de verjaardag kunnen vieren van het begin van onze totale strijd tegen armoede en uitsluiting. Dat feest zou uitbundig kunnen zijn indien we vanaf vandaag vastberaden en volhardend zijn.

Rachida Lamrabet
Schrijfster

50 jaar migratie - diversiteit

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 3 (maart), pagina 8 tot 11