Abonneer Log in

Somos presidente

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 72 tot 77

De linkse oudstrijders van de Zuid-Amerikaanse Pink Tide blijken nog steeds te kunnen rekenen op een robuust deel van het electoraat. Een kleine 20 jaar later blijkt de metaalmoeheid best mee te vallen. Het linkse populistische project heeft, alle contradicties ten spijt, gezorgd voor een radicale democratisering van de macht.

BUITENLAND

Het Scandinavisch model bestaat niet
Pieter Stockmans
Teloorgang van de traditionele partijen
Jasmien Luypaert
Energie­democratie for the many
Dries Goedertier
Vrij Links, echt links
Mario Van Essche
Somos presidente
David Verstockt

Het blijken profetische woorden. 'Wat we nu zien in Zuid-Amerika is verontrustend, maar dit is niet het einde van de progressieve geschiedenis zoals sommigen beweren'. De woorden waren van Boliviaans vicepresident García Linera eind oktober 2018, enkele dagen na de overwinning van Braziliaans president Bolsonaro. Ik parafraseerde de man in een artikel voor Samenleving & Politiek (december 2018) over de progressieve toekomst van het continent. Het was een stoutmoedige, bijna arrogante uitspraak die regelrecht inging tegen het mainstreamdiscours over het politieke landschap op het continent. Politieke analisten waren het immers eens: de Pink Tide, de golf van progressieve, anti-imperialistische regeringen die Zuid-Amerika overspoelde sinds 1999, was morsdood. Dat bleek op zijn zachtst gezegd een kortzichtige analyse. 'Ik ben het helemaal eens met de these van García Linera', zegt Belgische politicologe Chantal Mouffe vanuit Londen. 'Successen en tegenslagen zijn deel van het proces. De rechtse opflakkering is tijdelijk, laat dat duidelijk zijn.'

Waarom heeft Linera gelijk? Bewijzen vinden we in Argentinië, Bolivia en Brazilië. Het electoraat nam er geen afscheid van het linkse, populistische project. Integendeel. De drie (voormalige) kernlanden van de Pink Tide zijn niet te vergelijken. Het zijn drie tinten rood op een roze golf, maar ze tonen alle drie aan dat de Zuid-Amerikaanse linkse toekomst niet achter ons ligt.

ARGENTINIË – FUERA MACRI Y EL FMI

Op 27 oktober trekken de Argentijnen naar de stembus, maar de uitslag ligt zo goed als vast. Dankzij de zinloze primaries van 11 augustus. De Argentijnse primaries zijn niet beperkt tot partijleden, alle Argentijnen moesten verplicht aangeven wie van welke partij voor het presidentschap mag gaan. En aangezien bijna alle partijen slechts 1 kandidaat naar voren schoven, was het een goede barometer voor 27 oktober.

Alberto Fernández, kandidaat voor de linkse peronistische coalitie Frente de Todos, met oud bekende Cristine Fernández de Kirchner als kandidaat vice-president, haalde het met een stevige 48%. Maar liefst 16% meer dan huidig president Mauricio Macri en zijn Juntos por el Cambio. De peilingen hadden het fout. 'Ze zijn er niet in geslaagd de stem van de armsten te meten', vertelt Adrián Piva, socioloog aan de universiteit van Buenos Aires. De alleswetende markten zagen het alleszins niet aankomen. ´Argentine markets and peso plunge after shock vote´, liet de BBC twee dagen later weten. De maandag na de verkiezingen verloor de peso maar liefst 15% t.o.v. de dollar. Macri en zijn mainstreammedia deden wat ze konden. 'Dit is slechts een demonstratie van wat kan gebeuren [als links terugkeert]', zei hij waarschuwend over de economische whiplash. Een nogal cynische uitspraak gezien de economische wanprestaties van Macri en zijn team.

Macri zijn beloftes in 2015 klonken nochtans hoopvol; hij zou de armoede wegwerken, de inflatie onder de 5% brengen in 2019, en de economie herstellen met een gestage 3% groei per jaar. Draaide dit even anders uit. Op 4 jaar tijd kromp het Argentijne bnp met 3,4%, de totale inflatie bedraagt maar liefst 240%, en de armoede nam toe (35% in 2019). Zijn fiscale besparingsbeleid sloeg niet aan. Subsidies voor water, elektriciteit en publiek transport werden verlaagd. Niet alleen jaagden deze maatregelen een grote groep van de bevolking recht in de armoede en verdiepte het de ongelijkheid, de geboekte winsten werden teniet gedaan door het verlagen van de inkomens-, bedrijfs- en exportbelastingen. De Argentijne schuldgraad schoot de lucht in, en Macri moest aankloppen bij het IMF. Hij ging de grootste lening ooit aan, maar liefst 57 miljard dollar. In ruil daarvoor moet hij de neoliberale, fundamentalistische recepten van het IMF toepassen. De Argentijnen werden instant teruggekatapulteerd naar 2001, het economisch-financiële rampjaar dat bij iedereen sporen naliet.

'Ik ben ervan overtuigd dat Cristina zou hebben gewonnen in 2015. Maar omdat ze zich na twee termijnen niet verkiesbaar mocht stellen, werd een minder sterke tweede kandidaat naar voren geschoven', zegt Mouffe. De hysterische reacties na de primaries getuigden niet alleen van de conservatieve inborst van sommige nationale en internationale media, maar ook van hun wereldvreemdheid. Die 48% voor Fernández komt niet uit de lucht gevallen. Analisten kijken vooral naar de economische malaise. 'Het 14 jaar durende Kirchnerismo was niet revolutionair. De privatiseringen van de jaren 1990 werden niet teruggedraaid, ook konden ze de de-industrialisering van dezelfde jaren 1990 niet tegen gaan. Maar de werkgelegenheid nam wel toe, een resem sociale maatregelen werden gelanceerd, met armoedereductie en minder ongelijkheid tot gevolg.'

Volgens Mouffe is het niet louter een economisch koopkrachtverhaal. 'Het Kirchnerismo heeft Argentinië veranderd. Het heeft de arbeidersklasse versterkt. Waarom denk je dat Macri niet voluit wou gaan tijdens zijn neoliberale hervormingen? Omdat hij schrik had van het geëmancipeerde volk.' In 2017 wou Macri de pensioenberekening hervormen, wat aanleiding gaf tot hevig protest. Die confrontatie dwong hem om de maatregel terug te schroeven. Argentinië heeft een traditie van sociale organisatie en verzet. 'Het Kirchnerismo stond open voor sociale dialoog. Collectieve onderhandelingen werden opnieuw geïnstalleerd. De Argentijnse traditie van sociale organisatie werd op die manier versterkt. De vakbonden werden sterker, en de arbeidersklasse ging erop vooruit', zegt Piva.

BOLIVIA – SOMOS PRESIDENTE

Een week voor de Argentijnen mogen ook de Bolivianen naar de stembus. De Boliviaanse verkiezingsrace verloopt gespannen. Huidig links president Evo Morales, in 2006 aan de macht gekomen met zijn partij MAS (Movimiento Al Socialismo), leerde uit het Argentijnse drama en stelde zich opnieuw kandidaat. De vierde keer, het grondwettelijk gaf hem daarvoor toestemming ondanks de beperking tot 2 opeenvolgende mandaten. 'El pueblo manda', zegt Evo. 'Het volk beslist', het is een populistische, zelfzekere uitspraak. In de peilingen, die onderling grote verschillen vertonen, schommelt Morales rond de 35-40%, en hinkt zijn belangrijkste tegenstander en oud-president Carlos Mesa met 10-15% achterop.

'In 2006 en 2007 werd de nieuwe grondwet voorbereid. Op een participatieve manier via een grondwettelijke vergadering. Voor het eerst mochten inheemse en andere gemarginaliseerde groepen mee de pen vasthouden van het document dat de Boliviaanse spelregels bepaalt. En dat was niet alleen historisch, het is fundamenteel om de actuele steun voor Morales te begrijpen', vertelde Boliviaans onderzoekster María Elena Canedo me in La Paz. 'Vroeger opereerden al die groepen naast de staat. De staat was tegen hen. De sociale organisaties, het informele handelsysteem; het waren manieren om naast de staat te leven. Sinds Morales werden ze deel van de staat. Zij het via een gemeentelijk mandaat, of in het parlement, of in de regering.' Toen Morales aan de macht kwam zei hij het symbolisch; 'Somos presidente'. 'Wij zijn de president.' En met die ´wij´ verwees hij naar zijn achtergestelde achterban en hun sociale organisaties. 'Evo heeft Aymara roots, woonde in Quechua gebied, verhuisde als Boliviaanse arbeidsmigrant met zijn familie naar Argentinië, hij kweekte lama´s en werd syndicaal leider van de cocaboeren. Ergens verpersoonlijkte hij al die groepen die nooit deel waren van de macht,' zegt Canedo.

Dat sommigen het grote belang van deze symboliek niet inzien, is frappant. 'Evo begrijpt het niet', zei Carlos Mesa recent, met het vingertje zwaaiend op televisie. 'Dat is een catastrofale fout van de man', zegt Canedo. 'Dat is terug het oude beeld van de indio bruto, de domme indiaan.' Hetzelfde deed Bolsonaro tijdens de recente top van de Amazonelanden. Hij feliciteerde Morales en zei dat 'in Bolivia zelfs een indiaan president kan worden. We moeten het zien als een evolutie'. Dergelijk discours hoor je nog steeds in de rijkere buurten van La Paz, bij de gegoede klasse die hun indígena-roots verwerpen.

Dát democratiseringsproces werd onderbouwd met een economisch en sociaal succesverhaal, dat soms haaks stond op Evo´s revolutionaire discours van 2005. Onder Morales verviervoudigde het Boliviaanse bnp, onder meer door een gedeeltelijke nationalisering van de gassector en de uitbreiding van agroindustrie. Investeringen in publieke sectoren en het wegennet namen fors toe. Assistentialistische sociale programma´s voor specifieke doelgroepen bleken zeer succesvol (Armoedegraad 2005: 38,9%, 2018: 15,2%) en drongen de ongelijkheid terug (2005: 0,58, 2017: 0,44). Salarisverhogingen werden deel van de jaarlijkse 1 meiviering. Geen revolutionaire economische politiek, maar wel mét participatie van de staat en sociale correcties. De economische en sociale successen van de Chuquiago-boys (Chuquiago = La Paz in Aymara) werd ook opgemerkt door de Wereldbank. 'Bovendien kunnen we voor het eerst in onze geschiedenis spreken van enige institutionaliteit', voegt Canedo toe. 'In de jaren 1980 hadden we op 2 maanden soms 6 ministerwissels, om de haverklap een nieuwe president, en een gekortwiekte administratie.'
Morales zal sowieso goed scoren op 20 oktober. De meeste peilingen geven hem 35%, net niet voldoende om in de eerste ronde de overwinning te verzekeren (40% met 10% verschil op de tweede). Zal hij het halen? Wellicht, omdat de urbane en hogere middenklasse, die deel uitmaken van peilingbureaus en de Boliviaanse media, de plattelandstem niet goed kunnen meten.

BRAZILIË - CARWASH

'De grote meerderheid zou in 2018 voor Lula hebben gestemd', zegt Braziliaans journalist Pepe Escobar vanuit Bangkok. 'Grootstad São Paulo, het media- en financiële hart van het land, is samen met het ganse zuiden van het land rechts en oerconservatief. Maar het échte Brazilië, het Noord-Oosten en Centraal Brazilië, is Lulaland. In het Noord-Oosten capteert hij 95% van de stemmen. 60% van Brazilië zou vandaag voor Lula stemmen.' Maar dat vertaalde zich in 2018 niet in een verkiezingsoverwinning. In 2017 werd Lula immers veroordeeld tot 9 jaar (in beroep verhoogt tot 12 jaar) gevangenisstraf in het kader van een grootschalig corruptieonderzoek met de naam Carwash.

Een kleine 2 jaar later, 8 maanden ná de verkiezingen, kwam nieuwsorganisatie The Intercept naar buiten met gelekte documenten en audiofragmenten. Sms-berichtjes toonden aan hoe bevoegd rechter Sergío Moro openbare aanklagers hielp met hun Carwashonderzoek in de hoop Lula uit te schakelen. Ze slaagden in het opzet, ook al hadden ze zelf grondige twijfel over de schuld van Lula, zoals bleek uit de geheime conversaties. Een onoverwinnelijke Lula werd op die manier onverkiesbaar, Bolsonaro won de verkiezingen en hoopte dat 'Lula in de gevangenis zou wegrotten'. Bij wijze van wederdienst maakte hij van Moro zijn nieuwe superminister van Justitie. Ondertussen is Bolsonaro de minst geliefde president sinds de terugkeer van de democratie (32%).

Volledig los van het Carwashonderzoek werd Dilma Rousseff, protégé van Lula en destijds Braziliaans staatshoofd, in 2016 ontzet uit haar functie wegens het overtreden van de budgetregels om gaten in de begroting te vullen. Met Lula en Dilma uitgeschakeld kreeg de Pink Tide een serieuze dreun. Lula zette zijn schouders onder verschillende integratiemechanismen en geloofde in de politieke rol van een geëmancipeerd Zuid-Amerika. En hij ging verder. Lula was cruciaal voor de totstandkoming en oprichting van de BRICS, de groep van landen met opkomende economiën, in 2006. 'De BRICS moest een aanvallend instrument zijn. We wilden een eigen munt creëren zodat we los van de dollar handel konden drijven', zei hij recent nog vanuit zijn cel. De economische autonomie van de 'minder ontwikkelde landen', om het Washingtonjargon te gebruiken, was het doel.

'Ach, weet je wat het ergste is? Dilma en de PT zagen het nooit aankomen. Ze hebben grandioos gefaald', zegt Escobar. 'De échte macht in Brazilië ligt bij het leger. Er bestaat zelfs videomateriaal uit 2014 waarin Bolsonaro zegt dat hij voor het presidentschap gaat, en daarbij de militaire dictatuur wil herstellen. Het leger stond al aan de kant van Bolsonaro in 2014.' Vandaag is de Partido dos Trabalhadores(PT) in slechte staat. De voorzittersverkiezingen zijn een kleine veldslag tussen verschillende strekkingen in de partij. Lula zijn kandidaat lijkt aan het kortste eind te trekken.

In tegenstelling tot de massale mobilisatie in Argentinië is het Braziliaanse middenveld ronduit zwak. 'Dit frustreert Lula mateloos. In mijn gesprek met hem vroeg hij me waarom de Brazilianen niet op straat komen', zegt Escobar. 'Lula heeft nog steeds massale steun. De werkloosheid lag toen veel lager (tot 4%, vandaag 12%), een grote groep maakte de sprong naar de lage middenklasse. En iedereen kent intussen de details van de juridische coup tegen de man en weet dat de mainstreammedia in handen is van het grootkapitaal. Maar de brutale armoede weerhoudt mensen ervan de straat op te trekken. Wat doe je als ook in het weekend moet werken om rond te komen? Maar ik zie tekenen van hoop.'

De toekomst van Brazilië? Alle krachten trachten het oligarchische status quo te verzekeren. Verkiezingen liggen nog ver af, en de PT is niet in goede conditie. Maar 'de linkse episode onder Lula is goed geweest voor het land. Dankzij sociale maatregelen en de bescherming van inheemse gemeenschappen konden armen en mensen met een donkere huidskleur voor het eerst in de Braziliaanse geschiedenis genieten van een volwaardig burgerschap. En dat zal vroeg of laat terugkeren', zegt Escobar. 'Het leger staat niet langer achter Bolsonaro. Bolsonaro maakt het MERCOSUR-handelsverdrag met de EU onmogelijk, en dat is tegen de zin van het leger. Dus wees er maar zeker van dat ze Bolsonaro zullen dumpen. Wordt de vicepresident Mourao dan de handpop van het leger? Mogelijks.'

CONCLUSIE

De parallellen tussen deze drie erg verschillende cases zijn te trekken. De lagere sociale klassen of historisch gemarginaliseerde groepen gaan nog steeds massaal voor Morales, Fernández en Lula. De stemvoorkeur van de midden- en hogere klassen in de drie landen is zowaar het spiegelbeeld van hun achtergestelde landgenoot. Het koopkrachtverhaal speelt uiteraard een rol. Maar er is meer dan dat. Deze historisch achtergestelde groeperingen maakten dankzij de Pink Tide voor het eerst deel uit van de macht. Dit proces lossen en terugkeren naar vervlogen, aristocratische tijden is bijna onmogelijk.

Waarom die kloof tussen arm en rijk? De polarisering in de drie landen is enorm, ook al heeft ook de rijkere klasse mee geprofiteerd van de economische boom. De Evo-haat in Bolivia bij de gegoede klasse gaat heel diep. 'Evo is een pedofiel', was begin september de nieuwste campagne in het katholieke, evangelische land. Hetzelfde hoor je in Argentinië en Brazilië. 'In São Paulo zouden ze de man maar al te graag lynchen', zegt Escobar. Die polarisering is natuurlijk een gevolg van de leiders hun populistische discours. Tegelijkertijd is het medialandschap voor een groot stuk in handen van het grootkapitaal 'die vanuit het typische middenklasseperspectief schrijft. Het is de hoogopgeleide, gegoede klasse die het mainstreamverhaal vertelt', zegt Canedo. En die middenklasse kijkt naar Braziliaans televisiekanaal Globo, of leest de Boliviaanse krant Página Siete, of het Argentijne Clarín.

Een belangrijk deel van Globaal Links keerde zich tegen Zuid-Amerika, en dat is te begrijpen omwille van de vele contradicties en problemen die deze progressieve processen hebben geproduceerd. Maar dat ze daarbij voorbijgaan aan de essentie van dit fundamentele rechtvaardige en democratiserende proces, is jammer. 'Somos presidente', daarover gaat het.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 72 tot 77