Log in

Ondermijnt arbeidsmigratie de arbeidsvoorwaarden?

50 jaar migratie

Nu per 1 januari 2014 de grenzen in Europa zijn opengegaan voor arbeidsmigranten uit Roemenië en Bulgarije, is de discussie over de mogelijke ‘gevaren’ van onbeperkte arbeidsmigratie binnen de EU weer opgelaaid. In diverse West-Europese landen bestaat de angst dat goedkope Roemeense en Bulgaarse arbeidskrachten de arbeidsmarkt zullen overspoelen en bereid zullen zijn te werken tegen voorwaarden die ver onder de in die landen geldende normen liggen. De Nederlandse minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher en de Briste publicist David Goodhart publiceerden op 17 augustus 2013 een open brief in enkele dagbladen, waarin zij ‘code oranje’ uitriepen. Zij vreesden dat, na de eerdere komst van honderdduizenden Polen, de druk op de arbeidsmarkt nog verder zal oplopen. Zeker nu de werkloosheid in veel landen recordhoogten heeft bereikt, is het moeilijk te verteren dat Oost-Europese arbeidskrachten massaal ‘onze’ banen innemen. Juist de werknemers met een relatief zwakke positie aan de onderkant van de arbeidsmarkt dreigen hiervan de dupe te worden. Maar misschien nog belangrijker is dat deze ontwikkeling de bijl zet aan de wortel van ons stelsel van arbeidsverhoudingen.

50 JAAR MIGRATIE

De contouren van de etnische muziek
Pieter-Paul Verhaeghe
Maak van diversiteit een schoolvak
Patrick Loobuyck
Een oorlog herdenken
Rachida Lamrabet
Krachtlijnen voor een divers basisonderwijs
Armand De Meyer
Integratiebeleid 2.0
Milica Petrovic
Represent! Over diversiteit en vertegenwoordiging
Floor Eelbode
Ondermijnt arbeidsmigratie de arbeidsvoorwaarden?
Paul de Beer
Haal discriminatiebestrijding weg bij het Centrum
Dajo De Prins
Proefbruidjes- en bruidegoms
Birsen Taspinar
Nooit volwaardig Belg
Rachida Aziz

Als wettelijke regelingen zoals het minimumloon en cao-bepalingen steeds meer worden ontweken of ontdoken door bedrijven die goedkope arbeidsmigranten inzetten, dan zullen bedrijven die zich netjes aan de nationale arbeidsvoorwaarden houden in de concurrentiestrijd het loodje leggen. Daardoor wordt het ongereguleerde segment van de arbeidsmarkt steeds groter. We dreigen in een neerwaartse spiraal terecht te komen, die uiteindelijk de ondergang van de stelsels van geordende arbeidsverhoudingen in de rijkere lidstaten kan betekenen.

Zover is het echter nog allerminst. Van de zo gevreesde ‘race to the bottom’ is (nog) weinig te merken, zo laten diverse onderzoeken zien. Toch is het verstandig de angst hiervoor wel serieus te nemen. Politici die volhouden dat het vrije verkeer van personen binnen de EU ons alleen maar voordelen oplevert en dat de angst voor migratie voortkomt uit racisme en xenofobie, doen de Europese zaak uiteindelijk geen goed. Ook als migratie per saldo welvaartswinst oplevert, moeten we erkennen dat ze ook negatieve effecten kan hebben. Bovendien kunnen de voor- en nadelen van migratie wel eens heel ongelijk verdeeld zijn over de bevolking. Als de nadelen vooral aan de ‘onderkant’ van de samenleving neerslaan, kan dit gemakkelijk ressentiment oproepen en een voedingsbodem zijn voor populisme. Het is dus zaak om arbeidsmigratie in goede banen te leiden en uitwassen tegen te gaan.

Echter, zoals Asscher en Goodhart zelf erkenden, de EU-lidstaten kunnen zelf weinig doen.
Vrij verkeer van arbeidskrachten vormt nu eenmaal een van de fundamentele rechten in de EU. Zij pleitten daarom voor meer informatieuitwisseling tussen EU-lidstaten over fraude en malafide uitzendbureaus. Daar kun je moeilijk bezwaar tegen maken. Op het punt van samenwerking tussen EU-lidstaten om misstanden te bestrijden, valt ongetwijfeld nog veel te winnen.
Alleen wordt daarmee de kern van het probleem niet aangepakt. Die is dat er binnen de EU grote verschillen in welvaart bestaan die samengaan met een diepe kloof tussen de arbeidsvoorwaarden in de rijkere en de armere lidstaten. Hierdoor is het wettelijk minimumloon in Nederland en België aanzienlijk hoger dan wat een gemiddelde Bulgaar of Roemeen in eigen land verdient. Zo lang die kloof bestaat, zal het voor velen in de armere landen lonen om hier te komen werken tegen arbeidsvoorwaarden die wij onacceptabel achten.

SOCIAAL EUROPA

Wie pleit voor een meer sociaal Europa, als tegenwicht tegen de financieeleconomische dominantie in de huidige Unie, zou duidelijk moeten maken hoe de EU dit probleem kan aanpakken. Invoering van Europese minimumnormen, wordt dan al snel geroepen. Maar die kunnen nooit een vast bedrag in euro’s voor bijvoorbeeld een Europees minimumloon zijn. Want dat minimumloon zal ook voor de armere lidstaten betaalbaar moeten zijn en dus ver onder het Belgische en Nederlandse minimumloon liggen. Dat zou juist een legitimering zijn om Bulgaren die door een Bulgaars bedrijf naar Nederland worden uitgezonden, tegen het (Europese) minimumloon te laten werken. Een relatief minimumloon dan, bijvoorbeeld 60% van het gemiddelde loon in een lidstaat? Maar dan blijft het Bulgaarse minimumloon ver achter bij het onze en wordt er feitelijk geen probleem opgelost. Het blijft dan voor Bulgaren zeer aantrekkelijk om tegen een betaling onder ons minimumloon - maar ver boven het Bulgaarse minimumloon - hier te komen werken. En dan zwijg ik nog over zelfstandige ondernemers, voor wie in het geheel geen minimumloon geldt - ook in België en Nederland niet.

Zo bezien is het begrijpelijk dat de partijen aan de uitersten van het politieke spectrum ervoor pleiten om de arbeidsmigratie binnen Europa aan banden te leggen. Maar daarmee nemen zij afstand van één van de grondbeginselen van de EU en daarmee van het Europese project zelf. Als het vrije verkeer van personen wordt beperkt, zal de volgende stap waarschijnlijk zijn om ook het vrije verkeer van diensten aan banden te leggen - die diensten worden immers vaak door personen geleverd. En waarom dan ook niet beperkingen invoeren voor de handel in goederen, want die kunnen in Bulgarije tegen veel lagere loonkosten worden geproduceerd dan in België? Voor we het weten is er van de interne markt weinig over.

Op de voorstanders van Europese integratie rust dus de zware plicht om duidelijk te maken hoe zij een sociaal Europa willen vormgeven zonder de uitgangspunten van de interne markt op te geven. Ik moet tot mijn spijt constateren dat ik hierover tot nog toe weinig concrete voorstellen heb vernomen. Het blijft vaak bij een tamelijk vrijblijvend en algemeen pleidooi om de sociale dimensie van Europa te versterken ten opzichte van de monetaire en economische dimensie. Maar wat houdt dit concreet in?

Zolang de welvaartsverschillen - en daarmee ook de verschillen in arbeidsvoorwaarden - tussen de EU-lidstaten zo groot blijven als ze nu zijn - en dat zal nog wel even het geval zijn - is het een illusie dat er Europabrede normen zouden kunnen gelden voor die arbeidsvoorwaarden. Dat kan nog wel voor zaken als maximumwerktijden en voorschriften op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, maar niet voor geldelijke aspecten zoals het loon en socialezekerheidsaanspraken. Als men geen hindernissen wil opwerpen voor arbeidsmigratie, is de enige begaanbare weg dat de minimumstandaarden met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden die in een land gelden onverkort op alle werkenden in dat land worden toegepast. Dat geldt dus ook voor werknemers die in dienst zijn van een buitenlands bedrijf en tijdelijk in een ander land worden gedetacheerd, zoals ook is vastgelegd in de detacheringsrichtlijn van de EU. Het komt er dus vooral op aan de naleving van deze regels strikt te controleren en handhaven - daarvoor is de genoemde informatieuitwisseling tussen lidstaten inderdaad een belangrijke voorwaarde.

Toch zal dit niet in alle gevallen afdoende zijn. Bij grensoverschrijdende activiteiten is het onvermijdelijk dat er loonconcurrentie zal plaats- vinden met werknemers in andere landen. Neem als voorbeeld het wegtransport. Als Belgische en Nederlandse vrachtvervoerders op Oost-Europa willen rijden, kunnen wij Roemeense transportbedrijven redelijkerwijze niet verbieden om chauffeurs tegen het in Roemenië geldende salaris op België of Nederland te laten rijden. Net als internationale handel heeft geleid tot een omvangrijke mondiale herallocatie van arbeid, zo zal ook migratie binnen Europa betekenen dat sommige banen voor de gevestigde werknemers in de rijke landen verloren gaan. Dat is pijnlijk voor de mensen die het treft, maar op langere termijn onvermijdelijk. Het is beter om de slachtoffers van deze loonconcurrentie een genereuze uitkering en alle nodige ondersteuning te bieden om zich om te scholen voor een andere baan, dan om te proberen deze processen te keren. Die strijd zal uiteindelijk toch verloren worden.

Dat is niet iets om over te treuren, want op langere termijn worden zowel de rijke als de armere lidstaten hier welvarender van. De rijke landen kunnen bepaalde goederen en diensten goedkoper aanschaffen en zich zelf concentreren op hoogwaardiger activiteiten. De arme landen biedt het de mogelijkheid zich economisch verder te ontwikkelen. Voor de verliezers in de rijke landen zijn de druiven echter zuur. Dat maakt het des te belangrijker dat zij op korte termijn maximaal worden gecompenseerd.

Paul de Beer
Henri Polak hoogleraar voor arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam
en verbonden aan De Burcht (Centrum voor Arbeidsverhoudingen)
en het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS)

50 jaar migratie - migratie - arbeidsmigratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 3 (maart), pagina 25 tot 28