Abonneer Log in

Een doorgeschoten activeringsbeleid

Brieven aan Di Rupo I

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 1 (januari), pagina 79 tot 82

Geachte Minister van Werk,
Beste Monica De Coninck,

Het zal je zeker niet ontgaan zijn dat we het als vakbonden bijzonder moeilijk hebben met een rist maatregelen in het recente federaal regeerakkoord. Natuurlijk zijn we verheugd dat er eindelijk een regering is en dat socialisten daar deel van uitmaken, niet alleen de PS, maar deze keer ook de sp.a. Het ware nog beter geweest mochten ook de groene partijen deel hebben uitgemaakt van de club, maar het heeft niet mogen zijn. Onze kritiek slaat voor een belangrijk stuk op het terrein dat onder uw bevoegdheid valt, met name het arbeidsmarktbeleid. De afspraken in het regeerakkoord zijn volgens ons niet evenwichtig genoeg en onvoldoende sociaal. De nadruk ligt te eenzijdig op plichten van werkzoekenden en werkenden terwijl hun rechten worden ingeperkt. De tegenprestaties ontbreken in dat verhaal.

Laat me dit even verduidelijken aan de hand van de twee sporen waarop het nieuwe federale arbeidsmarktbeleid zal rijden: werkzoekenden strenger activeren; werkenden langer doen werken.

SPOOR 1: WERKLOZEN STRENGER ACTIVEREN

Wat heeft het regeerakkoord voor werklozen in petto? Een overzicht: om een eerste uitkering te krijgen als schoolverlater moet men voortaan niet 9 maar 12 maanden wachten, heb je de pech om geen werk te vinden dan vervalt dit recht na drie jaar voor samenwonenden en voor al wie ouder is dan 30 jaar. De werkloosheidsuitkeringen voor wie al gewerkt heeft maar langdurig werkloos is geworden, zullen sneller verminderen in bedrag en terugvallen op een minimum. De periodes van langdurige werkloosheid worden niet meer op dezelfde manier meegeteld voor het berekenen van het pensioen. Jobs worden sneller als passend bevonden: de maximum afstand wordt opgetrokken van 25 naar 60 km en de duurtijd van 6 maanden tijdens dewelke men jobs kan weigeren die geen verband houden met de gevolgde studies of de laatst uitgeoefende job wordt ingekort. Ook 50-plussers zullen voortaan gecontroleerd worden op hun actief zoekgedrag. Dus voortaan is het langer wachten geblazen op een uitkering, voor sommige werklozen is het principe van beperking in de tijd terug ingevoerd, de uitkeringen nemen af in de tijd en de controle wordt opgevoerd.

Laat ons elkaar goed begrijpen: ook wij zijn van mening dat de werkloosheidsverzekering als sociale verzekering moet stoelen op rechten en op plichten. Recht op een uitkering en begeleiding in ruil voor het zoeken en het aanvaarden van passend werk. Anders is zo een verzekering niet houdbaar en onrechtvaardig voor wie wel inspanningen doet om te werken. Maar wat velen niet schijnen te weten is dat de werkloosheidsverzekering al zeer voorwaardelijk is: wie van een uitkering wil (blijven) genieten, moet een passende job of een passende opleiding aanvaarden en zich ook actief inzetten om een job te zoeken. Doet men dat onvoldoende dan riskeert men een schorsing door de RVA of een melding door de VDAB aan de RVA met een mogelijke sanctie als gevolg.
Wat nu op tafel ligt is een doorgeschoten activering. Werklozen worden 4 keer gepakt: langere wachttijd vooraleer je als jongere recht krijgt op een uitkering; beperking van het recht op uitkering in de tijd voor wie als schoolverlater geen werk vindt; vermindering in de tijd van alle uitkeringen; minder pensioenrechten voor wie langdurig werkloos blijft.
Wie dreigt de dupe te worden: zeker de jongeren die op de arbeidsmarkt komen met weinig kwalificaties. Maar met lagere groeicijfers in het verschiet zullen ook andere jongeren het moelijker krijgen om een uitkering te krijgen of te behouden. Ook de langdurig werklozen dreigen de pineut te worden en daarmee de kansengroepen, want het gros van de langdurig werklozen behoren tot één of andere kansengroep. Meer werklozen zullen voortaan moeten rondkomen met een uitkering die beneden de armoedegrens ligt. Door de beperking in de tijd zullen meer werkzoekenden in de bijstand terechtkomen: dit is letterlijk voorzien in het regeerakkoord waar staat dat de OCMW’s meer middelen zullen moeten krijgen. En geen spoor van tegenprestaties waarop jongeren en werklozen aanspraak kunnen maken om sneller aan het werk te geraken…

SPOOR 2: VERPLICHT LANGER WERKEN

Het regeerakkoord is ook op dit vlak zeer duidelijk: werknemers moeten langer werken. De leeftijd en loopbaanvereiste worden opgetrokken voor wie op vervroegd pensioen wil gaan, voor wie recht wil hebben op brugpensioen (met inbegrip van slachtoffers van bedrijfssluitingen en bedrijfsherstructureringen), voor wie als oudere werknemer gebruik wil maken van het gunstiger regime van tijdskrediet of loopbaanonderbreking en om als oudere werklozen aanspraak te maken op een anciënniteitstoeslag op de werkloosheidsuitkering. Periodes van brugpensioen - pardon: werkloosheid met bedrijfstoeslag - en van tijdskrediet opgenomen voor 50 jaar zullen minder meetellen voor de berekening van je pensioen. Ook het recht op gewoon tijdskrediet of loopbaanonderbreking wordt beperkt.

Ook hier is sprake van een doorgeschoten activeringsbeleid, ditmaal voor werkenden die voortaan langer zullen moeten werken. En dit terwijl dat in de feiten al gebeurt, met dank aan de vrouwen die steeds langer op de arbeidsmarkt blijven. In het vorige Generatiepact van 2005 was overigens afgesproken dat men de stijging van de werkzaamheidgraad zou evalueren vooraleer verdere stappen te zetten. Welnu, uit de cijfers blijkt dat de werkzaamheid van 50-plussers sneller is gestegen dan in onze buurlanden en het vooropgestelde groeicijfer werd gehaald. Nochtans gaat de regering gewoon verder en legt ze de lat opnieuw hoger. Bovendien wordt geen werk gemaakt van werkbaar werk voor oudere werknemers. Onderzoek van de Stichting Innovatie en Arbeid (SERV) toont aan dat werknemers met doenbaar werk het ook zien zitten om tot hun pensioen aan de slag te blijven, terwijl net het tegendeel het geval is bij werknemers die meerdere werkbaarheidsproblemen ervaren. Het regeerakkoord voorziet daarentegen in het beperken van het recht op landingsbanen (recht op één vijfde of halftijds tijdskrediet). Begrijpe wie kan. Oudere werknemers die het slachtoffer worden van een herstructurering moeten het dan weer stellen met een lagere uitkering: weg toeslag werkgever (voor wie beroep kon doen op brugpensioen) en weg toeslag sociale zekerheid bovenop werkloosheidsuitkering (voor de anderen). Ontslaan wordt hierdoor wel goedkoper. En wat zijn de tegenprestaties langs werkgeverszijde? Nougatbollen. Of zo goed als. Het valt nog af te wachten of er iets in huis komt van de seniorenplannen die bedrijven moeten opmaken. In Frankrijk gaat het om een verplichting, op straffe van een financiële werkgeversbijdrage. Mogen we er even aan herinneren dat de uitstroomkans van oudere werklozen 3% bedraagt op maandbasis, wat nog altijd 2,5 keer minder is dan de jobkans van een laaggeschoolde jongere. En als uitsmijter: waarom moet iedereen zo nodig verplicht worden om tot 62 te werken (en mits 40 loopbaanjaren)? Vervroegd pensioen wordt sowieso afgestopt gezien de pensioenberekening nog steeds in 45sten geschiedt (volledig pensioen pas na 45 loopbaanjaren).

Je zal hiertegen natuurlijk opwerpen dat het bijzonder moeilijke regeringsonderhandelingen waren. Dat de rechterzijde nog veel verder wou gaan in het afbouwen van ‘verworven’ rechten. Dat de schade dankzij de sociaaldemocraten beperkt is gebleven in vergelijking met de draconische ingrepen in andere Europese lidstaten, waar de pensioengerechtigde leeftijd op 67 wordt gebracht. En je zal vooral stellen dat dit in se een sociale politiek is waarbij de pensioenen betaalbaar worden gehouden, rechten en plichten beter in evenwicht worden gebracht en voorrang aan werk wordt gegeven boven uitkeringen.
Ik kan begrip opbrengen voor enkele argumenten. Het klopt dat dit moeilijke regeringsonderhandelingen zijn geweest. Het gehakketak over een nieuwe staatshervorming heeft zoveel tijd in beslag genomen dat er kennelijk geen tijd over was om met sociale partners grondig te overleggen over wat nochtans hun core business was tot voor kort. En de rechterzijde wil inderdaad veel verder gaan. Voka liet al verstaan dat dit een gemiste kans is en de uitspraken van Quick dat de pensioenhervorming een opstap is naar een veel grondiger hervorming (lees nivellering naar beneden van de verschillende pensioenstelsels) was geen uitschuiver. Maar ik ga niet akkoord dat dit de beste politiek is om de pensioenen en de sociale zekerheid veilig te stellen. Activering heeft pas echt zin als de vraagzijde volgt. En langer werken is maar één piste om het vergrijzingsspook te lijf te gaan. Meer mensen aan het werk en vooral een herverdeling van de productiviteitsstijgingen blijven schromelijk onderbelicht. Lees er de analyse van Gilbert De Swert maar eens op na (Het pensioenspook, 2011).

Maar ik wil hier niet verder over polemiseren. Waar ik wel wil op aandringen is het volgende: stuur dit verhaal bij in overleg met vakbonden en sociale partners. Activeer en responsabiliseer de werkgevers zodat er perspectieven zijn op werk voor zowel jong als oud. Maak afspraken met de regio’s, want zij zijn ook in ruime mate bevoegd voor het arbeidsmarktbeleid en de tewerkstellingsstimuli voor jongeren en ouderen. Stuur gaandeweg bij als blijkt dat het voorgenomen beleid faliekant uitdraait. Bijvoorbeeld wanneer laaggeschoolde jongeren in de grootsteden massaal terechtkomen bij het OCMW in plaats van op de arbeidsmarkt. En betoon vooral veel, veel mededogen. Want het zullen vooral de zwaksten op de arbeidsmarkt zijn die de geringere sociale bescherming zullen ondervinden. En het is heus geen kwestie van persoonlijke inzet alleen als het misloopt.

Geachte minister,
Beste Monica,

Mocht blijken dat je de afgelopen weken al veel overleg hebt gepleegd en ook al hebt bijgestuurd in een meer sociale richting, leg mijn brief dan even opzij. Voor later. Want twijfel er niet aan: de rechterzijde zal blijven aandringen op een hardere aanpak. De groeivertraging en de verslechtering van de staatsfinanciën zullen ze gretig aangrijpen om er op te wijzen dat we nog steeds boven onze stand leven. En met ‘we’ bedoelen ze de gewone (werk)mensen.

Met de meeste achting,

Jean-Marie De Baene
Directeur studiedienst Vlaams ABVV en redactielid Samenleving en politiek

regeerakkoord - werk

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 1 (januari), pagina 79 tot 82