Log in

Arbeid in dienst van de gemeenschap

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 18 tot 21

DE HARDWERKENDE VLAMING

‘Fitter, Happier, More productive, Comfortable, Not drinking too much, Regular exercise at the gym (Three days a week), Getting on better with your associate employee contemporaries, At ease, Eating well (No more microwave dinners and saturated fats), A patient better driver, A safer car (Baby smiling in back seat), Sleeping well (No bad dreams), No paranoia, Careful to all animals (Never washing spiders down the plughole), Keep in contact with old friends (Enjoy a drink now and then), …’ En zo ging Radiohead in 2008 nog wel even door over de toenemende druk op mensen in onze samenleving. We moeten van alles. Met alle gevolgen van dien. Het aantal burn-outs in Vlaanderen was nooit zo hoog als nu. Tegelijk is de hardwerkende Vlaming hét na te streven ideaal, de beste remedie om onze zorgvuldig aangeklede sociale zekerheid niet te hoeven uitkleden. Het klinkt best aannemelijk.

We schrijven 1890. Mensen werken zich letterlijk dood. En toch waren ze arm. Weinig werken was het voorrecht van rijken, een statussymbool. Men streefde gaandeweg naar minder werk en meer vrije tijd. Ruim 100 jaar later is het omgekeerde een statussymbool. Hoe meer men het ‘druk druk druk’ heeft en daarnaar leeft, hoe ernstiger men genomen wordt, hoe ‘belangrijker’ men wordt. Wie veel vrije tijd heeft of neemt, wordt weggezet als luierik, steeds meer als hangmat-profiteur zelfs. Je moet en zal werken voor je geld!

Anno 2015 is de economische crisis nog niet verteerd. Politici in quasi alle Europese landen zoeken zich suf naar die ‘jobs, jobs, jobs’ om uit de economische malaise te geraken. Loonkosten moeten daarom omlaag; werkloosheidsvallen vermeden; elke uitkering minder is een overwinning; enzovoort. Tegelijk sluiten steeds meer onderzoekers én politici niet uit dat er in de (nabije) toekomst voor veel mensen geen betaald werk meer is omwille van versnelde en veralgemeende robotisering. En nu al zeggen werkgeversorganisaties, in koor met de VDAB, dat er voor een pak (langdurig) werklozen gewoon geen jobs zijn.

VERPLICHTE GEMEENSCHAPSDIENST …

In een context van economische crisis en besparingen, waarbij overheden afgeslankt worden en publieke diensten onder druk staan, belandde het idee van een ‘gemeenschapsdienst’ in zowel het federale als het Vlaamse regeerakkoord. Het idee klinkt goed en daarom kan het op het eerste gezicht op relatief brede steun rekenen bij de bevolking, maar is het ook de aangewezen weg? Vanuit de Verenigde Verenigingen beten we ons de afgelopen maanden erin vast omdat er een reukje aan was. We zetten enkele bevindingen op een rij.

Het begrip ‘gemeenschapsdienst’ wordt gekaderd binnen een activerings- of integratiecontext en zou als ‘werkervaring’ kunnen gelden. Wat de precieze doelstelling is van de maatregel en welke lading deze vlag dekt, wordt nergens echt duidelijk. Het idee is simpel: mensen die langer dan twee jaar werk zoeken of van een leefloon leven, gratis laten werken zodat ze niet ‘geïsoleerd geraken en betrokken blijven bij de arbeidsmarkt’. De voordelen voor onze samenleving zouden legio zijn. Ten eerste is vrijwilligerswerk goed voor mens en maatschappij. Bovendien doen die mensen dan iets nuttigs voor de gemeenschap. Dat mag ook wel, want die gemeenschap betaalt hen een uitkering. Bovendien moet die nu eenmaal besparen en niet-essentiële taken afstoten. Het lijkt alsof iedereen wint. En toch.

Wanneer we het idee meer in detail bekijken, borrelen volgende vragen op. Verwachten we dat mensen gratis gaan werken? Dat mensen jobs uitvoeren die niemand wil doen? Of correcter: jobs waar niemand voor wil betalen? Willen we dat er in Vlaanderen ‘gewone’ en ‘gedwongen’ vrijwilligers zijn? Dat de ene daarvoor een uitkering krijgt en de andere een vrijwilligersvergoeding? Fundamenteler nog kan de vraag gesteld worden waarom een werknemer, die sociale bijdragen betaalt om zich te verzekeren tegen het risico op werkloosheid, moet ‘werken’ om zijn uitkering te ‘verdienen’ zodra hij een tijd werkloos is. Betaalt die werknemer dan niet dubbel? En waar zit het verzekeringsaspect in deze dan?

Laat ons even abstractie maken van deze bedenking, want uiteindelijk gaat het erover om de hoge werkloosheid en hoge overheidsuitgaven op te lossen. En tegelijk bepaalde mensen een perspectief op werk te bieden. Helaas lost een systeem van gemeenschapsdienst ook deze verwachtingen niet in. Dit leren wetenschappelijk onderzoek en allerhande ervaringen, onder meer in het buitenland. Ten eerste is werk zoeken en werk vinden niet hetzelfde. De RVA weet als geen ander dat langdurige werkloosheid niet duidt op werkonwilligheid. Impactonderzoeken in landen waar gemeenschapsdienst bestaat, tonen aan dat dit systeem mensen niet aan een reguliere job helpt. Integendeel: het systeem zorgt er voor dat laaggeschoolde reguliere jobs verdrongen worden. Hiermee wordt dus betaalde arbeid vervangen door onbetaalde arbeid. Dat verzinnen we niet zelf. Werkzoekenden mogen nu van de RVA geen vrijwilligerswerk doen omdat ze… jobs zouden inpikken van laaggeschoolde werknemers.

Maar opnieuw. Zelfs als het mensen niet aan een job helpt, dan draagt het misschien toch bij aan de persoonlijke ontwikkeling van de werkzoekende. Helaas. Alle persoonlijke en maatschappelijke voordelen van vrijwilligerswerk worden teniet gedaan wanneer er sprake is van een verplichtend karakter. Gemeenschapsdienst heeft dus enkel positieve effecten als iemand intrinsiek gemotiveerd is om vrijwilligerswerk te doen. En er niet toe verplicht wordt, zoals in het systeem van gemeenschapsdienst dat onze regeringen beogen. Het zelfbeeld van iemand die klussen moet opknappen waarvoor niemand wil betalen, zal er dus niet op vooruitgaan. Integendeel, het is extra vernederend.

Dat de invoering van een gemeenschapsdienst een besparing zou zijn, valt ook te betwijfelen. Werklozen en leefloners stimuleren om vrijwilligerswerk te doen gaat niet vanzelf. Het vergt gerichte ondersteuning en begeleiding, zoveel mogelijk op maat. Extra investeringen voor een systeem dat bitter weinig opbrengt. En dat in crisistijden met een slanke overheid als ideaal.

Stel dat het systeem er toch komt, waar komen die ‘gemeenschapsdienaars’ dan terecht? Verenigingen, scholen en welzijnsinstellingen zeggen nu al nee. Vooreerst worden daardoor intrinsiek gemotiveerde vrijwilligers verdrongen. Daarnaast worden deze organisaties zomaar ingeschakeld in het activeringsbeleid en worden de uitdagingen van de arbeidsmarkt op hen afgewenteld. Wat haaks staat op hun missie en werking. Bij bedrijven dan? Nee, want mensen dwingen om gratis te werken ten voordele van bedrijfswinsten wringt echt wel té veel. Bij lokale overheden dan, want die moeten serieus besparen. Dan wordt dus volop de concurrentie georganiseerd tussen werknemers en werkloze vrijwilligers. En worden onze grasperken en parken straks onderhouden door werkloze vrijwilligers en niet meer door betaalde krachten.

Het is overduidelijk. Gemeenschapsdienst lost de verwachtingen niet in, is contraproductief, duur en dus geen geschikt model om met toekomstige uitdagingen m.b.t. de arbeidsmarkt en de samenleving om te gaan. Hoe kan er dan wél geanticipeerd worden op deze uitdagingen en toekomstige spanningen?

… OF VRIJWILLIGERSWERK?

Vrijwilligerswerk. Het klinkt soft en vrijblijvend. En soms is het dat ook. Et alors? Feit is dat vrijwillig engagement heel wat voordelen heeft, voor individu en samenleving. Het biedt kansen tot zelfontplooiing, tot zorg voor anderen of om goede dingen te doen ten bate van de eigen omgeving of ruimer. Ja, er kunnen zelfs - en stoemelings eigenlijk - vaardigheden en attitudes aangeleerd worden die werkgevers appreciëren. Het zelfbeeld van vrijwilligers groeit, ze zijn meer tevreden, gezonder en gelukkiger.

Het lijkt dus alvast verstandig om in eerste instantie vrijwilligerswerk door werkzoekenden makkelijker te maken in plaats van het te verbieden. Dit vergt maar zoiets als 5 minuten politieke moed en het aanpassen van een paar bureaucratische systeempjes. Op die manier wordt vrijwillig engagement gestimuleerd in diensten die maatschappelijk nuttig zijn, binnen een activeringstraject naar duurzaam werk. Van een dienst aan de gemeenschap gesproken.

Maar dit is maar een prille, eerste stap. Om vanuit de huidige context al te anticiperen op die toekomstige uitdagingen op onze arbeidsmarkt, moet er nu werk gemaakt worden van het algemeen promoten en ondersteunen van al het vrijwilligerswerk in Vlaanderen. Dit betekent het koesteren van wat we doen in onze vrije tijd en het niet (laten) overladen met verwachtingen. Dit betekent het doorbreken van het ‘druk druk druk’ mantra en vrije tijd niet langer framen als een hobby voor rijkelui of voor luie donders die niet willen werken. Maar het betekent vooral dat we werk en arbeid moeten herdenken. Nuttig en zinvol bezig zijn met zaken die een meerwaarde betekenen voor jezelf en de buurt, is óók werken. Maar deze bezigheden worden momenteel niet betaald. Hoe beleidsmakers, maar ook vakbonden en verenigingen, dit een plaats moeten geven binnen het vigerende arbeidsmarktbeleid, bijbehorend sociaal zekerheidsstelsel en de bredere samenleving, is een stevige kluif.

Er zijn al heel wat aanzetten. Zo kan bijvoorbeeld het gecoördineerd vrijwilligersbeleid, waarin het Vlaams regeerakkoord voorziet, zorgen voor een betere stimulans en ondersteuning van vrijwilligerswerk en vrijwilligers. Femma bepleit dan weer een 30-urenweek als ‘het nieuwe voltijds’. Hartenwens 5 van beweging Hart boven Hard stelt onder de noemer ‘werkbaar werk’ dat het herverdelen van arbeid en inkomen een essentiële uitdaging is; dat er meer tijd voor onszelf, ons gezin, voor (mantel)zorg moet komen zodat er tijd vrijkomt om bewuste, actieve burgers te zijn. Academici en organisaties hebben nog meer ideeën. Maar er zijn ook nog vele wolfijzers en schietgeweren. Hoe kunnen overheden en burgers vrijwilligerswerk beter honoreren, zonder dat het hele sociale zekerheidsstelsel en het gemiddeld welvaartsniveau in elkaar ploft? Laat ons vooral nú het debat voeren. Want in tegenstelling tot het debat over een verplichte gemeenschapsdienst, is dit een debat waar wél toekomst in zit.

Bart Verhaeghe
Beleidsmedewerker de Verenigde Verenigingen

arbeidsmarkt - vrijwilligerswerk - gemeenschapsdienst

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 18 tot 21