Abonneer Log in

'Blijf in uw kot' is niet genoeg voor het klimaat

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 42 tot 47

2020 zal de grootste, absolute terugval in de mondiale CO2-emissies ooit optekenen. Naar schatting 1,5 tot 3 miljard ton CO2, of 4 á 8% van de mondiale emissies, zal de mens minder uitstoten dan in 2019. Alleen, dat gebeurde niet door weldoordacht klimaatbeleid. Wel door een levensbedreigend virus.

Om de opwarming onder de 1,5 graden Celsius te houden, zou de CO2-uitstoot niet één jaar maar elk jaar opnieuw met ongeveer 6% moeten afnemen. Met 'in ons kot te blijven' tot 2050 lukt dat niet. De lockdown om corona te bestrijden, zegt niets over wat er nodig is om structureel de CO2-uitstoot te laten dalen. Goed klimaatbeleid creëert jobs en welbevinden. Daarvoor rekenen we in de eerste plaats op klimaatinvesteringen. Die zullen we na de lockdown eerst weer op peil moeten krijgen, om ze dan te verhogen.

De rol die de overheid opneemt voor het indijken van de pandemie, zegt wél iets over wat nodig is voor een goed klimaatbeleid. Politici die wetenschappelijk onderbouwd, vooruitziend, daadkrachtig en rechtvaardig te werk gaan, boeken het beste resultaat. De hernieuwde belangstelling voor de slagkracht van de overheid en de veerkracht van de economie, kan de basis vormen voor een herboren Europa met een sociaal-ecologisch pact. Daarbij zijn onderlinge solidariteit tussen landen en burgers het startpunt om ons definitief op weg te zetten naar een koolstofneutrale en circulaire economie.

KLIMAATINVESTERINGEN STAAN OP DE HELLING

Voldoende, juist en snel investeren is de belangrijkste hefboom om broeikasgassen te verminderen. Die noodzakelijke klimaatinvesteringen botsten al langer op een aantal hindernissen. Door de economische en sociale tol van de pandemie lijken die hindernissen vandaag groter dan in het recente verleden. Laten we even naar de belangrijkste emissiebronnen kijken om de impact van het coronavirus in te schatten: gebouwen, transport en industrie.

Gebouwen

Om de klimaatdoelen te halen, moeten de energierenovaties van gebouwen verdrievoudigen. Voor de meeste gezinnen was het al financieel onhaalbaar of oninteressant om diepgaande energierenovaties van meer dan 50.000 euro uit te voeren. Volgens de SERV is minimaal 1,4 miljard euro per jaar nodig voor energierenovaties bij kwetsbare gezinnen. De Vlaamse overheid voorziet slechts een fractie daarvan. Dat bedrag zal nu nog hoger liggen: de groep die een duw in de rug nodig heeft is gegroeid en de rendabiliteit van de investeringen is gedaald door de lage olieprijzen.

Transport

In de transportsector zijn er meer investeringen nodig in openbaar vervoer, infrastructuur voor zachte modi en laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Dat is de opdracht van overheden en netbeheerders. De overheden bleken voor de crisis niet de benodigde budgetten te voorzien voor openbaar vervoer. Ze zullen ook de aankoop van elektrische voertuigen moeten ondersteunen. Want de lage olieprijs en de lagere aankoopprijs voor diesels en benzine, riskeert de doorbraak van die voertuigen te vertragen. Net zoals de verdere ontwikkeling van de energiebronnen voor dat vervoer: zon en wind. De sectororganisatie voor hernieuwbare energie (ODE) waarschuwde al voor een snel verslechterend investeringsklimaat.

Industrie

De zwaarste en meest zorgwekkende terugslag voor klimaatinvesteringen valt mogelijk in de industrie. Raffinaderijen, basischemie en staalproductie komen onder druk te staan, onder andere doordat de bouwsector en autoproducenten minder staal en plastics afnemen. In de komende maanden zal de concurrentie snoeihard zijn om marktaandeel te behouden in een gekrompen, mondiale markt.

Mogelijk doet zich bij de industrie in Vlaanderen hetzelfde voor als in de mondiale oliesector: snijden in de investerings- en innovatiebudgetten om de neus boven water te houden. Met de investeringen die wel nog gebeuren, is iets anders mis: ze zijn niet toekomstgericht. Borealis bouwt een nieuwe eenheid voor de productie van propyleen. Ineos wil uit een restproduct van Amerikaans schaliegas ethyleen en ook propyleen maken. Die nieuwe installaties hebben een levensduur van 50 tot 75 jaar, dus ver voorbij 2050, hoewel er momenteel onvoldoende garanties zijn dat ze koolstofneutraal en circulair kunnen opereren. Kortom, de lock-in van fossiele en lineaire industrie is nog volop bezig in ons land.

Om de Vlaamse industrie op een toekomstgericht pad te brengen, is een ongeziene koerswijziging nodig. Een transitiekader voor de industrie moet alle puzzelstukken in elkaar laten vallen: een forse toename in hernieuwbare energie- en transportinfrastructuur, de inzet van vernieuwende pilootprojecten en commerciële opschaling van de meest kostenefficiënte en duurzame doorbraaktechnologieën, de creatie van afzetmarkten op voldoende grote schaal en de nodige omkadering om het investeringstempo te verhogen. We zullen een getrapt systeem van onder andere gerichte steun en publieke aanbestedingen moeten ontwikkelen om die doorbraaktechnologie competitief te krijgen met de bestaande, fossiele installaties.

Tegelijk zullen we de bestaande financieringsstromen vanuit de overheid drastisch en op korte termijn moeten heroriënteren. Als in de Vlaamse industrie al het overheidsgeld vloeit naar verdedigers van de status quo en het fossiele verleden, missen we een belangrijke kans om de toekomst vorm te geven. In plaats van de defensieve strategie van het voorbije anderhalve decennium, is het nu tijd voor een offensieve strategie om een leiderschapspositie te verwerven in de transitie.

BITTERE NOODZAAK

De vraag om klimaatinvesteringen centraal te zetten in de relance is dus geen overbodige luxe. Het is bittere noodzaak, anders verdwijnen de klimaatdoelen voor 2030 en 2050 definitief buiten bereik. Over het nut van die investeringen voor de jobcreatie, ondernemingskansen of handelsbalans is er nog weinig discussie. De hindernissen zijn gekend of vloeien voort uit de kortetermijnbelangen van economische spelers. Waar het verplichten van investeringen voor gezinnen en ondernemingen niet mogelijk blijkt, zal de overheid moeten bijspringen.

Dat betekent dat Europa moet toelaten dat de zinvolle klimaatinvesteringen de komende jaren buiten de begroting kunnen. Zolang de rente op de schuld lager is dan de groei, hebben heel wat landen de mogelijkheid om stevig te investeren. Maar voor de zwakkere landen, die opnieuw riskeren geconfronteerd te worden met speculatie tegen hun schuld, zijn sterkere Europese solidariteit en gemeenschappelijke schuldinstrumenten nodig. Ten slotte kan rechtstreekse monetaire financiering een uitweg zijn als de financiering niet op snelheid komt. Ook voor het klimaat moeten de oude taboes sneuvelen, want met de huidige polsstok springen we niet over de investeringskloof heen.

WAT BLIJFT OVER VAN 'BLIJF IN UW KOT'?

Als woorden de wereld rondvliegen, hoeven mensen het niet meer te doen. Honderden miljoenen mensen doen nu ervaring op met online vergaderen. Of ze oefenen andere taken van op een afstand uit. Dit kan het aantal verplaatsingen met het vliegtuig of de wagen verminderen. Niet alleen gaan dure zakenvluchten verdwijnen, zeker bij bedrijven en organisaties die moeten besparen. Mogelijk blijkt online werken voor veel vastgeroeste gewoonten een betere oplossing. Denk aan de aannemer die ter plaatse ging om een offerte te maken, maar nu de klant vraagt de opdracht te filmen.

Die positieve trends, waarbij we met zijn allen minder zouden vliegen en rondrijden, zijn nog niet verworven. In China is er nu meer verkeer op de snelwegen dan in dezelfde periode vorig jaar, berichtte het persagentschap Bloomberg. Chinezen mijden het openbaar vervoer vanwege de vrees voor besmettingen en kopen massaal nieuwe wagens. Ook de goedkope brandstoffen geven alle gemotoriseerd verkeer een duw in de rug. Daarnaast pleiten de auto- en luchtvaartsector voor een versoepeling van de milieuwetgeving waaraan ze onderhevig zijn. In de VS ging president Donald Trump al in op hun wensen en zwakte de brandstofnormen af.

HOE KOMEN TOT EEN STRUCTURELE TRENDBREUK?

Nu we met zijn allen ervaren hebben dat citytrips naar New York en de dagelijkse files niet ons eeuwigdurend lot zijn, is de vraag wat het beleid vermag om tot een structurele trendbreuk te komen. Bond Beter Leefmilieu (BBL) ijvert in eerste instantie voor een eerlijk kader bij de redding van de luchtvaartbedrijven. Die moeten in ruil voor staatssteun ook belastingen betalen en zich inschakelen in de transitie naar koolstofneutraliteit voor 2050. Dit door een combinatie van technologische innovatie en minder vliegbewegingen. Thuis- en telewerk zou voor veel meer werknemers mogelijk moeten blijven na de crisis. Fietsen, autodelen en het openbaar vervoer hebben nieuwe stimuli nodig om versterkt uit de crisis te komen. Er is, ten slotte, dringend een kader nodig voor stedelijke logistiek, zodat ook de levering van pakketjes en post emissievrij (via cargofietsen of elektrische bestelbusjes) kan gebeuren. In Nederland zijn veel steden daar al mee bezig en mikken ze op volledige emissievrije dienstverlening in 2025.

De aperte kwetsbaarheid van globale aanvoerketens kan ook tot veranderingen leiden in de structuur van de economie en de organisatie van het werk. Herlokalisering van de productie en robotisering lijken aantrekkelijke opties. De vraag om een aantal strategische bedrijven daarbij regionaal te verankeren, klinkt alsmaar luider. Nu al tracht de Vlaamse overheid haar eigen productiecapaciteit voor mondmaskers uit de grond te stampen. Een kenmerk van de globalisering, de steeds groeiende goederenstromen, komt zo verder onder druk te staan. Dat heeft potentieel enorme gevolgen voor onze regio. Vlaanderen investeert miljarden in de logistieke draaischijf. Veruit de meeste overheidsinvesteringen gaan naar nieuwe dokken en containerterminals, snelwegverbindingen, megasluizen of andere infrastructuur voor goederenvervoer. Als corona de groei van goederenstromen doet stokken, zullen onze overheden het geweer van schouder moeten veranderen.

BBL pleit er al langer voor om in de havens in te zetten op een meer lokaal verankerde circulaire maakindustrie. Investeringen in sterke energie- en digitale netwerken krijgen dan voorrang op meer beton. Denk aan een slim elektriciteitsnet, infrastructuur voor de aanvoer en het delen van waterstof of warmte, digitale netwerken of zelfs de toevoer van zuivere stromen van gebruikte plastics. Oud ijzer en hernieuwbare energie voeden de toekomstige staalindustrie, gebruikte plastics en hernieuwbare waterstof de chemie. Meer dan ooit groeien de opportuniteiten voor circulaire businessmodellen gericht op waardebehoud zoals reparatie, hergebruik en remanufacturing, die toelaten om de maakindustrie opnieuw te onshoren en te verbinden met de eindgebruikers.

DE OVERHEID GEEFT OPNIEUW RICHTING AAN

'Radicale hervormingen, die de overwegende beleidsrichting van de voorbije vier decennia omkeren, moeten op tafel komen'. Zelfs de zakenkrant Financial Times pleit ervoor de beleidsrichting van de voorbije veertig jaar om te keren. Radicale hervormingen zullen breken met de neoliberale periode. Voor ons ligt de terugkeer van een actieve overheid, sterke publieke diensten, herverdeling van de welvaart en instrumenten die meer zekerheid bieden, zoals een basisinkomen. Dat doet denken aan de naoorlogse periode, waarbij de opbouw van de sociale welvaartsstaat brak met de economische chaos van de decennia voordien.

Door corona (her)ontdekken burgers niet alleen de waarde van een goede gezondheidszorg, een overheid die kan optreden en eendracht om een gemeenschappelijk doel te bereiken. Ook het belang van wetenschappelijke onderbouwing, snel en tijdig handelen en veerkracht komen in de schijnwerpers te staan. Onze sociale zekerheid of de reservecapaciteit in de ziekenhuizen blijken van onschatbare waarde. Het is op dat vlak dat er een parallel is tussen het coronavirus en de aanpak van de klimaatverandering.

Nu al beslissen wereldwijd de emissies naar nul te brengen, zoals de wetenschap adviseert, kan de klimaatrisico's de komende eeuw significant verminderen. Voldoende natuurlijke kustbescherming, een goede watervoorziening of kortere aanvoerketens in de landbouw temperen de gevolgen van de weersextremen, die sowieso zullen toenemen. Marktwerking en winstmaximalisatie leiden niet tot investeringen in dijken of overstromingsgebieden. Nochtans zijn het onze extra bedden van de klimaatcrisis. Maar toch, de druk om al die lessen te vergeten en gewoon de bestaande economie weer aan de praat te krijgen, is massief. Maar ook de andere zijde is wakker. Dat merkte zelfs de Franse president Emmanuel Macron op: mensen ontdekten dat we niet aarzelden verstrekkende, brutale keuzes te maken als het erop aankomt mensenlevens te redden. Waarom dan niet voor het vermijden van klimaatchaos?

De relance creëert kortstondig politieke ruimte om voor een geheel andere aanpak te gaan dan de neoliberale globalisering of het populistisch nationalisme. We moeten de sociaal averse gevolgen en economische ontreddering keren. De moeilijkheid is daarbij om onmiddellijk te schakelen richting vergroening in plaats van, zoals Donald Trump doet met de Amerikaanse olie-industrie, gewoon de business as usual weer op te tuigen. In Europa is zo'n groene relance enkel mogelijk als er voldoende solidariteit binnen en tussen landen is. In die zin is het bundelen van de krachten tussen sociale en ecologische denktanks, zoals bij #BeterNaCorona, een voorbode van wat er moet gebeuren in het middenveld. Al moeten we ook de zelfstandigen, start-ups, kmo's en toekomstgerichte bedrijven mee door de crisis loodsen en bij de relance betrekken.

Een sociaal-ecologisch pact kan de economische structuur van ons land vernieuwen. Nu zijn instituten die het crisisbeleid vormgeven - zoals de Nationale Bank, de Federale Participatiemaatschappij of de Groep van Tien - een afspiegeling van de huidige economie. Hun aandacht gaat niet in de eerste plaats naar de noodzakelijke vernieuwingen zoals de groene overheidsinvesteringen buiten de begroting, nieuwe solidariserende Europese schuldinstrumenten of de transformatie van de industrie. Daartoe moeten andere krachten mee aan zet komen. Net zoals bij de klimaattafels in Nederland is er een nood aan een evenwichtige combinatie van regimespelers en frisdenkers. De milieubeweging is bereid en klaar om een constructieve bijdrage te leveren aan het tot stand komen van een groen herstelbeleid.

Met dank aan Olivier Beys, Laurien Spruyt en Julie Reniers voor aanvullingen en nazicht.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 42 tot 47